Onderzoek
De impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie
De escalatie van het conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot grote onrust op de mondiale energiemarkten. Door aanvallen op olie- en gasinfrastructuur en verstoringen rond de Straat van Hormuz zijn de olie- en gasprijzen scherp gestegen, wat in Nederland leidt tot hogere inflatie, duurdere benzine en oplopende energierekeningen. Afhankelijk van de mate van escalatie variëren de economische gevolgen van een beperkte groeidruk in het basispad tot stevige schade in de zwaardere scenario's, waarin schaarste, bedrijfsonzekerheid en lagere bestedingen de Nederlandse economie merkbaar afremmen.

In het kort
Escalatie van het conflict in Midden-Oosten
Op zaterdagochtend 28 februari kwamen de eerste meldingen binnen over Israëlische en Amerikaanse aanvallen op doelen in Iran, waarbij onder anderen de Iraanse hoogste leider, Ayatollah Khamenei, om het leven is gekomen. Als reactie hierop heeft Iran niet alleen drone- en raketaanvallen uitgevoerd op Israël en Amerikaanse (leger)bases, maar ook op energie‑infrastructuur in diverse Golfstaten. Het ging hierbij onder meer om aanvallen op de Ras Tanura‑raffinaderij van Saudi Aramco en op energie‑installaties in Qatar, waarna QatarEnergy de productie van vloeibaar gas tijdelijk heeft opgeschort. Verder heeft Iran de Straat van Hormuz grotendeels afgesloten.
De gevolgen van het gewapende conflict zijn allereerst zichtbaar in het onbeschrijflijke menselijke leed. Zonder daaraan voorbij te gaan, richten we ons in dit rapport echter vooral op de mogelijke gevolgen van het conflict voor de Nederlandse economie. Door verstoringen in de energieproductie en -logistiek en de dreiging van vernietiging van kritieke infrastructuur zagen we de olie‑ en gasprijzen immers direct reageren (zie figuur 1). Op het moment van schrijven bedraagt de (spot) olieprijs (Brent) 84 dollar per vat, een stijging van 19% ten opzichte van de prijs van circa 70 dollar voorafgaand aan het uitbreken van het conflict. De (1-maands forwards TTF) gasprijs staat op meer dan 56 euro per megawattuur (MWh), bijna een verdubbeling ten opzichte van de situatie voor 28 februari.
Figuur 1: Gas- en olieprijzen stijgen snel

Duur en mate van escalatie bepalend
De omvang van de uiteindelijke economische effecten voor Europa en Nederland hangt af van de duur van het conflict en de mate van escalatie. Deze bepalen uiteindelijk hoe lang de Nederlandse economie wordt geconfronteerd met hogere energieprijzen en toegenomen onzekerheid. Na de Russische inval in Oekraïne heeft Europa al te maken gehad met een scherpe energiecrisis. Ook nu kunnen hogere energieprijzen opnieuw niet alleen leiden tot hogere brandstofprijzen aan de pomp, maar ook tot een hogere energierekening voor huishoudens en bedrijven en een afgenomen investeringsbereidheid.
Gezien de onzekerheid rond het verloop van het conflict werken we in dit rapport drie mogelijke scenario’s uit. Daarbij kijken we in elk scenario naar de effecten op het bruto binnenlands product (bbp) en de inflatie en, indien relevant, de onderliggende bestedingscomponenten.
De effecten zijn doorgerekend met het macro-economische wereldhandelsmodel NiGEM en vijf inflatiesatellietmodellen voor Nederland, de eurozone, Duitsland, Spanje, Italië en Frankrijk.
Belang van Straat van Hormuz
Er gaan ongeveer 20 miljoen vaten olie per dag door de Straat van Hormuz, wat neerkomt op bijna 30% van de wereldwijde zee-gebonden oliewereldhandel. Daarnaast loopt circa 20% van de mondiale LNG‑handel (vloeibaar aardgas) via de Straat van Hormuz, waarbij vooral Qatar een dominante exporteur is.
Door het conflict zijn de risico’s op verscheping via zowel de Straat van Hormuz als het Suezkanaal enorm toegenomen. Volgens Bloomberg is verzekeren van scheepstransport inmiddels nagenoeg onmogelijk geworden. Veel rederijen hebben uit veiligheidsoverwegingen aangegeven niet langer door de Straat van Hormuz te varen en mijden opnieuw het Suezkanaal. Op satellietbeelden is echter ook te zien dat er nog steeds activiteit is in de Straat van Hormuz.
De verstoring van de productie en verscheping van olie en gas heeft niet alleen impact op de olie- en gasprijzen, maar kan ook gevolgen hebben voor de prijzen van industriële goederen. Hoewel recente data over containerprijzen nog niet zijn gepubliceerd, moeten schepen met goederen omvaren via Kaap de Goede Hoop, wat ook bij eerdere oplopende geopolitieke spanningen heeft gezorgd voor een forse stijging van de containerprijzen. Ook andere sectoren, zoals de toeristensector, ondervinden hinder, omdat alle belangrijke (goederen)luchthavens in onder meer de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar tijdelijk onbereikbaar zijn door sluiting van het luchtruim.
Figuur 2: Circa 30% van oliezeevaart en 20% van mondiale LNG gaan door de Straat van Hormuz

