
5 oplossingen voor mono-mestvergisting vergelijken
Mono-mestvergisting met én zonder mestaanvoer van derden, groen gas, warmtekrachtkoppeling (wkk), biogashubs of een grote mono-mestvergister op een centrale locatie: er zijn veel verschillende manieren om aan de slag te gaan met mono-mestvergisting.
Overzicht van alle oplossingen
| Groen gas, mét mestaanvoer | Groen gas, zonder mestaanvoer | Grootschalig & centraal | Biogashubs | Warmte Kracht Koppeling (WKK) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Duur van oriëntatie tot realisatie | 1,5 tot 2 jaar | 1,5 tot 2 jaar | 2 tot 5 jaar | 2 tot 3 jaar | 1,5 jaar |
| Kosten | Circa. 1,5 tot 2 miljoen euro | Circa. 1,5 tot 2 miljoen euro | Circa. 3 - 4 miljoen euro | Sterk afhankelijk van de grootte en het aantal deelnemers | Circa. € 400.000 |
| Voordelen | • Sterkere business case door mestaanvoer • Lagere kostprijs groen gas • Meer impact in de omgeving | • Eenvoudiger vergunningstraject • Geen vervoersbewegingen • Onafhankelijk van andere veehouders | • Makkelijk aansluiten bij een initiatief • Laagste kostprijs groen gas • Mogelijkheden voor- en nabewerkingen mest • Snel inspelen op de markt | • Eenvoudiger vergunningstraject • Geen vervoersbewegingen | • Eenvoudiger vergunningstraject • Lage investeringskosten • Geen vervoersbewegingen |
| Nadelen | • Complexer vergunningstraject • Kans op weerstand van de omgeving • Transportkosten | • Minder sterke business case • Minder zekerheid bij afloop subsidie • Moeilijker inspelen op de markt | • Langere doorlooptijd vergunningen • Meer transportbewegingen • Kans op weerstand van de omgeving • Complexere projectontwikkeling | • Onzeker verdienmodel door hoge kostprijs groen gas • Zeer complexe organisatie • Werk op veel locaties • Moeilijk inspelen op markt | • Complex om warmte nuttig aan te wenden • Onzeker verdienmodel • Onduidelijkheid over kunstmestvervangers uit een stikstofstripper |
Oplossing 1: Vergister met mestaanvoer van derden
Een veehouder heeft een mono-mestvergister op zijn erf staan. Daarmee produceert hij groen gas dat hij aan het gasnetwerk levert. Om de mono-mestvergister rendabel te laten zijn, moet er bij voorkeur 15.000 ton mest per jaar worden verwerkt. Dat is de mest van ongeveer 500 koeien. Melkveehouders in de buurt leveren relatief verse mest aan de veehouder met de mono-mestvergister, zodat er altijd genoeg mest is. Dat maakt de business case extra sterk.
Door mest aan te voeren van melkveehouders uit de buurt, is er voldoende mest om genoeg groen gas te produceren voor een lagere kostprijs. Dat versterkt je business case.
Groen gasproductie betekent dat je er mogelijk een winstgevende tak bij hebt en dat de reductie van emissies geïntegreerd zijn binnen je bedrijf. Dat maakt het veehoudersbedrijf meer toekomstbestendig.
Omdat je meer dan alleen je eigen mest vergist, creëer je schaalvoordelen. Als je meer mest vergist kun je efficiënter en dus voor een lagere kostprijs groen gas produceren. Dit verhoogt de kans dat je na afloop van de SDE++ subsidie nog steeds een rendabele business case hebt met de productie van groen gas. Stap 5 van ons stappenplan.
Energieleveranciers worden binnenkort verplicht om groen gas bij het fossiele gas te mengen. De verwachting is dat contracten daardoor aantrekkelijker worden, en mono-mestvergisting dus rendabeler. Doordat je ook groen gas produceert met mest van mest leverende veehouders, wordt er ook meer potentieel groen gascapaciteit uit mest benut.
