Onderzoek

Klimaatadaptatie bepalend voor concurrentiepositie in Europese fruitsector

7 september 2026 10:15 RaboResearch

De Europese fruitsector heeft te maken met een veranderend klimaat. In dit rapport onderzoeken we wat onder meer veranderingen in temperatuur, waterbeschikbaarheid en seizoenspatronen betekenen voor de teelt van appels en peren, steenfruit en citrusfruit, en hoe ketens zich daaraan kunnen aanpassen.

close-up van sinaasappel in een boom op een zonnige dag

In het kort

    Klimaatverandering vergroot de volatiliteit van de Europese fruitproductie. Ze bedreigt niet zozeer de totale aanvoer, maar maakt opbrengsten, kwaliteit en oogsttijdstippen minder voorspelbaar. De belangrijkste risico’s verschillen per gewas en per regio. Appels en peren blijven gevoelig voor valse lentes en late vorst, terwijl hittegolven een steeds belangrijker risico vormen voor vruchtgrootte en kwaliteit. Steenfruit is bijzonder kwetsbaar voor minder winterkou, waardoor de bloei en vruchtzetting verstoord kan raken. Citrusfruit heeft vooral last van hitte en waterschaarste. Voor Nederlandse fruittelers biedt klimaatverandering ook kansen. Fruitsoorten waarvoor het klimaat in het verleden niet geschikt was, kunnen in de toekomst mogelijk wel geteeld worden. Ook kan de sector zijn concurrentiepositie versterken door klimaataanpassingen, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Toegang tot water, kapitaal, kennis en technologie wordt steeds belangrijker om klimaatdruk te beheersen. Bedrijven die niet voldoende kunnen investeren in klimaatadaptatie zullen steeds meer druk ondervinden om te consolideren, van gewas te veranderen of de productie te beëindigen.

Klimaatverandering maakt fruitproductie minder voorspelbaar

Klimaatverandering zorgt voor meer schommelingen in opbrengsten en vruchtkwaliteit (vruchtgrootte, sortering en bewaarbaarheid). Tegelijkertijd leiden veranderende temperatuur- en neerslagpatronen tot een herverdeling van de productie over regio’s en tot verandering van handelsstromen.

Recente oogsten in Europa laten zien hoe deze risico’s zich nu al manifesteren. In 2025 beïnvloedden vorst, hittegolven en overmatige regenval de productie en kwaliteit in meerdere fruitsectoren en regio’s. Bovendien lijken overlappende klimaatschokken binnen één jaar steeds vaker voor te komen. De weersomstandigheden tot dusver in 2026 lijken deze trend voort te zetten. Eerder zorgden wijdverspreide droogte en hitte in 2022 voor grote verliezen bij citrusfruit, terwijl late vorst in 2020 bijdroeg aan een van de kleinste appeloogsten in de EU in bijna twintig jaar.

Hoewel klimaatverandering niet de enige uitdaging voor de sector is, richt dit rapport zich specifiek op klimaatrisico’s en -aanpassing. We onderzoeken hoe veranderende klimaatomstandigheden de Europese fruitproductie beïnvloeden, hoe de regionale geschiktheid verschuift en hoe het aanpassingsvermogen verschilt tussen gewassen, regio’s en producenten. Daarbij beperken we ons tot appels en peren, steenfruit en citrusfruit.

Klimaatrisico’s veranderen de fruitproductie nu al

Klimaatrisico’s zijn het grootst op plekken waar klimaatgevaren samenvallen met productieconcentraties en gevoelige gewassen, vooral wanneer er onvoldoende maatregelen zijn genomen.

Hoewel veel fruitbomen te maken hebben met vergelijkbare gevaren – waaronder hittegolven, droogte en voorjaarsvorst – verschilt het relatieve belang van deze risico’s per gewas. Voor appels en peren blijft de voornaamste kwetsbaarheid de mismatch tussen bloei vroeger in het seizoen en late voorjaarsvorst. Voor steenfruit vormt minder winterkou een structurele uitdaging, omdat die rechtstreeks van invloed is op de bloei en vruchtzetting. Voor citrusfruit zijn toenemende hitte en waterstress in de mediterrane productiekern de belangrijkste beperking.  Daarnaast spelen bij afzonderlijke gewassen ook andere risico’s.

