Onderzoek
Groot-Amsterdam en Utrecht hertekenen kaart Nederlandse arbeidsmarkt
Groot‑Amsterdam en Utrecht trekken een groeiend aantal werknemers aan die in andere regio's wonen. Bovendien komen deze pendelaars de afgelopen jaren van steeds verder weg. Het gaat daarbij vooral om regio’s in en rond de Randstad en om gebieden met goede (ov‑)verbindingen, zoals Arnhem/Nijmegen, Zuidwest‑Overijssel (Deventer), Noordoost‑Brabant (Den Bosch) en Zuidwest‑Gelderland (Betuwe). Vooral de zakelijke dienstverlening, financiële dienstverlening en ICT jagen deze ontwikkeling aan, sectoren waar thuiswerken vaak goed mogelijk is.

In het kort
De geografie van de Nederlandse arbeidsmarkt is aan het veranderen. Twee ontwikkelingen zijn de afgelopen paar jaar van grote invloed geweest op waar mensen in Nederland werken en wonen. Enerzijds zijn er grote verschillen in economische groei tussen regio’s. De economie van een paar grootstedelijke regio’s groeit aanzienlijk harder dan de meeste andere regio’s (Zendijk en Sander, 2024; Bijkerk et al., 2026), wat samengaat met een hardere groei van banen in deze grootstedelijke regio’s. Anderzijds is thuiswerken sinds de coronacrisis voor veel werknemers normaal geworden, waardoor zij verder van hun werk kunnen wonen (CBS, 2024). Vooral in de zakelijke dienstverlening, financiële dienstverlening en ICT bieden veel werkgevers daarvoor mogelijkheden aan (CBS, 2025).
Tot op heden is nog maar weinig bekend hoe deze ontwikkelingen doorwerken in de regionale arbeidsmarkt. Dit is een relevante vraag, omdat veranderingen in de woon-werkverkeerdynamiek grote gevolgen kunnen hebben voor woningmarkten, bereikbaarheid en infrastructuur.
Wij bestuderen hoe deze trends tot uiting komen in zogeheten pendelstromen – het woon-werkverkeer – tussen regio’s in Nederland. Hiervoor gebruiken we data van het CBS. Uit onze analyse blijkt dat de pendelstromen naar Groot-Amsterdam en Utrecht tussen 2021 en 2024 fors zijn toegenomen. Deze stromen komen steeds vaker uit verder gelegen regio’s, zoals Arnhem/Nijmegen, Zuidwest-Overijssel (omgeving Deventer), Noordoost-Noord-Brabant (omgeving ‘s Hertogenbosch) en Zuidwest-Gelderland (Betuwe).
Dit effect is groter voor bepaalde sectoren. Vooral werknemers in de zakelijke dienstverlening, financiële dienstverlening en ICT werken in Groot-Amsterdam of Utrecht, terwijl ze elders wonen. Daarbij is de gemiddelde reisafstand van werknemers naar werk over de hele linie iets toegenomen.
Onze bevindingen hebben verschillende implicaties. Door de opkomst van thuiswerken hebben werkgevers in grootstedelijke regio’s toegang tot een grotere pool aan arbeidskrachten. De afstand tot werk blijkt voor bepaalde werknemers een kleinere barrière dan in het verleden. Dit biedt deze groep tegelijkertijd ook meer keuzemogelijkheden voor mogelijke banen. Tegelijkertijd ondervinden werkgevers buiten de grootstedelijke regio’s hierdoor extra concurrentie voor talent.
Met onze analyse dragen we bij aan de literatuur over de ruimtelijke gevolgen van thuiswerken (Akan et al., 2025), de rol van steden en regio’s in het economisch landschap (Glaeser, 2011), en de geografie van de arbeidsmarkt (Moretti, 2012).
