Update
Visconsumptie verandert snel in Nederland
De visconsumptie in Nederland is de afgelopen jaren duidelijk veranderd. Waar vis vroeger een vaste plek had op het menu, kiezen consumenten nu minder vaak voor traditionele vissoorten. Tegelijk kiezen consumenten vaker voor gemak. Daardoor groeit de vraag naar kweekvis en vooral zalm. In dit artikel lees je wat er achter deze verschuiving zit en wat dit betekent voor de toekomst van de Nederlandse vismarkt.

In het kort
Binnen de verschuiving in de Nederlandse vismarkt valt vooral het verschil op tussen volume en bestedingen (waarde). Nederlanders eten al enkele jaren minder vis, vooral gemeten in volume (figuur 1), maar geven per aankoop relatief meer uit. Dat komt doordat goedkopere, traditionele soorten terrein verliezen, terwijl duurdere producten zoals zalm juist winnen. In waarde is de daling daardoor beperkter (figuur 2). Zo verandert niet alleen de hoeveelheid vis die wordt gegeten, maar ook welke soorten en in welke vorm.
Figuur 1: Volume van Nederlandse visconsumptie

Als je de figuren vergelijkt, zie je dat de waarde van zalmconsumptie sneller stijgt dan het volume ervan:
Figuur 2: Waarde van Nederlandse visconsumptie

Daling sinds 2021 na tijdelijke piek
De visconsumptie in Nederland daalt vooral sinds 2021. Tijdens de coronalockdowns lag de consumptie tijdelijk hoger, omdat mensen vaker thuis kookten . Daarna keerde dit effect snel om. De vraag naar vis is sindsdien genormaliseerd en ligt in veel gevallen zelfs onder het niveau van vóór de pandemie.
Minder aanbod maakt vis duurder
De daling komt deels door een krap aanbod van traditionele vissoorten. Kabeljauw is een duidelijk voorbeeld: de vangstquota liggen in 2026 op een historisch laag niveau. Ook bij tong en schol blijven vangsten achter, waardoor de prijzen stijgen.
In een prijsgevoelige markt heeft dat direct effect. Als vis duurder wordt dan bijvoorbeeld kip, kiezen consumenten vaker voor andere eiwitbronnen. Ook pelagische soorten zoals haring en makreel zijn minder beschikbaar, door lagere vangsten en strengere regels. Daarnaast spelen klimaatverandering en internationale afspraken een rol: in 2026 is de toegestane vangst van makreel fors verlaagd. Ook verloren belangrijke visserijen voor Atlantische makreel en Atlanto-Scandische haring in 2019 en 2020 hun MSC-keurmerk of werd dit tijdelijk stopgezet. Veel Nederlandse supermarkten stellen dit keurmerk als eis. Daardoor was er minder gecertificeerde pelagische vis beschikbaar en lag deze ook minder vaak in de schappen.
Ook bij mosselen en paling schommelt het aanbod. De kweek hiervan vindt plaats in gecontroleerde systemen, maar is wel afhankelijk van jonge dieren uit het wild. Door de lagere beschikbaarheid stijgen de prijzen en is het aanbod onregelmatiger, wat hun positie op de binnenlandse markt verder verzwakt. Samen zorgen deze ontwikkelingen ervoor dat traditionele vissoorten minder beschikbaar én duurder zijn geworden.
Rol Nederland in internationale vishandel
Een sterke exportpositie, maar lagere binnenlandse vraag
Nederland speelt een belangrijke rol in de internationale vishandel. Via de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol wordt vis uit onder meer Scandinavië en andere werelddelen efficiënt doorgevoerd naar de Europese markt. Ook zijn er sterke regionale clusters, zoals Urk, waar bedrijven gespecialiseerd zijn in verwerking en distributie. Hier combineert de Nederlandse industrie succesvol traditionele expertise met industriële efficiëntie en geavanceerde verwerkingstechnologieën. Daarnaast is Nederland actief in meerdere schakels van de keten. De pelagische vloot vist wereldwijd met moderne schepen en Nederlandse bedrijven zijn toonaangevend in de productie van visvoer voor aquacultuur.
Consumenten kiezen voor gemak en supermarkt
Naast het aanbod verandert ook het gedrag van consumenten. Veel visproducten vragen tijd om te bereiden, zoals hele vis of verse filets van de visboer. Juist daar haken vooral jongere consumenten af. Gemak wordt steeds belangrijker. Tegelijker kopen mensen hun vis vaker in de supermark in plaats van bij de visboer of markt. Traditionele soorten passen daar minder bij. Supermarkten richten zich vooral op gestandaardiseerde, voorverpakte en makkelijk te bereiden producten, een segment waarin veel traditionele soorten achterblijven.
Ook eettrends veranderen. Gerechten zoals sushi en pokébowls zijn populair en gebruiken vooral zalm, garnalen en tonijn. Daardoor ontstaat een kloof: de soorten die het meest beschikbaar zijn uit traditionele visserijen sluiten minder aan bij wat consumenten willen eten. Omgekeerd komen soorten die populair zijn in het huidige eetpatroon vaker uit kweek (aquacultuur) in plaats van uit de wilde vangst.
Zalm domineert door gemak en stabiel aanbod
Tegen deze achtergrond is zalm de grote winnaar van de veranderingen in de vismarkt. Het aandeel in de visconsumptie groeide van 25% naar 35% (zie figuur 3). In bestedingen ligt dit aandeel nog hoger, met 46%. Zalm is populair omdat het goed aansluit bij wat consumenten zoeken: een product dat makkelijk te bereiden, gezond (omega-3-vetzuren) en altijd beschikbaar is. De aanvoer is stabiel en goed schaalbaar, vooral door kweek in Noorwegen en efficiënte logistiek.
Figuur 3: Verandering in Nederlandse huishoudelijke consumptie van verse visserij- en aquacultuurproducten (2015 en 2025)

