Update

Vooruitzichten pluimveesector 2026 blijven gunstig, maar onzekerheden nemen toe

9 juli 2026 11:00 RaboResearch

De vooruitzichten voor de pluimveevleesmarkt blijven in de tweede helft van 2026 overwegend gunstig dankzij een sterke vraag naar kip. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten, zoals het groeiende aanbod in Europa, de onzekerheid rond de Braziliaanse export en de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt. In dit halfjaarbericht zetten we de belangrijkste marktontwikkelingen op een rij.

Hendriks Agrifarm

In het kort

    De Europese vraag naar kip blijft sterk en ondersteunt een overwegend gunstige markt. Onzekerheid over Braziliaanse export kan leiden tot hogere pluimveeprijzen in Europa. De Nederlandse export blijft stabiel, doordat de uitvoer van bewerkte kipproducten verder groeit, terwijl invoer van onbewerkte kip licht daalt. De voerprijzen blijven relatief laag ondanks aanhoudende geopolitieke onzekerheden.

Gunstige vooruitzichten houden aan, maar alleen als aanbodgroei wat afremt

RaboResearch verwacht een aanhoudend sterke markt voor kip in de tweede helft van 2026, al zijn de marktomstandigheden momenteel minder gunstig dan vorig jaar. Dat komt door het fors toegenomen aanbod, met name uit de Oostelijke EU‑landen, zoals Polen, Roemenië en Hongarije.

In veel West‑Europese landen stijgt de vraag naar kip op supermarktniveau met 3% – 5%. Deze aanhoudend sterke vraag op Europees niveau helpt de markt in balans te houden. De blijvend hoge rundvleesprijzen en het beperkte, verder dalende aanbod daarvan leiden tot een verdere verschuiving naar kip.

De verder gestegen kosten voor voer en eendagskuikens hebben extra druk gezet op de marges voor vleeskuikens, al zijn die nog altijd goed (zie figuur 1). Het onlangs gesloten initiële vredesakkoord in het Iran-conflict en de recente heropening van de straat van Hormuz kunnen de opwaartse druk afzwakken.

Figuur 1: Prijzen van vleeskuikens, voer en broedeieren

Figuur 1 Vleeskuiken voer en broedeiprijzen
Bron: Agrimatie, RaboResearch 2026

De prijzen van vleeskuikens hebben dit jaar onder druk gestaan door het groeiende aanbod in Oostelijke EU‑lidstaten (zie figuur 2), maar ze herstellen momenteel enigszins. De productiegroei neemt namelijk af, onder andere door een lagere opzet van nieuwe vleeskuikens in Europa en doordat warmer weer de productiviteit beïnvloedt.

Voor de tweede helft van het jaar is het belangrijk dat het aanbod in Europa niet te sterk doorgroeit met overaanbod als gevolg. Dit hangt in belangrijke mate af van hoe belangrijke producenten in Duitsland, Frankrijk en Spanje - evenals exportlanden zoals Polen, Roemenië en Hongarije - reageren op de veranderende marktomstandigheden in Europa.

Momenteel is er veel aandacht voor de mogelijke intrekking van exportvergunningen voor dierlijke producten uit Brazilië, omdat het land niet voldoet aan de Europese One Health‑standaard met betrekking tot garanties voor verantwoord antibioticagebruik. Als de import van kip (en rundvlees en eieren) uit Brazilië inderdaad per 3 september 2026 wordt stopgezet, leidt dit naar verwachting tot een stijging van de prijs van borstvlees in Europa en daarmee indirect ook die van pluimvee. Op het moment van schrijven is dit een erg waarschijnlijk scenario aan het worden.

Brazilië werkt momenteel aan oplossingen om de export later dit jaar alsnog voort te zetten. Indien de Braziliaanse importen in de EU toch stoppen, geldt ook hier dat het cruciaal is dat de productiegroei in Europa in balans blijft met de vraag.

Sterke groei Europees aanbod, met name in april en mei

De productie van pluimvee is in de eerste maanden van 2026 fors gestegen. De opzet van vleeskuikens ligt dit jaar ruim 6% hoger, deels als vervanging na vogelgriepuitbraken. Met name in maart en april was de groei hoog ten opzichte van de zeer krappe productie in 2025, toen vooral Polen en Hongarije zwaar werden geraakt (zie figuur 2).

Figuur 2: Opzet vleeskuikens in Europa stijgt

Figuur 2 Opzet vleeskuikens Europa
Bron: Eurostat, RaboResearch 2026

De groei van het aantal vleeskuikens in Europa heeft geleid tot een toename van het aantal slachtingen met 4,8% in het eerste kwartaal van 2026 ten opzichte van het krappe aanbod van vleeskuikens in dezelfde periode vorig jaar. Meer dan 90% van deze groei komt voor rekening van Polen, Roemenië, Hongarije, Italië en Spanje.

Het aantal vleeskuikenslachtingen in Nederland is in de eerste vier maanden met 0,7% gedaald tot 268 miljoen stuks, met name door een daling van 7% in januari, toen de impact van vogelgriep groot was.

