Onderzoek

Nederlanders geven van de vrijetijdsuitgaven meeste geld uit aan vakanties en uit eten en drinken; levert ook meeste geluk en ontspanning op

16 april 2026 6:00 RaboResearch

Nederlanders geven van hun vrijetijdsuitgaven het meeste geld uit aan vakanties en horeca. De respondenten uit ons onderzoek geven ook aan dat ze hiervan het meest gelukkig worden. Sporten bij een sportschool, sportclub of vereniging wordt minder gedaan, al is de groep die wekelijks sport met 36% weer relatief groot. Jongvolwassenen doen de negen onderzochte vrijetijdsactiviteiten vaker dan ouderen én ervaren hierbij meer geluk en ontspanning.

Intro

In het kort

    Uitgaven aan vrijetijdsactiviteiten dragen bij aan de economie en aan het geluk van Nederlanders. Met een enquête onder 1.849 Nederlanders van 18 tot en met 80 jaar zoomen we in op negen betaalde vrijetijdsactiviteiten die zich buitenshuis afspelen. Daarbij kijken we hoe vaak de activiteiten afgelopen jaar zijn gedaan, waaraan het meeste geld is uitgegeven en hoeveel geluk en ontspanning de activiteiten opleveren. De participatiegraad, het aandeel mensen dat een activiteit afgelopen jaar tenminste één keer heeft gedaan, is het hoogst bij uit eten gaan (90%), gevolgd door uit drinken gaan (79%) en een langere vakantie of reis (77%). Het meeste geld gaven Nederlanders afgelopen jaar uit aan lange vakanties of reizen, gevolgd door uit eten gaan, korte vakanties en uit drinken gaan. Nederlanders zeggen dat een vakantie/reis van vijf dagen of meer hen het meeste geluk en ontspanning oplevert. Ook korte vakanties scoren hoog, net als uit eten gaan. Op de vierde plek staat uit drinken gaan. Bij sporten in een sportschool, -club of bij een vereniging zien we een scherpe tweedeling: waar 36% van de Nederlanders aangeeft wekelijks te sporten, zegt 44% afgelopen jaar niet te hebben gesport. Verder laat ons onderzoek zien dat jongvolwassenen meer plezier beleven aan de vrijetijdsactiviteiten waar wij naar hebben gevraagd en die activiteiten ook vaker doen dan 67-plussers. Hoewel ons onderzoek gaat over uitgaven aan negen vrijetijdsactiviteiten, geeft 82% van de ondervraagden aan zich ook goed te kunnen vermaken met activiteiten die niet veel geld kosten, waarbij ouderen dit vaker zeggen.

Vrijetijdbestedingen belangrijk voor zowel de economie als het welzijn

Uitgaven aan vrijetijdsbesteding hebben economische waarde – zo vormen de sectoren horeca en cultuur, sport en recreatie zo’n 3% van de economie – maar dragen ook bij aan ons geluk en welzijn. Volgens het SCP bevorderen vrijetijdsactiviteiten welvaart in brede zin (Boelhouwer, 2010) en onderzoek van het RIVM laat zien dat Nederlanders aangeven gelukkig te worden van vrijetijdsbesteding (RIVM, 2024).

Onderzoek laat bovendien zien dat wanneer in de basisbehoeften is voorzien, bestedingen gericht op ervaringen, waaronder vrijetijdsactiviteiten als vakanties, uit eten gaan of concerten bezoeken, gemiddeld meer geluk opleveren dan de aanschaf van materiële spullen als nieuwe kleding of sieraden (Dunn, Gilbert & Wilson, 2011; Gilovich & Gallo, 2020; Van Boven & Gilovich, 2003; Weingarten & Goodman, 2021). Dit zou onder meer kunnen komen doordat ervaringen zorgen voor meer sociale verbondenheid (Kumar, Mann & Gilovich, 2024), doordat we minder snel gewend raken aan ervaringen (Nicolao, Irwin & Goodman, 2009) of doordat ervaringen meer bijdragen aan iemands identiteit (Carter & Gilovich, 2012).