Innovatie maakt zalm geschikt voor de supermarkt
De verwerking van zalm is de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. In plaatsen zoals Urk wordt veel geïnvesteerd in portioneren, fileren en roken. Hierdoor is een breed aanbod ontstaan van gemaksproducten, zoals verse filets, gerookte zalm, kant-en-klare maaltijden en maaltijdcomponenten. Deze producten sluiten goed aan bij de supermarkt en hoe mensen tegenwoordig boodschappen doen en eten.
Kweekvis groeit en verandert de markt
Naast zalm winnen ook andere kweekvissoorten langzaam terrein. Pangasius (6%) en garnalen (4%) zijn samen goed voor ongeveer 10% van de visconsumptie. Ze zijn populair door hun prijs, stabiele beschikbaarheid en geschiktheid voor bewerkte producten.
Ook zeebaars, zeebrasem en tilapia dragen bij aan deze ontwikkeling. Hun aandeel is nog klein, maar samen zijn kweekvisproducten inmiddels goed voor ongeveer de helft van de totale visconsumptie in Nederland. Dat laat zien dat de markt fundamenteel verandert. Niet alleen in hoeveel vis we eten, maar ook in hoe die vis wordt geproduceerd, verwerkt en verkocht.
Kweekvis sluit beter aan op moderne consument
Deze verschuiving gaat verder dan alleen volume. Kweekvis past vaak beter bij moderne verwerking en verkoop. Het is geschikt voor vaste porties, eenvoudige bereiding en kant-en-klare producten. Daardoor sluit kweekvis beter aan bij supermarkten en bij consumenten die snel en makkelijk willen koken. Dit versterkt de groei van deze categorie in de markt.
Groeiende rol aquacultuur biedt toekomstkansen
De verwachting is dat aquacultuur verder groeit. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de kweek van Atlantische kabeljauw in Noorwegen, worden opgeschaald. Dit kan helpen om tekorten van wilde vissoorten op te vangen. Voor Nederland is dat relevant, omdat er veel vraag is naar witvis zoals kabeljauw. In bredere zin kan de groei van aquacultuur de daling van de visconsumptie afremmen en mogelijk zelfs omkeren. Een groter en beter aanbod van kweekvis kan het tekort aan wild gevangen vis mogelijk steeds beter opvangen.
Markt bereikt kantelpunt
De Nederlandse markt voor vis en zeevruchten zit op een kantelpunt. Traditionele, in het wild gevangen vissoorten staan onder druk door beperkt aanbod, hogere kosten en een minder goede aansluiting op de vraag. Tegelijk groeien kweekvissoorten, met zalm als koploper.
Of de totale consumptie van vis en zeevruchten verder daalt, hangt af van deze ontwikkelingen. Als kweekvis aantrekkelijker wordt, kan dit de afname bij andere soorten opvangen én nieuwe jonge consumenten aantrekken. De samenstelling van de consumptie verandert dan wel. Niet de traditionele visserij, maar de hele keten - van kweek tot verwerking en retail – bepaalt hoe de markt zich ontwikkelt.
Wat betekent dit voor de sector?
Kansen voor kottervisserij door focus op waarde
Ondanks de dalende visconsumptie zijn er kansen voor de Nederlandse kottervisserij. Zo kan diversificatie helpen, bijvoorbeeld met de vangst van inktvis. Voor steeds meer vissers is dit een stabiele en belangrijke inkomstenbron, vooral in de winter. Ook een andere manier van werken biedt perspectief. Ondernemers die minder sturen op volume en meer op waarde, kunnen zich onderscheiden. Denk aan focus op duurzaamheid, herkomst en kwaliteit. Dat kan juist in een krimpende markt zorgen voor een sterke positie. Wil je daarover in gesprek? Neem dan contact op met je adviseur van Rabobank.

