Update
Nederlandse mondzorg heeft goed perspectief, maar kent ook de nodige uitdagingen
De vraag naar mondzorg groeit, terwijl het aantal tandartsen in ons land onder druk staat door onder meer een beperkte instroom en de vergrijzing. Circa 30% van de praktijken heeft een patiëntenstop. Toch weten veel mondzorgondernemers te groeien dankzij een goede samenwerking tussen tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten. De belangstelling voor de opleiding tot tandarts blijft groot en dat biedt toekomstperspectief. Mondzorg geldt als een van de meest succesvolle preventieve interventies, maar het blijft een uitdaging om voldoende praktijkhoudende tandartsen te vinden, passende duurzame huisvesting te realiseren en alle Nederlanders te bereiken met goede mondzorg. Dit artikel gaat in op de actuele marktontwikkelingen.

In het kort
Mondzorg is voorbeeld van preventie in de vitale gemeenschap
De toekomst van de zorg draait om het gezond houden van mensen en gemeenschappen, zodat zij zelf de regie kunnen houden. Niet het zorgaanbod, maar burgers staan centraal. Een geschikte woning, een sociaal netwerk, dagbesteding, beweging, gezonde voeding en het voorkomen van verslaving en schulden zijn net zo belangrijk als professionele zorg. Voor een toekomstbestendige zorg moeten we in Nederland focussen op de leefomgeving en de principes van de ‘blue zones’, die passen bij het gemeenschapsleven. ‘Blue zones’ zijn gebieden wereldwijd waar mensen het langste leven. Samenwerking vormt het uitgangspunt voor een vitale samenleving in 2040. Brede welvaart vraagt om samenwerking tussen de overheid, de zorg, het bedrijfsleven en de publieke sector. Denk aan woonoplossingen voor ouderen en jongeren, sociale cohesie, gezond gedrag, betaalbaar voedsel en technologische ondersteuning. Ook creatieve oplossingen voor de arbeidsmarkt zijn nodig, zoals flexibele arbeidsvoorwaarden.
In 2024 heeft bijna 82% van de Nederlandse bevolking naar eigen zeggen tenminste één keer de tandarts bezocht. De mondzorg in Nederland is een van de beste geslaagde zorginterventies op preventie. In de afgelopen jaren hebben de tandarts, de mondhygiënist en preventie-assistent deze preventie samen immers naar een hoger niveau gebracht, waarbij de bekostiging zowel binnen als buiten het zorgsysteem is gerealiseerd. Het behoud van de zesjarige opleiding is hierbij als een belangrijk winstpunt te zien.
Hoewel het aantal Nederlanders dat gebruik maakt van mondzorg jaarlijks toeneemt, zijn er ook nog steeds mensen die om diverse redenen de tandarts niet bezoeken. In de Kamerbrief van het ministerie van VWS van december 2025 staat dat circa 640.000 volwassenen om financiële redenen niet eens per twee jaar naar de tandarts gaan. In deze Kamerbrief komen vier opties aan bod: een landelijke financiële regeling, een landelijke uniforme aanvullende zorgverzekering, een nieuwe gemeentepolis met basisverzekering en mondzorg en een noodfonds. De gezondheidsverschillen in Nederland nemen toe, de huidige regelingen per gemeente zijn te divers en veel mensen kunnen geen aanvullende verzekering betalen. Het is aan het nieuwe kabinet om hierover te besluiten.
Het aanbod van tandartsen staat onder druk
Figuur 1: Regionaal grote verschillen in tandartsaanbod

Per januari 2025 zijn er 9.555 actieve tandartsen volgens de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (KNMT) tandartsenadministratie. Ten opzichte van 2021 toen de KNMT 9.777 tandartsen registreerde, is het aantal tandartsen dus afgenomen met gemiddeld 55 per jaar. Ook zien we een ongelijke regionale verdeling in het land. Dit komt mede doordat de opleidingsplaatsen Amsterdam, Groningen en Nijmegen onder tandartsen ook populair zijn als woonplaats. Werken met dependances, zoals met enig succes in de huisartsenbranche is gedaan, is hierbij niet rendabel vanwege de lage aantallen studenten en de hoge investeringskosten van de opleiding. Ideeën om per studiejaar tien plekken toe te wijzen aan Zeeland, tien aan Limburg en tien aan Friesland of verplichte stageplekken in de periferie zijn vooralsnog niet gerealiseerd.
