Equestrum Campus zet data in voor welzijn van paard en ruiter
Een stal vol sensoren en een simulatiepaard dat de zithouding van de ruiter analyseert. Bij Equestrum Campus is dit geen toekomstmuziek, maar realiteit. Hun leer- en belevingsproject EqueXperience begeleidt paard én ruiter naar meer welzijn en betere prestaties. Vanuit het Coöperatief Dividend doneerde Rabobank 25.000 euro voor de aanschaf van de apparatuur.

In een oud rijksmonument in het groene Midden-Delfland staat kennis- en belevingscampus Equestrum. Honderdvijftig mbo-studenten volgen er een hippische opleiding en paardprofessionals en liefhebbers uit de sector krijgen er masterclasses. Ook zijn bedrijven uit het hele land welkom voor een heidag, terwijl bezoekers uit de regio kunnen aanschuiven voor een kop koffie in het café. ‘We zijn meer dan een locatie waar onderwijs wordt verzorgd’, zegt Natasja de Vroome, directeur van Equestrum Campus. ‘Onze missie is om te bouwen aan een stabiele toekomst voor mens, paard en natuur.’
De data als leidraad
Vanuit die missie introduceert het centrum een nieuw project: EqueXperience. Ruiters verblijven meerdere dagen op locatie en verzamelen data over zichzelf, hun paard en de interactie tussen beiden. Camera’s en sensoren in de stal en de omheinde uitloop volgen dag en nacht het gedrag van het dier. ‘Zo meten we het welzijn en kunnen we preventieve gezondheidszorg geven’, zegt Alain Broft, directeur innovatie van Equestrum Campus. ‘We zien bijvoorbeeld of een paard onrustig is, het koud heeft of behoefte heeft aan verrijking van hun leefomgeving.’
Bovendien mogen paarden zelf hun kruiden en grassen kiezen en registreren drinksensoren hun waterinname. ‘We onderzoeken wat een paard pakt als het naar zijn lichaam luistert. Met die informatie passen we het voer- en trainingsschema aan.’ Later dit jaar krijgen de stallen een bodem die de urine opvangt en de pH-waarde meet. De verzuring geeft inzicht in het herstel en de trainingsbelasting.
De toekomst van training
EqueXperience leidt ook tot betere sportprestaties. Ruiters kunnen rijden op een simulatiepaard dat hun zithouding en fysieke belastbaarheid meet. Vervolgens trainen ruiter en paard samen in een binnenpiste, waar 23 camera’s elke beweging vastleggen. De beelden helpen ruiters om techniek en tactische keuzes te verfijnen. Deelnemers stappen de deur uit met geanalyseerd videomateriaal, trainingsschema’s, voedingstips en welzijnssignalen in de EqueXperience-app. Zes weken later keren ze terug naar de campus om hun voortgang te bespreken.
‘In de hippische sector vinden nog veel beslissingen plaats op basis van ervaring en gevoel’, zegt Alain. ‘Dit project biedt ruiters en instructeurs een nauwkeurig inzicht. Dat draagt bij aan de wetenschap, waar onze studenten weer gebruik van maken. Voor de paarden is het ook een vooruitgang. We kunnen beter zien hoe het met een paard gaat en voorkomen in plaats van genezen. Het is een unieke vooruitgang in de paardensport.’
De juiste apparatuur
Equestrum Campus besloot een aanvraag te doen bij Rabobank om sensoren, camera’s en de ontwikkeling van de app te financieren. Rabobank doneerde vanuit het Coöperatief Dividend 25.000 euro. ‘Voorheen deden we metingen op andere locaties’, zegt Natasja. ‘Doordat we nu zelf de apparatuur hebben, kunnen we vaker meten en doorontwikkelen op onze eigen campus. Zo krijgen we betrouwbare gegevens en leveren we een belangrijke bijdrage aan de wetenschap.’
De gedeelde ambitie
Het initiatief sluit mooi aan bij de ambities van Rabobank, vertelt ledenraadslid Jaap Zegwaard van Rabobank Zuid-Holland Midden. ‘EqueXperience zorgt voor kennis, training en bewustwording rondom de gezondheid van paarden en ruiters. Innovaties die welzijn en ontwikkeling stimuleren, ondersteunen wij graag.’
Het project verruimt bovendien het onderwijsaanbod voor de mbo-studenten, benadrukt Birthe Konu, directeur van Rabobank Zuid-Holland Midden. ‘Door studenten al tijdens hun opleiding in aanraking te brengen met onderzoek en vernieuwing, worden ze voorbereid op een duurzame loopbaan binnen de hippische sector. Zo groeit met hun ontwikkeling ook de kwaliteit en vitaliteit van de sector mee.’