Onderzoek

Kansen voor Nederlandse ondernemers door de Amerikaans-Canadese handelsoorlog

7 september 2026 17:00 RaboResearch

De escalerende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en Canada creëert mogelijk nieuwe kansen voor Nederlandse exporteurs. Hoewel de macro-economische effecten voor Nederland naar verwachting beperkt blijven, kunnen Canadese tegenheffingen op Amerikaanse goederen in specifieke productmarkten, waaronder machines, verpakkingsmaterialen, papierproducten, onderdelen voor airconditioningsystemen en industriële pompen, ruimte bieden voor Nederlandse ondernemers.

Brug met Canadese en Amerikaanse vlag

In het kort

    De escalerende handelsoorlog tussen de VS en Canada biedt mogelijk kansen aan Nederlandse ondernemers. In dit rapport kijken we vooral naar de kansen op de Canadese markt. De hogere Canadese tegenheffingen op Amerikaanse importgoederen zorgen naar verwachting niet voor een grote impuls voor de totale Nederlandse export naar Canada. Canada neemt slechts een klein deel van de Nederlandse goederenexport af en afstand, transportkosten en product-specifieke kenmerken beperken de substitutiemogelijkheden. Voor individuele Nederlandse bedrijven kunnen de effecten aanzienlijk relevanter zijn. Vooral producenten van hef-, hijs- en transportmachines, machineonderdelen, verpakkingsmachines, kranen, pompen en airconditioningsystemen kunnen profiteren van het tariefnadeel voor Amerikaanse concurrenten. Bij staal, aluminium en kaas zijn de kansen minder eenduidig door transportkosten, productspecificaties en bestaande handelsbelemmeringen. Op langere termijn is de verdere strategische toenadering tussen Canada en Europa mogelijk belangrijker dan de verschuiving van afzonderlijke handelsstromen. Daarbij kan worden gedacht aan intensivering van de samenwerking rond energie, kritieke grondstoffen, defensie en lucht- en ruimtevaart.

Handelsoorlog tussen de VS en Canada

De handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en Canada is de afgelopen weken sterk geëscaleerd. Op 22 augustus voerde de Amerikaanse regering een aanvullende invoerheffing van 50 procentpunt in op circa USD 27,6 miljard aan Canadese goederen (zie Fact Sheet: President Donald J. Trump Imposes Additional Tariffs on Canada). De maatregel heeft betrekking op 569 productcategorieën, waaronder alcoholische dranken, zuivelproducten, auto’s en auto-onderdelen, landbouwproducten, kleding, meubels en sportartikelen. De heffing komt boven op de reeds bestaande invoertarieven en geldt in beginsel ook voor goederen die onder het Noord-Amerikaanse handelsverdrag USMCA tariefvrij worden ingevoerd.

Als reactie heeft de Canadese regering aanvullende invoerheffingen van 15, 25 en 50 procentpunt aangekondigd op een pakket Amerikaanse goederen met een geraamde waarde van eveneens USD 27,6 miljard (zie List of products from the United States subject to counter-tariffs effective September 8, 2026). De maatregelen treden op 8 september in werking en treffen onder meer zuivel, staal en aluminium, elektronica, huishoudelijke apparaten, landbouwmachines en papierproducten. Met deze productselectie wil Canada niet alleen binnenlandse producenten beschermen tegen Amerikaans protectionisme, maar ook gerichte politieke druk uitoefenen op de regering Trump. Een deel van de getroffen goederen wordt namelijk geproduceerd in overwegend Republikeins stemmende staten. Door juist deze zogenoemde Red States economisch te raken, hoopt Ottawa dat bedrijven, werknemers en lokale politici de druk op president Trump opvoeren, mede in aanloop naar de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen (mid terms) in november.

Kansen voor Nederlandse ondernemers, maar macro-economische effecten beperkt

Hogere importtarieven zorgen ervoor dat Amerikaanse bedrijven die goederen afzetten op de Canadese markt worden geconfronteerd met een kunstmatig concurrentienadeel. Hier kunnen bedrijven die actief zijn op de Canadese markt, inclusief Nederlandse exporterende bedrijven, mogelijk van profiteren.

