In de media
AI: de lange horizon van technologie versus de korte termijn van het partnermodel
De AI-revolutie vraagt accountantskantoren om jarenlang te investeren, terwijl het traditionele partnermodel sterk is gericht op het jaarlijkse resultaat. Juist nu accountancy groeit en AI productiviteitswinst belooft, ontstaat een spanningsveld tussen investeren voor de lange termijn en de winstverdeling van vandaag.

In het kort
Anders dan gewone software dringt AI-technologie door tot het hart van de werkzaamheden in de accountancy, ziet Koelewijn. 'Van het structureren van controle-informatie en het vaststellen van risico’s tot het voorbereiden van fiscale dossiers en het beoordelen van journaalposten. AI-transformatie is geen softwareaankoop, maar vraagt om een samenhangend investeringsprogramma dat technologie, mensen, processen en strategie met elkaar verbindt.'
Daarbij zitten de kosten niet alleen in licenties. Kantoren moeten investeren in uniforme data-architectuur, veilige cliëntgegevens, integratie met ERP-systemen, cybersecurity, validatie en opleiding. Tegelijk moeten processen opnieuw worden ingericht. 'Accountantskantoren moeten langdurig investeren in kwaliteit, data en mensen', zegt Koelewijn. “Voor partners is dat ingrijpend, omdat de jaarlijkse winstdeling een belangrijk deel van hun inkomen en vermogensopbouw vormt. De kosten lopen dus al op voordat de volledige opbrengst van AI zichtbaar is.”
Groei geeft ruimte, maar maakt de keuze ook urgenter
De sectorprognoses van Rabobank van september 2026 laten zien dat accountancy deze omslag vanuit een relatief sterke uitgangspositie ingaat. De omzet van accountantskantoren groeide in 2025 met 6,6%. Voor de bredere specialistische zakelijke dienstverlening verwacht Rabobank bovendien dat de toegevoegde waarde groeit met 1,5% in 2026 en 2,3% in 2027. De vraag naar specialistische dienstverlening blijft daarmee overeind, al zwakt de omzetgroei binnen accountancy na het sterke 2025 af.
Die groei neemt de investeringsvraag niet weg. Integendeel. In de sectorprognoses constateert Rabobank dat accountancy en juridische dienstverlening relatief veel investeren in technologie en automatisering. AI-software en licenties verhogen eerst de kosten, terwijl de efficiëntiewinst pas ontstaat als werkzaamheden daadwerkelijk sneller en anders worden uitgevoerd. Met dezelfde personeelscapaciteit kunnen dan meer opdrachten worden verwerkt. Dat is relevant in een markt waarin specialistisch personeel schaars blijft.
Productiviteit ontstaat niet vanzelf
De economische belofte van AI zit daarom niet alleen in lagere kosten, maar vooral in een hogere omzet en toegevoegde waarde per medewerker. Dat vraagt wel om een ander ontwerp van het werk. Rabobank benadrukt in de sectorprognoses dat AI niet automatisch tot hogere productiviteit leidt: het effect hangt sterk af van de manier waarop organisaties hun processen aanpassen en de vrijgekomen capaciteit benutten.
Voor accountantskantoren raakt dat direct het verdienmodel. Als een controle, fiscale analyse of samensteldossier sneller kan worden uitgevoerd, is tijdwinst pas economisch interessant wanneer die capaciteit opnieuw wordt ingezet: voor extra klanten, complexere opdrachten of meer advies. 'Wie AI alleen boven op bestaande processen zet, voegt vooral kosten toe', aldus Koelewijn. 'De echte winst ontstaat wanneer je het proces herontwerpt en tegelijk opnieuw kijkt naar pricing, klantbediening en de inzet van professionals.'
Niet ieder kantoor hoeft zelf AI te bouwen
Daarmee wordt ook schaal belangrijker, maar niet per se in de vorm van één nieuw eigendomsmodel. Niet ieder accountantskantoor hoeft zelf taalmodellen of applicaties te ontwikkelen. De economische uitdaging zit vooral in de infrastructuur eromheen: betrouwbare data, beveiliging, integratie, modelvalidatie, governance en het opleiden van medewerkers. Een deel daarvan kan met leveranciers of samenwerkingspartners worden georganiseerd.
Voor grotere kantoren ligt de uitdaging weer anders. Zij hebben vaker de financiële ruimte om te investeren, maar moeten technologie over vestigingen, landen en disciplines standaardiseren. Nederlandse fiscaliteit, NBA-richtlijnen en assurance-methodologie moeten bovendien goed in modellen en workflows worden ingebed. Kapitaal alleen is daarom niet voldoende; de snelheid waarmee een organisatie processen en werkwijzen kan veranderen wordt minstens zo bepalend.
De investeringshorizon moet langer dan één winstjaar
De kernvraag voor het partnermodel is daarmee minder welk organisatiemodel uiteindelijk wint, en meer of de besluitvorming en winstverdeling ruimte bieden voor meerjarige investeringen. De sector groeit nog en AI kan de capaciteit van schaarse professionals vergroten. Juist daarom is dit volgens Koelewijn het moment om een deel van die economische ruimte bewust te reserveren voor technologie, data en procesvernieuwing.
'De spanning zit tussen de lange horizon van technologie en de korte horizon van de jaarlijkse winstdeling. Kantoren die wachten tot iedere AI-investering vooraf een bewezen rendement heeft, lopen het risico dat ze pas gaan veranderen wanneer klanten, medewerkers en concurrenten al verder zijn. Het partnermodel hoeft daarvoor niet te verdwijnen, maar de investeringshorizon moet wel langer worden.'
Maak ruimte voor toekomstgerichte investeringen
Rabobank denkt graag mee met ondernemers in de zakelijke dienstverlening. Wil je sparren over de gevolgen van AI voor de strategie, financiering of investeringsplanning van jouw accountantskantoor? Neem contact op met je accountmanager of Reinder Koelewijn.
NB. Dit artikel is eerder verschenen in Accountancy Vanmorgen: AI: de lange horizon van technologie versus de korte termijn van het partnermodel
