Update

Stikstof knelt in maatschappij en op boerenerf: grote behoefte aan duidelijkheid 5/5

18 januari 2023 9:00

In het vorige artikel van deze melkveevisie las je al over duurzaamheid. Bij duurzaamheid hoort ook aandacht voor biodiversiteit, natuur en milieu en daarmee ook de aandacht voor de stikstofproblematiek in ons land. Het stikstofdossier is een ingewikkeld onderwerp, ook voor de beleidsmakers. Inmiddels zijn we drie jaar verder na het eerste boerenprotest en verlangen ondernemers meer dan ooit naar duidelijke, maar ook realistische richtlijnen. Zo kunnen zij toekomstplannen maken en uitvoeren. Maar zonder die stip aan de horizon is het ook nu belangrijk scherp te hebben waar je met je bedrijf naartoe wilt. Welke mogelijkheden zijn er voor jouw bedrijf? Lees meer in dit artikel.

Langetermijnplanning is nu te onzeker

Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden verdeeld over het land en het water. Binnen deze gebieden is er sprake van soortenbescherming, gebiedsbescherming of een combinatie van beide. Een groot deel van deze Natura 2000-gebieden zijn aangemerkt als stikstofgevoelig. De doelstellingen in de stikstofwet zijn ambitieus en in het afgelopen coalitieakkoord nog verder aangescherpt: de doelen voor 2035 zijn naar voren gehaald. In 2030 moet 74% van de stikstofgevoelige Natura 2000-areaal onder de kritische depositiewaarden zijn gebracht. Gevolg hiervan is dat er in 2030 landelijk 50% minder stikstofemissie moet zijn. Dit doel wordt de komende jaren een forse opgave voor zowel melkveehouders als voor de ketenpartners. Dit komt doordat melkveehouders een groot deel van de stikstofuitstoot voor hun rekening nemen, ook te lezen in achtergrondstudie ‘Naar een circulaire economie’ in onze visie op de land- en tuinbouw in 2030.

Als we kijken naar de veedichtheid binnen Nederland en de aanwezigheid van stikstofgevoelige natuur, zien we dat de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel de grootste uitdaging hebben op het gebied van stikstof rondom Natura-2000 gebieden. De regionale verschillen zijn groot. Zo telt de provincie Groningen relatief veel melkkoeien, maar is er in deze provincie minder stikstofgevoelige natuur.

Zonder doorvertaling van de landelijke doelen naar individuele bedrijven blijft het voor ondernemers lastig om toekomstplannen te maken. De huidige onzekerheid over de toekomst doet sommige (jonge) ondernemers besluiten buiten de primaire agrarische sector te werken. Uiteindelijk blijven opvolgers nodig om de gronden en natuur te beheren en landbouw voort te zetten op een toekomstbestendige manier. Rabobank heeft een sterke voorkeur voor een doelenbeleid vanuit de overheid. Zo'n beleid biedt ondernemers de keuze om zelf middelen te kiezen voor de gestelde doelen. Het accent ligt dan op ondernemen en innoveren in plaats van op saneren. Rabobank houdt rekening met een combinatie van landelijke en regionale oplossingen: de ligging van een melkveebedrijf ten opzichte van zijn omgeving wordt steeds belangrijker bij het maken van toekomstplannen. In de praktijk zullen ondernemers er mogelijk voor kiezen om melkveebedrijven op verschillende locaties te houden daar waar groei van de onderneming op de bestaande locatie niet meer mogelijk is.

“We verwachten dat melkveebedrijven steeds vaker kiezen voor bedrijfsontwikkeling op verschillende locaties.”

Investeren of stoppen? En, op welke manier?

Melkveehouders komen waarschijnlijk op afzienbare termijn voor een keuze te staan: investeren in passende maatregelen of stoppen. Doorgaan op de oude voet is geen optie omdat dan de doelen uit de stikstofwet niet worden gehaald. Voor individuele ondernemers zijn er verschillende mogelijkheden, waaronder:

  1. Innoveren met behoudt van een gespecialiseerd melkveebedrijf (verlaagde emissie, vergroting, verplaatsing);
  2. Extensiveren. Dit kan door verhogen van opbrengsten uit melkgeld (bijvoorbeeld toegevoegde-waarde-concepten) of extra grond aan het bedrijf binden (mogelijk goedkopere landschapsgrond) in combinatie met het aanboren van (nieuwe) vergoedingen die extensivering belonen;
  3. Omschakelen naar een multifunctionele bedrijfsvoering middels het starten van een neventak;
  4. Verplaatsen van onderneming, omdat bedrijf op huidige locatie niet past bij natuurdoelen Natura-2000 gebied;
  5. Stoppen.

Door samen met familie en adviseurs na te denken over de toekomstmogelijkheden van de locatie, krijg je inzicht dat je kunt inzetten zodra het overheidsbeleid duidelijker is en helpt in het proces van ondernemersbeslissingen die de komende tijd moeten worden genomen. Een scenarioanalyse kan hierbij helpen omdat dit inzicht geeft in de financiële haalbaarheid van een keuze. Het is belangrijk om als ondernemer voorbereid te zijn op het moment dat je genoodzaakt bent keuzes te maken. De uitdaging om stikstofuitstoot te verminderen geldt voor iedere melkveehouder.

