Blog veehouderij

Koen van Bergen

Een haperende mestmotor

MEST, de Dikke van Dale schrijft: ’dierlijke uitwerpselen, al dan niet met stro vermengd, gebruikt om het land vruchtbaar te maken’. Aha, mest is waardevol. Maar het brengt alleen geld op in gebieden waar er een tekort aan is.

Een hele uitdaging

Een evenwichtige mineralenbalans in Nederland is voorlopig een hele uitdaging en voor velen een hoofdpijndossier. Er zijn veel plannen gemaakt en uitgevoerd. Door deze inspanningen (onder andere lagere mineralengehaltes in voer, reductie veestapel en mineralenmanagement ) ligt de fosfaatproductie beneden het plafond van 172 miljoen kilo per jaar. Aan de andere kant zullen de mestproductie en de verwerkingspercentages de komende jaren stijgen. De mestverwerkingscapaciteit stijgt ook, maar er is nog geen zicht op een structureel mineralenevenwicht.

Verkeerde afslagen

Deze druk ervaren velen in de sector nog onvoldoende, de mestverwerkingspercentages waren in 2014 nog niet zo hoog en de groei van de melkveehouderij nog niet gerealiseerd. Intermediairs hebben nog veel op kunnen lossen met bestaande wegen. Anderzijds worden er op deze wegen nog steeds verkeerde afslagen genomen. Dit gaat de sector een keer wreken. Is het niet in hogere verwerkingspercentages dan wel in lagere aanwendingsnormen. Ook is er nog steeds geloof in projecten die op basis van huidige inzichten niet realistisch zijn. De ervaring leert dat mestverwerking niet kan voor een paar euro per m3. Uit goedkope mestverwerking wordt echter wel door veel veehouders hoop geput. Ik zie daarnaast een strijd ontstaan tussen Noord- en Zuid-Nederland; de melkveehouderij en de varkenshouderij; intermediairs en andere ketenpartijen. En  het ontbreekt bij de overheid zo nu en dan aan eenduidig beleid en handhaving op dit terrein.

De dood in de pot

Zijn er naast deze conflicten nog meer redenen waarom verwerking niet van de grond komt? Ik heb hier de laatste maanden met diverse partijen over gesproken en zij zijn het er allemaal over eens dat de techniek en afzetmarkt aanwezig zijn. Maar het ontbreekt aan regie, er is onvoldoende  verbinding en collectief draagvlak in de veehouderij en tot slot mag de overheid volgens deze partijen strakker handhaven. En toch is de noodzaak aanwezig. Wie pakt de handschoen op? Laten we het gewoon gebeuren? Wat is hoofdprioriteit? Is dat het veiligstellen van het collectieve belang, het ketenbelang of kiezen we toch voor het individuele belang? Dat laatste is de dood in de pot.

De kracht van het collectief

De varkenshouderij lost het niet alleen op, maar ook de melkveehouderij niet. De kracht zit in het collectief. Het verwerken van varkensmest is per kilogram fosfaat goedkoper. Dus varkenshouders sluit aan bij kansrijke projecten en laat hier al je mest verwerken. Melkveehouderij sluit ook aan en investeer mee in deze projecten zodat er voldoende VVO’s op de markt komen om de (hogere) verwerkingspercentages het hoofd te bieden in combinatie met de op handen zijnde uitbreiding van de melkproductie. Pas dan is ook voor de melkveehouderij mestverwerking voldoende geborgd.

Door gezamenlijk de schouders er onder te zetten houdt de veehouderij de regie in eigen hand. Zonder actie gaat de veehouderijmotor de komende jaren haperen.

Koen van Bergen 

Sectormanager Veehouderij

Blog, 5 maart 2015

Contact

Rabobank