Nieuw basispad en drie risicoscenario’s
Om de mogelijke gevolgen voor de Nederlandse economie in kaart te brengen, hebben we een nieuw basispad ontwikkeld en drie risicoscenario’s. Hieronder bespreken we de gedachte achter ieder scenario, inclusief de aannames voor de olie- en gasprijzen, waarvoor we dankbaar gebruik hebben gemaakt van de inzichten van onze energie-analisten Joe DeLaura en Florence Schmit (zie figuur 3 en 4 voor een overzicht voor alle paden).
Figuur 3: Verwachte ontwikkeling olieprijzen

Figuur 4: Verwachte ontwikkeling gasprijzen

Nieuw basispad: gedeeltelijke sluiting Straat van Hormuz
In ons nieuwe basispad gaan we ervan uit dat het gewapende conflict een beperkte duur heeft. Dit kan het geval zijn wanneer Iran zich in heropende onderhandelingen bereid toont zich neer te leggen bij het verlaten van het nucleaire programma, of wanneer de VS besluit de aanvallen te stoppen. President Trump heeft zelf gehint op een operatie van vier tot vijf weken, maar sluit niet uit dat de aanvallen langer doorgaan.
De Straat van Hormuz, waarlangs een groot deel van de mondiale olie‑ en gasproductie wordt vervoerd, is in dit scenario slechts tijdelijk grotendeels gesloten. Hierdoor blijft de verstoring van de energiemarkten relatief beperkt. De olieprijs komt in maart/april uit op een maandgemiddelde van 86 dollar per vat Brent en de gasprijs (TTF) op 52 euro per megawattuur (MWh). Als het gewapende conflict tot een einde komt, dalen de energieprijzen vanaf de zomer ook weer relatief snel.
Scenario 1: aanhoudend hoge energieprijzen in 2026
In dit eerste risicoscenario gaan we opnieuw uit van een korte duur van het conflict en een tijdelijke of gedeeltelijke blokkade van de Straat van Hormuz. Het verschil met het basispad is dat de olie‑ en gasproductie en de logistieke keten eromheen voor langere tijd verstoord blijven. Het is denkbaar dat productiecapaciteit tijdelijk wordt teruggeschroefd en niet snel of eenvoudig weer kan opschalen naar maximale capaciteit.
Daarnaast kan het uit voorzorg vermijden van risicogebieden door rederijen, of het vrijwel onmogelijk kunnen verzekeren van transport, ertoe leiden dat schepen langdurig wegblijven uit de zeestraat. In dit scenario stijgen de energieprijzen net zo sterk als in het basispad, maar blijven zij zeker een kwartaal langer hoog.
Scenario 2: volledige sluiting Straat van Hormuz
In dit scenario is scheepvaart door de Straat van Hormuz volledig onmogelijk, wat leidt tot grote schaarste op de mondiale energiemarkten. De olieprijs loopt op naar 110 dollar per vat en de gasprijs naar 100 euro per MWh. Hoewel de prijzen vanaf de zomer weer dalen, blijven ze nog zeker driekwart jaar tot een heel jaar boven het niveau van vóór het conflict.
Scenario 3: vernietiging cruciale energie-infrastructuur Qatar en Saudi-Arabië
