Blog veehouderij

Jeroen van den Hurk

Hand in hand

Er is veel discussie over dierenwelzijn en efficiency: gaat dit wel samen? De Nederlandse pluimveehouderij kent wereldwijd faam als het gaat over technische prestatie, logistieke kracht en marktgerichtheid. Het aandeel scharrel en bio bij zowel vleeskuikens als leghennen laat zien dat de houderij in Nederland tot de meest welzijnsvriendelijke behoort. In deze zogenaamde alternatieve houderijvormen is de technische prestatie afgelopen vijf jaar sterk verbeterd. Dan is de vraag snel beantwoord of dierenwelzijn gepaard kan gaan met efficiency. Jazeker!

Ja, maar...

Critici melden echter dat intensievere productie juist bijdraagt aan een lagere CO2-voetafdruk en hoge voedselveiligheid. Ook het welzijn van de dieren is daarbij volgens hen voldoende gewaarborgd. Hier komen we op het vlak van gelijk hebben of gelijk krijgen. Dat is niet altijd hetzelfde. Emotie en ratio varen soms verschillende koersen.

Ik denk dat de combinatie van dierenwelzijn en efficiency dé legitimatie is en moet blijven van de Nederlandse pluimveehouderij. Vanwege onze vooraanstaande exportpositie moeten we het simpelweg beter en slimmer doen dan de rest. Daarbij merk ik meteen op dat we het met dierenwelzijn alleen in de toekomst niet redden. Ook diergezondheid, omgeving en emissies spelen een prominente rol. Al deze elementen zien te ‘verwaarden’ in grotendeels kostprijs-gedreven markten is bepaald geen sinecure.

Samen sterker

De pluimveehouder van de toekomst ontkomt er niet aan om aan deze randvoorwaarden te voldoen. Hij kan dat niet alleen, daarvoor is samenwerking in de keten nodig. Samenwerken blijkt in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. Vaak wordt gezegd dat het een eenzijdig verhaal is, immers de veehouder krijgt meestal het kleinste deel van de koek. Ondernemers zullen dan hun keuze moeten maken: doe ik wel of niet mee? En past het bij mij en mijn bedrijf?

Bij het maken van die keuzes is het belangrijk te beseffen dat toegevoegde kosten, vrijwel alleen binnen concepten met marktkracht en nichemarkten, vergoed worden. In de legpluimveehouderij hebben de markten met de hoogste norm voor dierenwelzijn de afgelopen jaren gemiddeld het beste rendement gehad. In bulkmarkten, zoals de scharrellegpluimveehouderij, worden toegevoegde kosten veelal niet volledig vergoed.  Hier is de competitie krachtig en geldt het recht van de sterkste (lees: de laagste kostprijs). Als ondernemer moet je je afvragen in welke markt je wilt en/of kunt acteren.

Succesvol

Ik zie kansen voor de Nederlandse pluimveehouderij om dierenwelzijn verder te verbeteren en daar meer profijt uit te halen. Het ‘dierenwelzijn’-mes snijdt aan twee kanten. Door te investeren in dierenwelzijn zal de maatschappelijke acceptatie voor (grootschalige) pluimveehouderij groeien. Dat is nodig om als Nederlandse pluimveehouderij onderscheidend te blijven in onze thuis- en exportmarkten en toekomstige afzet te borgen. De focus zal daarbij liggen op Noordwest-Europa, waar de consumptie van versproducten plaatsvindt. De pluimveehouder die het verschil wil blijven maken richt zich niet louter op kostprijs, maar weet efficiency en dierenwelzijn slim te combineren.

Blog, 5 februari 2015

Contact

Rabobank