Uiteraard kunnen ook materiële producten geluk opleveren (Weingarten et al., 2022). Bovendien is het onderscheid tussen ervaringen en materiële uitgaven niet altijd scherp. Zo worden sommige producten gezien als een mix van materieel en ervaringsgericht (zoals de aanschaf van een tent of camper, het nemen van een huisdier of de herinrichting van je huis; Weingarten et al., 2022). En ook dit soort uitgaven dragen bij aan geluk. Maar als mensen moeten kiezen tussen een belevenis óf een materieel product, dan levert een belevenis gemiddeld genomen meer geluk op.

Doel en opzet van het onderzoek

We kijken in dit onderzoek naar de uitgaven van Nederlanders aan negen gangbare betaalde vrijetijdsactiviteiten die buitenshuis plaatsvinden. Daarvoor hebben we een enquête uitgezet onder 1.849 respondenten met een leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De steekproef is representatief voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking. De negen activiteiten zijn:

  1. Vakantie of reis van vijf dagen of langer;
  2. Korte vakantie van vier dagen of korter (zoals een weekend/midweek);
  3. Uit eten (zoals ontbijt, lunch, diner);
  4. Uit drinken met eventuele borrelhap/taartje (zoals in een koffietent, terras, café, kroeg, discotheek);
  5. Attractiepark (zoals pretparken, dierentuinen);
  6. Concerten en festivals;
  7. Zelf sporten (zoals sportschool, sportclubs, sportverenigingen);
  8. Cultureel uitje (zoals museum, (theater)voorstellingen, musicals, cabaret);
  9. Andere korte uitjes (zoals bioscoop, bowlen, (binnen)speeltuinen, sportwedstrijden).

Door te vragen hoe vaak ze de activiteiten doen, aan welke bezigheid ze het meeste geld uitgeven en hoeveel geluk ze eraan ontlenen, krijgen we meer inzicht in het belang van deze vrijetijdsactiviteiten voor Nederlanders.

Nederlanders gaan het vaakst uit eten

We vroegen respondenten hoe vaak ze de negen activiteiten in de afgelopen twaalf maanden hebben gedaan. De participatiegraad, het aandeel mensen dat het afgelopen jaar één of meer keer een activiteit heeft ondernomen, is het hoogst bij uit eten gaan (zie figuur 1). Van de respondenten gaf 90% aan afgelopen jaar buiten de deur te hebben gegeten. Ook de participatiegraad bij uit drinken (79%) en een langere vakantie of reis (77%) is hoog.

De participatiegraad is het kleinst bij een bezoek aan een attractiepark, concerten/festivals en voor zelf sporten.[1] Maar bij zelf sporten lijkt een tweedeling te zijn. Terwijl 44% van de respondenten aangeeft het afgelopen jaar niet te hebben gesport, geeft – vergeleken met de andere activiteiten – ook een relatief groot aandeel respondenten (36%) aan wekelijks of vaker te sporten.

[1] De vragen over sporten zijn gericht op sport bij sportscholen, sportclubs en sportverenigingen. Mogelijk is het aandeel Nederlanders dat sport groter als ook wordt gekeken naar onder meer thuis sporten en zelf buiten sporten.

Figuur 1: Nederlanders gaan het vaakst uit eten

Fig 1
Noot: de vragen over sporten zijn gericht op sport bij sportscholen, sportclubs en sportverenigingen. Mogelijk is het aandeel Nederlanders dat sport groter als ook wordt gekeken naar onder meer thuis sporten en zelf buiten sporten. Bron: RaboResearch 2026

Analyses laten verder zien dat de frequentie van de vrijetijdsactiviteiten samenhangt met een aantal achtergrondkenmerken.

Zo is er een relatie met leeftijd: jongere mensen doen de vrijetijdsactiviteiten waarnaar we hebben gevraagd vaker dan oudere mensen. Dit geldt voor elk type activiteit, maar is het sterkst voor attractieparken. Ter illustratie: afgelopen twaalf maanden is 73% van de 18- tot en met 30-jarigen minstens één keer naar een attractiepark geweest en 26% ging zelfs vier keer per jaar of vaker. Onder de 68- tot en met 80-jarigen ging 33% tenminste één keer per jaar en 2% vier keer per jaar of vaker.