In dit scenario worden belangrijke Saudische olieproductiefaciliteiten en Qatarese gasinstallaties aangevallen en onherstelbaar beschadigd. Dit heeft een forse vermindering van de mondiale olie‑ en gasproductiecapaciteit tot gevolg. De schaarste stuwt de olieprijs op naar 150 dollar per vat, terwijl de gasprijs in de richting van de 125 euro per MWh beweegt. De prijzen blijven in dit scenario bovendien zeker enkele jaren hoger dan in scenario 2.
Economische effecten
Inflatie
De hogere energieprijzen werken voelbaar door in de Nederlandse inflatie. Volgens onze berekeningen loopt de inflatie (CPI)[1] in 2026 op tot gemiddeld 2,7%, om in 2027 terug te zakken naar 2,1% (figuur 5). Daarmee ligt de inflatie in 2026 ongeveer drie tienden hoger dan in ons basispad van vóór het conflict, een duidelijke illustratie van hoe sterk geopolitieke ontwikkelingen de binnenlandse prijsdruk kunnen beïnvloeden.
In het eerste risicoscenario blijft de extra inflatie nog beperkt: een tiende hoger dan in het nieuwe basispad. Maar zodra de verstoringen op de energiemarkt hardnekkiger worden, zoals in scenario 2, verschuift het beeld snel en loopt de inflatie op tot boven de 3% gemiddeld voor heel 2026. En in het meest ontwrichtende scenario - waarin cruciale energie‑infrastructuur langdurig wegvalt - zien we de inflatie zelfs oplopen tot gemiddeld 4,3%, met een piek van rond de 5% halverwege het jaar.
Met andere woorden: hoe langer de verstoring in energielevering uit de Golfregio duurt en hoe groter de schade aan productiecapaciteit, hoe langer de hogere inflatie waar onze economie mee te maken krijgt. Wat begint als een conflict op duizenden kilometers afstand, vertaalt zich zo dus in hogere prijzen aan de pomp, duurdere boodschappen, een hogere energierekening en hogere productiekosten voor bedrijven.
[1] In dit rapport gebruiken we de CPI omdat deze maatstaf voor inflatie in Nederland een prominentere rol speelt in het publieke debat en bepalend is voor onder meer huur-, pensioen- en contractindexaties. Voor onze brede macro-analyses, zoals beschreven in het Economisch Kwartaalbericht, werken we doorgaans met de HICP, omdat deze Europees uniform is samengesteld en daardoor bijzonder geschikt is voor internationale vergelijking.
Figuur 5: Inflatie daalt niet meer verder

Hogere inflatie komt overigens niet alleen voort uit hogere prijzen aan de pomp en een hogere energierekening. Ook de zogeheten tweede‑orde‑effecten spelen een rol: hogere energiekosten zorgen ook bij fabrikanten voor hogere kosten, die deze op een gegeven moment doorberekenen aan de consument. Tijdens de energiecrisis van 2022 hebben we met behulp van een autoregression distributed lag (ARDL)-model laten zien dat voedsel en industriële goederen met een bepaalde vertraging in prijs stijgen als gevolg van een energieprijsschok (zie RaboResearch, 2022, zie tabel 1).
Tabel 1: Impact van energieprijsschok op prijzen van voedsel en industriële goederen