De omvang van die kansen moet echter in perspectief worden geplaatst. Canada is voor Nederland geen belangrijke handelspartner. Slechts 0,9% van de totale Nederlandse goederenexport van eigen makelij gaat naar Canada (zie figuur 1). Canada is voor Nederlandse exporteurs ruwweg even belangrijk als Brazilië. De beperkte handelsrelatie is niet verrassend: handelsstromen nemen doorgaans af naarmate de geografische afstand tussen landen groter wordt. Nabijgelegen economieën als Duitsland en België zijn daarom veel belangrijkere afzetmarkten voor Nederlandse bedrijven. De macro-economische impact op Nederland zal dan ook gering zijn.

Voor specifieke sectoren en individuele bedrijven kunnen de Canadese tegenheffingen niettemin betekenisvolle commerciële mogelijkheden creëren. Als we kijken waar die kansen zich mogelijk voordoen, is het interessant om ook te kijken in welke segmenten Nederland reeds een handelsrelatie met Canada onderhoudt. Figuur 2 laat zien dat Nederland veel ruwe olie, metaal en ertsen importeert uit Canada, en juist veel brandstoffen, machines, elektronica en voedingsmiddelen exporteert.

Figuur 1: Canada is geen belangrijke handelspartner van Nederland

Canada is geen belangrijke handelspartner van Nederland
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Figuur 2: We importeren ruwe olie en metaal uit Canada en exporteren brandstoffen en machines

We importeren ruwe olie en metaal uit Canada en exporteren brandstoffen en machines
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Focus op Canadese markten

In dit rapport richten we ons vooral op de ondernemerskansen in Canada en niet op de Verenigde Staten. Hoewel de hogere handelsheffingen op Canadese producten ook mogelijkheden kunnen scheppen voor Europese en Nederlandse exporteurs, wordt dit potentiële concurrentievoordeel deels tenietgedaan door de afspraken die zijn gemaakt in de handelsdeal die de EU en de VS eerder dit jaar hebben gesloten, waarbij de VS tot 15% mag heffen op producten uit de EU, uitzonderingen daargelaten.

Bovendien gelden voor enkele van de belangrijkste Canadese exportproducten naar de VS nog hogere invoerheffingen, waaronder auto's en auto-onderdelen en staal en aluminium. Juist deze productgroepen nemen een aanzienlijk aandeel in het Canadese exportpakket naar de VS voor hun rekening (zie OEC). Daarnaast exporteert Canada grote hoeveelheden ruwe olie en aardgas naar de VS, markten waarop Nederlandse exporteurs nauwelijks concurreren.

Hoe kunnen Nederlandse bedrijven profiteren?

De kansen voor Nederlandse exporteurs ontstaan via een relatief eenvoudig substitutiemechanisme. Door de nieuwe importheffingen worden Amerikaanse goederen duurder voor Canadese afnemers, waardoor zij op zoek kunnen gaan naar alternatieve leveranciers. De Canadese importeur moet immers een aanvullende heffing van 15%, 25% of 50% betalen over de waarde van de ingevoerde goederen. Wanneer Amerikaanse exporteurs niet bereid zijn hun prijzen te verlagen om marktaandeel in Canada te behouden, wordt deze kostenstijging veelal doorberekend aan de eindafnemer. Amerikaanse producten worden daardoor relatief duurder ten opzichte van concurrerende alternatieven.

Dit kan voor sommige afnemers aanleiding zijn om over te schakelen op producten die kwalitatief vergelijkbaar zijn, maar goedkoper. Stel dat een Canadees bedrijf begin 2027 nieuwe heftrucks wil aanschaffen en daarbij aanvankelijk had gekozen voor een Amerikaans model. Wanneer dit product vanaf 8 september door de hogere invoertarieven 15% duurder wordt, kan dat bedrijf besluiten uit te wijken naar een kwalitatief vergelijkbaar Europees alternatief. Ook voor Nederlandse exporteurs kunnen hierdoor kansen ontstaan.

