Opkomende markten - Column Joost van den Akker

Joost van den Akker

Autootje

De kleine Emil is een jochie, zoals u weet, en jochies zijn gek op alles dat wielen en knopjes heeft. Het zal u dan ook niet verbazen dat zijn zoektocht langs de Utrechtse vrijmarktstalletjes op Koninginnedag vooral gericht was op autootjes. En op enorme stukken kleurig plastic waar heel veel herrie uit komt als je er een batterij in stopt. Maar daar probeerden zijn ouders hem zorgvuldig van weg te houden. Eén van Emils mooiste trouvailles was een modelletje van een Renault 5, dat bij zijn oude vader nogal wat nostalgische gevoelens opwekte.

Cotonou

Het Renaultje was in erbarmelijke staat, eigenlijk compleet afgeragd. Was het een echt exemplaar geweest, dan zou het misschien nog wel de moeite waard zijn geweest om naar Afrika af te reizen voor onderdelen en expertise. Naar Cotonou om precies te zijn, in het land Benin, naast Nigeria. In die stad wonen naar schatting 850.000 mensen en het is een belangrijk handelsknooppunt in de regio. De "Marché Dantopka" is met een oppervlakte 20 hectare de grootste markt van West-Afrika en mensen komen letterlijk van ver over de grens om daar hun inkomen te verdienen en hun kleding, sieraden en huiswaar in te kopen. Best interessant dat er zo veel internationale economische dynamiek bestaat in een regio die vooral bekend staat om schrijnende armoede (het gemiddelde inkomen is er minder dan 5 dollar per dag), chronische corruptie en regelmatig terugkerend etnisch geweld.

De Dantopka-markt is nog enigszins georganiseerd op een verhard terrein, maar de automarkt in Cotonou is verspreid over de hele stad. Zoek je een nieuwe oude auto, dan moet je dat in Cotonou doen. Al in het jaar 2000 wisselden er op jaarbasis een kwart miljoen auto's van eigenaar en dat is sindsdien alleen maar meer geworden. Bovendien zijn er in de loop van de tijd bedrijfjes ontstaan die volledig zijn gericht op accu's, motorkapscharniersteuntjes of het herstellen van een tot op het bot versleten wielophanging. Geïmproviseerde garages specialiseerden zich in auto's van Franse of Duitse makelij. De dieselmotor uit een Japans busje in een Amerikaanse sloep? Creativiteit kent geen grenzen. Duizenden mensen vonden er emplooi. In de literatuur over economische ontwikkeling is deze markt daarom al vaker aangehaald als een schoolvoorbeeld van hoe individuele ondernemerszin eigenlijk de beste basis biedt voor ontsnapping uit de armoede. Is dat terecht?

Goudzoekers

Succes trekt goudzoekers aan. Maar de praktijk is weerbarstiger dan het lijkt. De concurrentie op de Afrikaanse automarkt is zo moordend als die op de Utrechtse Vrijmarkt aan het eind van Koninginnedag. Faillissementen zijn er aan de orde van de dag en het blijkt maar voor enkelen weggelegd om werkelijk een duurzame boterham te verdienen aan de blijvende vraag naar mobiliteit in West-Afrika. Verhalen uit die praktijk zijn op een mooie manier beschreven door de antropoloog Joost Beuving. En sinds een paar jaar is Cotonou in het vizier bij de Amerikaanse autoriteiten. De Amerikanen vrezen dat de automarkt ook een knooppunt is in een internationaal netwerk van zwart geld en verdovende middelen. Succesvolle handel trekt ook andere goudzoekers aan. Ook in Afrika is niet iedere autohandelaar te vertrouwen. Ook in Afrika is niet alles wat het lijkt. En toch leveren al die barrels uit Cotonou een enorme bijdrage aan de infrastructuur, zonder dat daar hulp bij is komen kijken.

Nieuw karretje

Een korte zoektocht op internet leert me dat je voor een deskundig opgeknapte Japanse middenklasser in Cotonou toch al gauw zo'n 10.000 euro kwijt bent. Schoon afgeleverd voor de deur bij je middenklasse-huis in Nigeria of daar in de buurt, dat dan weer wel. Dat is heel veel meer dan wat de kleine Emil betaald heeft voor zijn kleine Renaultje. Ondanks alles zullen er op de automarkt van Cotonou voorlopig nog miljoenen bestuurders een nieuw karretje vinden. Misschien moeten we er te zijner tijd maar eens een kijkje gaan nemen.

Publicatiedatum 06-05-2013