Opkomende markten - Column Joost van den Akker

Joost van den Akker

Sjokkielaa

De kleine Emil ("Nou, ik ben eigenlijk al heel groot!") is geen enorme snoeper, maar van de chocoladeletters die overbleven na Sinterklaas kan hij toch moeilijk afblijven. Deze letters van "sjokkielaa" blijken overigens een geweldig hulpmiddel om onze drie jaar oude zoon de eerste beginselen van het alfabet te leren. Inmiddels kan hij bij de meeste letters al een familielid of goede vriend noemen. Een onvermoed educatief element van het Sinterklaas-fenomeen, maar daar gaat het hier nu niet om. Die sjokkielaa, hoe komt die hier eigenlijk? In de beleving van de kleine Emil speelt Sinterklaas daar een nog nader te verklaren rol in, maar u en ik weten natuurlijk wel beter.

Hoe komt dat hier?

Zo weet u uiteraard dat  70% van de cacao uit West-Afrika komt. En dat Ivoorkust 's werelds grootste producent is van cacaobonen is. En dat Ivoorkust en Ghana samen meer dan de helft van de wereldproductie van cacaobonen voor hun rekening nemen. Maar wist u ook dat de lekkerste variëteit, de Criollo, oorspronkelijk uit Venezuela komt, en dat die behoorlijk zeldzaam is? En dan komen de lekkerste varianten van de Criollo weer uit Madagaskar. De Dominicaanse Republiek is sterk in opkomst als producent van eerlijke chocolade. En tenslotte is het ook interessant om te weten dat in Indonesië, een andere grote producent, al in 1560 begonnen is met het planten van cacaobonen.

De oude tijd

Deze tour-du-monde is pas afgelopen als we weten dat ruwe cacaobonen grotendeels worden verscheept naar Amsterdam en dat de meeste cacaopoeder in de Verenigde Staten terecht komt. De meeste cacao wordt uiteindelijk dan ook opgegeten in de Westerse landen. Voorwaar een klassiek patroon, dat nogal aan de oude tijd doet denken. Ouderwets is eigenlijk ook dat de landen waar de cacaoboon groeit, nog nauwelijks bewerkte producten uitvoeren. Dat betekent gelijk dat de meeste toegevoegde waarde later in de productieketen wordt verdiend. In goed Nederlands: de boer verdient er het minste aan. En dat is jammer. Lokaal, in bijvoorbeeld Ghana, zoekt de jongere generatie boeren, de opvolgers, zijn geluk om die reden namelijk elders, in de hoop op betere verdiensten. En dat is weer bedreigend voor de eerste fase van de productie, de sourcing dus. Dat begrijpen ook de chocolademakers.

De nieuwe tijd?

Dus die zijn een andere koers gaan varen, tenminste, voor een deel. Het verschuiven van een deel van de toegevoegde waarde naar de origine, dat is de gedachte. In de wereld van ontwikkelingswerk is dit al heel lang een bekend recept, en in het geval van cacao wordt dit blijkbaar meer noodzakelijk door een nieuwe economische realiteit.

Het verschuiven van de productie van chocola naar cacaolanden is helaas geen optie zonder nadelen. Chocolade smelt nogal snel, zoals u weet. Maar mede gedwongen door een veranderende publieke opinie over arbeidomstandigheden en eerlijke handel zijn er wel degelijk dingen gaan schuiven. Was Fair Trade 10 jaar geleden nog iets voor Wereldwinkels en omgevingsbewuste fijnproevers, tegenwoordig is het begrip in veel consumerende landen meer dan ooit bekend. En zo stroomt er inderdaad een beetje meer van de toegevoegde waarde in de productieketen naar de landen waar de bonen vandaan komen. Wij een stukje, zij een stukje. Zo kunnen we allemaal een beetje genieten van de zoete smaak van chocola. Is het genoeg? De tijd zal het leren. Maar een belangrijke stap is dat de wederzijdse afhankelijkheid tussen cacaoboer en chocoladeproducent nu veel meer in beeld is.

Uit mijn ooghoek zie ik een tevreden Emil knagen aan de letter die hij zojuist met grote handigheid uit het keukenkastje blijkt te hebben ontvreemd. "En ik een beetje meer", lijkt hij te denken…

Publicatiedatum 20-01-2014