Onderzoek
Dubbele vergrijzing vergroot de vraag naar mondzorg
Nederland vergrijst en dat heeft ook gevolgen voor de mondzorg. Oudere patiënten hebben specifieke behoeften. De sector moet zich daar op voorbereiden, zowel qua capaciteit als qua expertise. In dit artikel inventariseren we welke veranderingen op de sector afkomen.

In het kort
Steeds meer ouderen: bijna miljoen 75-plussers erbij in komende twintig jaar
De Nederlandse bevolking staat voor een dubbele vergrijzing. In de komende tien jaar neemt het aantal 65-plussers met 713.000 personen toe, waarvan er 252.000 in de leeftijd 65-75 zijn en 461.000 ouder dan 75. In het daaropvolgende decennium – dus in de periode 2035-2045 - blijf het aantal 75-plussers toenemen, met 509.000 personen, terwijl het aantal ‘jonge ouderen’ in de leeftijd van 65-75 jaar daalt met 280.000 (figuur 1). In 2045 is ruim één op de zeven inwoners van Nederland ouder dan 75 jaar, tegen één op tien nu.
In dit artikel inventariseren we welke eisen de vergrijzing stelt aan tandheelkundige zorg, zowel qua capaciteit als qua expertise.
Figuur 1: Sterke stijging aantal ouderen in komende twintig jaar

Ouderen vragen steeds meer mondzorg
Ouderen bezoeken vaker dan vroeger de tandarts. Het aandeel 75-plussers zonder eigen tanden is in rap tempo gedaald, van 53% in 2009 naar 25% in 2025. Steeds vaker hebben ouderen nog (een deel van) hun eigen gebit, met kronen, bruggen en/of implantaten. Technologische vooruitgang heeft de mogelijkheden op dit gebied sterk vergroot. Ook de gemiddeld genomen betere financiële positie van ouderen draagt positief bij aan deze ontwikkeling.
We zien dan ook een navenante stijging van het aandeel ouderen dat minimaal een keer per jaar naar de tandarts gaat (figuur 2). Het aandeel 75-plussers dat minimaal een keer per jaar de tandarts bezoekt (70%) benadert het aandeel 75-plussers met eigen gebitselementen (75%).
Figuur 2: Steeds meer ouderen bezoeken minimaal een keer per jaar de tandarts

Het blijft ook niet bij één bezoek per jaar. Een gemiddelde 75-plusser contacteerde 3,2 keer per jaar de tandarts in 2025, tegenover 1,6 keer in 2014.
Toch is er ook een groep die om uiteenlopende redenen soms afziet van een bezoek aan de tandarts. Financiële overwegingen spelen een rol, aangezien mondzorg voor volwassenen vanaf 18 jaar niet in het basispakket zit. Ook met een aanvullende verzekering zijn bijbetalingen gebruikelijk. Deze financiële drempel bestaat voor zowel ouderen als jongere volwassenen. In de Kamerbrief van het Ministerie van VWS van december 2025 staat dat ongeveer 640.000 volwassenen om financiële redenen minder dan eens per twee jaar naar de tandarts gaan.
Specifiek voor ouderen kunnen daarnaast mobiliteitsproblemen of een verminderde zelfredzaamheid een bezoek aan een praktijk bemoeilijken. Reisafstand en mobiliteit zijn belangrijk, aangezien ouderen steeds langer zelfstandig wonen. Waar het bejaardenhuis in de jaren zestig nog werd gezien als kroon op de verzorgingsstaat, woont tegenwoordig maar liefst 92% van de 75-plussers nog zelfstandig. En ook van de 90-plussers woont nog twee derde zelfstandig. In de bejaardenhuizen en verzorgingshuizen van weleer was de aanwezigheid van een tandarts op vaste dagen niet ongebruikelijk. Bij zelfstandig wonende ouderen kunnen gebitsproblemen ongemerkt verergeren, met als gevolg zwaardere gebitsklachten maar ook een hoger risico op andere gezondheidsproblemen als gevolg van een slechte mondgezondheid. Het NIVEL becijferde in 2021 dat er toen al ruim 300.000 thuiswonende kwetsbare ouderen waren met een matige tot slechte mondgezondheid. Uit dit onderzoek bleek ook dat het bij deze groep vaak gaat om een opeenstapeling van lichamelijke, geestelijke en sociale problemen. Maar ook bij ouderen die in een instelling verblijven is een tandartsbezoek niet vanzelfsprekend. Cognitieve problemen zoals dementie zorgen voor extra uitdagingen, zowel bij thuiswonende ouderen als bij ouderen in een instelling. Deze problemen variëren van het vergeten van poetsbeurten of tandartsafspraken tot angstproblematiek.
Vergrijzing vraagt om extra capaciteit
Als we de huidige contactfrequentie per leeftijdsgroep afzetten tegen de bevolkingsprognose van het CBS, dan is alleen al op basis van de bevolkingsontwikkeling een groei te verwachten van 60 miljoen contactmomenten in 2026 naar 62 miljoen in 2035 en 64 miljoen in 2045. Hierbij hebben we geen rekening gehouden met de complexiteit van het contact en met factoren die de zorgvraag per oudere vergroten. Hierbij valt te denken aan verdere technologische vooruitgang, waardoor toekomstige ouderen minder vaak een volledig kunstgebit zullen hebben. Maar ook leefstijlfactoren spelen een rol bij een toenemende vraag. Zo waarschuwt de KNMT dat gebitsslijtage (tanderosie) vaker voor kan komen door consumptie van frisdranken en vruchtensappen.
Figuur 3: Verwachte ontwikkeling aantal tandartscontacten op basis van bevolkingsgroei