Momenteel vindt een sterke uitbreiding van de productie plaats in Roemenië en Hongarije, en ook Polen blijft groeien. Daarnaast zijn Spanje en Frankrijk in opkomst. Het blijft essentieel dat de productiegroei in balans blijft met de vraag, die naar verwachting zal afzwakken na de huidige periode van sterke groei in Europa.

Vraag naar kip blijft sterk, ondanks stijgende prijzen

De vraag naar kip is momenteel sterk. De eiwittrend, een toenemende waardering voor verse en onbewerkte producten en de gunstige prijspositie van kip ten opzichte van rundvlees zijn belangrijke factoren die de vraag ondersteunen.

In Nederland is deze trend minder uitgesproken dan in andere West‑Europese landen. Het aankoopvolume van kip is in de eerste vijf maanden van het jaar met 0,4% gestegen. Dit ligt onder het Europese gemiddelde en is vooral te verklaren door de relatief hoge prijs van kip in Nederlandse supermarkten. Hierdoor kopen consumenten momenteel vaker kleinere verpakkingen (+1,6% ten opzichte van vorig jaar; zie figuur 3). Tegelijkertijd blijft de bestedingswaarde sterk toenemen (+6,8%) door de aanhoudend hoge kipprijzen.

Figuur 3: Aankopen kip, vlees, vleesvervangers en gemaksproducten in Nederlandse supermarkten, januari-mei 2026 ten opzichte van vorig jaar

Figuur 3 Aankopen kip vlees en vleesvervangers
Bron: IRI, RaboResearch 2026. Vlees betreft varken, rund en schaap.

De Nederlandse consument koopt naast kip ook meer verse vis (+3,4%) en met name eieren (+5.0% in aantal verpakkingen). Daarentegen koopt de consument door de hoge prijzen minder vlees (-4,8%) en ook minder vleesvervangers (-5,4%).

Snacks, bewerkte kipproducten en kant‑en‑klaarmaaltijden blijven populair en de verkoop ervan laat dit jaar opnieuw een sterke groei zien, net als die van diepvriesvis. Naar verwachting zet deze trend de komende maanden door, mede doordat rundvlees duur blijft. Opvallend is dat de lagere varkensprijzen zich in het vleesschap nog niet vertalen in vraagherstel.

In Duitsland - de belangrijkste exportmarkt voor Nederland - is de vraag naar kip groot. De huishoudelijke consumptie van kip is daar met 7% gestegen, voornamelijk ten koste van duur rundvlees en kalkoen. De afzet van kalkoen is in Duitsland dit jaar fors gedaald (-20%) door het beperkte aanbod en de hoge prijzen.

Uitvoervolumes relatief stabiel, groei in export van bewerkte producten

De export van onbewerkte kip uit Nederland is al langere tijd relatief stabiel en ligt tussen de 300.000 en 325.000 ton per kwartaal. Duitsland blijft veruit de belangrijkste afzetmarkt. De export naar dit land is in het eerste kwartaal gestegen, mede door de forse impact daar van vogelgriep in deze periode. Dit is deels ten koste gegaan van de export naar andere bestemmingen zoals het Verenigd Koninkrijk. De export naar Frankrijk en België is relatief stabiel gebleven.

Figuur 4: Export van onbewerkte kip vanuit Nederland

Figuur 4 Export onbewerkte kip
Bron: Eurostat, RaboResearch 2026

Naar verwachting zet deze stabiele afzetsituatie zich in de komende periode voort, waarbij de export naar Duitsland weer enigszins normaliseert naarmate de productie daar herstelt. De export van verwerkte kip is in het eerste kwartaal van dit jaar met meer dan 10% gestegen tot 43.000 ton. Deze groei wordt met name aangejaagd door een sterke vraag uit het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, waar de import met meer dan 30% is toegenomen.

Stijgende importen uit Polen, Brazilië en China maar onzekerheid over continuïteit Braziliaanse export na september

In het eerste kwartaal is in Nederland een recordhoeveelheid kip geïmporteerd (154.000 ton), onderverdeeld in circa 50.000 ton onbewerkte – voornamelijk Europese – kip, 50.000 ton gezouten kipfilet van buiten Europa en 54.000 ton bewerkte kip, eveneens grotendeels van buiten Europa (zie figuur 5).

Figuur 5: Import van kip in Nederland ten opzichte van vorig jaar

Figuur 5 Import kip in Nederland
Bron: Eurostat 2026

De import van onbewerkte kip is met 2% gegroeid, met name door een forse toename van de import uit Polen (+33%), terwijl de import uit vrijwel alle andere landen is gedaald. Bij gezouten kipfilet is de groei vooral afkomstig uit Brazilië, terwijl de import uit Thailand is afgenomen. Voor bewerkte kip is met name de import uit Thailand en China sterk gestegen.

