Onderzoek
Voorgestelde suikertaks raakt één op de vijf supermarktproducten
Het nieuwe kabinet wil een belasting invoeren op verpakte voedingsmiddelen met 6% suiker of meer. Door deze suikertaks stijgt de gemiddelde voedingsprijsinflatie in 2030 met minstens 2 procentpunt. Van sommige producten kan de prijs stijgen met 10% tot 20% of meer. We gaan dieper in op de mogelijke implicaties van de suikertaks voor producenten en consumenten.

In het kort
De nieuwe regering is voornemens om een suikertaks in te voeren. Er is nog veel onduidelijk over het hoe en wat, maar uit de bijlage van het regeerakkoord valt in ieder geval op te maken dat het kabinet zichzelf de taak heeft gesteld om vanaf 2030 netto 850 miljoen euro per jaar op te halen bij producenten via een extra belasting op suikerhoudende voedingsmiddelen.
De taks wordt geheven over voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van meer dan 6% op het etiket.
In de budgettaire tabellen zijn de incrementele uitgaven en inkomsten uit het regeerakkoord opgenomen. Dat betekent dat de nieuwe suikertaks boven op de ongeveer 700 miljoen euro komt die de overheid jaarlijks int via de al langer bestaande bijzondere verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken.
Voedingsprijsinflatie stijgt met minstens 2 procentpunt in 2030
In de praktijk zullen consumenten in 2030 te maken krijgen met een suikertaks van tenminste 1 miljard euro. Uit de budgettaire tabellen valt immers af te leiden dat, naast de al genoemde 850 miljoen euro, ook de geraamde 50 miljoen euro aan jaarlijkse uitvoeringskosten bij de overheid op het bordje van de producenten terecht komt. Op het totaal aan extra heffingen komt daarna nog 9% btw.
Naar verwachting komt de totale omzet van voedingsmiddelenverkopen in Nederlandse supermarkten in 2030 uit op grofweg 45 miljard euro, uitgaande van een gemiddelde jaarlijkse inflatie van 2,5%. Door de extra 1 miljard euro aan suikerbelasting stijgen de gemiddelde voedingsprijzen in het jaar van invoering dus met ten minste 2 procentpunt extra.
Het grootste deel van deze prijsverhoging zal in het supermarktkanaal terecht komen. Voorverpakte voedingsmiddelen worden minder vaak in speciaalzaken of foodservice-gelegenheden verkocht.
Suikertaks voor bijna 20% van het supermarktassortiment
In de supermarktschappen liggen duizenden verschillende producten die tenminste 6% suiker bevatten. Dit geldt natuurlijk voor snoep, koek, gebak, ijs, frisdrank, toetjes en sommige ontbijtgranen. Maar ook minder voor de hand liggende producten, zoals bijvoorbeeld kruidenmixen, augurken, zeekraal, naanbrood en babi pangang, horen tot de getroffen producten. In totaal gaat het om een kleine 20% van het hele supermarktassortiment.
Dat is tenminste zo op basis van de huidige productformuleringen. Voedingsmiddelenproducenten zullen de komende jaren proactief hun producten tegen het licht houden, om daar waar mogelijk via herformulering het suikergehalte onder de 6% te brengen.
Zoetwaren, ijs en toetjes mogelijk 20% duurder
Omdat er van veel suikerhoudende producten zoals mayonaise, ketchup, frisdranken et cetera ook ‘light’-versies bestaan, loopt de 6%-grens dwars door productcategorieën heen. Bovendien zullen producenten proberen om hun producten aan te passen om onder de suikertaks uit te komen, zoals we hierboven al aanhaalden. Daarnaast is het vooralsnog onduidelijk of niet-alcoholische dranken überhaupt onder de nieuwe suikertaks gaan vallen, omdat er dan sprake zou zijn van een dubbele belastingheffing (aangezien over deze producten ook al een bijzondere verbruiksbelasting wordt geheven).
Het is derhalve lastig om een inschatting te maken van de totale omzet die binnen de werkingssfeer van de nieuwe belastingmaatregel valt.
Productcategorieën met een relatief hoog suikergehalte, en waarin suiker een belangrijk bestanddeel van de structuur van het product is, zoals snoep, koek, chocolade, zoet broodbeleg, toetjes en patisserie genereerden in 2025 opgeteld 4,7 miljard euro aan consumentenomzet (zie figuur 1).
Figuur 1: Suikerbelasting treft beperkt deel van totale voedingsomzet in supermarkten

De andere voedingscategorieën waarvoor de nieuwe suikertaks momenteel (deels) geldt, maar waarvan lastig in te schatten is of en in hoeverre dat in 2030 nog zo is, vertegenwoordigden vorig jaar ruwweg 1,7 miljard euro aan omzet.