Ook bij inkomen zien we een relatie. Grofweg geldt dat hoe hoger het inkomen is, hoe vaker de activiteiten worden gedaan waarnaar we hebben gevraagd. Dat geldt het sterkst voor uit eten en drinken gaan. Zo ging 16% van de mensen met een netto huishoudinkomen tussen de 1.000 en 2.000 euro minstens één keer per maand uit eten; van de mensen met een inkomen van 5.000 euro of meer was dat 44%.

Ook de gezinssamenstelling doet ertoe. Maar hier is het beeld gemengder dan voor leeftijd (hoe jonger hoe vaker) en inkomen (hoe hoger hoe vaker). We zien voor veel activiteiten dat degenen met een partner en degenen met thuiswonende kinderen deze activiteiten vaker hebben gedaan. Maar voor een deel hangen deze kenmerken met elkaar samen (degenen met kinderen hebben ook vaker een partner). Verder hangt dit ook deels samen met het doorgaans hogere inkomen van stellen. Als we hier en voor het geslacht, opleidingsniveau en de leeftijd van respondenten controleren, dan zien we dat degenen die samenwonen met een partner vaker op lange vakantie en naar attractieparken zijn geweest dan degenen die zonder partner wonen. Maar degenen met partner gingen dan weer minder vaak uit drinken en bezochten minder vaak concerten/festivals. Respondenten met thuiswonende kinderen bezochten vaker attractieparken en deden vaker andere korte uitjes dan degenen zonder thuiswonende kinderen, maar ze gingen minder vaak uit eten en naar concerten en festivals.

Nederlanders geven meeste geld uit aan een lange vakantie of reis

We vroegen respondenten ook aan welke activiteit ze het meeste geld hebben uitgegeven in de afgelopen twaalf maanden door de activiteiten te rangschikken. De activiteit waar ze het meeste geld aan uitgaven staat op plek één, de activiteit waaraan ze het minste uitgaven op plek negen.[2]

De resultaten laten zien dat Nederlanders het meeste geld uitgaven aan langere vakanties of reizen (zie figuur 2). Uit eten gaan staat op plek twee, gevolgd door korte vakanties en uit drinken gaan. Vakanties zijn doorgaans grote uitgaven. En bij uit eten en drinken speelt vermoedelijk mee dat veel mensen dit regelmatig doen (zie figuur 1). Op plek vijf en zes staan andere korte uitjes en culturele uitjes. Aan zelf sporten, concerten/festivals en attractieparken wordt gemiddeld genomen het minste uitgegeven.

[2] Voor respondenten die hebben aangegeven dat ze een activiteit niet hebben gedaan in de afgelopen twaalf maanden, hebben we die activiteit op plek negen gezet. Dat betekent dat er respondenten zijn die meerdere activiteiten op plek negen hebben staan. Het gaat om 59% van de respondenten.

Figuur 2: Nederlanders geven meeste geld uit aan een lange vakantie of reis

Fig 2
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Lange vakantie of reis levert het meeste geluk op

Om te bepalen welke activiteiten Nederlanders het gelukkigst maken, vroegen we respondenten om te beoordelen hoeveel geluk en ontspanning de negen vrijetijdsactiviteiten hen opleveren. Per activiteit konden ze voor zowel geluk als ontspanning een score geven van 0 (heel weinig geluk/ontspanning) tot 10 (heel veel geluk/ontspanning). We vroegen respondenten om bij hun beoordeling na te denken over de verschillende kanten van de activiteit, zoals de planning, de voor- en napret en het moment van de activiteit zelf. Omdat de antwoorden voor geluk en ontspanning erg op elkaar lijken, laten we hier de gemiddelde score van deze twee vragen zien.

Van de negen vrijetijdsuitgaven waarnaar we hebben gevraagd, zeggen Nederlanders dat een vakantie/reis van vijf dagen of langer hen het meeste geluk en ontspanning oplevert (zie figuur 3). Ook een korte vakantie (zoals een weekend/midweek) scoort hoog, net als uit eten gaan. Attractieparken, concerten en festivals scoren samen met zelf sporten relatief laag.