Uit het Capaciteitsplan 2027-2030 komt naar voren dat de jaarlijkse instroom van tandartsen moet worden verhoogd naar 386. Met dit aantal is er in 2043 een balans tussen vraag en aanbod. De huidige instroom in de opleiding bedraagt 285 studenten. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft besloten het aantal studieplaatsen stapsgewijs uit te breiden naar 290 in 2027. Positief is dat een uitbreiding van opleidingsplaatsen ook aansluit bij de vraag van de studenten. Want in tegenstelling tot huisartsen en fysiotherapeuten worden alle opleidingsplaatsen bij tandartsen ingevuld. Nadeel is dat Nederland voor voldoende aanbod van mondzorg afhankelijk blijft van tandartsen met een buitenlands diploma, wat voor de langere termijn een onzeker perspectief biedt voor de patiënt vanwege de kans dat de tandarts in kwestie terug gaat naar het moederland. Naar verwachting 1.240 tandartsen van 62 jaar en ouder gaan tot en met 2030 met pensioen (bron: Dentz, 2023).
Onduidelijkheid in de wetgeving rondom zzp’ers maakt jonge tandartsen terughoudend in het maken van keuzes in hun loopbaan. De branche kent van oudsher bovengemiddeld veel zzp’ers. De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) moet duidelijker maken wanneer sprake is van werknemerschap en echte zelfstandigheid. Het wetsvoorstel ligt in de Tweede Kamer, maar het is onzeker of de nieuwe Tweede Kamer dit gaat aannemen. Hoewel het kabinet heeft besloten om dit jaar geen verzuimboetes op te leggen aan opdrachtgevers die werken met schijnzelfstandigen, blijft het een belangrijk thema op de arbeidsmarkt in de mondzorg. De invoering van de wetgeving laat naar verwachting nog geruime tijd op zich wachten, omdat het nieuwe kabinet een andere koers wil varen met de inzet van een nieuwe Zelfstandigenwet.
Positieve ontwikkelingen in bedrijfsvoering
Door de toegenomen aandacht voor schaalgrootte - zowel in het aantal behandelstoelen als in het aantal vestigingen en zowel bij zelfstandige tandartsen als bij ketenaanbieders - worden verkoopprijzen van drie tot zeven keer de EBITDA betaald. EBITDA geeft weer hoeveel een praktijk operationeel verdient, dus de netto winst met toevoeging van financieringskosten, belastingen en afschrijvingen. Het is daarmee een belangrijke maatstaf voor de werkelijke verdienkracht van een praktijk. Factoren die van invloed zijn op de hoogte van de verkoopprijs en de goodwill zijn het aantal patiënten die jaarlijks de praktijk bezoeken, het aantal stoelen, de aanwezigheid van mondhygiënisten, tandartsspecialisaties en de regio. Rabobank verwacht vanwege de tarievendaling van 1,12% bij de verwachte inflatie van 2,2% dit jaar een daling van het winstniveau van de praktijk. De verkoopprijs wordt meestal bepaald op basis van de meerjarige verdiencapaciteit. Ook opteren steeds meer jonge tandartsen voor het starten van een zogeheten nul-praktijk, dus een praktijk starten zonder patiënten, waardoor overnemen niet meer de enige optie is. Opvallend is dat bij transacties tussen individuele partijen het gebruik van een achtergestelde lening door de verkopende partij veelal bespreekbaar is. Dit maakt het voor kopers eenvoudiger om de financiering rond te krijgen en vergroot daarmee de overdrachtsmogelijkheden.
Uit onderzoek van de vereniging Bevlogen Tandartsen uit 2025 blijkt dat er ruim 500 praktijken in handen zijn van private equity-eigenaren. Dit komt neer op zo’n 13% van de praktijken, waarbij zij een geschat omzetaandeel van 30% hebben. Er zijn ruim 21 actieve ketens in Nederland en 60% van de overnames kwam van private equity (2023). De grootste private equity-eigenaren zijn Nordic Capital (Zweeds), Jacobs Holding (Zwitsers) en Axcel (Deens). Vanaf 2023 daalt het aantal overnames door deze partijen van 66 in 2023 tot 41 in 2025. Wij verwachten nog wel een verdere groei van het aantal praktijken die werken met private equity. In deze branche blijft overigens voldoende ruimte voor zelfstandig ondernemerschap van tandartsen, die op voldoende schaalgrootte werken en een goede werkgever zijn. Zowel voor ketens als voor zelfstandig ondernemers blijft lange-termijnfocus belangrijk, waarbij toegankelijkheid, kwaliteit en maatschappelijke oriëntatie centraal moeten staan.