Inleiding
Regio’s in Nederland kennen uiteenlopende economische groeipaden. Waar regio’s als Groot‑Amsterdam en Brainport Eindhoven al jaren aanzienlijk harder groeien dan het landelijke gemiddelde (Bijkerk et al., 2026), blijven veel dunbevolkte regio’s aan de randen van het land juist achter in economische groei. Deze trend van toenemende economische divergentie zet de laatste jaren verder door (Zendijk en Sander, 2024). De verschillen in regionaal-economische ontwikkeling hangen nauw samen met pendelstromen. Zo trekt Groot‑Amsterdam veel werknemers uit omliggende regio’s om in zijn behoefte aan werknemers te voorzien (PBL, 2020).
Tegelijkertijd speelde een andere ontwikkeling die invloed heeft op pendelgedrag: de opkomst van het thuiswerken. Sinds de coronacrisis is thuiswerken voor veel bedrijven en werknemers normaler geworden. Hierdoor kunnen werknemers op grotere afstand van hun werk wonen of een baan aanvaarden die verder weg ligt. Daarbij wordt de mogelijkheid om thuis te werken steeds vaker gezien als een belangrijke arbeidsvoorwaarde (De Telegraaf, 2025).
Toch is tot op heden nog maar weinig bekend over hoe deze ontwikkelingen doorwerken in de regionale arbeidsmarkt. Het is onduidelijk of zij leiden tot woon-werkverkeer over grotere afstanden en welke regio’s daarbij het sterkst betrokken zijn. Dit is een relevante vraag, omdat veranderingen in woon-werkverkeerdynamiek grote gevolgen kunnen hebben voor woningmarkten, bereikbaarheid en infrastructuur.
Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe de pendelstromen tussen Nederlandse regio’s zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Zijn deze patronen stabiel gebleven, of zien we tekenen van verandering? En welke consequenties heeft dit voor regio’s? In deze studie onderzoeken we de recente ontwikkeling van interregionale pendelstromen in Nederland en plaatsen we deze in de context van bredere economische trends.
Een derde van de werknemers werkt buiten de regio
De drukte op de snelwegen doet wellicht anders vermoeden, maar de meeste mensen werken in hun eigen omgeving: 43% in de gemeente en 68% in de regio waarin ze wonen.[1] Ongeveer een derde (32%) van alle werknemers werkt dus buiten hun woonregio en dit aandeel is relatief constant over de tijd. De grootste woon-werkstromen tussen Nederlandse regio’s zijn weergegeven in figuur 1a.
Vooral in de Randstad zijn omvangrijke stromen zichtbaar, met sterke bewegingen in de richting van economische centra als Groot‑Amsterdam en Utrecht. De meeste pendelaars komen uit aangrenzende regio’s die met (ov-)verbindingen goed verbonden zijn. Figuur 1b toont de woon-werkratio van regio’s, vaak woon-werkbalans genoemd. Is de waarde van een regio boven de één, dan werken er meer mensen in de regio dan er wonen. Is de waarde onder de één, dan wonen er meer mensen dan er werken.[2]
Groot‑Amsterdam en Utrecht vallen hierbij duidelijk op. Beide regio’s trekken veel werknemers aan uit omliggende gebieden. Dat is niet verrassend: het zijn economisch dynamische regio’s met een omvangrijke en gedifferentieerde arbeidsmarkt, waarin vraag en aanbod elkaar goed kunnen vinden en waar mensen graag willen werken. Ook Delft en Westland, Groot‑Rijnmond, Den Haag, Brainport Eindhoven, de Veluwe, omgeving Zwolle, Zuidoost‑Friesland en Groningen en omgeving trekken veel werknemers uit andere regio’s aan. Opvallend is dat Brainport Eindhoven – ondanks de sterke economische groei in de afgelopen decennia (Bijkerk et al., 2026) – toch relatief beperkte inkomende pendelstromen kent in vergelijking met andere centra zoals Utrecht en Groot-Amsterdam. Deze regio trekt veel expats aan die ook graag in de Brainport willen wonen.