De kans dat Nederlandse ondernemers kunnen profiteren van de Amerikaans-Canadese handelsoorlog neemt toe naarmate:

  1. De Nederlandse onderneming al actief is op de Canadese markt
    Een bestaande marktpositie, distributienetwerk of relatie met Canadese afnemers verlaagt de drempel om extra marktaandeel te verwerven.
  2. Het Nederlandse product een goed substituut is voor het Amerikaanse product
    Dit hangt niet alleen af van de productcategorie, maar ook van technische specificaties, kwaliteit, certificering, levertijd en dienstverlening.
  3. Het tariefvoordeel opweegt tegen andere kosten
    Transportkosten, wisselkoersen, schaalvoordelen van Amerikaanse aanbieders en eventuele niet-tarifaire belemmeringen kunnen het voordeel van Nederlandse producenten verkleinen.

Het concurrentievoordeel ontstaat dus niet automatisch. Een Canadese heffing van 25% op een Amerikaans product betekent niet dat een Nederlandse producent zijn export evenredig kan verhogen. Het geeft Nederlandse leveranciers vooral ruimte om concurrerender te offreren, nieuwe klanten te benaderen of marktaandeel te winnen.

CETA biedt voordelen

Daarbij vormt CETA, het handelsakkoord tussen Canada en de EU, een belangrijk institutioneel voordeel. Het akkoord heeft voor het overgrote deel van de handel de invoerheffingen afgeschaft of verlaagd, en vermindert daarmee de toegangskosten tot de Canadese markt. Sinds de voorlopige toepassing van CETA in 2017 is de bilaterale handel in goederen tussen Canada en de EU aanzienlijk toegenomen. Tegelijkertijd laat figuur 3 zien dat vooral Canada lijkt te hebben geprofiteerd van een toename van de export naar Nederland, terwijl de Nederlandse export naar Canada minder sterk is gegroeid. Dit onderstreept dat voor Nederland geen grote positieve effecten moeten worden verwacht van de huidige Canadees-Amerikaanse handelsoorlog.

Figuur 3: Vooral Canada lijkt te hebben geprofiteerd van CETA

Vooral Canada lijkt te hebben geprofiteerd van CETA
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Methode

Om potentiële exportkansen in kaart te brengen, combineren we de Canadese lijst met producten waarop vanaf 8 september 2026 aanvullende invoerheffingen van toepassing zijn met Nederlandse exportgegevens uit de BACI-database. BACI is een internationaal geharmoniseerde handelsdatabase met bilaterale handelsstromen voor circa 200 landen en meer dan 5.000 productgroepen. De database wordt veel gebruikt in wetenschappelijk onderzoek omdat de onderliggende data door CEPII worden geharmoniseerd, waardoor export- en importstatistieken tussen handelspartners zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming worden gebracht (zie Gaulier en Zignago, 2010).

De analyse richt zich op productgroepen en niet op afzonderlijke producten. Dit hangt samen met de wijze waarop de Canadese tegenheffingen zijn vormgegeven. De maatregelen worden opgelegd op basis van het internationaal geharmoniseerde productclassificatiesysteem (Harmonized System, HS). In deze studie wordt gebruikgemaakt van het HS4-niveau, waarbij producten worden geclassificeerd in viercijferige productgroepen.

Voor iedere HS4-productgroep waarvoor Canada aanvullende invoerheffingen op Amerikaanse goederen heeft aangekondigd, beoordelen we vier indicatoren: de Nederlandse exportwaarde naar Canada, de hoogte van de aanvullende Canadese heffing op Amerikaanse goederen, het Nederlandse aandeel in de totale Europese export naar Canada en het belang van Canada binnen de totale Nederlandse export van de betreffende productgroep.

Productgroepen worden als kansrijker beschouwd wanneer Nederland al een betekenisvolle positie heeft op de Canadese markt én Amerikaanse concurrenten worden geconfronteerd met een substantieel tariefnadeel. De analyse brengt daarmee primair potentiële substitutiekansen in beeld: situaties waarin Nederlandse exporteurs mogelijk marktaandeel kunnen overnemen van Amerikaanse aanbieders. De resultaten moeten nadrukkelijk niet worden geïnterpreteerd als een voorspelling van toekomstige exportgroei.