Figuur 3: Vakantie levert meeste geluk en ontspanning op, zelf sporten het minste

Fig 3
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Hoewel sommige activiteiten relatief laag scoren als we naar het gemiddelde van alle respondenten kijken, betekent dit niet dat deze activiteiten mensen geen geluk opleveren. Nederlanders verschillen hierin sterk van elkaar. Zo hangt de frequentie waarmee de vrijetijdsactiviteiten worden gedaan positief samen met hoeveel geluk en ontspanning respondenten ontlenen aan die bezigheden. Met andere woorden: hoe vaker mensen een activiteit doen, hoe meer geluk en ontspanning het hen oplevert (zie figuur 4). Dit is intuïtief, want hoe leuker je iets vindt, hoe vaker je dit wil doen. Maar andersom kan ook: als het je niet lukt om iets te doen, levert het je minder geluk op. We zien deze samenhang voor elke activiteit, maar de relatie is voor sommige activiteiten sterker dan voor andere.

Figuur 4: Ervaren geluk en ontspanning hangt samen met frequentie

Fig 4
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Opvallend is bijvoorbeeld dat hoewel zelf sporten gemiddeld genomen relatief laag scoort op geluk en ontspanning als we kijken naar alle respondenten, dit toch in de top-vier geluk en ontspanning staat onder mensen die aangeven tenminste eens per jaar te sporten en zelfs op plek twee bij mensen die elk week sporten (zie figuur 5).

Figuur 5: Zelf sporten levert meer geluk op als mensen dit wekelijks doen

Fig 5
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Voor vakantie is de relatie tussen hoe vaak iemand de activiteit doet en de mate van ervaren geluk en ontspanning wat minder sterk. Bij respondenten die het afgelopen jaar niet op vakantie/reis (vijf dagen of langer) zijn geweest, staat vakantie bijvoorbeeld toch op de derde plek, hoewel het niet significant verschilt van de activiteit op plekken twee en vier. Iets vergelijkbaars geldt voor uit eten gaan.

Verder valt op dat jongeren aangeven meer geluk en ontspanning te ervaren dan ouderen bij de vrijetijdsactiviteiten waar we naar hebben gevraagd (zie figuur 6 en 7). Dit sluit aan bij de eerdere bevinding dat jongeren de negen activiteiten doorgaans vaker doen dan ouderen.

Figuur 6: Ervaren geluk en ontspanning door jongvolwassenen

Fig 6
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Figuur 7: Ervaren geluk en ontspanning door ouderen

Fig 7
Noot: de dunne zwarte balkjes in de grafiek zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Bron: RaboResearch 2026

Vermaak hoeft geen geld te kosten

In dit onderzoek hebben we ingezoomd op vrijetijdsactiviteiten buitenshuis, die gepaard gaan met directe uitgaven. Maar in het onderzoek geeft een groot deel, 82% van de respondenten, aan dat ze zich in hun vrije tijd ook goed kunnen vermaken met bezigheden die niet veel geld kosten (zie figuur 8). Ouderen zeggen dit vaker dan jongeren. Zo is 87% van de 67- tot en met 80-jarigen het hiermee eens, tegenover 76% van de 18- tot en met 30-jarigen. Ook vrouwen scoren hoger op deze stelling. Degenen met thuiswonende kinderen scoren juist lager.

Verder is 32% van de respondenten het oneens met de stelling ‘Het liefst ben ik in mijn vrije tijd zo veel mogelijk op pad’. Een iets grotere groep, 40%, is het wel eens met de stelling. Jongvolwassenen (52%) geven vaker dan ouderen (34%) aan dat ze liefst zo veel mogelijk op pad zijn. Ook mannen en degenen met een hoger inkomen scoren hoger.