Daartegenover staan regio’s waar structureel meer mensen wonen dan werken. Deze gebieden zijn ook sterk georiënteerd op nabijgelegen regio’s om arbeid te leveren. Dit geldt onder meer voor regio’s rondom Groot‑Amsterdam en Utrecht, voor Flevoland, en voor regio’s als Delfzijl en omgeving en Oost‑Groningen.
[1] Op basis van CBS-data uit 2024 voor corop-regio’s.
[2] Voor onze analyse kijken we naar werknemersbanen. Dit betekent dat zelfstandigen worden uitgesloten. We zijn ons ervan bewust dat we daarmee geen volledig beeld geven. Verder gaat het om economische eenheden die ingezeten zijn in Nederland. De persoon hoeft geen ingezetene van Nederland te zijn. Een werknemer is een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.
Figuur 1a: Woon-werkverkeer tussen regio’s

Figuur 1b: Groot- Amsterdam en Utrecht zijn werkcentra

Noot: de linker figuur toont werknemersstromen van meer dan 10.000. De rechter figuur toont de woon-werkbalans. Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026
Groot-Amsterdam en Utrecht trekken vaker werknemers van buiten de regio
Figuur 2 laat zien hoe het pendelsaldo van Nederlandse regio’s zich heeft ontwikkeld tussen 2021 en 2024. Dit is een opvallende periode, omdat het de jaren na de coronapandemie betreft, waarin thuiswerken voor veel mensen normaal werd (CBS, 2024).[3]
Twee regio’s vallen duidelijk op: Groot‑Amsterdam en Utrecht. Daar werkten al veel mensen die er niet wonen, maar sinds 2021 is dat aantal sterk toegenomen. Beide regio’s halen dus vaker werknemers van buiten de eigen regio. Brainport Eindhoven laat een ander beeld zien. Dit is na Groot-Amsterdam de sterkste groeiregio, maar het pendelsaldo is nauwelijks veranderd. Dat betekent niet dat er weinig banen zijn bijgekomen in die regio – integendeel. Tussen 2021 en 2024 groeide het aantal banen in Brainport Eindhoven juist harder dan gemiddeld in Nederland (Brainport Eindhoven, 2024). Het laat vooral zien dat Brainport Eindhoven zijn extra arbeidskrachten vooral uit de eigen regio haalt.
In het vervolg van deze studie focussen we ons op de groeiende pendelstromen in de richting van Groot-Amsterdam en Utrecht, omdat die in omvang veruit het grootst zijn.
[3] Helaas zijn over de jaren vóór de pandemie geen vergelijkbare cijfers beschikbaar.
Figuur 2: Woon-werkverkeer in de richting van Groot-Amsterdam en Utrecht neemt toe tussen 2021 en 2024

Werknemers uit Oost-Nederland pendelen vaker naar Groot-Amsterdam en Utrecht
Groot‑Amsterdam en Utrecht hebben een groeiende behoefte aan arbeidskrachten en halen die steeds vaker uit andere regio’s. Maar om welke regio’s gaat het precies? Al vóór 2021 pendelden veel werknemers naar deze twee economische centra, vooral uit direct aangrenzende regio’s. Sinds 2021 zien we echter dat werknemers steeds vaker uit verder weg gelegen regio’s komen.
Figuur 3 laat dit duidelijk zien. Alle Nederlandse regio’s zijn weergegeven, met uitzondering van Groot‑Amsterdam en Utrecht. Voor elke regio tonen we de verandering in procentpunten van het aandeel werknemers dat in de desbetreffende regio woont, maar in Groot‑Amsterdam of Utrecht werkt. Een voorbeeld maakt dit duidelijk: in de regio Arnhem‑Nijmegen werkte in 2021 ongeveer 6,5% van de werknemers in Groot‑Amsterdam of Utrecht. In 2024 was dat 7,5%. Oftewel: een groei van één procentpunt en een toename van 4.500 werknemers.
