Economie Internationaal - Column Hans Stegeman

Hans Stegeman

We zijn er bijna…

Als u jonge kinderen hebt, zult u in deze tijd dit vakantieliedje ongetwijfeld weer zingen. Op weg naar uw bestemming als bezigheidstherapie tegen de verveling. Maar ook als we kijken naar de ontwikkeling van de financiële crisis in de afgelopen jaren, kunnen we concluderen dat we er bijna zijn. Althans, als je niet teveel verwacht.

Een gemiddelde financiële crisis

We leven in een historische economische periode. Sinds de jaren dertig heeft de Westerse wereld niet zo’n zware crisis meegemaakt. Verschillende studies plaatsen de financiële crisis en de naweeën ervan in historisch perspectief. Dit soort crises kenmerken zich door een gemiddeld grotere daling van het BBP per hoofd, een traag herstel, een sterke stijging van de werkloosheid en behoorlijk wat waardevernietiging van financiële activa.

Lange tijd hebben we niet willen erkennen dat de historische gemiddelden representatief zouden kunnen zijn voor de Grote Recessie waarin wij ons lange tijd bevonden. Nu we met betrekking tot veel variabelen de bodem hebben bereikt, is het mogelijk om een goede vergelijking te maken. En wat blijkt, voor de tien landen die tussen 2007 en 2009 een financiële crisis hebben meegemaakt (VS, VK, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland, Ierland, Griekenland en Portugal), blijkt dat de huidige crisis -waarbij we dus kijken tot het dieptepunt- iets zwaarder is dan we op basis van historische gemiddelden hadden kunnen verwachten. Vooral de daling van het BBP per hoofd is relatief groot en langdurig geweest.

In veel landen zijn de huizenprijzen en in mindere mate de aandelenkoersen minder langdurig gedaald dan op basis van de geschiedenis had kunnen worden verwacht. De vraag is waarom. Een mogelijke verklaring is het ongekend agressieve monetaire beleid vanaf het begin van deze crisis. De historisch lage beleidsrente tezamen met een nog nooit op deze schaal vertoond monetair verruimingsbeleid hebben financiële waarden zeker een steun in de rug gegeven.

En nu omhoog?

Minstens zo interessant als de weg omlaag is de weg omhoog. Wat we zijn er pas echt als we een volledig herstel hebben. En dan komen we meteen met een conceptueel probleem: wat is een volledig herstel? Als we weer terug zijn op het welvaartsniveau van voor de crisis? Dan is de impliciete aanname dat we in  de tussenliggende periode geen welvaartsstijging zouden hebben gehad. Maar wat zou die welvaartstijging dan zijn geweest? Eenzelfde economische groei per hoofd als voor de crisis? Dat lijkt mij niet voor de hand liggend. Die groei heeft zich immers uiteindelijk vertaalt in een financiële crisis. Ook weten we uit recent onderzoek dat de welvaartsdaling in veel gevallen niet meer wordt goedgemaakt. Dus het lijkt reëel om uit te gaan van een lagere groei dan het historische gemiddelde over de periode tot vlak voor het uitbreken van de crisis. Als we dat doen, resteert voor een land als Nederland nog steeds wel een 'gemiste' groei van een procent of tien tot twintig. Het duurt nog wel even voordat we dit weer terug hebben. De 'echte' weg omhoog kan dus nog wel even duren.

…maar dus nog niet helemaal…

Ik hoop niet dat dit tijdens uw vakantie gebeurt: uit volle borst 'we zijn er bijna' zingen, en dan tot in den treure 'maar nog niet helemaal' er achteraan. Omdat de weg naar uw vakantiebestemming toch veel langer duurt dan u van tevoren had ingeschat.

Maar dat is wel een beetje het idee bij het herstel van deze historische crisis. Het welvaartsniveau dat we in 2007 dachten te hebben bereikt, is in 2014 nog ver uit zicht. Wellicht kunnen we ons beter eerst richten op het bereiken van dat niveau. Dan hebben we eerder het gevoel dat we 'er' weer zijn. En kunnen we stoppen met zingen.

Publicatiedatum 30-07-2014