Grond-, water- en wegenbouw

Bedrijven werkzaam in de grond-, water- en wegenbouw zijn onder meer grondwerkbedrijven, civiele betonbouwers (viaducten, bruggen, gemalen), kust- en oeverwerken, kabel- en buizenleggers, sloopbedrijven, rioolaanleg- en stratenmakersbedrijven.

Voor deze branche deelt de Rabobank recente cijfers en trends. We bespreken de ontwikkelingen op het gebied van:

Winstgevendheid grond-, water- en wegenbouw blijft laag

De omzetgroei tot 2020 (jaar-op-jaar) bedraagt naar verwachting circa 2%. De winstgevendheid is en blijft relatief laag. Dit komt door de grote invloed van (semi)overheden als wetgever én opdrachtgever en door de structurele overcapaciteit in onder andere materieel.

Lees meer op Eib.nl (Economisch Instituut voor de Bouw)

Gespecialiseerde mkb-bedrijven kunnen veel waarde toevoegen op het gebied van:

  • innovatie
  • financiering
  • gebruik

Zzp'ers werken meer uitvoerend en zijn minder innovatief.

Leeftijdsopbouw sector
De sector vergrijst relatief snel en bindt onvoldoende jonge vaklieden volgens Bouwend Nederland. Waar de bouw vroeger een 'jonge' sector was, is de leeftijdsopbouw tegenwoordig vergelijkbaar met die in andere sectoren. Indien er geen aanvulling komt moet de sector versneld technieken zoals prefab, robotica en 3D-printen toepassen.

Grote infraprojecten
Diverse grote infraprojecten (zoals Vaanplein A15 en de A2-tunnel bij Maastricht) zijn zwaar verlieslatend geweest, vanwege een scherpe prijszetting en onvoldoende risicomanagement. De Rabobank verwacht dat de sector ervan overtuigd raakt dat de laagste prijs geen oplossing biedt voor de bouwopgaven in Nederland. De Bouwagenda moet hieraan bijdragen.

Bekijk de Bouwagenda op Debouwagenda.com

Innovatieve vermogen sector
Innovatie neemt in belang toe. De Rabobank verwacht dat de sector over vijf tot tien jaar haar innovatieve vermogen heeft geëtaleerd in samenwerkingsverbanden en minder belang zal hechten aan prijszetting.

Tot de standaard zullen worden gerekend:

  • Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen (IFD)
  • Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI)
  • concurrentiegerichte dialoog

Economie

De traditionele scheiding tussen ontwerp en uitvoering neemt af. Dit komt bijvoorbeeld door toename van geïntegreerde contractvormen, zoals:

  • Design & Build/Construct
  • variaties op Design, Build, Finance, Maintain & Operate (DBFMO)
  • Best Value Procurement (BVP) of prestatie-inkoop
  • (deels) open begroting met winstdeling

De opdrachtgever verschuift risico's naar de aannemer. Zo bestaan er geïntegreerde contracten waarbij de aannemer zelf een bestemmingswijziging en omgevingsvergunning moet verzorgen. Dit vereist kennis van juridische contractvorming en risicomanagement. Als gevolg hiervan moeten bedrijven hun kennis op dit gebied versterken of partners aan zich binden.

Criteria bij aanbestedingsvormen
Prijs wordt naar verwachting een steeds minder belangrijk criterium bij alle aanbestedingsvormen. EMVI wordt door veel opdrachtgevers gehanteerd, waarbij ervaren wordt dat prijs nog steeds het belangrijkste criterium is.

Zoals:

  • de omvang van de CO2-footprint
  • het betrekken van lokale (onder)aannemers en leveranciers
  • leerling-werk-plaatsen
  • het gebruik van secundaire grondstoffen
  • het beperken van het aantal verkeersbewegingen

Per criterium zijn punten te verdienen, waardoor de inschrijving kansrijker wordt.

Duurzaamheid

Duurzaamheid en circulaire bouw worden steeds belangrijker. Een voorbeeld hiervan is het Betonakkoord, waarin staat dat 100% van het beton (de bestanddelen zand, grind en cement) in 2030 zal worden hergebruikt. Dit akkoord is in de branche vrijwillig gesloten.

