Is Spanje de winnaar van de varkenscyclus?

Koen van Bergen

Koen van Bergen

Eind november vertrok ik met 35 jonge varkenshouders naar Spanje. Zij zijn erg nieuwsgierig hoe de Spaanse varkensketen in elkaar zit. Wat zijn de redenen van de sterke groei van de Spaanse varkenssector? Is Spanje een geduchte concurrent van Nederland? Lees hier wat we van de Spanjaarden kunnen leren.

Serieuze concurrent door stevige groei

De Spaanse varkenshouderij heeft de afgelopen jaren een stevige groei doorgemaakt en groeit nog in rap tempo door. Er is stevig geïnvesteerd in de zeugenhouderij.

  • Het aantal fokzeugen is sinds 2013 met 23% toegenomen tot 4,3 miljoen.
  • De Spaanse zelfvoorzieningsgraad groeide in vijftien jaar van 60% naar 180%. Spanje is hiermee meer dan serieuze concurrent voor de Nederlandse varkenshouderij.
  • Op Europees niveau zijn ze na Duitsland de grootste varkensvleesproducent. Op wereldniveau nemen ze beslag op de derde plek.

De Spaanse varkenshouderij kenmerkt zich door een verticaal integratiemodel. 46% van de varkens wordt binnen sterke en kapitaalkrachtige integraties geproduceerd en nog eens 23% binnen coöperatief verband. De 130 grootste zeugenbedrijven hebben een marktaandeel van 80%.

Het businessmodel van de Spanje

Tijdens onze reis brengen we een bezoek aan Vall Companys. Zij zijn met 210.000 fokzeugen de nummer 1 in Spanje, met jaaromzet van 1,5 miljard euro. Jaarlijks produceert en slacht dit bedrijf 4,6 miljoen varkens. Wat maakt het businessmodel zo bijzonder? De varkenshouder is eigenaar van de stal en ontvangt een vergoeding voor de gebouwen, energie, mest en arbeid. Het dier, voer en gezondheidskosten zijn voor rekening van de integratie. De zeugenhouder ontvangt twaalf jaar lang een vaste vergoeding van € 16 euro per afgeleverde big. Deze vaste vergoeding is ons inziens ook een belangrijke driver geweest voor de groei. Met een vast contract van een sterke integratie is het financieren in Spanje eenvoudiger geworden. Looptijden van de financiering zijn met twaalf jaar aanzienlijk korter dan in Nederland.

Keten vangt de cyclus op

De Spaanse vleesvarkenshouderij ontvangt circa € 12 per afgeleverd vleesvarken. De vergoeding voor de zeugen is vergelijkbaar met het rendement in Nederland. De vergoeding voor de vleesvarkens is ten opzichte van Nederland een marginale vergoeding; echter is het voor Spaanse begrippen blijkbaar voldoende. Veel vleesvarkensbedrijven worden namelijk gehouden als parttime bedrijf of zijn onderdeel van een gemengd bedrijf. Veel integraties stoppen bij de slachterij. Een aantal gaat verder tot het retailkanaal. Door de integratiestructuur wordt, in tegenstelling tot Nederland, de varkenscyclus door de keten opgevangen en niet door de individuele varkenshouder.

Van varkens- naar hammenproducent

Spanje produceert jaarlijks meer dan 45 miljoen hammen en is daarmee een van de grootste producenten in de wereld. We hebben meer inzicht gekregen in productie en de ‘high end’-markt van de Ibérico ham. Een merk dat wereldwijd bekend is, waarbij de kennis en marketingstrategie ook wordt ingezet voor het regulier varkensvlees. Hierdoor is de gemiddelde opbrengstprijs voor de keten hoger. De opbrengsten van de hammen variëren van € 20 tot € 60 per kilogram.

Consument is bereid om meer voor het vlees te betalen

De kostprijs in Spanje ligt op € 1,35 per kilogram vlees; in Nederland bedraagt dit € 1,55. Belangrijkste redenen hierachter zijn lagere huisvestings-, arbeids- en milieukosten. Naast de lage kostprijs krijgen we tijdens onze reis ook meer inzicht in de toegevoerde waarde in de keten. Cijfers van de Rabobank laten zien dat de toegevoegde waarde in de Spaanse keten 50% hoger ligt dan in de Nederlandse keten. Hierbij is de Spaanse consument bereid om meer te betalen voor het vlees. De gemiddelde varkenshouder in Nederland heeft een negatief rendement, terwijl de Spaanse varkenshouder een kleine plus maakt. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de meest toegevoegde waarde aan het einde van de keten zit.

Kent Spanje dan alleen maar successen?

Nee, de Spaanse varkenssector kent ook een paar grote uitdagingen: het hoge antibioticagebruik, toenemende milieudruk en deels verouderde vleesvarkensstallen. Deze ontwikkelingen zullen in mijn inziens absoluut een verhoging van de kostprijs tot gevolg.

Antibioticagebruik

Het antibioticagebruik is Spanje is fors hoger dan in Nederland, waarbij er ook nog medicijnen in het mengvoer worden gemengd. Ook worden er diverse additieven aan het voer toegevoegd (zoals ZN) wat ‘not done’ is in Nederland. Het hoge antibioticagebruik wordt in Spanje gezien als een gewoonte en kan tekortkomingen in huisvesting en management maskeren. Het internationale imago wordt negatief beïnvloed door dit hoge antibioticagebruik. De integraties zijn zich hiervan terdege bewust en ondernemen actie om het gebruik te reduceren.

Milieudruk

In de varkensrijke gebieden, met name Catalonië, wordt de milieudruk groter. Dit maakt nieuwvestiging in deze regio steeds lastiger. In Catalonië wordt een maximale bedrijfsomvang gehanteerd van 2.500 fokzeugen per locatie. Iets wat we in Nederland nog niet kennen.

Onbalans in de keten

Ten derde ontstaat er door de forse groei in fokzeugen een onbalans tussen het aantal geproduceerde biggen en de afmestcapaciteit van vleesvarkens. Dit heeft een overschot aan biggen en een steeds heftiger gevecht om de vleesvarkensstallen als gevolg. Parallel hieraan heeft de sector te maken met een behoorlijk aandeel verouderde vleesvarkensstallen. Hier zal een inhaalslag gemaakt moeten gaan worden.

Is Spanje de winnaar?

De Spaanse varkenshouderij heeft een stevige groei doorgemaakt. Belangrijkste drivers zijn sterke integraties, lage kostprijs en toegevoegde waarde. Dit maakt hen absoluut competitief op het internationale speelveld en zijn daarmee winnaar ten opzichte van Nederland. Echter zal de toegenomen afhankelijkheid van de export zorgen voor steeds meer internationale maatschappelijke druk ten opzichte van antibiotica en milieuhuisvesting. Deze toenemende internationale exposure zal naar verwachting leiden tot aanvullende investeringen en hiermee de kostprijs verhogen.

Utrecht, 4-1-2018

Contact

Rabobank