Appels en peren blootgesteld aan steeds complexere klimaatrisico’s

De teelt van appels en peren is geografisch behoorlijk verspreid over Europa, meer dan bijvoorbeeld de teelt van citrusvruchten. Polen, Italië en Frankrijk zijn de grootste appelproducenten, terwijl de perenproductie sterker is geconcentreerd in Italië, Nederland en België. Maar in alle teeltgebieden is de productie gevoelig voor weersomstandigheden tijdens belangrijke biologische stadia.

Voorjaarsvorst en valse lentes blijven de dominante klimaatrisico’s. Zij bepalen in hoge mate het opbrengstpotentieel en kunnen in extreme gevallen de oogst sterk verminderen wanneer doeltreffende maatregelen ontbreken. De voorjaarsvorst in 2021 had aanzienlijke gevolgen voor de Europese productie van appels en peren, verminderde de vruchtzetting in appelboomgaarden en droeg bij aan een duidelijk kleinere perenoogst in Europa. In Italië leidden vorstverliezen tot de kleinste perenoogst in dertig jaar. De klimaatrisico’s worden echter diverser. Hittegolven tijdens het groeiseizoen beïnvloeden steeds vaker de vruchtgrootte en kwaliteit en ze vergroten de jaarlijkse productievariatie. Daarnaast is minder winterkou een groeiend punt van zorg in sommige perenregio’s, vooral in Italië, waar onvoldoende koude-uren de regelmaat van de bloei en de vruchtzetting kunnen beïnvloeden.

Figuur 1: Verandering in de perenproductie in de EU, gemiddelde 2023-2025 ten opzichte van gemiddelde 2003-2005

Verandering in de perenproductie in de EU, gemiddelde 2023-2025 ten opzichte van gemiddelde 2003-2005
Toelichting: Productieveranderingen zijn berekend als het gemiddelde voor 2023-2025 ten opzichte van het gemiddelde voor 2003-2005. Bron: Eurostat, RaboResearch 2026

Samen veranderen deze factoren geleidelijk de regionale geschiktheid voor de productie van appels en peren. Warmere zuidelijke regio’s ondervinden steeds meer beperkingen door hitte, terwijl koelere en meer continentale regio’s relatief geschikter worden. Bij peren is deze verschuiving al zichtbaar in gewijzigde productietrends tussen Noord- en Zuid-Europa (zie figuur 1). De recente daling van de perenproductie in Italië en Spanje weerspiegelt zowel lagere opbrengsten als een kleiner areaal. Telers in Nederland en België profiteren ondertussen van de relatief gunstige teeltomstandigheden en afnemende concurrentie van bijvoorbeeld Italiaanse peren op de Duitse markt. Deze trends kunnen elkaar versterken: herhaaldelijk slechte opbrengsten verminderen het vertrouwen en de winstgevendheid van telers, waardoor zij stoppen met de perenteelt of investeringen in boomgaarden uitstellen. Minder investeringen verzwakken vervolgens de opbrengsten en versnellen de afname van het areaal. Tegelijk vormt de dalende perenconsumptie in Europa waarschijnlijk een extra belemmering om in de teelt te investeren.

Voorjaarsvorst blijft het belangrijkste risico

De bloei van appels en peren is de afgelopen decennia met ongeveer tien tot vijftien dagen vervroegd, waardoor de kans toeneemt dat gevoelige groeistadia samenvallen met late vorst. De blootstelling aan vorst blijft het hoogst in Centraal- en Oost-Europa, waar door het continentale klimaat grotere temperatuurschommelingen voorkomen (zie figuur 2). Tegelijk neemt het risico op een valse lente toe, doordat vroege warme perioden de bloemontwikkeling versnellen. Daardoor gaat het vorstrisico minder over frequentie en meer over timing. Hoewel het aantal vorstdagen in de meeste regio’s daalt, blijft de blootstelling tijdens kritieke bloeifasen hoog en draagt deze bij aan de jaarlijkse productievariatie.