Naast regio’s die al langer op Groot-Amsterdam en Utrecht zijn gericht – zoals Flevoland, Oost‑Zuid‑Holland (rondom Gouda) en Zuidwest‑Gelderland (Betuwe) – vallen ook regio’s verder in het oosten en het noorden van het land op. Denk aan Zuidwest‑Overijssel (omgeving Deventer), Arnhem‑Nijmegen, Noordoost-Noord-Brabant (’s-Hertogenbosch), en zelfs regio’s in Drenthe en Friesland. Deze regio’s liggen niet direct naast Groot‑Amsterdam of Utrecht, maar hebben vaak goede (ov‑)verbindingen met deze gebieden.
Hoewel de pendelstromen uit deze verder weg gelegen regio’s in omvang kleiner zijn dan die vanuit aangrenzende regio’s (zie figuur 1a), groeien ze veelal sneller. Slechts twee regio’s laten een lichte daling zien in het aandeel werknemers dat naar Groot‑Amsterdam of Utrecht pendelt: Delfzijl en omgeving en de Zaanstreek.
Figuur 3: Groot-Amsterdam en Utrecht halen vaker werknemers van buiten de eigen regio

Het gaat vooral om banen in de zakelijke dienstverlening en ICT
Er is dus een groeiende groep werknemers die pendelt naar Groot‑Amsterdam en Utrecht. Een logische vervolgvraag is dan: in welke sectoren werken deze mensen? Figuur 4 toont de uitsplitsing naar sector van de groep werknemers die de regio’s Utrecht en Groot-Amsterdam in de periode 2021-2024 van buiten de eigen regio haalde. Een aantal sectoren valt duidelijk op: de zakelijke en financiële dienstverlening, vervoer en opslag (logistiek) en de ICT‑sector. In veel van deze sectoren is hybride werken goed mogelijk (CBS, 2024), al geldt dit minder sterk voor vervoer en opslag.[4]
[4] Toch zien we ook daar een groei, wat deels te verklaren is door ontwikkelingen in specifieke regio’s. Voor Groot‑Amsterdam speelt mee dat Schiphol tijdens de coronapandemie flink is gekrompen. Het aantal banen daalde er in korte tijd sterk, maar groeide in de jaren daarna weer. Omdat wij specifiek kijken naar de periode 2021–2024, lijkt het alsof de pendelstroom naar Groot‑Amsterdam vanaf 2021 sterk toenam, terwijl het in werkelijkheid voor een belangrijk deel gaat om herstelgroei na de klap in 2020. Voor Utrecht ligt dat anders. De groei in de sector vervoer en opslag lijkt daar eerder te maken te hebben met de aanwezigheid van grote werkgevers in het spoorvervoer, zoals NS en ProRail.
Figuur 4a en 4b: Aandeel sectoren in de groeiende pendelbewegingen naar Groot-Amsterdam en Utrecht

Dit zijn niet geheel toevallig sectoren waar thuiswerken gebruikelijk is. In figuur 5 zien we de gemiddelde woon-werkafstand per sector afgezet tegen het percentage werkgevers per sector dat thuiswerken faciliteert in 2022. De mogelijkheid tot thuiswerken gaat hand in hand met een grotere afstand tussen woon- en werklocatie. Gegeven het relatief hoge percentage werkgevers in de zakelijke en financiële dienstverlening, en ICT in Groot-Amsterdam en Utrecht, is het niet onverwacht dat werknemers in die regio’s van steeds verder komen.