De score in tabel 1 geeft weer hoe sterk een energieprijsschok doorwerkt op de prijzen van de gerapporteerde productcategorieën. Bij voedsel is de doorwerking het sterkste, met een vertraging van drie tot negen maanden. Ook de prijzen van industriële producten (schoenen, meubels, kleding, audiovisuele producten) reageren op hogere energieprijzen, maar wel met één tot twee jaar vertraging. Kleding en schoenen worden bijvoorbeeld vaak in Zuidoost-Aziatische landen geproduceerd en zijn gevoelig voor stijgende transportkosten. De prijzen van diensten reageren uiteindelijk als laatste. Deze hangen namelijk sterk samen met de loonontwikkeling, die met een sterke vertraging reageert op een inflatieschok.
Uiteindelijk geldt ook hier weer: de kans op dergelijke effecten wordt groter naarmate de huidige situatie van verstoringen en hogere energieprijzen langer aanhouden.
Economische groei
De hogere inflatie verlaagt op korte termijn de koopkracht van huishoudens en drukt daarmee de particuliere consumptie. Ook zorgen de hogere energieprijzen en geopolitieke onzekerheid voor een lagere investeringsbereidheid bij het bedrijfsleven. Tot slot zorgen de hogere energieprijzen voor een verslechtering van de relatieve concurrentiepositie van met name energie-intensieve bedrijfstakken (zoals metaal, voedingsmiddelen en chemie) Daardoor neemt de vraag af en wordt de export van Nederlandse producten negatief beïnvloed.
In het nieuwe basispad komt de economische groei een tiende procentpunt lager uit dan in het oude basispad van voor de escalatie, en bij risicoscenario 1 en 2 gaat er steeds een tiende procentpunt extra van de groei af. In scenario 3, dus bij een vernietiging van de cruciale energie-infrastructuur, komt de economische groei uit op 0,6%. Dat is 0,8 procentpunt lager dan in ons nieuwe basispad. In dit scenario blijven de energieprijzen ook nog eens langdurig hoog en is in 2027 geen sprake van ‘herstelgroei’, iets dat in de andere scenario’s wel het geval is. Die herstelgroei komt pas in 2028.
Figuur 6: Lagere groei in 2026, maar verliezen worden in de meeste scenario’s goedgemaakt in 2027

Prijzen aan de pomp
De stijging van de olieprijs werkt vrijwel direct door in de benzineprijs. In het nieuwe basispad loopt de gemiddelde literprijs in maart op naar ongeveer 2,22 euro, bijna 20 cent hoger dan voorafgaand aan het conflict (zie figuur 7). Deze stijging valt samen met de verwachte toename van de Brent‑olieprijs naar gemiddeld 86 dollar per vat.
In scenario 1, waarin de logistieke verstoringen langer aanhouden, blijft de literprijs rond 2,25 euro liggen in het tweede kwartaal van 2026. Bij een volledige sluiting van de Straat van Hormuz (scenario 2) loopt de benzineprijs snel op naar 2,46 euro per liter in maart en april. In het meest ontwrichtende scenario – met langdurige vernietiging van energie‑infrastructuur – stijgt de pompprijs zelfs boven de 3,00 euro in april. Dat ligt fors boven het piekniveau van 2022, en betekent een aanzienlijke kostenstijging voor automobilisten.
Figuur 7: Prijs liter benzine kan flink stijgen…