Figuur 2: Blootstelling aan voorjaarsvorst en de ontwikkeling daarvan in Europese appel- en perenproductieregio’s, 1995-2024

Blootstelling aan voorjaarsvorst en de ontwikkeling daarvan in Europese appel- en perenproductieregio’s, 1995-2024
Toelichting: Blootstelling aan voorjaarsvorst wordt gemeten als het jaarlijkse aantal dagen in maart en april met een minimumtemperatuur onder 0 graden Celsius. De kaart toont de ruimtelijke verdeling van dit risico op lange termijn, terwijl de tijdreeks laat zien hoe de frequentie sinds 1995 is veranderd. Samen geven zij zowel de directe blootstelling aan vorst weer als het toenemende risico op voortijdige gewasontwikkeling gevolgd door schadelijke kou. Bron: Copernicus, RaboResearch 2026

Zomerrisico’s worden belangrijker

Hoge temperaturen verminderen de vruchtkwaliteit en vergroten het risico op zonnebrand, terwijl watertekorten de groei beperken, de vruchtval verhogen en de opbrengstvariatie versterken. Onderzoek op boomgaardniveau suggereert dat de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn. Een studie in Spanje en Portugal concludeerde dat zonnebrand bij appels de opbrengsten met 10% tot 50% kan verlagen, afhankelijk van klimaat, ras en teeltbeheer. Onderzoek uit Frankrijk laat zien dat gematigde opwarming van het klimaat aanvankelijk een positief effect had op de productie in sommige regio’s, maar dat toenemende hittestress deze voordelen in warmere regio’s steeds meer tenietdoet. Gecombineerde zomerhitte en waterstress zijn het sterkst in Zuid- en Zuidoost-Europa, waar de blootstelling aan en de intensiteit van hittegolven toenemen. Samen met het aanhoudende risico op voorjaarsvorst vergroten deze trends de jaarlijkse productievariatie en de verschillen in opbrengsten tussen regio’s, en onderstrepen ze het belang van maatregelen zoals vorstbescherming, irrigatie, boomverzorging en rassenkeuze.

Inzicht uit de sector: warmere omstandigheden verhogen de druk van plagen en ziekten

Warmere en variabelere teeltomstandigheden vergroten niet alleen abiotische risico’s, maar veranderen ook de druk van plagen en ziekten in de appel- en perenteelt. Sectorexperts noemen ziekten zoals Stemphylium-gerelateerde bladvlekkenziekte bij peren en opkomende plagen zoals schildwantsen als voorbeelden van problemen die onder veranderende klimaatomstandigheden moeilijker beheersbaar worden. Tegelijkertijd nemen chemische opties voor de bestrijding juist af. Samenwerking tussen telers, adviseurs en onderzoeksinstellingen blijft daarom belangrijk bij het zoeken naar oplossingen, die mogelijk pas op lange termijn beschikbaar zullen zijn.

Steenfruit heeft last van afnemende winterkou

De Europese steenfruitsector is geconcentreerd in het Middellandse Zeegebied. Spanje, Italië en Griekenland domineren de productie en zijn samen goed voor meer dan 90% van de EU-productie van perziken en nectarines; ook Zuid-Frankrijk is een belangrijke producent. De productie van kersen en pruimen is geografisch meer verspreid, met belangrijke gebieden in Polen, Roemenië en Hongarije, maar ook teelt in Nederland en andere Noord-Europese landen.

Net als andere fruitgewassen wordt steenfruit blootgesteld aan hitte, droogte, voorjaarsvorst, hevige regen en hagel. Voor de grote Zuid-Europese teeltgebieden is de bepalende klimaatuitdaging de afnemende winterkou, omdat steenfruit tijdens de rustperiode voldoende kou nodig heeft voor normale knopuitloop, bloei en vruchtzetting. Warmere winters verminderen de zogeheten koude-accumulatie nu al in delen van Zuid-Europa en projecties wijzen op een verdere daling tegen het midden van de eeuw. Naast onvoldoende kou kunnen warmere winters ook de frequentie van abnormale warmteperioden tijdens de rustfase verhogen, wat de bloei verder verstoort en de vruchtzetting verlaagt.