Figuur 8: Groot deel Nederlanders kan zich goed vermaken met goedkope activiteiten

Fig 8
Bron: RaboResearch 2026

Samenvatting

Vakanties en uit eten en drinken gaan, zijn belangrijke vrijetijdsuitgaven van Nederlanders. Aan deze activiteiten wordt het meeste geld uitgeven en ze leveren het meeste geluk op. Bovendien geven grote groepen Nederlanders aan deze activiteiten het afgelopen jaar ten minste één keer te hebben gedaan. Hierbij is een langere vakantie of reis het belangrijkst als we kijken naar hoeveel geld eraan wordt uitgegeven en hoeveel geluk en ontspanning deze oplevert.

Een vraag die we met dit onderzoek niet kunnen beantwoorden is welke vrijetijdsactiviteit het meeste geluk per euro oplevert. Verder beperken we ons in dit onderzoek tot negen betaalde vrijetijdsactiviteiten die buitenshuis plaatsvinden. We kunnen dus enkel iets zeggen over de verschillen tussen deze negen activiteiten. We sluiten uiteraard niet uit dat Nederlanders ook aan andere vrijetijdsactiviteiten geld uitgeven en geluk en ontspanning ervaren.

Referenties

Boelhouwer, J. (2010). Wellbeing in the Netherlands: the SCP life situation index since 1974. [Doctoral dissertation, Utrecht University].

Carter, T. J., & Gilovich, T. (2012). I am what I do, not what I have: The differential centrality of experiential and material purchases to the self. Journal of Personality and Social Psychology, 102, 1304 – 1317.

Dunn, E. W., Gilbert, D. T., & Wilson, T. D. (2011). If money doesn’t make you happy, then you probably aren’t spending it right. Journal of Consumer Psychology, 21, 115 – 125.

Gilovich, T. & Gallo, I. (2020). Consumers’ pursuit of material and experiential purchases: A review. Consumer Psychology Review, 3, 20 – 33.

Nicolao, L., Irwin, J. R., & Goodman, J. K. (2009). Happiness for sale: Do experiential purchases make consumers happier than material purchases? Journal of Consumer Research, 36, 188 – 198.

Kumar, A., Mann, T. C., Gilovich, T. (2024). The Aptly Buried “I” in Experience: Experiential Purchases Promote More Social Connection Than Material Purchases. Behavioral Decision Making, 37, 1 – 13.

Van Boven, L. & Gilovich, T. (2003). To Do or to Have? That is the Question. Journal of Personality and Social Psychology, 85, 1193 – 1202.

Weingarten, E., & Goodman, J. K. (2021). Re-examining the Experiential Advantage in Consumption: A Meta-Analysis and Review. Journal of Consumer Research, 47, 855 – 877.

Weingarten, E., Duke, K., Liu, W., Hamilton, R. W., Amir, O., Appel, G., Cerf, M., Goodman, J. K., Morales, A. C., O’Brien, E., Quoidbach, J., Sun, M. (2022). What makes people happy? Decoupling the experimental-material continuum. Journal of Consumer Psychology, 1 – 10.

Onderzoeksverantwoording

De enquête is gehouden onder 1.849 Nederlanders van 18 tot en met 80 jaar oud. Het veldwerk vond plaats in november 2025. De steekproef is na een kruislingse weging representatief voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau voor de Nederlandse bevolking. De kleinste weegfactor die we hebben gebruikt is 0,50 en de hoogste 2,66.

Tabel 1: Kenmerken steekproef

Tab 1
Bron: RaboResearch 2026

De verschillen die we in deze publicatie in de tekst benoemen tussen zowel groepen als activiteiten, zijn statistisch significant op ten minste 5%, tenzij anders is vermeld.

Voor de analyses naar hoe vaak activiteiten zijn gedaan en de samenhang met verschillende achtergrondkenmerken hebben we gebruik gemaakt van kruistabellen, correlaties en regressieanalyses. Bij de regressies controleren we voor de achtergrondkenmerken leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, inkomen, het wel of niet hebben van een partner en het wel of niet hebben van thuiswonende kinderen.

Voor de analyses naar geluk en ontspanning hebben we per activiteit de items voor ontspanning en geluk gemiddeld vanwege de sterke samenhang tussen die twee. De laagste Cronbach’s alpha was voor uit eten gaan (0,87) en de hoogste voor zelf sporten (0,94).

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder