Onderzoek
Zonder circulaire en transparante ketens gaat strategische autonomie moeilijk lukken
In een tijd van protectionisme, fragmentatie en andere geopolitieke ontwikkelingen zetten steeds meer bedrijven in op het verminderen van hun strategische afhankelijkheden. In dit artikel onderzoeken we hoe deze ontwikkeling samenhangt met ketentransparantie en circulariteit. Ook plaatsen we het streven naar strategische autonomie in het bredere kader van de transitie naar een toekomstbestendige economie.

In het kort
In een eerdere studie hebben we laten zien dat veel bedrijven werken aan het afdekken van risico’s en het vergroten van hun weerbaarheid. Dit om de continuïteit van hun bedrijfsprocessen te waarborgen. In deze context vormen geopolitieke ontwikkelingen en strategische afhankelijkheden een toenemend risico. Zo dwong de situatie rond chipbedrijf Nexperia verschillende Europese autobouwers er bijvoorbeeld toe om hun productie tijdelijk terug te schroeven, toen de aanvoer van Chinese chips werd geblokkeerd.
In dit onderzoek bekijken we het beperken van strategische afhankelijkheden in de context van ketentransparantie en circulariteit, twee dimensies van de bredere ontwikkeling naar toekomstbestendig en maatschappelijk ondernemen. Hiervoor maken we gebruik van data uit een representatieve enquête onder ongeveer duizend bedrijven.
Afbouw van strategische afhankelijkheden top of mind voor veel bedrijven
De afbouw van strategische afhankelijkheden leeft breed onder Nederlandse ondernemingen. Ongeveer 20% van de bedrijven streeft hiernaar, van landen binnen en/of buiten de EU, zie figuur 1. Onder bedrijven met vijftig of meer werknemers gaat het zelfs om ongeveer 60%. Dit gebeurt door de import van goederen en diensten te beperken of door bepaalde activiteiten naar Nederland te verplaatsen (dataopslag, call centers et cetera).
Figuur 1: Ongeveer 60% van de grote ondernemingen werkt aan het verminderen van strategische afhankelijkheden

Ketentransparantie en circulariteit hand in hand met afbouw strategische afhankelijkheden
Strategische afhankelijkheden afbouwen kan niet zonder inzicht te hebben in de toeleveringsketens. Zonder dit inzicht is het voor bedrijven lastig bepalen waar zich überhaupt afhankelijkheden en daarbij horende kwetsbaarheden bevinden. Eenzelfde verband lijkt aannemelijk voor circulariteit. Circulaire bedrijven hebben per definitie een verminderde afhankelijkheid van grondstoffen en materialen uit het buitenland.
Om dit te testen, kijken we naar de samenhang tussen ketentransparantie en circulariteit enerzijds én de mate waarin bedrijven strategische afhankelijkheden afbouwen anderzijds, waarbij we rekening houden met factoren zoals bedrijfsgrootte en sectorklasse, zie figuur 2 en figuur 3.
Figuur 2: Ketentransparantie en afbouw strategische afhankelijkheden

Figuur 3: Circulariteit en afbouw strategische afhankelijkheden

We vinden voor beide variabelen een (sterk) positief verband met de afbouw van strategische afhankelijkheden, in lijn met onze hypothese. Een formele econometrische schatting van het verband, waar hetzelfde resultaat uit volgt, is te vinden in tabel 1 in de bijlage.
Met deze analyse kunnen we geen causaal verband vaststellen. Wel geven onze bevindingen aan dat deze twee dimensies van toekomstbestendig en maatschappelijk ondernemen hand in hand lijken te gaan met de afbouw van strategische afhankelijkheden.
De transitie naar een duurzame en inclusieve economie stagneert
Ketentransparantie en circulariteit zijn twee dimensies van de NEx-T-score, het jaarlijkse onderzoek van RaboResearch naar de transitie van het bedrijfsleven naar een duurzame en inclusieve economie. De NEx-T-score meet in hoeverre ondernemingen de intentie hebben om maatschappelijk verantwoord te ondernemen, dit verankerd hebben in hun bedrijfsvoering en of ze acties hebben ondernomen. De zeven dimensies van de NEx-T zijn biodiversiteit, circulaire economie, groene energie, inclusief ondernemen, nieuwe rijkdom, echte prijzen en transparante ketens, zie box 1 in de bijlage. Het Nederlandse bedrijfsleven scoort in 2025 gemiddeld een 5,4 (op een schaal van 1 tot 10) op de NEx-T. Die score is vergelijkbaar met de score van het voorgaande jaar (5,5).[1]
Hierbij zet de ‘polarisatie’ onder bedrijven die we ook in de publicatie van vorig jaar opmerkten, verder door. De groep best scorende bedrijven is groter geworden, maar ook de groep slechtst scorende bedrijven groeide, zie figuur 8 in de bijlage. De polen van het bedrijvenlandschap worden groter, zodat het gemiddelde grofweg gelijk blijft.
Een diepgaandere analyse van de afzonderlijke NEx-T-dimensies laat een daling op het gebied van circulariteit zien ten opzichte van vorige jaar (zie figuur 4). Ook scoren Nederlandse ondernemingen slechter op groene energie, nieuwe rijkdom en inclusief ondernemen.
[1] Door een aanpassing in de wegingsmethodiek van observaties is de NEx-T-score voor 2024 5,5 in plaats van 5,6.
Figuur 4: Ondernemingen scoren in 2025 slechter op vier van de zeven dimensies van de NEx-T ten opzichte van vorig jaar (nieuwe rijkdom, circulariteit, groene energie en inclusief ondernemen)

De daling op het gebied van circulariteit springt hier het meest in het oog, gegeven de eerder gevonden link met de afbouw van strategische afhankelijkheden. We splitsen de NEx-T-score daarom verder uit, als eerste naar een gemiddelde score per bedrijfsgrootte.
Vooral kleine ondernemingen lijken moeite te hebben met de transitie
Het is voorstelbaar dat kleine bedrijven relatief minder capaciteit en kapitaal hebben om in te zetten voor transities op het gebied van duurzaamheid en inclusiviteit en dus slechter scoren. Tegelijkertijd zijn kleine bedrijven mogelijk flexibeler dan grote bedrijven in het aanpassen van processen en productie.
Uit een uitsplitsing naar bedrijfsgrootte blijkt dat kleine bedrijven voor de totale NEx-T-score gemiddeld een 5,3 scoren. Grote bedrijven komen gemiddeld op een 6,6. In vergelijking met 2024 betekent dit dat de score van grote ondernemingen hetzelfde is gebleven en van kleine ondernemingen is gedaald van een 5,5 vorig jaar, zie figuur 5.
Figuur 5: Kleine ondernemingen scoren in 2025 slechter op nieuwe rijkdom, circulariteit en inclusief ondernemen dan het jaar ervoor. De scores voor grote ondernemingen tonen geen significante verschillen.

Een analyse van de dimensies in figuur 5 toont dat kleine ondernemingen zijn gedaald in nieuwe rijkdom, circulaire economie en inclusief ondernemen ten opzichte van vorig jaar. De grootste daling is die binnen circulaire economie.
Wanneer we verder inzoomen op bedrijven met 2-9 werknemers is te zien dat de daling op circulaire economie zich vooral daar manifesteert, met een daling van 7% ten opzichte van vorig jaar, zie figuur 6.
Figuur 6: Grote daling bij de bedrijvengroep met de kleinste omvang (2-9 werknemers)

De daling van de score voor circulariteit volgt het beeld van de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 van PBL dat de circulaire transitie in Nederland nog onvoldoende voortgang vertoont en dat een versnelling nodig is om de nationale doelstellingen te halen. Het is mogelijk dat bedrijven met de kleinste omvang minder invloed kunnen uitoefenen op wat er in de rest van de keten gebeurt, minder capaciteit hebben om zich hierop te richten en afhankelijker zijn van de keuzes van grotere spelers in de keten om de omslag naar een circulaire bedrijfsvoering te maken.
De transitie naar een duurzame en inclusieve economie is voor alle sectoren relevant, maar hoogste scores verschillen
Naast verschillen op basis van grootte bestaan er ook sectorale verschillen in de NEx-T-score, zie figuur 7. De landbouw behaalt een relatief hoge score op biodiversiteit, de industrie op circulaire economie en transparante ketens, en de (semi-)overheid op nieuwe rijkdom. Per sector zijn er dus verschillen in de mate van inzet en/of intentie om in te zetten op de transitiethema’s.
Figuur 7: Landbouw scoort relatief goed op biodiversiteit, (semi-)overheid op nieuwe rijkdom en industrie op circulair ondernemen in 2025

Ook hier valt een opmerking te plaatsen over circulariteit en transparante ketens. Industriële bedrijven scoren op deze dimensies dus het beste, wat samenvalt met hun initiële blootstelling, via handel, aan de grillen van de geopolitieke ontwikkelingen. Mogelijk dat de industrie het belang van ketentransparantie en circulariteit als eerste ondervindt.
Conclusie
Strategische afhankelijkheden afbouwen is een belangrijk doel van veel Nederlandse ondernemingen. In ons onderzoek zien we dat dit afbouwen gepaard gaat met een grotere inzet op ketentransparantie en circulariteit. Daaruit volgt dat het streven naar weerbaarheid enerzijds en toekomstbestendig ondernemen anderzijds lijken samen te vallen.
De stagnatie van de bredere transitie naar dat toekomstbestendig ondernemen is daarmee opvallend. Kleinere bedrijven doen het zelfs iets slechter op het gebied van circulariteit dan vorig jaar.
Voor bedrijven die deze aspecten van de transitie willen aanpakken, loont het wellicht om te leren van de industrie. Deze sector scoort het beste op ketentransparantie en circulariteit.
Bijlage
Tabel 1: Formele schatting naar het verband tussen ketentransparantie en circulariteit, en afbouw strategische afhankelijkheid

Box 1: Het meten van de transitie naar een nieuwe economie
Een toekomstbestendige economie is duurzaam én sociaal inclusief. RaboResearch meet sinds 2020 jaarlijks de voortgang van Nederlandse bedrijven in deze transitie via de ‘Nieuwe Economie index voor de Transitie van het bedrijfsleven’ (NEx-T), gebaseerd op zeven dimensies:
Voor ieder van deze zeven dimensies leggen we bedrijven steeds combinaties van drie vragen voor. Hiermee meten we per dimensie de intenties van bedrijven, de mate waarin deze intenties zijn verankerd in de bedrijfsvoering en de mate waarin bedrijven er daadwerkelijk resultaat op boeken (zie onderzoeksverantwoording).
Figuur 8: Een toename van het percentage duurzame koplopers én achterblijvers in 2025


Onderzoeksverantwoording
Representativiteit
Om uitspraken te kunnen doen over de voortgang van de transitie naar de nieuwe economie waarin maatschappelijk verantwoord ondernemen voorop staat, heeft onderzoeksbureau Ipsos I&O in opdracht van RaboResearch in november 2025 een enquête uitgezet onder een representatieve groep bedrijven in Nederland. Dit leverde gegevens op voor ongeveer 1.250 bedrijven, waarbij 983 ondernemingen alle vragen van de NEx-T hebben beantwoord, en sector en grootteklasse hebben aangegeven. Tabel 2 laat de gewogen en ongewogen verdeling zien van bedrijven in 2025, die alle vragen van de NEx-T hebben ingevuld, over sectoren en grootteklassen. De laatste kolom bevat de percentages zoals deze bekend zijn vanuit de gegevens van het CBS voor het vierde kwartaal van 2025. Onze data alsook de CBS-data die hier worden getoond, bevatten alleen ondernemingen met meer dan één werknemer.
Tabel 2: Representativiteitstabel

Tabel 2 laat zien dat middelgrote en grote ondernemingen zijn oververtegenwoordigd in de ongewogen data. We hebben kruislingse weging toegepast van de grootteklasse en sector van ondernemingen op basis van de CBS-data van het vierde kwartaal van 2025 waarbij de weegfactoren op het interval [0,2, 5] liggen.
Enquêtevragen
Iedere respondent kreeg in de enquête ten minste drie typen vragen voorgelegd. Deze vragen hebben betrekking op:
- Achtergrondkenmerken van de respondent: vragen die ingaan op het geslacht, de leeftijd, de functie binnen het bedrijf en de gemoedstoestand van de respondent.
- Achtergrondkenmerken van het bedrijf: vragen die ingaan op de omvang van het bedrijf (aantal werknemers), de sector, concurrentie in de markt, tijdslijnen, omzetgroei, arbeidsmarktkrapte, onzekerheidsniveau, vestigingslocatie, eigenaarschapsvorm, leeftijd van het bedrijf en de kwaliteit van managementpraktijken inclusief innovatie binnen het bedrijf.
- Transitiekenmerken van bedrijven: vragen die ingaan op de zeven dimensies van de nieuwe economie (zie figuur 9 voor exacte formulering van vragen).
In figuur 9 staan de vragen per NEx-T-thema die zijn gebruikt voor het onderzoek. De gestelde vragen bestaan uit een mix van stellingen (schaal 1 tot en met 7) en exacte vragen (ja/nee of percentage).
Om de NEx-T samen te stellen, hebben we dezelfde procedure gevolgd als in voorgaande studies. We gebruiken de instructies uit het OESO-handboek voor het construeren van samengestelde indicatoren (OESO, 2008). Allereerst normaliseren we scores van enquêtevragen tot een schaal van 0 tot en met 1 door gebruik te maken van de formule: score = (numeriek antwoord onderneming - minimum score alle ondernemingen) / (maximum score alle ondernemingen - minimum score alle ondernemingen). We hanteren vervolgens gelijke (nominale) gewichten om deze genormaliseerde scores te aggregeren tot één dimensiescore op een schaal van 1 tot en met 10.
Voor de dimensie inclusief ondernemen berekenen we de score voor de enquêtevraag naar het percentage vrouwen aan de hand van de afstand tot 50%. Een maximum score van 1 geldt wanneer exact 50% mannen en vrouwen binnen de onderneming werkzaam zijn.
Figuur 9: NEx-T-enquêtevragen

Ook zijn er vragen in de enquête gesteld met betrekking tot ervaren risico’s en genomen risicomaatregelen.[2] Voor de analyse met strategische afhankelijkheid is gebruik gemaakt van de antwoorden op de volgende enquêtevraag:
In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen over het verminderen van strategische afhankelijkheid (denk bij het verminderen van strategische afhankelijkheid bijvoorbeeld aan het vervangen van geïmporteerde halffabricaten door halffabricaten uit Nederland of het verplaatsen van belangrijke data naar Nederlandse servers)?
- Ons bedrijf werkt er aan om de strategische afhankelijkheid van landen buiten de Europese Unie te verminderen.
- Ons bedrijf werkt er aan om de strategische afhankelijkheid van andere EU-landen te verminderen.
Antwoordopties: a. helemaal mee oneens, b. mee oneens, c. enigszins mee oneens, d. niet mee oneens, niet mee eens, e. enigszins mee eens, f. mee eens, g. helemaal mee eens, h. weet ik niet/wil ik niet zeggen.
[2] Nederlandse bedrijven zijn weerbaarder geworden, maar risico’s blijven groot - Rabobank