Tegenover de toename van de zorgvraag staat de komende jaren een uitstroom van tandartsen: hoewel enige productiviteitswinst is behaald door schaalvergroting en betere samenwerking met mondhygiënisten en preventieassistenten is een stijging van het aantal opleidingsplaatsen een belangrijke factor in het vergroten van het zorgaanbod.
Een uitbreiding van de numerus fixus sluit ook aan bij de wensen van studenten, want de animo voor deze studie is groot. Zo was voor het studiejaar 2025/2026 de kans op inloting bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) kleiner dan 10 procent. Het beeld is dus geheel anders dan bij de beroepsgroep artsen, waarvoor het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) zeer grote knelpunten verwacht. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft besloten het aantal studieplaatsen tandheelkunde stapsgewijs uit te breiden naar 290 in 2027. Uit het Capaciteitsplan 2027-2030 komt naar voren dat de jaarlijkse instroom van tandartsen verder moet worden verhoogd naar 386, waarmee er in 2043 een balans is tussen vraag en aanbod. Een ander aandachtspunt is dat Nederland voor voldoende aanbod van mondzorg afhankelijk blijft van tandartsen met een buitenlands diploma, wat voor de langere termijn een onzeker perspectief biedt voor de patiënt vanwege de kans dat de tandarts in kwestie terug gaat naar het moederland.
Het aantal tandartsen varieert sterk per regio. Een relatief groot aantal vestigt zich in of nabij de steden waar zij hebben gestudeerd, te weten Amsterdam, Nijmegen en de stad Groningen. Dit terwijl de vergrijzing het sterkst is aan de ‘randen’ van het land, zoals in Noordoost-Groningen, Limburg en Zeeland. Dit zijn de gebieden waar nu al het aantal inwoners per tandartspraktijk bovengemiddeld groot is (figuur 4). Zo blijkt uit CBS-cijfers dat in de regio Delfzijl een gemiddelde tandartspraktijk 2986 inwoners bedient; dat is ruim drie keer zoveel als in Groot Amsterdam met 856 patiënten per praktijk.
Figuur 4: Het aantal inwoners per tandartspraktijk verschilt sterk per regio

Gerodontologie: expertise en kennisdeling
De toenemende vergrijzing brengt ook veranderende opgaven met zich mee in termen van kennis en de manier van werken bij tandartspraktijken. Mondzorgverleners vergroten hun expertise op het gebied van gerontologie op verschillende manieren. Zo is gerodontologie een van de twaalf erkende differentiaties binnen de tandheelkunde, al is het aantal afgestudeerden met deze erkenning met achttien nog beperkt. Wel kent Nederland sinds veertig jaar de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd). Deze wetenschappelijke vereniging voor beroepsbeoefenaren zoals tandartsen, mondhygiënisten, tandprothetici, artsen en specialisten ouderengeneeskunde. heeft ruim 300 leden.
Daarnaast geeft de brancheorganisatie KNMT aandacht aan kennisdeling met de in 2021 geïntroduceerde Praktijkwijzer 'Mondzorg aan ouderen' voor tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici. Deze wijzer is volgens de KNMT in 2025 meer dan 500 keer gedownload en bevat aanbevelingen en adviezen voor de zorg aan ouderen. Daarbij gaat het om de organisatie van de zorg, de vaardigheden en expertise van mondzorgverleners en de inrichting en toegankelijkheid van de praktijk. Belangrijke tips zijn de bekostiging en het in beeld houden van de doelgroep ouderen. Voor de bekostiging zijn er verschillende opties: kwetsbare ouderen kunnen onder bepaalde voorwaarden vanuit de basisverzekering aanspraak maken op vergoeding van het U10-tarief (voor moeilijk behandelbare patiënten). Ook de in 2025 ingevoerde betaaltitel voor het behandelen van patiënten aan huis kan hierbij helpen.
Voor het in beeld houden van de doelgroep is het belangrijk om het patiëntenbestand te controleren op de opkomst van oudere patiënten en om te voorkomen dat patiënten hun afspraak vergeten, bijvoorbeeld door het sturen van een herinnering. Als een oudere patiënt (herhaaldelijk) niet verschijnt op een gemaakte afspraak kan het wenselijk zijn om contact op te nemen met de mantelzorger of de huisarts. Hiervoor is het van belang om in een eerder stadium in overleg met de patiënt én met diens toestemming (informed consent) de contactgegevens van de huisarts en eventuele andere zorgverleners vast te leggen.