Per 1 mei is het verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen operationeel geworden, waardoor de uitvoer vanuit met name Brazilië naar de EU sterk is toegenomen. Dit zou echter per 3 september kunnen veranderen, aangezien de EU Brazilië in mei heeft verwijderd van de lijst van exportwaardige landen. In de ogen van de Europese Commissie voldoet Brazilië momenteel niet aan de eisen van de Europese One Health‑strategie, die een duurzaam en onafhankelijk geregistreerd en gerapporteerd gebruik van antibiotica vereist.

Brazilië verwacht hier, in het geval van kip, wel aan te kunnen voldoen en heeft per 1 juli een controle- en registratiesysteem ingevoerd voor producten die uiteindelijk naar de EU worden geëxporteerd. Indien het land de Europese Commissie hiermee weet te overtuigen, kan de export later in het jaar mogelijk hervat worden, eventueel zelfs zonder onderbreking. Als Brazilië hier niet in slaagt, leidt dit naar verwachting tot een forse stijging van de kipfiletprijzen in Europa.

Licht stijgende voerprijzen, opwaartse druk neemt af door heropening straat van Hormuz

De voerprijzen zijn in de afgelopen maanden licht gestegen, maar bevinden zich nog steeds op een relatief laag niveau, zeker in vergelijking met de periode na 2021. Er werd gevreesd dat de blokkade van de Straat van Hormuz en de stijgende olie- en kunstmestprijzen zouden leiden tot hogere prijzen voor agrarische grondstoffen, maar dit effect is beperkt gebleven. Dit is met name te danken aan de recordverwachtingen voor de oogst van maïs in Noord‑Amerika en soja in Zuid‑Amerika gedurende het huidige oogstjaar. Ook de oogstverwachtingen voor tarwe en maïs in Europa zijn redelijk goed. Dit leidt tot relatief grote voorraden en slechts beperkte stijgingen van de voerprijzen.

Positief is dat het merendeel van de maïs en soja al was ingezaaid en dat akkerbouwers hun kunstmestprijzen grotendeels hadden vastgelegd op het moment van de uitbraak van de spanningen rond Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz. Hierdoor hebben de gestegen kunstmestprijzen slechts beperkt impact gehad op de markt.

Figuur 6: Ontwikkeling van voerprijzen en voer-ingrediënten in Nederland

Figuur 6 Ontwikkeling voerprijzen en voeringredienten
Bron: Agrimatie, RaboResearch 2026

Het initiële vredesakkoord tussen de VS en Iran en de heropening van de Straat van Hormuz hebben direct geleid tot dalende prijzen. Dit hangt met name samen met de verwachting van verder dalende prijzen van diesel en kunstmest. Die komt op een gunstig moment nu akkerbouwers hun teeltplannen voor het komende jaar voorbereiden. Lagere kunstmestprijzen kunnen leiden tot andere gewaskeuzes en bieden mogelijkheden om tegen lagere kosten in te kopen.

De prijzen voor maïs en tarwe op de termijnmarkten zijn inmiddels met 10% – 15% gedaald, terwijl soja ongeveer 5% lager noteert. Hoe duurzaam deze prijsontwikkelingen zijn, blijft echter onzeker aangezien dit in belangrijke mate afhangt van de uitkomst van de vredesonderhandelingen en de vraag of de Straat van Hormuz daadwerkelijk open blijft voor de scheepvaart.

Daarnaast bestaan er nog steeds zorgen over een mogelijk El Niño‑jaar, al raken deze momenteel op de achtergrond door het optimisme rond de heropening van de Straat van Hormuz. Al met al is het beeld voor de voerprijzen positief, maar de verwachtingen blijven onzeker vanwege de sterke afhankelijkheid van geopolitieke ontwikkelingen.

Stikstofplannen brengen vergunningverlening dichterbij, maar onzekerheid blijft voorlopig

De nieuwe stikstofplannen van het kabinet-Jetten richten zich op een vraagstuk dat de afgelopen jaren steeds urgenter is geworden: het herstellen van de natuur én het weer op gang brengen van de vergunningverlening in Nederland. Hoewel nog lang niet alles duidelijk is, maken de plannen wel helder dat de opgave groot is.

Voor de pluimveehouderij zijn nog geen concrete emissiedoelen per bedrijf vastgesteld. Wel zal er waarschijnlijk stevig worden gestuurd op maatregelen in de stal en gaat extra aandacht uit naar bedrijven in de buurt van kwetsbare natuur. Voor veel ondernemers betekent dit dat zij nadrukkelijk moeten blijven kijken naar hoe hun bedrijfsvoering toekomstbestendig kan blijven. Niet alleen op het gebied van stikstof, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, water en dierwaardigheid. Dat vraagt tijd en investeringen en, in sommige gevallen, ook ingrijpende keuzes.

De plannen zijn nog zeker niet definitief, maar wil je hierover toch alvast met ons in gesprek? Neem dan contact op met je accountmanager.

Vooruitzichten pluimveesector 2026 blijven gunstig, maar onzekerheden nemen toe - Rabobank