Een eenvoudige analyse van koude dagen voor dit rapport bevestigt sterke regionale verschillen in winterkou in Europa. Mediterrane productiegebieden registreren consequent de laagste koude-accumulatie en recente trends wijzen op verdere dalingen in verschillende zuidelijke regio’s. Daarentegen laten delen van Centraal- en Oost-Europa stabiele of toenemende aantallen koude dagen zien. Dit laat zien dat de mogelijke geschiktheid voor de teelt van steenfruit naar andere regio’s verschuift (zie figuur 3).

Figuur 3: Accumulatie van winterkou en recente verandering in Europese steenfruitregio’s, 1995-2024

: Accumulatie van winterkou en recente verandering in Europese steenfruitregio’s, 1995-2024
Toelichting: Winterkou wordt gemeten met een eenvoudige proxy voor koude dagen: het aantal dagen van november tot en met februari waarop de gemiddelde dagtemperatuur tussen 0°C en 7°C ligt. De kaart links toont het gemiddelde aantal proxy-koudedagen in de winters van 1995 tot 2024. De kaart rechts toont de verandering in proxy-koudedagen tussen 2025 en 1995. Dit is een vereenvoudigde koude-indicator en weerspiegelt geen gewas- of rasspecifieke behoefte aan koude-uren. Bron: Copernicus, RaboResearch 2026

Citrusfruit staat onder toenemende druk van hitte en watertekort

De Europese citrussector is sterk geconcentreerd in de mediterrane regio’s, waar de klimaatdruk fors toeneemt. Spanje is goed voor zo’n 55% tot 60% van de totale citrusproductie in de EU, gevolgd door Italië (ongeveer 20% tot 25%) en Griekenland (circa 10%). Hierdoor is de sector sterk blootgesteld aan een regio die sneller opwarmt dan het mondiale gemiddelde en die grotere variatie kent in temperatuur en neerslag. Gegevens van het Spaanse ministerie van landbouw laten zien dat de gemiddelde Spaanse citrusproductie in de jaren 2023-2025 ruim 10% lager lag dan gemiddeld in de jaren 2013-2015. Dit weerspiegelt de effecten van hitte, droogte, extreme regenval en stormen. Daardoor wordt de productie volatieler en verschuift de geschiktheid geleidelijk van sommige traditionele teeltgebieden, zoals de regio rond Valencia, naar andere regio’s die minder last hebben van deze weersextremen.

De blootstelling aan hitte is al hoog in de mediterrane citrusgordel. Veel productiegebieden tellen per zomer meer dan 80 tot 100 dagen met hittestress, wat wijst op een structureel hoog basisrisico (zie figuur 4). Sinds het midden van de jaren negentig is het regionale gemiddelde aantal dagen met hittestress met circa 15 tot 20 dagen toegenomen, terwijl ook de gebieden die kritieke drempels overschrijden groter zijn geworden. Frequentere en langdurigere hittegolven vergroten het risico op zonnebrand, vruchtschade en vroegtijdige vruchtval.

Figuur 4: De blootstelling aan hittestress neemt toe in de Europese citrusproducerende regio’s, 1995-2024

De blootstelling aan hittestress neemt toe in de Europese citrusproducerende regio’s, 1995-2024
Toelichting: De kaart toont het gemiddelde jaarlijkse aantal dagen met hittestress van juni tot en met september, gedefinieerd als dagen met een dagelijkse maximumtemperatuur boven 30 graden Celsius. Dit is berekend voor 1995-2024 en weergegeven voor de belangrijkste citrusgebieden. De grafiek linksonder toont de ontwikkeling van het gemiddelde aantal dagen met hittestress in citrus producerende regio’s. De grafiek rechtsonder toont het aandeel van het citrusareaal met ten minste 50 dagen hittestress per jaar. Samen illustreren de indicatoren zowel de intensiteit als de ruimtelijke omvang van blootstelling aan hitte in Europese citrusproductieregio’s. Bron: Copernicus, Spatial Production Allocation Model (SPAM), RaboResearch 2026

Daarnaast vergroten onregelmatigere neerslagpatronen en langere perioden zonder regen de frequentie van watertekorten binnen het seizoen. Dit leidt tot snellere uitputting van het bodemvocht, een grotere afhankelijkheid van irrigatie en een hogere blootstelling aan gecombineerde hitte- en waterstress tijdens de bloei en vruchtontwikkeling. Deze druk wordt versterkt door het toch al droge zomerklimaat in het Middellandse Zeegebied en de toenemende risico’s van waterschaarste (zie figuur 5). Prognoses van het World Resources Institute wijzen op een verdere uitbreiding van gebieden met waterschaarste tegen het midden van deze eeuw, waarbij de grootste vereiste verminderingen in watergebruik in Zuid-Europa liggen.