Niet alleen voorzie je de energiemarkt van groene energie (15.000 ton mest is goed voor ongeveer 300.000 m3 groen gas per jaar) je maakt ook impact op mestleverende veehouders in de omgeving. Zij hebben bedrijfsvoordeel, bijvoorbeeld doordat ze hun mest goedkoper kunnen afvoeren, én profiteren van emissiereductie.
Het aanvraagproces voor vergunningen is ingewikkelder wanneer je werkt met mestaanvoer. Waarschijnlijk is een aanpassing van de omgevingsvergunning nodig. Dit vergunningentraject kan extra tijd kosten en sommige gemeentes geven zo’n vergunning minder snel af dan anderen. Lees meer over vergunningen in stap 3 van ons stappenplan.
Omwonenden zijn soms bang voor stankoverlast of voor extra vervoersbewegingen. Betrek hen daarom op tijd bij je plannen en neem zo hun zorgen weg. Die angst komt vooral door ervaringen met sommige co-vergisters. Bij de opslag van verschillende (rest)stromen komen soms geuren vrij. Bij mono-mestvergisting neemt de geur juist af.
Voor de aanlevering van voldoende verse mest moeten er genoeg (melk)veehouders in de omgeving zijn. Verken van tevoren welke veehouders er in de omgeving zijn en of zij geïnteresseerd zijn in mest leveren. Als er niet genoeg melkveehouders in de buurt zijn om mest te leveren, kunnen de transportkosten stijgen. Dat kan een struikelblok zijn.
Bij mestleveringen komen extra operationele activiteiten kijken zoals transport, contracten en bemonstering van de mest. Vooral aan het begin zul je hierin moeten investeren. Daarna is de impact op de dagelijkse operatie kleiner.
Het traject duurt 1,5 tot 2 jaar: van oriëntatie tot de mono-mestvergister groen gas produceert. Houd er rekening mee dat het zoeken van veehouders die mest aan jou leveren extra tijd kan kosten.
Een mono-mestvergister voor 15.000 ton mest kost tussen de € 1,5 tot 2 miljoen.

Mono-mestvergisting scan
Een mono-mestvergister is een grote investering: een vergister voor 15.000 ton mest per jaar kost tussen de € 1,5 en 2 miljoen (inclusief de nodige aanpassingen in infrastructuur, aanpassingen van de een nieuwe stalvloer en mestopslag). De exacte kosten hangen af van de situatie van je bedrijf. De Mono-mestvergisting scan helpt je het financiële plaatje te schetsen.
Oplossing 2: Vergister zonder mestaanvoer van derden
Een veehouder heeft een grote mono-mestvergister op het bedrijfsterrein staan. Daarmee produceert hij groen gas dat hij levert aan het gasnetwerk. Om de mono-mestvergister op de langere termijn rendabel te laten zijn, moet er bij voorkeur 15.000 ton mest per jaar worden verwerkt; de mest van ongeveer 500 koeien. Bij deze oplossing kiest de melkveehouder ervoor om het groene gas te produceren zonder mestaanlevering van andere veehouders.
Een vergunning aanvragen gaat sneller en is minder ingewikkeld dan bij andere oplossingen. Dat komt doordat je geen rekening hoeft te houden met andere veehouders die mest leveren.
Er wordt geen mest aangeleverd, dus vinden er minder vervoersbewegingen plaats. Dat betekent ook een kleinere kans op bezwaar van de omgeving.
Vergisten zonder aanvoer van derden kan een opstap zijn om later tóch nog te kiezen voor mestaanlevering van derden. Zo maak je je business case toekomstbestendiger.
Als je zelf voldoende mest hebt voor een robuuste business case, ben je zonder mestlevering van derden niet afhankelijk van andere partijen. De meeste melkveehouders hebben echter te weinig mest om alleen de business case rond te rekenen.
Een vergister kan vanaf 15.000 ton mest per jaar (van ongeveer 500 koeien) rendabel zijn. Maar de meeste melkveehouders hebben geen 500 melkkoeien. Dat maakt de business case minder sterk. Er worden dan eerder concessies gedaan om investeringsbedragen terug te dringen die de degelijkheid van de installatie verlagen. Zoals geen betonnen silo of na-vergister nemen.
Door de SDE++-subsidie zijn er gegarandeerde minimumopbrengsten. Na twaalf jaar loopt de subsidie af. Wanneer je een kleinere vergister hebt met een hogere kostprijs per kubieke meter groen gas, is groen gas produceren na de subsidieperiode minder vanzelfsprekend door deze hogere kostprijs.
Investeren in uitbreidingen, zoals een stikstofstripper, kan lastiger zijn zonder de schaalvoordelen van mestaanvoer van derden. Dat komt door de hogere kostprijs per kubieke meter gas. Maar ook omdat het financieel niet loont om bij kleinere mono-mestvergisters een stikstofstripper te plaatsen. Ook andere investeringen die inspringen op een veranderende markt of veranderde regelgeving zijn lastig, zoals het toevoegen van een droge stofinvoer of productie voor de ongesubsidieerde markt.
Het traject duurt ongeveer 1,5 tot 2 jaar: van oriëntatie tot de vergunningen geregeld zijn en de mono-mestvergister groen gas produceert.
Een mono-mestvergister voor 15.000 ton mest kost tussen de € 1,5 tot 2 miljoen.
Oplossing 3: Grootschalige centrale vergisting
Een ondernemer of een bedrijf plaatst een grotere mono-mestvergister op een centrale locatie. Zoals een industrieterrein. De grootte van de mono-mestvergister is vaak minimaal 50.000 ton mest per jaar. Meestal leveren tien of meer melkveehouders mest aan deze mono-mestvergister.
Niet alleen voorzie je de energiemarkt van groene energie (15.000 ton mest is goed voor ongeveer 300.000 m3 groen gas per jaar) je maakt ook impact op mestleverende veehouders in de omgeving. Zij hebben bedrijfsvoordeel, bijvoorbeeld doordat ze hun mest goedkoper kunnen afvoeren, én profiteren van emissiereductie.
Door de grootte van de mono-mestvergister ligt de kostprijs per kubieke meter gas lager. Daardoor is de business case rendabeler en is het zekerder dat het project na de SDE-periode tegen marktprijzen kan blijven doordraaien.
Door de grootschaligheid is het sneller rendabel om extra te investeren in het voor- en nabewerken van mest. Nadat de mest in de vergister is geweest, kan het bewerkt worden zodat er kunstmestvervangers van gemaakt kunnen worden. Ook kan er een droge stofinvoer worden geplaatst waardoor er vaste stalmest vergist kan worden.
Door de schaalgrootte van het project is het makkelijker om in te spelen op veranderende wet- en regelgeving. Zo speelt al een tijd de vraag wanneer kunstmestvervangers, die ontstaan na stikstofstrippen, wettelijk worden toegestaan en dus een voordeel kunnen opleveren. Wanneer de regelgeving hiervoor wordt aangepast, kan een grotere vergister daar snel op inspelen.
Voor een grotere mono-mestvergisting zijn uitgebreidere vergunningen nodig. Investeer je in een mono-mestvergister van 25.000 ton of meer, dan is er een uitgebreidere vergunning nodig. Dit betekent dat het langer duurt voordat vergunningen zijn geregeld.
Omdat deze mono-mestvergister gebruikmaakt van de mest van minstens tien melkveehouders, wordt er meer gereden van en naar de locatie waar de vergister staat. Dit kan voor weerstand uit de omgeving zorgen.
Door de grootschaligheid en de vervoersbewegingen kan er weerstand ontstaan in de omgeving. De omgeving kan bezwaar hebben tegen de vergunningaanvraag voor mestleveringen. Omwonenden kunnen bang zijn voor stankoverlast, of voor veel vervoersbewegingen. De meeste grotere mono-mestvergisters worden vanwege bestemmingsplannen meestal ontwikkeld op een industrieterrein.
Door de grootschaligheid en doordat er minstens tien veehouders mest leveren aan de centrale mono-mestvergister, is de projectontwikkeling veeleisend. Er komt veel bij kijken om zo’n grote mono-mestvergister goed te laten functioneren. Ook omdat er vaak sprake is van mestbewerking. Meestal zetten grotere bedrijven of investeringsmaatschappijen zulke initiatieven op.
Een centrale vergister opzetten duurt 2 tot 5 jaar.
De investeringen voor een mono-mestvergisting vanaf 50.000 ton mest per jaar beginnen bij € 3 tot 4 miljoen.
Meer weten over centrale mestvergisting? Kijk dan eens naar Groenewoud Gas en Twence.
Oplossing 4: Mono-mestvergisting met biogashubs
Meerdere veehouders hebben een kleine mono-mestvergister (meestal voor < 4.000 ton mest) op hun eigen erf staan. Daarmee produceren zij ruw biogas. Dat biogas gaat via een verzamelleiding naar een centrale locatie waar het gas wordt opgewaardeerd tot groen gas. Elke ondernemer die meedoet, heeft dus een eigen mono-mestvergister. De opbrengst van het groene gas delen de ondernemers (naar rato van de geleverde hoeveelheden gas).
Als je een mono-mestvergister plaatst met een verwerkingscapaciteit van maximaal 25.000 ton mest per jaar, heb je een meldingsplicht (melding Activiteitenbesluit). Ook is er een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig. Daarin staat beschreven wat de impact van de mono-vergister is op de omgeving. Meestal zijn deze vergunningen makkelijk te krijgen. Omdat de mest op het eigen bedrijfsterrein blijft, hoef je geen vergunningen aan te vragen voor de aanvoer van mest.
De mest wordt niet vervoerd van veehoudersbedrijven naar een mono-mestvergister. Daarom is er alleen een meldingsplicht. Omwonenden hebben geen last van extra transport.
Door de nieuwe SDE++-subsidieregeling van 2024 is het subsidiebedrag voor kleinere vergisters interessanter geworden. Mono-mestvergisters tot circa 4.500 ton mest per jaar (voor ongeveer 150 koeien) krijgen een hogere bruto garantieprijs voor groen gas dan eerder. Daardoor is het aantrekkelijker geworden om wanneer een grotere mono-mestvergister geen optie is, toch een vergister te plaatsen.
Deze manier van groen gas produceren met mono-mestvergisting heeft een hoge kostprijs. Dat komt door de relatief hoge investeringen, meer onderhoud, hoger energieverbruik, meer arbeid en een complexere organisatie. Biogashubs zijn afhankelijk van de hoogte van de SDE++-subsidie om tot een rendabele businesscase te komen. Deze subsidie stopt na twaalf jaar; daarna is er geen garantie meer op een minimumprijs. Op dat moment zijn biogashubs vaak minder winstgevend.
In biogashubs zitten meerdere ondernemers. Die moeten onderling afspraken maken, bijvoorbeeld over hoe ze de winst verdelen of wat er gebeurt als een ondernemer besluit te stoppen. Daardoor is er een grotere afhankelijkheid van elkaar: wat als twee van de tien ondernemers slechter presteren? Of wat wanneer enkele ondernemers besluiten te stoppen? Dit kan grote gevolgen hebben voor de business case van de centrale unit waar het biogas wordt opgewaardeerd.
Omdat de mono-mestvergisters op verschillende locaties staan, gaat er per locatie veel werk in zitten. Op al die verschillende plekken vindt arbeid en onderhoud plaats. Dat is een van de redenen dat de kostprijs per kubieke meter groen gas zo hoog is. Ondernemers van de biogashub moeten ook investeren in de verzamelleiding en het centrale punt waar het biogas wordt opgewaardeerd. De financiering hiervan is complexer door de juridische structuur en tegengestelde belangen tussen de veehouders.