Lees meer over het Betonakkoord op Duurzaamgebouwd.nl

Een implicatie is dat circulaire bouw vraagt om andere expertise bij de aannemer en een versterking van het bedrijfsbureau met relevante kennis.

Innovatie

Geïntegreerde product- en dienstconcepten (zoals aanleg en onderhoud in een abonnement/toltunnel) zijn voor de (Rijks)overheid geen investeringen. Het betreft exploitaties door derden, waardoor de politieke besluitvorming sneller kan verlopen.

Bouwwerken worden steeds vaker gebruikt om energie op te wekken. Zo kan er bij stromend water een turbine worden geplaatst en kunnen er zonnepanelen of windmolens op het talud worden aangebracht. Hierdoor dalen de exploitatiekosten voor de opdrachtgever.

Technologieën
Het gebruik van prefab, robotisering, drones en 3D-printing wordt steeds vaker toegepast. Ook worden er in toenemende mate nieuwe materialen gebruikt. Zo worden er bruggen gebouwd van koolstofvezel en composiet. Een lichtere fundering kan leiden tot een lagere Total Cost of Operations (TCO).

Maatschappij

Verantwoording en transparantie worden steeds belangrijker voor aannemersbedrijven. Zo kunnen bedrijven zich nu vrijwillig aansluiten bij Stichting Beoordeling Integriteit Bouwnijverheid (SBIB). Deze code richt zich op de relatie tussen opdrachtgever en aannemer, en de mededingingsaspecten die daarbij een rol kunnen spelen. Het doel hiervan is om de kans op rechtszaken te verminderen.

Jonge vaklieden
Jonge vakmensen in opleiding worden steeds vaker uitgenodigd om te participeren in het bedrijfsleven. Zo treden bedrijven op als leerbedrijf, sluiten zij zich aan bij bedrijfsscholen en organiseren zij snuffelstages. Hierdoor zal de instroom van jonge vaklieden in de toekomst worden vergroot.

De Rabobank verwacht dat opdrachtgevers vaker periodiek inzicht willen in de veiligheidsprestaties van bouwers en dat zij dit als criterium bij opdrachtverlening gaan opnemen.

SROI
Social Return on Investment (SROI) wordt steeds vaker gevraagd bij aanbestedingen. Het gericht inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of langdurig werklozen draagt bij aan het maatschappelijke gezicht van bouwbedrijven.

Wet- en regelgeving

Omgevingswet
Per 1 januari 2019 treedt de Omgevingswet in werking. Deze bevat 26 wetten over de invulling van de fysieke leefomgeving. Hierdoor zal de wijze van aanvraag en afgifte worden vereenvoudigd, met als gevolg een versnelling van procedures.

WKB
In 2019 wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) geïntroduceerd. Door deze wet kan de aannemer een externe toezichthouder inhuren, die pas achteraf door de gemeente wordt getoetst. Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument.

Nederland circulair 2050
Nederland circulair 2050 richt zich op de ontwikkeling en realisatie van een circulaire economie voor 2050. 

Nederland gasloos in 2050
Het gebruik van aardgas en andere fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen (afspraak klimaattop Parijs), waardoor gebouwen in 2050 geen gasaansluiting meer hebben. Dit betekent dat er geen nieuwe gasleidingen worden aangelegd en onderhouden, wat leidt tot omzetverlies voor infrabedrijven.

De Nederlandse infrastructuur voor gastransport en -opslag kan gebruikt worden voor transport en opslag van waterstof, als alternatief voor gas. Ook mijnen en lege gasvelden kunnen gebruikt worden. Terwijl ze gevuld worden met water wordt met behulp van een turbine stroom opgewekt. Wanneer dit herhaaldelijk gebeurt (in perioden van hoge energiebehoefte) kan bestaande infra worden benut.

Aanbod Rabobank

Rabobank als maatschappelijk partner
De Rabobank is gesprekspartner en sparringpartner voor brancheorganisaties en belangenverenigingen. De Rabobank is betrokken bij de uitwerking van de Bouwagenda, die zich richt op een toekomstbestendige, duurzame en circulair gebouwde omgeving. Ook de toekomstbestendigheid van de bouwsector is daarbij onderwerp van gesprek.

Laatste update: januari 2018

Gerelateerde branches

Burgerlijke en utiliteitsbouw

Ingenieursbureaus

Installatiebedrijven

Contact

Rabobank