De maatregelen die genomen moeten worden om de stikstofuitstoot terug te dringen, hangen dus voor een groot deel af van de uitgangspositie op je bedrijf. Daarnaast staat stikstof niet op zichzelf. Zoals eerder aangegeven zijn er meerdere thema’s (broeikasgassen als methaan en CO2, water, biodiversiteit of dierenwelzijn) waar de melkveehouderij stappen moet zetten om gestelde doelen te halen. Een integrale aanpak is dus belangrijk en hoewel stikstof in ons land momenteel op de voorgrond speelt, is vooruitgang op de andere gebieden ook noodzakelijk. Op deze terreinen zijn nieuwe wetten in voorbereiding (zie rapport Fit for 55).

Wat doet Rabobank?

Rabobank zet zich in voor de toekomstgerichte ondernemers. Het budget dat de overheid in wil zetten om de stikstofreductie vorm te geven, zou in eerste instantie moeten worden benut om voor de blijvers toekomstperspectief te behouden. Dit betekent meer focus op innovatie en technische oplossingen dan nu het geval is. Een voorbeeld is de pilot die we onlangs zijn gestart samen met Lely en FrieslandCampina. Daarnaast is Rabobank direct betrokken door de gesprekken aan de keukentafel van ondernemers. Ook onderzoeken we mogelijkheden om versneld stoppen met behulp van voorfinanciering van een mogelijke opkoop- of stoppersregelingen te faciliteren, zodra er meer duidelijkheid is rondom het overheidsbeleid. Ook bekijken we de mogelijkheden voor een herallocatiefonds, zodat gebiedsprocessen kunnen versnellen op plaatsen waar vraag naar en aanbod van landbouwgrond niet direct samenkomen. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van grond is vaak een knelpunt. Het fonds kan uitkomst bieden voor ondernemers die willen extensiveren, verplaatsen of stoppen. Ook zoeken we oplossingen voor de financiële invulling van het koppelen van extra grond aan bedrijven. Een voorbeeld is coöperatie Rijkdom. Een initiatief in de provincie Friesland dat investeerders koppelt aan natuurinclusieve melkveehouders door gezamenlijk eigendom van de grond. Tot slot dient Rabobank als een verbinder in de gebiedsgerichte aanpak, waarbij we blijvende en stoppende ondernemers aan elkaar koppelen.

In samenwerking met de NAJK, LTO Nederland en NZO heeft Rabobank het voorstel ‘Coalitie Toekomstbestendige Melkveehouderij’ opgesteld voor een vitale melkveehouderij in Nederland. Dit plan is gelanceerd om reductie van stikstof te realiseren in de melkveehouderij, rekening houdende met verschillende bedrijfstypen. Met deze coalitie richt Rabobank zich op de blijvende melkveehouders. Het voorstel was om als sector een eerste stap aan te geven wat er allemaal mogelijk is met bestaande technieken. Daarnaast laten innovaties van de laatste jaren zien dat er meer mogelijk is wanneer hier focus op komt en duidelijk is welke technieken geaccepteerd, ingerekend en geborgd kunnen worden. Hiervoor is vanuit de overheid duidelijkheid en een (financiële) bijdrage vereist. Het geschetste plan is hiermee één van de stappen om gestelde doelen te behalen.

Momenteel is de exacte vertaling van landelijke stikstofdoelen naar het individuele bedrijf nog steeds niet duidelijk. Duidelijke politieke keuzes voor zowel de landbouw als andere sectoren zijn hierbij een eerste en belangrijke stap voorwaarts. Opgaven voor de niet-landbouwsectoren zijn op moment van schrijven nog niet bekend. Hetzelfde geldt voor de opkoopregelingen. Ook de invulling van de gebiedsgerichte aanpak wordt pas juli 2023 bekend. Wel weten we dat melkveehouders van alle generaties voor dezelfde vraag komen te staan: ga ik mijn bedrijf aanpassen aan de omgeving, kies ik voor bedrijfsverplaatsing of bedrijfsbeëindiging? Nog niet eerder was de ligging van een agrarisch bedrijf in relatie tot de omgeving zo van belang voor de voortgang van het boerenbedrijf. Wees voorbereid en besluit welke (on)mogelijkheden voor jou als ondernemer wel of niet relevant zijn.

Tot slot

De huidige situatie in Nederland zorgt er voor dat er veel scenario’s te bedenken zijn maar dat veel ook nog onzeker is. Dit maakt het invullen van wensen en grote strategische stappen lastig. Enerzijds willen we graag vooruit denken en verduurzamen. Anderzijds zijn hier wel duidelijke randvoorwaarden vanuit de politiek voor nodig die als bouwstenen dienen voor deze weg voorwaarts. Te denken valt aan passende vergunningen, geborgde technieken en duidelijkheid over wat er mogelijk is in welk gebied. Dit betreffen cruciale voorwaarden om de verduurzaming van de agrarische sector verder vorm te geven. De melkveehouderij is niet weg te denken uit het Nederlandse landschap en zal ook de komende decennia haar waarde behouden als economische drager en functionele stoffeerder van het herkenbare Nederlandse platteland.

Dit artikel is eerder verschenen op 12 oktober 2021 en geactualiseerd op 18 januari 2023.