Investeren in uitbreidingen, zoals een stikstofstripper, is lastig voor biogashubs. Dat komt door de hoge kostprijs per kubieke meter gas, maar ook omdat het financieel niet loont om bijvoorbeeld bij elke kleine mono-mestvergister een stikstofstripper te plaatsen. Ook andere investeringen die inspringen op een veranderende markt of veranderde regelgeving, zijn lastig. Zoals het toevoegen van een droge stofinvoer of productie onder de bijmengverplichting.
Een biogashub opzetten duurt 2 tot 3 jaar.
De investeringskosten van een mono-mestvergisting in combinatie met een biogashub zijn sterk afhankelijk van de grootte van de vergister en het aantal deelnemers. Een adviseur kan je helpen de kosten te berekenen.
Oplossing 5: Vergisting met warmtekrachtkoppeling (WKK)
De mono-mestvergister heeft een warmtekrachtkoppeling (WKK). Het ruwe biogas wordt verbrand en omgezet in een derde groene stroom en twee derde restwarmte. Een deel van de warmte wordt gebruikt om de vergister op temperatuur te houden. De rest gaat naar andere toepassingen, zoals het verwarmen van een stal of mestverwerking. De stroom kan op het bedrijf worden gebruikt en op het elektriciteitsnet worden ingevoed. Het is cruciaal dat de warmte nuttig toegepast moet worden. Anders kom je niet in aanmerking voor de SDE++-subsidie.
Mono-mestvergisting met een WKK is een lage investering. Voor ongeveer € 400.000 kun je zo’n installatie neerzetten. Dat is aanzienlijk lager dan bij groen gasproductie.
Er is geen vergunning nodig voor het plaatsen van de WKK. Voor het plaatsen van de mono-mestvergister heb je wel een meldingsplicht (melding Activiteitenbesluit) en heb je een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig. Daarin staat beschreven wat de impact van de mono-vergister met WKK is op de omgeving. Meestal zijn deze vergunningen makkelijk te krijgen.
De mest wordt meestal niet vanuit andere veehouders aangevoerd. Daarom hoef je geen aanpassing aan te vragen. Vaak is er om deze reden ook geen weerstand vanuit omwonenden.
Voor mono-mestvergisting met een WKK krijg je alleen SDE++-subsidie voor de vrijkomende warmte als je kunt laten zien dat je de opgewekte warmte nuttig gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld door warmte in te zetten om mest in te drogen, gebouwen te verwarmen of om de stikstofstripper te gebruiken. De kunstmestvervanger is alleen vanuit de wetgeving nog niet officieel goedgekeurd. En bij stijgende energieprijzen daalt de subsidie over de benutte warmte.
Er komt wel stroom vrij, maar er is geen markt voor groene stroom uit biogas. Daardoor zijn de GvO-opbrengsten te verwaarlozen. Deze toepassing is dus niet toekomstgericht en zonder SDE-subsidie nooit rendabel. Vooral het nuttig gebruik van warmte is onzeker. Stel dat de stikstofstripper financieel niet meer aantrekkelijk is en wordt uitgezet, dan krijg je ook geen subsidie voor warmte. Dat maakt het verdienmodel onzeker.
Op dit moment kun je de meststof die geproduceerd wordt met een stikstofstripper nog niet gebruiken als kunstmestvervanger. Naar verwachting zal in 2025 het ammoniumsulfaat door Brussel worden erkend als kunstmestvervanger.
Vergisting met warmtekrachtkoppeling opzetten duurt ongeveer 1,5 jaar.
Mono-mestvergisting met een WKK vraagt om een lagere investering dan andere vergistingsmogelijkheden. Voor ongeveer € 400.000 euro kun je de installatie laten plaatsen.
Meer weten over welke oplossing bij jouw bedrijf past?
Neem dan contact op met je accountmanager of plan een afspraak in met een van de mono-mestvergistingexperts van Rabobank.


