Onderzoek

World Dairy Map 2026: Kaas groeimotor bij verschuivend aanbod

7 juli 2026 13:45 RaboResearch

De wereldwijde zuivelhandel blijft groeien met zo’n 2% per jaar, maar de onderliggende dynamiek verandert. Kaas stuwt de groei, maar een verschuivende vraag en zwakkere Chinese importen verleggen de handelsstromen naar opkomende exportmarkten. Tegelijkertijd intensiveert een sterkere groei in het aanbod in de VS en Argentinië de concurrentie, nu de melkproductie in Europa te maken heeft met toenemende regulering.

World dairy map

In het kort

    De wereldwijde zuivelhandel groeit door en volgt daarbij de langetermijntrend van ongeveer 2% groei per jaar. De EU blijft de grootste exporteur, maar haar wereldwijde aandeel neemt geleidelijk af naarmate de VS, Argentinië en Uruguay hun positie versterken, zoals te zien is bij het vergelijken van onze kaarten van 2023 en 2026. China is nog steeds de grootste importeur van zuivel, maar de dalende aankopen verleggen de kansen van exporteurs naar markten in het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en Brazilië. Onder individuele zuivelproducten valt kaas op als de sterkste aanjager van groei, terwijl melkpoeders een gematigder groei vertonen. Boter steeg in 2025 sterk doordat de Amerikaanse export stevig groeide, en wei wordt steeds waardevoller te midden van de sterke vraag naar eiwitgebaseerde toepassingen. Vooruitkijkend verwachten we dat de wereldwijde zuivelhandel gestaag blijft groeien, waarbij de VS en Argentinië het beste gepositioneerd zijn om toekomstige aanboduitbreiding te stimuleren nu Europa te maken krijgt met strengere productiebeperkingen. Onze nieuwe World Dairy Map 2026 visualiseert de meest recente wereldwijde zuivelhandelsstromen en biedt een momentopname van de huidige patronen achter deze veranderende trends.

De wereldwijde zuivelhandel blijft groeien maar de handelsstromen verschuiven

De wereldwijde zuivelhandel groeide tussen 2017 en 2025 met 11%, van 91,1 miljard kg liquide melkequivalenten (LME) tot 101,2 miljard kg (zie figuur 1). In deze periode groeide de wereldwijde zuivelhandel gemiddeld met ongeveer 2% per jaar. De groei was redelijk stabiel, al waren er af en toe onderbrekingen. De belangrijkste vond plaats in 2022, toen een daling van bijna 4% in de melkproductie in Nieuw-Zeeland gevolgen had voor de prijsstelling en de wereldhandel. De groei keerde later terug naar de langetermijntrend van ongeveer 2%, met een sterkere stijging van 5% in 2025 die de zwakke prestaties in 2024 goedmaakte.

Het exportaandeel van de EU neemt geleidelijk af naarmate de concurrentie toeneemt

De EU is nog altijd de grootste zuivelexporteur ter wereld en verscheepte in 2025 27,5 miljard kg LME (exclusief de handel binnen de EU). Dit geeft de Unie een overtuigend aandeel van 27% in de wereldwijde export in 2025, maar de voorsprong neemt langzaam af. In 2017 kwam het aandeel van de EU nog in de buurt van 30%, wat wijst op een geleidelijke erosie van haar dominantie.

Ondertussen blijft Nieuw-Zeeland als enkel land de grootste exporteur met een marktaandeel van 22%. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan zijn Noord- en Zuid-Amerika duidelijk in opkomst. De VS heeft met name momentum opgebouwd en zijn aandeel in de exportvolumes verhoogd van 11,3% in 2017 tot 13,5% in 2025.

Kleinere spelers winnen ook terrein. Argentinië en Uruguay zijn samen goed voor 4,3% van de wereldwijde export, een merkbare stijging ten opzichte van de 3,0% acht jaar geleden. Samen wijzen deze verschuivingen op een meer competitieve wereldmarkt, waarin de EU nog steeds de leiding neemt, maar niet langer zo vanzelfsprekend als voorheen.

