Opinie

Elk bedrijf heeft een Chief Energy Officer nodig

17 augustus 2023 16:30 RaboResearch

Voor de meeste Nederlandse bedrijven was ‘energie’ lange tijd geen belangrijk onderwerp. Deze was er gewoon en ook nog eens goedkoop. De tijden zijn veranderd. Daarom is het onderwerp ‘energie’ van strategisch belang geworden en zou ieder bedrijf hier een visie op moeten vormen.

Large industrial building, solar panels and trucks - aerial view

Altijd toegang tot voldoende en goedkope energie – das war einmal

Burgers en bedrijven in Nederland hebben heel lang kunnen profiteren van een zeer betrouwbaar energiesysteem en de beschikbaarheid van goedkope energie. Alleen ondernemingen waarbij een aanzienlijk deel van de kosten in energie zit, zoals de (petro-)chemische industrie en de glastuinbouw, waren bewust bezig met hun energievoorziening en de strategische inkoop (en soms ook verkoop) van energie. Andere bedrijven niet. Energie was er gewoon en was ook nog eens goedkoop.

De tijden zijn veranderd. Zo hebben geopolitieke ontwikkelingen de afgelopen jaren tot hogere energieprijzen geleid. Daarnaast is Nederland bezig met een ingrijpende herinrichting van het energiesysteem. Hoe dat energiesysteem er uiteindelijk precies uit komt te zien, is niet exact te voorspellen. Wel is duidelijk dat de transitie naar dat nieuwe systeem niet vlekkeloos verloopt. Zo zien we nu al uitdagingen op het gebied van beschikbare ruimte, arbeidskrachten en capaciteit van elektriciteitsinfrastructuur en daar kan in de toekomst een (tijdelijk) tekort aan grondstoffen, bepaalde energiedragers en apparatuur zoals batterijen en elektrolyzers bij komen. Dit betekent dat de vanzelfsprekendheid van de beschikbaarheid van voldoende energie tegen een relatief stabiele, lage prijs voorbij is.

Energietransitie gaat gepaard met onzekerheid

De energietransitie leidt dus op verschillende vlakken tot onzekerheid. Vier specifieke punten van onzekerheid licht ik hieronder nader toe, namelijk de toegang tot energie-infrastructuur, het aanbod van energiedragers, de kosten van energie en de beschikbaarheid van apparatuur zoals batterijen, elektrolyzers en elektrische voertuigen.

Toegang tot energie-infrastructuur is niet gegarandeerd

Door de elektrificatie van een deel van de vraag naar warmte en vervoer aan de ene kant en de toename van lokale, hernieuwbare elektriciteitsopwekking aan de andere kant is de elektriciteitsinfrastructuur op veel plekken in Nederland niet meer toereikend om op elk moment de volledige vraag naar of het volledige aanbod van elektriciteit te faciliteren. In veel gebieden is er een wachtlijst voor bedrijven die een nieuw of uitgebreider transportcontract willen afsluiten bij hun netbeheerder. Het verschilt per regio hoe lang deze wachtlijst is en op welke termijn de capaciteit van de infrastructuur wordt uitgebreid. In bepaalde regio’s kan dit wel tot tien jaar duren. Oprichting van een zogenaamde energy hub op een bedrijventerrein kan in sommige gevallen mogelijkheden geven om toch meer elektriciteit af te nemen en in te voeden. Dit vereist echter wel samenwerking en dus afhankelijkheid van andere partijen. Ook de inzet van batterijen kan soms een oplossing zijn voor netcongestie, maar dit vereist een extra investering.

Naast onzekerheid over de beschikbare transportcapaciteit van elektriciteit is er onzekerheid over of en wanneer bedrijven kunnen worden aangesloten op een warmtenet, waterstofinfrastructuur of CCS-infrastructuur.[1] De warmtesector zit momenteel in een impasse vanwege de aangekondigde nieuwe warmtewet. Omdat de details van deze wet nog niet zijn uitgewerkt, weten veel spelers in deze sector niet precies waar ze aan toe zijn en liggen veel projecten stil. De plannen voor de aanleg van een waterstofbackbone en CCS-infrastructuur worden steeds concreter, maar ook in deze processen is onduidelijkheid. Door de val van het kabinet kan de onduidelijkheid langer aanhouden.

Verder is het voor veel bedrijven van belang om te weten wanneer de levering van aardgas in de gebouwde omgeving[2] wordt uitgefaseerd. Gemeenten voeren de regie in dit proces en hebben in 2021 plannen gemaakt waarin staat welke wijken voor 2030 aardgasvrij moeten worden. De uitvoering van deze plannen verloopt tot op heden echter moeizaam en voor de periode na 2030 zijn helemaal nog geen plannen bekend. Dit levert onzekerheid op voor bedrijven die plannen moeten maken om aardgasvrij te worden.