Figuur 8: … evenals de energierekening voor huishoudens

Energierekening huishoudens
De energierekening voor nieuw af te sluiten contracten loopt door de recente gasprijsschok snel op: in ons nieuwe basispad stijgt het maandbedrag voor een gemiddeld huishouden in maart met 15 euro naar ongeveer 215 euro, om richting 250 euro te bewegen in mei. Leveranciers reageren al op de onrust op de gasmarkt door vaste tarieven te verhogen, meerjarige contracten tijdelijk van de markt te halen en cashbacks te verlagen, waardoor de keuze voor huishoudens krimpt en instaptarieven verder oplopen.
In scenario 1, waarin de verstoringen langer aanhouden, blijft de prijs van nieuwe contracten in de periode maart-juni schommelen tussen de 230 en 250 euro per maand. In scenario 2 – met een volledige blokkade van de Straat van Hormuz – lopen de kosten veel sneller op, met een piek van bijna 325 euro in mei. In scenario 3, waarin productiecapaciteit in Qatar en Saudi‑Arabië langdurig uitvalt, stijgt de energierekening voor nieuwe contracten op korte termijn zelfs naar ruim boven de 400 euro per maand en blijft deze vervolgens nog maandenlang ruim boven de 300 euro. Daarmee ligt de impact aanzienlijk onder de extreme niveaus van 2022 – toen een deel van de huishoudens korte tijd zelfs meer dan 500 euro op maandbasis betaalde – maar de lasten voor huishoudens lopen in alle scenario’s duidelijk op.
Déjà vu van de energiecrisis van 2022?
Hoewel de huidige situatie wellicht een déjà-vu-gevoel van de energiecrisis oproept, verwachten we dat zelfs in het meest extreme scenario de energieprijsschok een stuk beperkter is dan destijds. In maart 2022 steeg de gasprijs (TTF) initieel naar meer dan 200 euro per MWh, en later dat jaar zelfs naar meer dan 300 euro. We verwachten niet dat het huidige conflict zal leiden tot zulke extreme energieprijsvolatiliteit, al was het maar omdat de mondiale belangen zeer hoog zijn en onder meer China druk uitoefent op Iran om de Straat van Hormuz niet volledig af te sluiten.
Elke crisis is anders
Hoewel het verleidelijk is om vergelijkbare historische gebeurtenissen als basis te nemen voor een analyse (denk aan de eerste Golfoorlog van 1990 en – meer recent – de Russische gascrisis van 2022), zijn de omstandigheden telkens weer anders. Het aandeel van fossiele energie in de mix is sinds 1990 aanzienlijk afgenomen. En de gascrisis van 2022 kwam bovenop een door Covid ontwrichte (en snel herstellende) economie en arbeidsmarkt, waardoor de tweede-orde-effecten mogelijk werden versterkt. Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt in veel Europese landen, waaronder ook Nederland, nog steeds relatief krap. Daarentegen is de reactie van de wereldwijde financiële markten -tot nu toe- minder groot gebleken dan sommige analisten hadden verwacht. Kortom, er blijven grote onzekerheden, maar we hebben geprobeerd de huidige omstandigheden zo goed mogelijk mee te nemen in deze analyse, ook al moeten we voor een deel varen op ‘gemiddelde’ effecten die onze modellen ramen. Een voorbeeld van zo’n specifieke factor is de gasvoorraad.
Vulseizoen verstoord?
Tot slot komt de sterke stijging van de gasprijzen wel op een moment dat de gasvoorraden in Nederland uitzonderlijk laag zijn (zie figuur 9). Op dit moment heeft Nederland door de relatief koude maand januari nog slechts 10% gas op voorraad. Zelfs al krijgen we een koude lente, dan zal Nederland niet snel in de kou zitten, omdat de Europese gasvoorraden nog 30% bedragen en we in geval van nood een beroep kunnen doen op de voorraden elders in Europa.
Door de hogere gasprijs en de negatieve zomer‑winter spread bestaat het risico dat marktpartijen terughoudend zijn met het aanvullen van de voorraden in afwachting van mogelijke prijsdalingen later dit jaar. De Europese Commissie wijst er expliciet op dat de commerciële prikkel om te vullen momenteel zwakker is, ondanks de verplichting voor lidstaten om de opslagen voor 1 november tot 90% te vullen. Wanneer het vullen te traag op gang komt, kan Europa richting de winter opnieuw met schaarste te maken krijgen en kunnen gasprijzen opnieuw sterk oplopen. Wanneer daar onvoldoende voortvarend een start mee wordt gemaakt, krijgen we tijdens de aankomende winter als Europa mogelijk te maken met een sterke schaarste en kunnen prijzen tegen die tijd weer hard oplopen.
Figuur 9: Nog slechts 10% gas op voorraad in Nederland…

Figuur 10: … maar vulgraad bedraagt 30% in Europa



