Maatschappelijk verantwoord beleggen - Gert van de Paal

Gert van de Paal

Meten met twee maten…

Het meewegen van de duurzaamheid van bedrijven in het beleggingsproces kan op verschillende manieren, absoluut en relatief. Met soms, ogenschijnlijk, tegengestelde resultaten. In deze column ga ik hier wat dieper op in.

Een absolute duurzaamheidstoetsing vindt in veel gevallen plaats aan de hand van de Global Compact. Dat is een - op initiatief van de Verenigde Naties opgestelde - internationale standaard voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Global Compact bestaat uit tien principes op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en corruptie. Deze principes vormen als het ware  een referentiekader voor goed ondernemerschap of fatsoenlijk gedrag.  De toetsing bestaat feitelijk uit een beoordeling van de naleving van deze tien principes. De belangrijkste indicator daarvoor is doorgaans: haalt een onderneming veelvuldig het nieuws omdat één of meerdere principes worden geschonden? En hoe gaat het bedrijf daar dan vervolgens mee om?

Bedrijven kunnen ook in een relatieve analyse onderling worden vergeleken op basis van hun MVO prestaties. Anders dan de Global Compact toetsing, die zich richt op schendingen of overtredingen, wordt een bedrijf bij een relatieve analyse over de volle breedte beoordeeld. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar beleid, werkwijzen en initiatieven die positief bijdragen aan het milieu, de werkomgeving of de maatschappij. Dat gebeurt doorgaans aan de hand van vele tientallen indicatoren die worden onderzocht en beoordeeld. Is er bijvoorbeeld een beleid voor CO2 reductie, hoe zijn de arbeidsomstandigheden voor het personeel en hoe is de corporate governance geregeld? De scores van een onderneming kunnen vervolgens worden vergeleken met die van branchegenoten. Op die manier kan de relatieve positie op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen de sector worden bepaald.

De Global Compact toetsing wordt steeds vaker gebruikt bij maatschappelijk verantwoord beleggen, als een soort van ondergrens. Als een onderneming achterblijft op een van de Global Compact principes, dan kan dat aanleiding zijn om een onderneming uit de portefeuille te weren of om het gesprek met de onderneming aan te gaan in een poging de prestaties te verbeteren. De relatieve analyse wordt veelal binnen duurzaam beleggen toegepast in het kader van een best-in-class aanpak. Daarbij wordt alleen belegd in de best presterende bedrijven uit een sector.

Omdat er op verschillende manieren wordt gemeten, kan het voorkomen dat een onderneming die het over de volle breedte (relatief) goed doet, toch door de mand valt in de Global Compact analyse. Of andersom. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak, maar is dus inherent aan de systematiek.

Er is ook niets mis met het feit dat er verschillende duurzame visies zijn op een onderneming. Er is niet één waarheid. Dat is met financiële analyses niet anders: op basis van dezelfde informatie geeft de ene analist een koopadvies en de ander een verkoopadvies. De financiële markt - waar vraag en aanbod samen komen - bestaat bij de gratie van dit soort verschillen van inzicht.

Gert van de Paal
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen - Rabobank Nederland Private Banking

P.S. Beide analyses  - de Global Compact toetsing en de relatieve analyse - zijn beschikbaar via Beursinfo binnen Rabo Internetbankieren.

Publicatiedatum 20-12-2013