[1] CCS staat voor Carbon Capture and Storage, oftewel het afvangen en opslaan van CO2.

[2] Woonhuizen, bedrijfspanden en maatschappelijke gebouwen.

Aanbod van bepaalde energiedragers is mogelijk beperkt

Zelfs wanneer de energie-infrastructuur geen beperkende factor is, kan het aanbod van bepaalde energiedragers dat wel zijn. Zo waarschuwt TenneT in het rapport Monitoring Leveringszekerheid dat het onzeker is of het energiesysteem in 2030 op alle momenten in de volledige elektriciteitsvraag kan voorzien. Mogelijk is er tegen die tijd een aantal uur per jaar – op windstille en bewolkte momenten – niet genoeg weersonafhankelijke capaciteit om voldoende elektriciteit te produceren. Daarnaast benoemt de overheid in het concept Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) dat het aanbod van groene waterstof, zeker op de korte tot middellange termijn, onzeker is. Op langere termijn zou er mondiaal geen fundamentele schaarste hoeven te zijn, maar de wereldwijde waterstofmarkt moet nog volledig worden opgebouwd. Wat betreft duurzame koolstofdragers[3] geeft het NPE aan dat zelfs op de lange termijn een beperkt aanbod wordt verwacht.

Bedrijven die nog afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen kunnen ook last krijgen van een beperkter aanbod van deze energiedragers. Doordat er wereldwijd steeds minder wordt geïnvesteerd in fossiele brandstoffen, maar de vraag naar kolen, aardgas en aardolie(producten) niet net zo hard mee daalt, kan het aanbod onder druk komen te staan. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarschuwt dan ook voor leveringszekerheidsproblemen en prijsschokken.

[3] Zoals biobrandstoffen en synthetische brandstoffen.

Hoogte toekomstige energierekening moeilijk in te schatten

De afgelopen jaren hebben laten zien dat de energieprijzen plotseling sterk kunnen stijgen (en dalen). Veel bedrijven hebben hier last van gehad. Alhoewel de prijzen nu veel lager liggen dan op het hoogtepunt van de energiecrisis, is te verwachten dat de aardgasprijs in de winter weer oploopt vanwege krapte op de internationale gasmarkt. Omdat aardgas (en steenkool) veruit de meeste uren van het jaar nog prijszettend zijn voor de Nederlandse elektriciteitsprijzen, zal in dat geval ook de prijs van elektriciteit op de groothandelsmarkt stijgen.

Naast schommelingen in de kale marktprijs van energiedragers heeft ook overheidsbeleid invloed op de prijs die afnemers betalen. Onder invloed van Europees beleid is de Nederlandse overheid voornemens de korting van grootverbruikers[4] op de energiebelasting voor aardgas en elektriciteit te verminderen. Precieze uitwerking van dit voornemen moet nog volgen. Daarnaast wil de Europese Unie dat leveranciers van fossiele brandstoffen aan de gebouwde omgeving en de vervoerssector emissierechten gaan inkopen.[5] Ook dit plan moet nog nader worden uitgewerkt, maar als het wordt ingevoerd, zullen de kosten van deze rechten worden doorberekend in de prijs van onder andere aardgas, benzine en diesel.

Op langere termijn is er ook veel onzekerheid over de energieprijzen. Zo is net al benoemd dat het IEA risico’s ziet voor prijsschokken van aardgas en aardolieproducten, omdat het aanbod sneller terugloopt dan de vraag. Daarnaast zullen er door een toename van voornamelijk windparken op zee steeds meer momenten komen waarop de elektriciteitsprijzen laag zijn, maar bij onvoldoende opslagcapaciteit, weersonafhankelijke productiecapaciteit en vraagsturing kunnen er ook steeds meer momenten komen waarop het aanbod van elektriciteit zeer laag en de elektriciteitsprijs dus zeer hoog is.

[4] Klanten met een elektriciteitsaansluiting van meer dan 3x80 ampère of klanten met een gasmeter die meer dan 40 m3 per uur doorlaat zijn grootverbruikers.

[5] De elektriciteitssector en een deel van de industrie vallen al onder het zogeheten Europese systeem voor emissiehandel (ETS). Bedrijven in deze sectoren moeten rechten kopen voor de uitstoot van broeikasgassen. De Europese Unie wil dat ook alle andere sectoren (kleinschalige industriële bedrijven, gebouwde omgeving en vervoer) gaan betalen voor de uitstoot van broeikasgassen. In dit geval zal niet de consument rechtstreeks rechten hoeven in te kopen, maar wordt de verplichting neergelegd bij de leverancier van de brandstoffen. Voor meer informatie over het bestaande ETS, zie het artikel: EU ETS Basics: How a market can help reduce GHG emissions . Binnenkort volgen meer artikelen over dit onderwerp.