De niet-alcoholische dranken, inclusief (light-)frisdranken, zuiveldranken en alcoholvrij bier, waren in 2025 goed voor een consumentenomzet van ongeveer 3,5 miljard euro.
Met alle voorbehouden van dien ligt de omzet waarop de nieuwe suikertaks ingrijpt in 2030 grofweg ergens tussen de 5 miljard en 10 miljard euro. Dit betekent dat producten met meer dan 6% suiker in ieder geval 10% duurder zullen worden. Maar waarschijnlijk gaat de prijsstijging eerder richting de 20%.
In deze berekeningen gaan we er wel van uit dat alle producten met meer dan 6% suiker even zwaar worden belast (flat-rate) en dat de supermarkten de suikertaks één-op-één doorberekenen aan de consument en dat ze over dit bedrag geen marge-opslag rekenen.
Herformuleren kan helpen om suikerconsumptie te verlagen
Net als met de bijzondere verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken lijkt budgettaire opbrengst het primaire doel van de nieuwe suikertaks. De suikertaks is volgens het regeerakkoord taakstellend, dus het kabinet verwacht die 850 miljoen euro linksom of rechtsom echt binnen te halen om zijn begroting sluitend te maken.
Een lagere suikerconsumptie (en de gezondheidswinst die dat moet opleveren) is een secundaire doelstelling. Of dit doel gehaald wordt is lastiger te beoordelen. De prijselasticiteit op chocolade blijkt in ieder geval vrij laag te zijn. In vijf jaar tijd steeg de prijs van chocoladeproducten in de supermarkt met ongeveer 50%. Deze enorme prijsstijging leidde in Nederland tot een volumedaling van ‘slechts’ 10%, met name omdat consumenten overstapten naar goedkopere alternatieven binnen hetzelfde schap, zoals huismerken.
Eenzelfde patroon zien we bij bijvoorbeeld drop of koek. Sinds begin 2021 zijn de prijzen in deze categorieën met ruim 35% gestegen, terwijl de volumes over dezelfde periode met slechts 3% afnamen.
Het invoeren van een vorm van suikerbelasting op frisdranken in onder andere Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk heeft de afgelopen jaren geresulteerd in een daadwerkelijke verlaging van de suikerinname bij consumenten vanuit deze categorie. Een groot deel van de verminderde suikerconsumptie komt op het conto van herformuleringen door producenten (ze bieden de facto minder suiker aan). Daarbij moet wel worden opgemerkt dat deze landen een gestaffelde belastingheffing kennen (hoe hoger het suikerpercentage, hoe hoger het tarief), dat frisdranken zich makkelijker lenen voor het vervangen van suiker door zoetstoffen dan veel vaste voedingsmiddelen en dat het marktaandeel van light-frisdranken in Nederland al relatief hoog is.
Een suikerbelasting op vaste voedingsmiddelen komt minder vaak voor in Europa. Denemarken bouwt de suikerbelasting momenteel af, onder meer omdat de taks leidt tot meer aankopen van suikerhoudende producten in buurlanden. In Hongarije kennen ze sinds 2011 een bredere publieke gezondheidsbelasting op sommige categorieën van voorverpakte voedingsmiddelen. Naast een verschuiving van de vraag naar gezondere producten zagen ze daar een positieve impact van enerzijds herformuleringen, maar ook van de toegenomen aandacht voor gezondere voeding.
The devil is in the detail
Veel vragen staan nog open. Zo weten we bijvoorbeeld nog niet welke productcategorieën precies onder de voorgenomen belastingmaatregel vallen en hoe deze maatregel zich zal verhouden tot de bijzondere verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken. Daarnaast hebben we met de discussie rondom de btw-vrijstelling voor groenten en fruit gezien dat het heel lastig is om de definities zo te stellen dat er geen sprake is van belastingdiscriminatie.
Die uitdaging bestaat op productniveau: als onverpakt vers fruit niet suikerbelastingplichtig is, waarom zou er dan over voorgesneden koelvers fruit, diepvriesfruit of fruitconserven zonder toegevoegde suikers wel een suikerbelasting moeten worden betaald?
Maar op kanaalniveau speelt hetzelfde: gebak in de supermarkt wordt tot 20% duurder, maar een onverpakt gebakje bij de ambachtelijke bakker aan de overkant van de straat kan zomaar vrijgesteld zijn van suikertaks.
De komende tijd moet dus nog blijken hoe het nieuwe kabinet deze maatregel precies wil vormgeven.
