Opkomende markten - Column Joost van den Akker

Joost van den Akker

Bofferd

De kleine Emil is een bofferd, vindt hij zelf. En dat is hij ook. Als ik met mijn lief de huiskamer rondkijk zien we overal speelgoed. Een groot deel verkregen als cadeautjes (nogmaals bedankt allemaal!) en een iets kleiner deel bestaande uit eigen aankopen, soms impulsieve. Meer dan eens bekruipt ons de neiging om de hele boel in te pakken en op te sturen. Naar Afrika bijvoorbeeld. Want je veronderstelt dat dat goed is voor al die kindjes die daar hun dagen in schamele armoede doorbrengen.

Makkelijk

In een strenge bui bedenken we ons. Is het wel zo goed om al onze afgedankte en overbodige spulletjes naar het zuiden te verschepen? Het lijkt zo logisch. Hier hebben we het niet meer nodig, daar wel. Denken we. We realiseren ons dat er jaarlijks eindeloze rijen scheepscontainers met verzamelde en gesorteerde hulpgoederen worden verscheept naar Afrika, Haïti, Roemenië en andere minder fortuinlijke gebieden in de wereld. Vaak is een weeshuis de bestemming, een lokale coöperatie of een kerkelijke organisatie. Ik zal de laatste zijn om te twijfelen aan de goede en oprechte bedoelingen van alle mensen die daarbij betrokken zijn. Het verscheepte speelgoed zal zeker een glimlach toveren op  het gezicht van de ontvanger, vermoedelijk een jongetje of meisje dat het minder makkelijk heeft dan de kindjes hier. Maar tóch is dat te makkelijk gedacht.

Productie

Want welk wereldbeeld spreekt er uit een glanzende knalroze speelgoedcamper en welke verwachtingen schept dit bij de ontvanger? Hoe sluit een set met kleurige plastic blokken aan bij de leefwereld van een kleine Emil in de binnenlanden van Burundi? En waarmee zou de blijde ontvanger spelen als hij of zij geen Bert-zonder-Ernie had gehad? Dat laatste punt gaat nog wel wat verder. Veel speelgoed werd namelijk oorspronkelijk gemaakt door lokale ambachtsmensen, van lokaal beschikbare grondstoffen, zoals hout, oude textiel en restjes metaal. In het ergste geval maakt de zak speelgoed die wij opsturen dus een lokale speelgoedproducent werkloos...

Hutje

Ooit, lang voor de geboorte van de kleine Emil en zijn zusje Zita, was ik met mijn lief in Ethiopië. We werden er door een plattelandsgezin in hun hutje ontvangen. Opvallend was dat in de woning een hoekje was ingeruimd voor het onderwijs van de kindjes in het gezin. Speelgoed hebben we niet gezien, maar daar hadden de kleintjes ook niet echt tijd voor. Na school moest het erf worden opgeruimd, hout gesprokkeld en geiten gehoed. Op het zanderige erf lagen wat stokken, stenen en één bal, en het werd ons duidelijk dat de jongere leden van het gezin daarmee ruim baan konden geven aan een fantasiewereld die bij hun werkelijkheid aansloot.

Dus wat doen we met die zak speelgoed waar onze kleine bofferd niet meer naar omkijkt? We gaan er nog maar eens doorheen en halen er de onzinnige en half-kapotte spullen maar weer uit. Helemaal niets doen aan deze scheefheid kan niet. Maar we willen wel op een verstandige manier bijdrage aan het verminderen ervan.

Publicatiedatum 08-07-2013