Mogelijke leveringsproblemen van apparaten die essentieel zijn voor de energietransitie

De energietransitie zorgt voor een sterk toenemende vraag naar mineralen zoals koper, lithium, kobalt en nikkel. Deze mineralen zijn namelijk nodig voor onder meer batterijen, windturbines, zonnepanelen, energie-infrastructuur en bepaalde typen elektrolyzers. Alhoewel er ook steeds meer wordt geïnvesteerd in de winning en raffinage van dergelijke mineralen, waarschuwen verschillende organisaties dat het onzeker is of het aanbod de stijgende vraag kan bijbenen. En zelfs als dat zo is, is er nog een ander risico. Een aantal landen domineert namelijk de toeleveringsketens van veel voor de energietransitie cruciale mineralen. Met name China heeft een dikke vinger in de pap, wat Nederland (en Europa) erg afhankelijk maakt en China de mogelijkheid geeft om exportrestricties op te leggen of specifieke voorwaarden te verbinden aan de levering van cruciale mineralen. Dit alles kan leiden tot hogere prijzen van de desbetreffende grondstoffen en daardoor ook tot hogere prijzen van de apparaten waarin deze grondstoffen worden verwerkt. Ook kan het leveringsproblemen en tekorten opleveren.

Kansen en risico’s voor bedrijven

De zojuist beschreven onzekerheden die gepaard gaan met de energietransitie leiden tot zowel kansen als concrete risico’s voor bedrijven. Zo zijn onvoorspelbare en mogelijk hoge energiekosten een risico. Het afsluiten van langetermijncontracten voor energie geeft zekerheid, maar weinig flexibiliteit. Hierdoor bestaat het risico dat concurrenten met variabele contracten op een bepaald moment profiteren van lagere energieprijzen, wat hun een voordeel geeft.[6] Naast langetermijncontracten afsluiten, is investeren in eigen opwek (en eventueel ook opslag) van energie een manier om de kosten voorspelbaar te maken. Dit heeft echter als nadeel dat hier vrij hoge investeringskosten mee gemoeid gaan die in een keer moeten worden opgebracht.[7] Daarnaast kan ook in dit geval minder of niet worden geprofiteerd van eventuele lage marktprijzen van energie. Minder energie verbruiken is de enige manier om de hoogte van de toekomstige energierekening met zekerheid te verlagen zonder het risico te lopen dat concurrenten gebruik kunnen maken van lagere energietarieven. Bedrijven die hierin slagen, hebben een competitief voordeel.

[6] Uiteraard is het omgekeerde ook mogelijk, namelijk dat concurrenten met variabele contracten last krijgen van hogere energieprijzen.

[7] Leasen kan een oplossing bieden voor hoge eenmalige investeringskosten.

Voorbeeld 1: Industriële bakkerijen willen energieverbruik verminderen

Industriële bakkerijen verbruiken veel aardgas en soms ook veel elektriciteit (bijvoorbeeld voor koelcellen). Door de energiecrisis is de energierekening van deze bedrijven aanzienlijk gestegen. Daarnaast is de beschikbaarheid van aardgas (op langere termijn) geen zekerheid. Daarom wil deze subsector het energieverbruik terugdringen. Zo worden panden beter geïsoleerd en productieprocessen energie-efficiënter gemaakt. Daarnaast kijken bedrijven naar toepassing van elektrische of hybride ovens, soms in combinatie met eigen zonnepanelen. Marlous Booijink, CFO van Pandriks Bake Off bevestigt dit: “Met alle ontwikkelingen van vorig jaar is de energievoorziening een belangrijk punt op Pandriks’ strategische agenda. Zij beïnvloedt namelijk de continuïteit van ons primaire proces. Wij zijn daarom lid van energiecoöperatie Industriepark Meppel Noord en we denken na over opslag van energie, de overstap naar elektrische ovens en het gebruik van waterstof.”

Een ander risico is dat bedrijven zich vanwege de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet niet meer overal kunnen vestigen, dat uitbreiding van bedrijfsactiviteiten en/of de invoeding van zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit lastiger kan zijn en dat het elektrificeren van bedrijfsprocessen en vervoer kan worden belemmerd.

