Update
Hoe circulair bouw jij? 4 vragen om dit te toetsen
Voor een duurzame toekomst is circulariteit een noodzakelijke voorwaarde. Voor veel ondernemers in de bouw is circulariteit nog relatief onbekend. Laat staan dat het gemeten wordt. Bouwen is tegenwoordig al ingewikkeld genoeg. Moeten we het dan ook nog over circulariteit hebben? Jazeker! Circulariteit wordt alleen maar belangrijker. Waarom dat zo is en hoe we samen circulair bouwen stimuleren en meten lees je in deze update, aan de hand van één doel, twee middelen, drie methoden en vier vragen.

In het kort
Eén doel: een leefbare planeet
Circulariteit is een strategie om negatieve milieu-impact te verminderen. Onze ecologische voetafdruk is nu te groot om op termijn een leefbare planeet te behouden. Lang leek dat abstract en ver weg, maar er gaat inmiddels geen dag voorbij of we lezen over de desastreuze effecten van klimaatverandering in het nieuws. De gebouwde omgeving is volgens een rapport van de Verenigde Naties (VN) verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde CO2-emissies en 33% van al het afval. Dat moet én kan anders. Voor Rabobank is dit niet alleen een maatschappelijke opdracht, maar ook nodig om toekomstbestendig te kunnen blijven financieren. Als bank willen we daarom de waarde van materialen in de bouw beter begrijpen en op de juiste wijze leren waarderen.
Twee manieren om de doelen te halen
In het Parijsakkoord uit 2015 zijn wereldwijde klimaatafspraken gemaakt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Eén van de belangrijkste maatregelen is het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen en de schadelijke stoffen die daarbij vrijkomen. Een andere manier is zorgvuldiger omgaan met grondstoffen en het hergebruiken van materialen. Niet alleen voorkomt het onomkeerbare klimaatverandering en de rampen die daaruit resulteren, ook voorkomt het ‘waste’.
Het is ecologisch én economisch gezien zonde dat we grondstoffen onderbenutten of simpelweg weggooien. Uit onderzoek van McKinsey in 2024 blijkt dat de waarde van grondstoffen die we onvoldoende benutten miljarden euro’s bedraagt. Daarnaast leidt efficiënter omgaan met materialen tot directe kostenbesparingen. Want als er minder materiaal nodig is, of bestaand materiaal slimmer kan worden ingezet, dalen de inkoopkosten. Een derde argument voor meer circulariteit is van een heel andere orde, namelijk geopolitiek. Als internationale handel door conflicten stilvalt, verkleint hergebruik van grondstoffen op eigen continent deze geopolitieke afhankelijkheid en stelt het de beschikbaarheid van middelen veilig.
De Europese Unie (EU) wil de circulaire economie versnellen. Onder andere met de EU Green Deal: een groot pakket aan duurzaamheidsmaatregelen, waaronder het Circular Economy Action Plan (CEAP). Daarin is specifieke aandacht voor de bouwsector. Ook in Nederland liggen de ambities hoog. Namens de overheid zet de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in op een volledig circulaire economie in 2050. Een belangrijke tussenstap is 2030. Dan moet Nederland 50% minder metalen, mineralen en fossiele grondstoffen gebruiken (bron: CEAP). Of we die doelen gaan halen is onzeker, maar van afstel is geen sprake.
We noemden al dat de bouw een grote voetprint heeft. Dat gaat om zowel het bouwen zelf (Embedded Carbon Emissions) als ook in de gebruiksfase (Carbon Emissions in use). Daarin moeten stappen worden gezet. Meten wat we doen en hoe we verbeteren, is daar een onmisbaar onderdeel van. Daarom is het van belang dat we nu starten met het verzamelen van data en informatie over circulariteit in de bouw.
Drie instrumenten om circulariteit te meten
Om onze voortgang in bovenstaande doelen te kunnen bepalen en meten, zullen we het begrip circulariteit moeten kwantificeren. Daarvoor bestaan verschillende instrumenten. We bespreken er nu drie.
Milieu Prestatie Gebouwen
De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) is een methodiek die de (negatieve) impact van een gebouw op het milieu meet over de hele levensduur. Het drukt de totale milieu-impact van een gebouw uit in een bedrag per vierkante meter per jaar. Het geldt alleen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouwwoningen en nieuwbouw kantoren groter dan 100m2. De huidige grenswaarden per 2025 zijn voor woningen (75 jaar) € 0.8/m2/jaar, en voor kantoren (50 jaar) € 1.0/m2/jaar.
Milieu Kosten Indicator
De Milieukostenindicator (MKI) is een meetinstrument om de milieubelasting van producten, processen of bouwwerken uit te drukken in één getal: de milieukosten in euro’s per eenheid. De MKI geeft een geldwaarde aan de milieuschade die ontstaat tijdens de hele levenscyclus van een product of project. Van grondstofwinning en productie tot gebruik en eventuele recycling. Door circulaire materialen te gebruiken, verbetert de MKI-score.
MKI gebruikt dezelfde milieudata als MPG, maar is breder toepasbaar en wordt in euro's per eenheid product uitgedrukt. Een gebouw heeft één MPG-waarde, en bestaat uit materialen met afzonderlijke MKI-scores. Met beide meetinstrumenten kun je de belasting op het milieu kwantificeren en de mate van circulariteit uitdrukken.
Carbon Risk Real Estate Monitor
Een derde instrument om te berekenen of gebouwen nu en in de toekomst voldoen aan de gestelde duurzaamheidsdoelen, is de Carbon Risk Real Estate Monitor (CRREM). Dit wetenschappelijk onderbouwde raamwerk toont de CO2-intensiteit per vierkante meter en is speciaal ontwikkeld voor de vastgoedsector. Het gebruik van meer secundaire en biobased materialen leidt tot een gunstigere CRREM-score. Bovendien geeft dit raamwerk ook een tijdlijn mee op het moment dat de eisen strenger worden. Dat is specifiek voor financiële instellingen nuttig om de impact op CO2-reductie gedurende de looptijd van een financiering te monitoren (zie onderstaand figuur).
Figuur 1: Stranding Diagram