Tandartspraktijken kunnen hun rendement verbeteren door de inzet van nieuwe technologie, met name kunstmatige intelligentie (AI). AI-systemen analyseren röntgenfoto’s snel en kunnen gaatjes vroegtijdig detecteren, wat leidt tot efficiëntere diagnoses en snellere behandeling. Tegelijkertijd blijft menselijke beoordeling onmisbaar, omdat AI risico’s kent zoals fout-positieven, overdiagnose en beperkingen door onvolledige of gekleurde trainingsdata. Daarnaast zijn er belangrijke uitdagingen, waaronder gebrek aan standaardisatie, onvoldoende AI-vaardigheden, risico op bias en vragen over privacy en eigenaarschap van data. Om AI verantwoord en effectief in te zetten, zijn onder meer de volgende aspecten nodig:
De laatste jaren zien we een toename van het gebruik van CAD/CAM‑systemen. Deze maken het mogelijk om kronen, inlays, bruggen en andere restauraties volledig in‑house te vervaardigen. De sterke groei van de CAD/CAM‑markt laat zien dat steeds meer tandartspraktijken deze digitale technologie omarmen. Dit komt niet alleen door de hogere klinische kwaliteit, maar vooral door de aanzienlijke efficiëntie- en rendementsvoordelen die de techniek biedt. Het verdienmodel verbetert vooral wanneer een praktijk voldoende volume heeft, de workflow goed is ingericht en er minder wordt uitbesteed. Ook voor de kleinere praktijk (tot 750.000 euro omzet) biedt de nieuwe technologie meer mogelijkheden vanwege de verlaging van foutkosten. De kosten per restauratie worden door nieuwe materialen en de 3D-printtechnologie lager en cloud-based CAD/CAM reduceert investerings- en onderhoudskosten.
Aandacht voor duurzaamheid gestegen
In de mondzorg is de afgelopen jaren meer aandacht ontstaan voor duurzaamheid. Uit onderzoek van CFP en Rabobank onder 1.945 mondzorgondernemers (683 in 2024) met een pand dat is geregistreerd als industrieel, zorg-, kantoor- of winkelgebouw in het kadaster blijkt dat 58% (42% in 2024) van hen al een energielabel heeft aangevraagd. De overige mondzorgondernemers hebben een geschat energielabel gekregen. Verder blijkt dat 28% van de mondzorgondernemers ( 38% in 2024) al is voorbereid op toekomstige regelgeving met minimaal energielabel A.
Figuur 2: Energielabel van tandartspraktijken, januari 2026

Ondernemers met energielabel B tot en met E (47%; 38% in 2024), voldoen aan de huidige wetgeving op het gebied van duurzaamheid voor panden voor eigen gebruik en kunnen op basis van dit energielabel een bankfinanciering aanvragen. Tandartspraktijken met energielabel F-G (25%; 34% in 2024) staan voor de uitdaging om in de komende jaren te voldoen aan de verwachte wettelijke vereisten. Een investeringsplan om te verduurzamen maakt bancaire financiering dan bespreekbaar. Het e-book Duurzame mondzorgpraktijk van de KNMT kan hierbij helpen.
Om de effectiviteit en resultaten van duurzaamheidsmaatregelen in de praktijk te meten, kunnen ondernemers de Milieubarometer gebruiken. Dit online-instrument, dat de milieuprestaties en CO2-uitstoot meet, wordt door 25 gemeenten in Nederland gratis aangeboden. Grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn hierbij betrokken. Meer informatie hierover is te vinden op milieubarometer.nl. Leden van het KNMT krijgen 30% korting op het startabonnement. Daarnaast kunnen praktijken de tool op Rabo Duurzaam Vastgoed gebruiken om inzicht te krijgen in het mogelijke huidige energielabel op basis van openbare bronnen en krijgen ze een indicatie van de benodigde investeringen om hun vastgoed te verduurzamen. MKB-klanten van Rabobank kunnen onder voorwaarden een financiële bijdrage ontvangen via de MKB duurzaamheidsbijdrage.
Ben je actief in de mondzorg en geïnteresseerd in een gesprek met Rabobank over de start of overname van een praktijk, de verduurzaming van je bedrijf, aankoop van een woonhuis of de aankoop of leasing van apparatuur? Neem dan contact op met Rabo Medicidesk in jouw regio:
Speciaal voor medici: Medicidesk - Rabobank.