Figuur 5: Verwachte waterschaarste in Europese fruitproducerende regio’s in 2050

Verwachte waterschaarste in Europese fruitproducerende regio’s in 2050
Toelichting: Waterschaarste wordt berekend als het verschil tussen de verwachte watervraag en de beschikbare aanvoer. Bron: World Resources Institute, RaboResearch 2026

Omgekeerd kan hevige neerslag bodems verzadigen, wortelsystemen beschadigen en de ziektedruk verhogen tijdens een kritieke fase van het groeiseizoen. In extreme gevallen kan zware regenval plotselinge overstromingen veroorzaken, met aanzienlijke schade aan gewassen en infrastructuur als gevolg. De overstromingen in Valencia in oktober 2024 illustreren dit risico. Attributiestudies suggereren dat klimaatverandering de ernst van de gebeurtenis heeft vergroot, doordat de atmosfeer  door warmere lucht en hogere zeewatertemperaturen meer vocht kon vasthouden en vrijgeven. Klimaatprojecties wijzen niet eenduidig op een toename van de frequentie van zulke gebeurtenissen, maar ze wijzen wel consequent op een hogere neerslagintensiteit. Daardoor worden de gevolgen van extreme neerslag vermoedelijk ernstiger.

Alles bij elkaar maken toenemende hittestress, waterschaarste en intensere neerslaggebeurtenissen de citrusproductie volatieler en kostbaarder, terwijl de geschiktheid van de meest blootgestelde mediterrane teeltregio’s geleidelijk afneemt.

Klimaatverandering hertekent de Europese fruitkaart

Klimaatverandering zorgt niet alleen voor meer schommelingen in de productie van fruit, maar zal ook de ‘fruitkaart’ van Europa veranderen.

Figuur 6: Verwachte verschuiving in klimaatgeschiktheid voor de Europese fruitproductie tegen 2050

Verwachte verschuiving in klimaatgeschiktheid voor de Europese fruitproductie tegen 2050
Toelichting: De kaart combineert analyses van klimaatovereenkomst voor citrusfruit, pitfruit en steenfruit. Voor elke fruitgroep zijn de huidige productieklimaten gedefinieerd aan de hand van het 5e tot het 95e percentiel van geselecteerde klimaatindicatoren in de huidige belangrijkste teeltgebieden. Deze klimaatprofielen zijn vervolgens toegepast op verwachte klimaatomstandigheden rond het midden van de eeuw op basis van meerdere klimaatmodellen. Groene gebieden wijzen op een netto toename van het aantal fruitgroepen waarvoor het toekomstige klimaat lijkt op het huidige productieklimaat; rode gebieden op een netto afname. De kaart toont uitsluitend klimaatovereenkomst, niet het toekomstige productiepotentieel. Er is geen rekening gehouden met bodems, waterrechten, irrigatie-infrastructuur, beschikbare arbeid, investeringscapaciteit, rassen, plaagdruk of aanpassing. Bron: WorldClim, SPAM, RaboResearch 2026

Om mogelijke  verschuivingen in fruitproductie te illustreren, hebben we in kaart gebracht waar de klimaatomstandigheden die momenteel samenhangen met belangrijke fruitproductieregio’s in de toekomst naar verwachting zullen voorkomen. De gecombineerde analyse wijst op een verplaatsing van klimaatgeschiktheid weg van delen van het Middellandse Zeegebied, richting koelere noordelijke en meer continentale regio’s van Europa (zie figuur 6). We verwachten dat gebieden in Centraal- en Oost-Europa steeds meer zullen lijken op de huidige productieklimaten voor fruit, terwijl delen van Zuid-Europa verder verwijderd raken van de klimaatomstandigheden die de fruitproductie historisch hebben ondersteund.