Figuur 5: Gemiddelde woon-werkafstand groter voor sectoren waar thuiswerken wordt gefaciliteerd

Implicaties
Wat betekent deze ontwikkeling voor regio’s? Wanneer we kijken vanuit het perspectief van economische centra met een groeiende vraag naar arbeidskrachten – zoals Groot‑Amsterdam en Utrecht – dan valt op dat deze regio’s meer werknemers aantrekken uit gebieden elders in het land. Door de toegenomen mogelijkheden voor hybride en thuiswerken kunnen werkgevers werknemers werven in een geografisch ruimer gebied dan voorheen. Waar vroeger naar buurregio’s werd gekeken, bereiken zij nu steeds vaker ook verder weg gelegen gebieden. Deze trend is vooral zichtbaar in sectoren waarin hybride of volledig thuiswerken goed in te passen is, zoals de zakelijke en financiële dienstverlening en de ICT.
De ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de regio’s waarvan een groeiend deel van de beroepsbevolking buiten de eigen regio werkt. Door een groter geografisch bereik hebben werknemers meer keuzevrijheid en worden banen in verder gelegen regio’s ook een optie, zeker wanneer thuiswerken de fysieke afstand deels overbrugt. Dit kan gevolgen hebben voor de lokale arbeidsmarkt. Werkgevers concurreren bij het aantrekken van personeel niet langer uitsluitend met bedrijven in dezelfde sector binnen de regio, maar ook met werkgevers elders in het land. Vooral in sectoren waar hybride werken gangbaar is, kan deze verschuiving de arbeidsmarkt competitiever maken voor regionale bedrijven.
Literatuur
Akan, M., Barrero, J. M., Bloom, N., Bowen, T., Buckman, S. R., Davis, S. J., & Kim, H. (2025). The new geography of labor markets (No. w33582). National Bureau of Economic Research.
Brainport Eindhoven. (2024). Arbeidsmarkt. Te vinden op: https://brainporteindhoven.com/nl/strategie-en-organisatie/agenda-voor-de-regio/brainport-monitor/arbeidsmarkt#:~:text=Aantal%20banen%20stijgt%20regionaal,landelijk%20(%2B19%2C6%25)
Bastiaanssen, J., en Breedijk, M. (2024). Planbureau voor de Leefomgeving. Beter bereikbaar? Veranderingen in de toegang tot voorzieningen en banen in Nederland tussen 2012 en 2022. Te vinden op: https://www.pbl.nl/system/files/document/2024-09/pbl-2024-beter-bereikbaar-5300_0.pdf
Bijkerk, S., Flikkema, M., Raspe, O. (2026). Hardnekkige verschillen in productiviteit van Nederlandse regio’s. Te vinden op: https://www.rabobank.nl/kennis/d011511220-hardnekkige-verschillen-in-productiviteit-van-nederlandse-regios
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Ruim helft Nederlanders werkt weleens thuis. Te vinden op: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/11/ruim-helft-nederlanders-werkt-weleens-thuis
Centraal Bureau voor de Statistiek (2025). Werken op afstand onveranderd sinds 2022. Te vinden op: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/07/werken-op-afstand-onveranderd-sinds-2022
De Telegraaf. (2025). Thuiswerken verworven recht: belangrijke voorwaarde voor kwart van beroepsbevolking. Te vinden op: https://www.telegraaf.nl/financieel/thuiswerken-verworven-recht-belangrijke-voorwaarde-voor-kwart-van-beroepsbevolking/64047672.html
Glaeser, E. (2011). Triumph of the city: How urban spaces make us human. Pan Macmillan.
Moretti, E. (2012). The new geography of jobs. Houghton Mifflin Harcourt.
Van Eck, J.R., Groot, J., Tennekes, J., Raspe, O., Harms, L. (2020). Planbureau voor de Leefomgeving. Dagelijkse Verplaatsingspatronen: Intensivering van stedelijke netwerken. Te vinden op: https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2020-dagelijkse-verplaatsingspatronen-3972.pdf
Zendijk, F., Sander, F.J.D. (2024). Regioprognoses: komend jaar grote verschillen tussen Nederlandse regio’s in een groeiende economie. Te vinden op: https://www.rabobank.nl/kennis/d011460925-regioprognoses-komend-jaar-grote-verschillen-tussen-nederlandse-regios-in-een-groeiende-economie