Belangrijke kanttekeningen

De analyse houdt niet met alle factoren volledig rekening die de feitelijke handelsuitkomsten kunnen beïnvloeden. Daarbij gaat het onder meer om prijsverschillen tussen Amerikaanse en Nederlandse producten, verschillen in productspecificaties en kwaliteit binnen HS-categorieën, transport- en verzekeringskosten, de productiecapaciteit van Nederlandse ondernemingen, wisselkoersontwikkelingen, bestaande contractuele en distributierelaties, Canadese productnormen en certificeringseisen, mogelijke vrijstellingen of wijzigingen in het Canadese tariefbeleid en de duur van het handelsconflict zelf. De uitkomsten moeten daarom worden beschouwd als een eerste screening van potentiële productmarkten en niet als een exacte voorspelling van toekomstige exportgroei.

Resultaten

Tabel 1 bevat de resultaten van onze analyse.

Grootste kans bij machines en apparaten

Bij machines en apparaten combineert Nederland zijn bestaande exportpositie met een betekenisvol tariefvoordeel. Vooral bij kranen en hijsconstructies valt de relatief sterke Nederlandse positie op: Nederland is goed voor ruim 12% van de totale Europese export naar Canada en Canada neemt ruim 5% van de totale Nederlandse export van deze productgroep af.

Ook bij onderdelen voor vaatwas- en verpakkingsmachines is sprake van een interessante combinatie. Nederland exporteert hiervan voor 36 miljoen Amerikaanse dollar naar Canada, terwijl Amerikaanse concurrenten met een aanvullende heffing van 25% worden geconfronteerd. Canada is bovendien goed voor 3,2% van de totale Nederlandse export van deze productgroep.

Tabel 1: Productgroepen met de grootste potentiële exportkansen voor Nederlandse bedrijven op de Canadese markt

Productgroepen met de grootste potentiële exportkansen voor Nederlandse bedrijven op de Canadese markt
Bron: BACI, CBS, Canadese overheid, RaboResearch 2026

Kansen in kleinere nichemarkten

Naast machines komen enkele kleinere productgroepen naar voren waarin individuele ondernemingen kansen kunnen benutten. Het gaat onder andere om:

    airconditioningsystemen en onderdelen pompen voor vloeistoffen papier, karton en verpakkingsmateriaal kunststof verpakkingsartikelen getufte tapijten

De absolute exportwaarden zijn in deze categorieën kleiner, maar voor gespecialiseerde producenten kunnen de commerciële kansen toch relevant zijn. Dat geldt vooral wanneer een onderneming al Canadese klanten, certificeringen of distributiekanalen heeft.

De tapijtsector is daarvan een voorbeeld. De exportwaarde naar Canada bedraagt slechts ongeveer 6 miljoen Amerikaanse dollar, maar Nederland vertegenwoordigt bijna de helft van de Europese export binnen deze productgroep. De sterke relatieve marktpositie kan Nederlandse producenten helpen om marktaandeel van Amerikaanse leveranciers over te nemen.

Meer onzekerheid bij staal en aluminium

De analyse signaleert daarnaast verschillende productgroepen in staal en aluminium. De nominale tariefvoordelen zijn hier groot: Amerikaanse producten worden in veel gevallen met een aanvullende heffing van 50% belast. Toch kunnen we niet zonder meer de conclusie trekken dat dit zorgt voor extra exportkansen. Staal- en aluminiumproducten zijn vaak zwaar en daardoor relatief kostbaar om over lange afstanden te vervoeren. Daarnaast kunnen technische specificaties, bestaande leveringscontracten, schaalvoordelen en reeds geldende handelsmaatregelen een grote rol spelen. Het hoge tariefverschil vormt dus een gunstige uitgangspositie, maar is op zichzelf onvoldoende om een grote verschuiving van handelsstromen te verwachten.