Dit betekent nadrukkelijk niet dat de huidige productieregio’s ongeschikt worden voor fruitteelt, of dat de productie automatisch naar nieuw geschikte gebieden verhuist. De analyse identificeert veranderingen in klimaatomstandigheden, niet toekomstige productielocaties. Producenten kunnen zich aanpassen met investeringen in irrigatie, rassenkeuze, fruitkeuze, boomgaardontwerp, vorstbescherming en schaduwsystemen, naast andere beheerpraktijken. Bovendien zijn  geschikte klimaatomstandigheden alleen nooit voldoende voor commerciële productie zonder passende infrastructuur, waterbronnen, vakkennis van telers, beschikbare arbeid, logistiek en markttoegang.

Informatie uit de sector suggereert dat sommige van deze verschuivingen al zichtbaar zijn in investeringspatronen. Delen van Oost-Europa, waaronder Polen, Servië en Slowakije, trekken investeringen aan in moderne appelboomgaarden, ondersteund door lagere arbeidskosten en kansen om beschermde grootschalige productiesystemen te ontwikkelen. In duurdere productiegebieden in West-Europa zullen telers zich meer richten op de productie van premiumfruit (zoals bepaalde merken appels), lokale verkoop van fruit (zoals bij kersen vaak het geval is) of niches. In regio’s met kleine bedrijven en minder consolidatie kunnen dalende winstgevendheid en onzekere bedrijfsopvolging bijdragen aan het verlaten van boomgaarden of omschakeling naar andere gewassen.

Daarom zal klimaatverandering waarschijnlijk eerder leiden tot een geleidelijke herverdeling van toekomstige investeringen en productiegroei dan tot een snelle verplaatsing uit gevestigde fruitregio’s. Traditionele productiegebieden in Zuid-Europa blijven naar verwachting belangrijk, maar ze kunnen te maken krijgen met stijgende aanpassingskosten en toenemende productierisico’s. Tegelijk kunnen sommige koelere regio’s nieuwe kansen krijgen naarmate de klimaatomstandigheden voor fruitteelt gunstiger worden.

Klimaataanpassing als concurrentievoorwaarde

Klimaatadaptatie kan de blootstelling aan klimaatrisico verminderen, maar de mogelijkheden verschillen per gewas en regio. Voor citrusfruit wordt de aanpassing vooral begrensd door de beschikbaarheid van water. Voor appels en peren zijn voorjaarsvorst en toenemende zomerstress de belangrijkste uitdagingen, terwijl steenfruit te maken heeft met vorst, hitte en afnemende winterkou. Voor alle gewassen hangt klimaatveerkracht af van een combinatie van maatregelen op bedrijfsniveau, investeringen, diversificatie en ondersteuning in de waardeketen (zie tabel 1).

Tabel 1: Operationele, structurele en ketenbrede reacties op klimaatrisico

Operationele, structurele en ketenbrede reacties op klimaatrisico
Bron: RaboResearch 2026

Operationele aanpassing blijft de eerste verdedigingslinie. Voor appels, peren en steenfruit blijft vorstbescherming cruciaal, omdat de bloei steeds vaker samenvalt met late vorst. Beregening blijft de doeltreffendste maatregel tegen vorst. Risico’s van hitte en zonnebrand kunnen onder meer worden verminderd met schaduwnetten, kroonbeheer (snoeien, dunnen, blad verwijderen enzovoort) en gerichte koeling, al beschermen deze maatregelen doorgaans eerder de kwaliteit dan dat zij de opbrengst verhogen.

Water wordt de belangrijkste beperkende factor achter veel maatregelen. Irrigatie ondersteunt de weerbaarheid tegen droogte, hittebeperking en vorstbescherming, maar vergroot ook de afhankelijkheid van een hulpbron die in verschillende productieregio’s minder betrouwbaar wordt. Aanpassing hangt daarom niet alleen af van maatregelen op bedrijfsniveau, maar ook van bredere investeringen in wateropslag, infrastructuur en waterbeleid.  Regio’s met zekere en gediversifieerde watervoorzieningen zullen waarschijnlijk beter in staat zijn om de toenemende klimaatdruk te beheersen.