Figuur 1: De wereldwijde zuivelexport volgt een langetermijngroeitrend van ~2% te midden van schommelingen, 2017-2025

Fig 1
Noot: *Gegevens Wit-Rusland zijn een schatting; **EU-cijfers zijn exclusief intra-EU handel. Bron: TradeMap, RaboResearch 2026

De wereldwijde vraag naar zuivel verschuift van China naar opkomende groei-hotspots

Aan de vraagzijde blijft China de grootste importeur, met in totaal 11,7 miljard kg LME die China, Hongkong en Macau binnenkomt. Het verhaal achter de cijfers verandert echter. Sinds het hoogtepunt in 2021 is de Chinese import gestaag gedaald.

De afname is vooral opvallend in categorieën als vloeibare melk, room en melkpoeders (zowel volle als magere melk), waarvoor de import de afgelopen vier jaar is gehalveerd door de sterkere binnenlandse productie en zwakkere vraag. Dit duidt op een belangrijke verschuiving in de wereldwijde vraagdynamiek, waardoor exporteurs naar groei elders moeten zoeken.

Naarmate de importvraag uit China afneemt, vullen andere regio's de overgebleven ruimte. Saoedi-Arabië bijvoorbeeld verhoogt gestaag zijn zuivelimport. Met een beperkte binnenlandse productiecapaciteit, die zich vooral richt op verse zuivel, is het land structureel afhankelijk van de import van producten zoals kaas, melkpoeder en gecondenseerde melk. De snelle bevolkingsgroei, voortdurende verstedelijking en stijgende inkomens stimuleren allemaal de consumptie, terwijl de lokale productie moeite heeft om gelijke tred te houden.

Deze dynamiek is niet uniek voor Saoedi-Arabië. Vergelijkbare patronen zijn te zien in de hele Golfregio, met name in de Verenigde Arabische Emiraten en Oman, waar de afhankelijkheid van import ook toeneemt. Deze groeiende afhankelijkheid voegt een extra dimensie toe aan de geopolitieke risico's in de regio, waardoor ontwikkelingen rond de Straat van Hormuz steeds belangrijker worden voor de wereldwijde zuivelstromen.

In Zuidoost-Azië is het beeld meer gevarieerd. Sommige landen, zoals Maleisië en Thailand, laten een solide en consistente importgroei zien, wat een weerspiegeling is van een groeiende middenklasse en een sterkere zuivelconsumptie. Andere, waaronder Vietnam en Indonesië, ontwikkelen zich in een trager tempo, wat resulteert in een meer gefragmenteerd en ongelijk groeipatroon in de regio.

Ondertussen ontwikkelt Brazilië zich tot een van de meest dynamische importmarkten. De zuivelimport is er sinds 2022 sterk gestegen, van 1,3 miljard kg LME tot 2,3 miljard kg in 2025. Deze scherpe stijging werd grotendeels veroorzaakt door een hogere vraag naar kaas en melkpoeders, wat Brazilië's groeiende rol in de wereldwijde zuivelhandel en de toenemende afhankelijkheid van geïmporteerde producten om aan de binnenlandse vraag te voldoen onderstreept.

Kaas houdt de zuivelhandel draaiende

Er zijn aanzienlijke verschillen in dynamiek tussen zuivelproductcategorieën, waarbij sommige producten een sterke groei laten zien terwijl andere stagneren of dalen (zie figuur 2). Deze variatie benadrukt de diverse aard van zuivelmarkten, gevormd door productspecifieke vraag, prijsdynamiek en handelsomstandigheden, die hieronder nader worden beschreven.

Figuur 2: De groei van de zuivelhandelsvolumes varieert aanzienlijk per product, 2018-2025

Fig 2
Bron: TradeMap, RaboResearch 2026

Vloeibare melk: China's terugtrekking transformeert de wereldwijde handelsstromen

De belangrijkste ontwikkeling op de vloeibare melk markt is dat China zich terugtrekt als importeur ten koste van Europese exporten. Sinds de piek in 2021 is de totale Europese export van vloeibare melk en room gestaag afgenomen, van 1,53 miljard kg tot 1,24 miljard kg in 2025.

In het hart van deze verschuiving ligt China. Ooit een bloeiende bestemming voor Europese melk, heeft het land zijn import sterk verminderd. De zendingen uit de EU zijn in de afgelopen jaren dramatisch gedaald, van 750.000 ton in 2021 tot slechts 250.000 ton in 2025. Dit weerspiegelt een duidelijke strategische koers: China produceert steeds meer vloeibare melk zelf, waardoor de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers afneemt.

Toch heeft deze daling niet alle exporteurs gelijk getroffen. Hoewel de Europese volumes sterk zijn gedaald, is de export van Nieuw-Zeeland opmerkelijk stabiel gebleven, waardoor het Europa stilletjes heeft ingehaald en sinds 2024 de nummer 1-positie in China inneemt.

Voor Europa worden verliezen in de handel met China gedeeltelijk veel dichter bij huis gecompenseerd. Het Verenigd Koninkrijk is uitgegroeid tot een belangrijke groeimarkt, met importen die zijn gestegen van ongeveer 100.000 ton vóór 2020 tot 350.000 ton nu. Een groot deel van deze handel verloopt soepel over de Iers/Britse grens, waarbij Ierland fungeert als de belangrijkste leverancier van het VK, ondersteund door de unieke handelsafspraken rond de Ierse/Noord-Ierse grens.

Als we de effecten van zowel China als het VK buiten beschouwing laten, wordt een stabielere trend zichtbaar: de export van vloeibare melk en room van de EU groeit nog steeds met ongeveer 2% per jaar. Onder de volatiliteit in de kop blijft een stabiele kern van vraag intact.

Een vergelijkbaar patroon van gestage, regionale handel is te zien in yoghurt en kefir. Deze producten, beperkt door hun korte houdbaarheid, reizen meestal korte afstanden. Daardoor wordt de wereldhandel minder bepaald door langeafstandsexporteurs en meer door naburige markten. Desondanks breiden de exporten geleidelijk uit, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 2%, met een opvallende versnelling tot 7% in 2025 – een teken van een groeiende consumenteninteresse in gefermenteerde zuivel. De EU leidt dit segment en exporteerde in 2025 592.000 ton, waarvan 60% bestemd was voor het VK, binnen een wereldmarkt van 3,8 miljoen ton.

Melkpoeders: de handelsgroei blijft gematigd

In tegenstelling tot vloeibare zuivel kent het poedersegment een beperkte groei en een veranderende concurrentiedynamiek. De export van magere melkpoeder (SMP) steeg in 2025 slechts met 0,5%, een bescheiden stijging die achterblijft bij de groei van de melkbeschikbaarheid in de belangrijkste exportregio's. Deze gematigde prestatie is niet nieuw; ze weerspiegelt eerder een langetermijnpatroon van ingetogen groei in de wereldwijde SMP-handel. Binnen dit landschap zijn de EU en het VK erin geslaagd hun aandeel in de wereldwijde export te vergroten, geholpen door een sterkere melkvoorraad.

Ondertussen beweegt de VS de tegenovergestelde kant op. Ondanks een toename van zijn aandeel in de wereldwijde zuivelexport in het algemeen, blijven de SMP-exporten dalen met een stabiele 6% per jaar. De meest opvallende exportverliezen zijn zichtbaar in Zuidoost-Azië, waar landen steeds vaker Nieuw-Zeeland en Europa kiezen voor hun SMP-importen. Mexico blijft de belangrijkste markt voor de VS, maar elders verslechtert de positie in SMP-exporten geleidelijk door niet concurrerende prijzen.

De markt voor vollemelkpoeder (WMP) weerspiegelt dit gematigde groeitempo, maar met een heel andere concurrentiestructuur. Hier blijft Nieuw-Zeeland stevig aan kop en is het land goed voor 53% van de wereldwijde export in 2025, een aandeel dat in de loop der tijd opmerkelijk stabiel is gebleven.

De EU heeft zich daarentegen gestaag teruggetrokken uit dit segment. De export uit de EU is sterk gedaald van 387.000 ton in 2017 tot slechts 172.000 ton in 2025, een daling van meer dan 50%. Dit is niet simpelweg een verlies aan concurrentievermogen; het is het gevolg van een strategische keuze. Europese verwerkers gebruiken melk steeds vaker voor producten met een hogere waarde zoals kaas/wei, waar de rendementen vaak aantrekkelijker zijn.

De ruimte die is achtergebleven is onopgevuld gebleven. Argentinië en het VK hebben zich er gemeld en hebben hun aanwezigheid op de wereldwijde WMP-markten uitgebreid.

Een andere opvallende trend is de scherpe daling van gezoete vollemelkpoeder (HS 040229), waarvan de wereldwijde export sinds 2017 met bijna 40% is gedaald, wat wijst op een teruglopende vraag naar deze meer nicheproductcategorie.

Boter: Amerikaanse export stuwt groei wereldhandel

Na enkele jaren van relatieve stabiliteit beleefde de wereldwijde botermarkt in 2025 een schok. Sinds 2018 schommelden de jaarlijkse handelsvolumes rond de 2 miljoen ton, maar een toename in het aanbod – vooral uit de VS – duwde de volumes scherp omhoog tot 2,23 miljoen ton, een stijging van 9% ten opzichte van 2024.

De drijfveer achter deze sprong is duidelijk: de VS is uitgegroeid tot een belangrijke kracht in de boterexport. In slechts één jaar verdrievoudigde de Amerikaanse export bijna, van 45.000 ton in 2024 tot 123.000 ton in 2025. Deze stijging is niet alleen relatief gezien opvallend, maar ook op absolute schaal, en overtreft de exportwinst van traditionele zwaargewichten zoals Nieuw-Zeeland (+44.000 ton in 2025 ten opzichte van 2024) en Argentinië (+19.000 ton). Deze groei is het gevolg van de ruime binnenlandse beschikbaarheid in de VS, wat leidde tot lagere prijzen ten opzichte van andere regio's.

De Europese export bleef daarentegen grotendeels gelijk, ondanks dat er ongeveer 1,7% meer melk beschikbaar was. Dit suggereert dat extra melkvet en -eiwit in Europa worden gekanaliseerd richting kaas en wei in plaats van boter, wat de strategische focus van de regio op waardeoptimalisatie versterkt.

Wei: Een rustige markt met een krachtig waardeverhaal

Op het eerste gezicht lijkt de wereldwijde weimarkt bijna onopvallend. De volumes zijn door de jaren heen vrijwel gelijk gebleven, rond de 3,5 miljoen ton per jaar, wat weinig gelijkenis vertoont met de dynamiek die we in andere zuivelcategorieën zien. Zelfs in 2025 – een jaar met sterkere volatiliteit in andere zuivelmarkten – waren de verschuivingen in weihandelsstromen relatief bescheiden. In de afgelopen twee jaar heeft de VS wat terrein verloren, terwijl het VK en Argentinië aandeel wonnen.

Maar door ons alleen te richten op volumes missen we het echte verhaal. De werkelijke impuls van wei ligt in de waarde, niet in de volumes. De prijzen begonnen in 2025 te stijgen en versnelden richting 2026. Een hernieuwde waardering voor het wei-eiwit, dat inmiddels voor veel meer wordt gebruikt dan voor zijn traditionele toepassingen ligt hieraan ten grondslag Het is nu stevig verankerd in sportvoeding en steeds meer verbonden met gewichtsverlies en de opkomst van afvalmedicatie (GLP-1), waarbij eiwitrijke diëten een centrale rol spelen.

De handel in wei lijkt op papier misschien stabiel, maar onder de oppervlakte wordt het strategisch waardevoller dan ooit.

Figuur 3: De wereldwijde kaashandel blijft groeien, 2017-2025

Fig 3
Noot: *Wit-Rusland-gegevens zijn een schatting; **EU+VK-cijfers zijn exclusief intra-EU handel, maar inclusief de handel tussen de EU en het VK. Bron: TradeMap, RaboResearch 2026

Kaas: Onbetwiste motor van de zuivelhandel

Als één product het verhaal van de wereldwijde zuivelhandel van het afgelopen decennium definieert, dan is het ongetwijfeld kaas. Sinds 2017 kende kaas een consistente, sterke groei, waarmee het product zijn positie als uitblinker in de zuivel heeft bevestigd.

In 2025 ging in de wereldwijde kaashandel 8,96 miljard kg om, wat een stijging van 40% betekent ten opzichte van 2017. Dit vertaalt zich in een gemiddelde jaarlijkse groeisnelheid van 3,3%, maar het tempo is onlangs nog verder versneld. Tussen 2024 en 2025 verdubbelde de groei, aangewakkerd door een ruime melkvoorraad in belangrijke exportregio's en een sterke wereldwijde vraag.

Bepaalde exporteurs hebben bijzonder goed geprofiteerd van deze trend. Zowel Argentinië als de VS hebben hun kaasexport sinds 2017 verdubbeld, waarbij de VS zich stevig vestigt als de op één na grootste exporteur ter wereld na de EU+UK.

In de EU is het verhaal iets anders maar even boeiend. Ondanks dat de melkproductie sinds 2017 slechts met 5% is gestegen, heeft de EU haar kaasproductie met 9% en de export met 12% zien groeien. Dit benadrukt een duidelijke strategische verschuiving: er wordt meer melk gebruikt voor kaas, wat de sterke waardepropositie weerspiegelt. Deze ontwikkeling onderstreept ook de blijvende populariteit van Europese kazen, zowel thuis als op de wereldmarkten.

Caseïne: Gestage groei in een evenwichtige markt

Vergeleken met de opvallende prestaties van kaas, biedt de caseïnemarkt een rustig, stabiel beeld. De handelsvolumes groeiden in 2025 met 1,4%, en volgden nauw de groeitrend van ongeveer 1,1% groei per jaar.

Nieuw-Zeeland en de EU blijven hun strijd om de positie van leidende exporteur voortzetten, waarbij de EU in 2025 nipt de eerste plaats behaalde. Beide regio’s verzorgen iets meer dan een derde van de wereldwijde exportmarkt.

Aan de vraagzijde blijven de VS en China de grootste importeurs.

Hoewel caseïne misschien niet de krantenkoppen haalt, maken de gestage groei en de evenwichtige marktstructuur het tot een belangrijk onderdeel van de wereldwijde zuivelportefeuille.

Wie en wat drijft de toekomstige zuivelhandel?

RaboResearch verwacht dat de wereldwijde zuivelhandel op de middellange termijn blijft groeien, maar dat de drijfveren achter die groei verschuiven. Het concurrentielandschap wordt niet alleen hervormd door de veranderende vraag, maar ook steeds meer door welke regio's in staat – en bereid zijn – om meer melk te produceren.

Beperkte rol van Europa

In Europa wordt de groei van de melkproductie steeds moeilijker te realiseren. De wettelijke kaders worden strenger, waardoor verdere uitbreiding moeilijk wordt. Tegelijkertijd worstelt de sector met een vergrijzende boerenpopulatie, wat vragen oproept over de lange termijn. Zelfs waar groei technisch mogelijk is, behoren de opbrengsten al tot de hoogste ter wereld, waardoor er minder ruimte is voor verdere stijgingen zonder zorgen te wekken over dierenwelzijn en duurzaamheid.

In combinatie met een stijgende binnenlandse vraag suggereren deze factoren dat de rol van Europa in het wereldwijde melkaanbod belangrijk blijft, maar steeds beperkter zal worden.

Nieuwe energie in Amerika

Aan de overkant van de Atlantische Oceaan is het vooruitzicht duidelijk anders. De groei in de VS en Argentinië wordt veel minder beperkt door beleidsmaatregelen, en beide landen tonen een sterk potentieel om uit te breiden.

In Argentinië hebben de afgelopen twee jaar een soort renaissance teweeg gebracht. Een meer bedrijfsvriendelijk politiek klimaat heeft het vertrouwen in de zuivelsector nieuw leven ingeblazen, waarbij een productiedaling van 8% van 2022 tot 2024 in 2025 leidde tot 10% groei in 2025 en 7% groei in Q1 2026 vergeleken met het voorgaande jaar. Veel van deze extra productie stroomt naar het naburige Brazilië, waar de vraag naar geïmporteerde zuivel blijft stijgen.

Toch zijn de vooruitzichten van Argentinië onderhevig aan de nodige risico’s. Het politieke en economische klimaat van het land blijft volatiel. Hoewel het groeipotentieel duidelijk is, is stabiliteit op de lange termijn verre van gegarandeerd.

De groei in de VS is daarentegen wat voorspelbaarder. De melkproductie kan zeker verder uitbreiden, geholpen door sterke rundvleesprijzen, een sterke wereldwijde vraag naar eiwitten dankzij het groeiende gebruik van GLP-1-medicijnen, en een recordaantal van 9,65 miljoen melkkoeien.

Daarbij profiteert de VS van een gunstige kostenpositie ten opzichte van veel concurrenten, waaronder Europa en Argentinië.

Deze groei in het aanbod gaat gepaard met enorme investeringen in verwerkingscapaciteit, met name in kaas. In de afgelopen jaren hebben Amerikaanse verwerkers in een ongekend tempo fabrieken gebouwd en uitgebreid, waarbij alleen al in 2025 nog eens 6% aan de kaasverwerkingscapaciteit werd toegevoegd, waardoor boeren er in feite van verzekerd zijn dat er altijd een markt voor hun melk zal zijn.

India wordt vaak genoemd als een nieuwe groeimotor voor export, maar dat zien we nog niet in de cijfers. De export van WMP daalde van 1.800 ton in 2024 naar 1.100 ton in 2025, vergelijkbaar met de import van SMP. Hoewel de Indiase melkproductie inderdaad groeit, wordt de toename nog steeds binnenlands geabsorbeerd.

Wie kan de melk bezorgen, en in welke vorm?

Ondanks dat China – 's werelds grootste zuivelimporteur – zich steeds er meer op richt om zelfvoorzienend te zijn, blijft de wereld meer zuivel eisen. Bevolkingsgroei, stijgende inkomens en veranderingen in dieet zorgen er gezamenlijk voor dat de consumptie stijgt. Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten verhogen hun import jaar na jaar.

In praktische zin springen de VS en Argentinië eruit als de enige grote spelers die zowel bereid als in staat zijn om de productie aanzienlijk te verhogen en aan deze toenemende vraag te voldoen.

Naarmate wei en zijn derivaten steeds belangrijker worden – niet alleen voor groei, maar ook voor winstgevendheid – transformeren ze de wereldwijde zuivelindustrie. Kaas staat centraal in deze verandering. Omdat wei een bijproduct is van kaasproductie, nemen de investeringen in kaasverwerkingscapaciteit toe, vooral in grote zuivelproducerende regio's.

Deze uitbreiding van kaas overtreft echter wat de binnenlandse markten kunnen absorberen, waardoor er steeds meer behoefte ontstaat om buiten nationale grenzen te kijken. Daardoor worden exportmarkten steeds belangrijker, en dat stimuleert de uitbreiding van de wereldwijde zuivelhandel verder.

Naast kaas weerspiegelen ook andere producten de bredere link tussen stijgende inkomens en handelsgroei. De boterhandel in het bijzonder blijft nauw verbonden met inkomensgroei, aangezien hogere vermogensniveaus de consumptie stimuleren. Omdat deze economische groei – en de daaruit voortvloeiende boterconsumptie – niet noodzakelijkerwijs in dezelfde regio's plaatsvindt als de productie, creëert ze een nieuwe potentiële impuls voor de zuivelhandel.

Er is echter een tegenkracht om rekening mee te houden. De melkaanvoer in de EU zal naar verwachting in het komende decennium dalen, wat een beperking zal vormen voor de productiegroei van zuivelproducten en de beschikbare exportvolumes in de komende jaren zal beperken.

Ondanks deze beperkingen volgt de wereldwijde zuivelhandel waarschijnlijk nog steeds het onderliggende groeitraject van ongeveer 2% per jaar, zij het met periodieke volatiliteit die wordt aangejaagd door verschuivingen in de melkvoorraad in belangrijke exportregio's.

Alles bij elkaar wijst dit op een wereldwijde zuivelmarkt waarin de totale handel gestaag blijft groeien, zelfs wanneer handelsstromen voortdurend worden verlegd door veranderende vraag- en aanbodpatronen.’

Download de World Dairy Map 2026

RaboResearch World Dairy Map 2026

Poster-versies van de World Dairy Map 2026 zijn exclusief beschikbaar voor Rabobank-klanten. Interesse? Neem dan contact op met je accountmanager.

World Dairy Map 2026: Kaas groeimotor bij verschuivend aanbod - Rabobank