Kaas vormt een uitzondering

Op het eerste gezicht lijkt ook kaas kansrijk. Nederland exporteert voor circa 32 miljoen Amerikaanse dollar aan kaas en wrongel naar Canada, terwijl voor Amerikaanse kaas een aanvullend tarief van 25% geldt. In de praktijk zijn de substitutiemogelijkheden echter beperkt.

De Amerikaanse kaasexport naar Canada bestaat voor een belangrijk deel uit relatief goedkope standaardproducten, zoals cheddar en mozzarella. Deze producten concurreren eerder met kaas uit Australië en Nieuw-Zeeland dan met Europese specialty cheeses (zie tabel 2). De Europese export naar Canada richt zich juist sterker op het hogere marktsegment.

Tabel 2: Belangrijkste exporteurs van kaas naar Canada

Belangrijkste exporteurs van kaas naar Canada
Bron: Trade data monitor, RaboResearch 2026

Daarnaast wordt de Europese markttoegang begrensd door Canadese invoerquota. Onder CETA is een aanvullende tariefvrije quota op de invoer van kaas van 16.000 ton beschikbaar gekomen. In combinatie met eerdere quota gaat het om circa 18.500 ton. De totale Europese export ligt echter hoger, waardoor export boven het quotum met zeer hoge invoertarieven kan worden geconfronteerd (zie Europese Commissie). Zonder een verruiming van de quota zijn de mogelijkheden voor Nederlandse en andere Europese kaasproducenten om Amerikaanse volumes over te nemen daarom beperkt, zeker in het lagere prijssegment.

Strategische samenwerking

Het handelsconflict heeft ook een andere kant. Canada is economisch sterk verweven met de VS en zal bij een langdurig conflict meer behoefte krijgen aan alternatieve afzetmarkten en strategische partners. De EU kan daarbij een belangrijke rol spelen. Zoals gezegd biedt CETA hiervoor al een institutionele basis. Sinds 2017 groeide niet alleen de handel in goederen tussen de EU en Canada sterk, maar ook de bilaterale handel in diensten. In maart 2026 spraken Canada en de EU opnieuw de ambitie uit om handelsstromen verder te diversifiëren, investeringen te bevorderen en de weerbaarheid van gezamenlijke productieketens te versterken. Voor Europa biedt dit mogelijk economische kansen op drie terreinen, waarbij ook voor Nederland mogelijkheden ontstaan om toeleveringsketens robuuster te maken.

Energie

Canada beschikt over grote voorraden olie en gas en kan daarmee bijdragen aan een verdere diversificatie van de Europese energievoorziening. De daadwerkelijke mogelijkheden hangen wel af van de transportinfrastructuur, exportcapaciteit en langlopende leveringscontracten. Een groot deel van de Canadese olie is relatief zwaar en zwavelrijk, waardoor deze niet altijd goed aansluit bij de configuratie van Europese raffinaderijen. Op langere termijn kan de samenwerking zich eveneens richten op waterstof, nucleaire energie en andere koolstofarme energietechnologieën.

Kritieke grondstoffen en strategische materialen

Canada beschikt over grondstoffen en halffabricaten die belangrijk zijn voor de Europese energietransitie en strategische autonomie. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan:

    nikkel en andere batterijmaterialen ijzererts aluminium grafiet gespecialiseerde anorganische materialen nucleaire en radioactieve materialen

Canada en de EU hebben al een strategisch partnerschap voor grondstoffen en werken aan meer gediversifieerde, duurzame en betrouwbare productieketens. In maart 2026 bevestigden beide partijen dat zij de samenwerking over de volledige waardeketen willen versterken, van winning en verwerking tot investeringen, innovatie en industriële toepassing.

Defensie en lucht- en ruimtevaart

Ook op defensiegebied kan het handelsconflict de samenwerking versnellen. Canada en de EU ondertekenden in juni 2025 een veiligheids- en defensiepartnerschap. De samenwerking kan zich onder andere richten op defensie-industrie, gezamenlijke aanbestedingen, cyberveiligheid, lucht- en ruimtevaart en de levering van strategische materialen.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Kansen voor Nederlandse ondernemers door de Amerikaans-Canadese handelsoorlog - Rabobank