Voorbeeld 2: Creatieve ondernemer vindt oplossing voor beperkte transportcapaciteit

In grote delen van Nederland is sprake van transportschaarste op het elektriciteitsnet. Dit betekent dat het vaak niet meer mogelijk is om transportcapaciteit voor een grootverbruikaansluiting aan te vragen. Het verkrijgen van transportcapaciteit voor een kleinverbruikaansluiting is nog wel mogelijk. Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE) maakte vorig jaar melding van een spuitgietproducent die een nieuw bedrijfspand kon openen door te investeren in zonnepanelen en batterijopslag, waardoor het uit kon met een kleinverbruikaansluiting.

De beperkingen die het volle elektriciteitsnet met zich meebrengt – bijvoorbeeld voor het elektrificeren van het wagenpark – kunnen ook grote gevolgen hebben voor het bestaansrecht van een bedrijf. Bijna dertig grote gemeenten voeren bijvoorbeeld tussen 2025 en 2030 een verbod in op vrachtwagens en busjes die op fossiele brandstoffen rijden. Voor bedrijven die in die gemeenten actief zijn, betekent doorrijden op benzine of diesel verlies van (een deel van) de klanten en omzet. In het uiterste geval moet een bedrijf zijn activiteiten zelfs beëindigen als het niet lukt om het wagenpark te elektrificeren. Ondernemingen die op tijd zijn begonnen met deze transitie kunnen juist profiteren van deze situatie. Aan de andere kant zijn voorlopers bang dat de huidige problemen bij het elektrificeren van vrachtvervoer leiden tot uitstel van het verbod, waardoor zij (nog) niet kunnen profiteren van de hogere investeringen die ze hebben gedaan.

Voorbeeld 3: Emissievrij vervoer binnensteden grote uitdaging voor sommige bedrijven

De komende jaren voeren verschillende steden milieuzones in die het gebruik van vrachtwagens en busjes op diesel en benzine verbieden. Dit raakt vooral bedrijven in de logistieke sector. Het Financieele Dagblad publiceerde onlangs een artikel waaruit blijkt dat veel ondernemers moeite hebben met de omschakeling naar elektrische bedrijfswagens. Dit komt onder meer doordat subsidiepotjes snel leeg zijn, elektrische vervoersmiddelen duurder zijn dan fossiele varianten en de laadinfrastructuur (nog) beperkt is. Ook speelt mee dat sommige bedrijven zich pas recent bewust zijn geworden van deze regels, terwijl al in 2014 is afgesproken dat steden vanaf 2025 emissievrij worden bevoorraad.

Congestieproblematiek, onzekerheid rondom de beschikbaarheid van hernieuwbare warmte en waterstof(-infrastructuur) en lange lever- en installatietijden van bijvoorbeeld e-boilers, warmtepompen, elektrische voertuigen, zonnepanelen, batterijen en elektrolyzers kunnen ook eigen verduurzamingsdoelen van bedrijven onder druk zetten. Deze doelen kunnen voortkomen uit idealisme, strategie of de vraag van klanten of aandeelhouders. Niet kunnen voldoen aan deze doelen kan op termijn grote gevolgen hebben. Uiteindelijk zal namelijk elk bedrijf ervoor moeten zorgen dat het naar 2050 toe mee kan doen in een economie die klimaatneutraal en circulair is. Producten en diensten die daar niet mee in lijn zijn, hebben geen toekomstperspectief.

Energie(transitie) is voor elk bedrijf van strategisch belang

De energietransitie gaat gepaard met onzekerheden, tekorten, lange levertijden en volatiliteit. Aan de ene kant is dit een kans, wanneer je beter op de ontwikkelingen inspeelt dan de concurrent. Om dit goed te kunnen doen, is kennis van de energietransitie nodig. Aan de andere kant leidt de energietransitie tot risico’s, die in het ergste geval zelfs de bestaanszekerheid van een organisatie in gevaar kunnen brengen. Daarom is het van groot belang dat bedrijven – van klein tot groot – strategisch nadenken over de energietransitie en hun energievoorziening. In een jaarlijks energietransitieplan zou bijvoorbeeld aandacht moeten zijn voor het tijdig anticiperen op toekomstige wet- en regelgeving, verduurzaming van het productieproces en het wagenpark (inclusief de benodigde laadinfrastructuur), de in- en verkoop van energie en flexibilisering van de energievraag. Uiteindelijk moet elk bedrijf een visie ontwikkelen op hoe het in 2050 klimaatneutraal en circulair is, anders is de onderneming niet toekomstbestendig. Daarom heeft wat ons betreft elk bedrijf een CEO, oftewel Chief Energy Officer, nodig.


Dit artikel is eerder verschenen bij Energiepodium