Inzicht uit de sector: klimaatrisico houdt niet op na de oogst

Klimaatverandering beïnvloedt ook de prestaties van fruit na de oogst. Hittestress, zonnebrand, een gebrekkige ontwikkeling van de vruchtgrootte en ziekten kunnen de bewaarbaarheid verminderen en de houdbaarheid verkorten. Aanpassing kan daarom niet stoppen bij bescherming van de boomgaard. Beheer na de oogst, koelcapaciteit en opslagprotocollen worden waarschijnlijk belangrijker naarmate klimaatgerelateerde kwaliteitsvariatie toeneemt. Voor partijen in de waardeketen wordt het daardoor belangrijker om aanpassingen in de boomgaard af te stemmen op opslag-, logistieke en marketingstrategieën.

Structurele aanpassing zal eveneens een belangrijke rol spelen, maar verloopt bij meerjarige gewassen per definitie langzaam. Rassenwisseling, de keuze van onderstammen en de vernieuwing van boomgaarden kunnen de weerbaarheid tegen klimaatgevaren vergroten. In sommige regio’s kunnen veranderende klimaatomstandigheden ook kansen bieden voor gewasdiversificatie. Denk aan de groeiende productie van wijndruiven in Nederland of juist tropische vruchten in Spanje. Boomgaarden blijven echter tientallen jaren productief, herbeplanting is kostbaar en het duurt vaak jaren voordat een nieuwe aanplant in volle productie is. Door de forse vereiste investeringen moeten klimaataanpassingen daarom zorgvuldig worden afgewogen tegen marktkansen en de consumentenvraag.

De grootste aanpassingskloof is niet technisch, maar financieel en organisatorisch. Veel oplossingen bestaan al, maar worden niet toegepast door een gebrek aan kapitaal, infrastructuur, kennis en risicobeheer, soms veroorzaakt door een (te) beperkte schaalgrootte.  Kleinere producenten zijn vaak kwetsbaarder voor lokale klimaatschokken dan grotere bedrijven. Grotere en meer gediversifieerde bedrijven kunnen klimaatrisico spreiden over gewassen, regio’s en periodes.  De economische haalbaarheid van klimaatmaatregelen verschilt sterk per gewaswaarde, bedrijfsomvang en verwachte frequentie van klimaatrisico’s. Maatregelen zoals hagelnetten, beregeningssystemen en verbeterde waterinfrastructuur kunnen de opbrengst en kwaliteit beschermen, maar vereisen aanzienlijke investeringen vooraf. De businesscase is daardoor doorgaans sterker voor onderscheidend fruit. Denk daarbij aan de Nederlandse conferencepeer, (merk)appels die via langjarige afspraken aan Nederlandse supermarkten verkocht worden en Hollandse pruimen die duidelijk anders zijn qua smaak en uiterlijk dan geïmporteerde pruimen uit Zuid-Europa of het zuidelijk halfrond. Uiteindelijk zal klimaatadaptatie de kloof vergroten tussen kapitaalkrachtige telers en kleinere of oudere bedrijven die minder bereid of in staat zijn te investeren.

Naarmate klimaatrisico’s frequenter en geografisch ongelijker worden, kunnen toeleveranciers, coöperaties, handelaren, verwerkers en retailers helpen de blootstelling in de hele waardeketen te verminderen. Langdurige ketensamenwerking kan de businesscase voor investeringen in klimaataanpassing verbeteren. Co-investeringen, betere prognoses, monitoring van klimaatrisico’s en mechanismen voor risicodeling kunnen de kosten van aanpassing eveneens helpen verdelen en zo de last voor telers verlichten.

Uiteindelijk loopt de belangrijkste scheidslijn mogelijk niet tussen partijen die wel of niet aan klimaatrisico zijn blootgesteld, maar tussen partijen die zich kunnen aanpassen en partijen die dat niet kunnen. Klimaatveerkracht wordt daarom naar verwachting een steeds belangrijker onderscheidend vermogen in de Europese fruitsector.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Klimaatadaptatie bepalend voor concurrentiepositie in Europese fruitsector - Rabobank