Door de tijd heen worden eisen steeds strenger om CO2 te reduceren, gebeurt dit onvoldoende dan worden assets stranded, dit betekent ongeschikt.
Vier vragen om circulariteit te beoordelen
Weten én meten of je circulair bezig bent, is niet eenvoudig. De milieuprestatie of CO2-reductie alleen zegt niet genoeg. Er is niet één cijfer waarin je de mate van circulariteit kunt uitdrukken. De volgende vier vragen helpen wel bij het krijgen van inzicht in de mate van circulariteit die wordt toegepast en wat de waarde daarvan is.
Vraag 1: is er al een LevensCyclusAnalyse van het gebouw?
Een levenscyclusanalyse (LCA) analyseert alle milieueffecten van een gebouw van wieg tot graf:
Vraag 2: is de R-ladder gebruikt?
De R-ladder rangschikt strategieën voor circulariteit en duurzaam grondstoffengebruik. In de context van gebouwen wordt de R-ladder gebruikt om circulair bouwen te stimuleren door prioriteit te geven aan strategieën die het meeste milieuwinst opleveren.
Figuur 2: De 10 treden van de R-ladder

Vraag 3: Wat is het mining potentieel van het gebouw?
Het mining potentieel van een gebouw verwijst naar de waardevolle materialen die in een gebouw aanwezig zijn en die, als het gebouw in de toekomst gerenoveerd of gesloopt wordt, kunnen worden geoogst (of gemijnd). De materialen die in de toekomst benut kunnen worden, worden gekwantificeerd en krijgen een economische waarde. Omdat veel materialen alleen maar schaarser worden, zoals koper, staal, aluminium en kunststoffen, gaan de prijzen waarschijnlijk stijgen. Daarmee neemt ook het mining potentieel toe. De wijze waarop materialen teruggewonnen worden (losmaakbaarheid), heeft daarbij een cruciale rol.
Vraag 4: Is er een digitaal materialenpaspoort?
Een materialenpaspoort is een digitaal document waarin alle materialen en producten die in een gebouw zijn toegepast, gedetailleerd zijn vastgelegd. Het doel is om inzicht te geven in de samenstelling, herkomst, milieubelasting en herbruikbaarheid van materialen. Nu en in de toekomst.
Van meten naar waarde: een gezamenlijke opgave
Voor een duurzame toekomst is circulariteit een noodzakelijke voorwaarde. Voor jou als ondernemer en voor ons als bank is het belangrijk om die circulariteit te kunnen meten. Dit is helaas niet in één cijfer uit te drukken. Drie meetinstrumenten die ons kunnen helpen zijn de MPG, de MKI en de CRREM. Ook het beantwoorden van vier relevante vragen maakt circulariteit inzichtelijker. Deze vragen gaan over de LCA, de R-ladder, het mining potentieel en een digitaal materialenpaspoort. Dit helpt ons om een ecologische en economische waarde toe te kennen aan een gebouw, zodat we samen aantoonbaar de voetafdruk van de bouw verkleinen en toch toekomstbestendig blijven bouwen.
Voor Rabobank is het vanzelfsprekend dat circulair bouwen onderdeel is van een gezond businessmodel voor bouwondernemers. Wil je hierover sparren of meer weten over de laatste cijfers, trends en ontwikkeling in de bouw? Lees onze updates of neem contact op met sectorspecialisten Geert Dirkse of Maurits Hilwig.