Kwartaalbericht Pluimvee 4e kwartaal 2016

Vleeskuikens: start 2017 op alle vlakken uitdagend

Het herstel van het rendement in de Europese vleeskuikenhouderij is beperkter dan verwacht. Belangrijkste oorzaak is het sterk toegenomen aanbod. Ook de Nederlandse sector heeft hier last van, al wordt ons aanbod geremd door de druk op de bezetting van slachtcapaciteit en lagere prijzen voor eendagskuikens. De voerprijzen zijn redelijk stabiel. Aanbodbeheersing moet leiden tot marktherstel in de eerste helft van 2017.

Het blijven zware tijden voor de vermeerderingssector. Een flinke herstructurering is nodig om te komen tot fundamenteel marktherstel. Door het grote verschil tussen kostprijs en opbrengstprijs zal dit proces versneld plaatsvinden. De verwachting is dat de markt tot Q2 2017 nodig heeft om weer kostprijsdekkend te worden. In de geschetste ontwikkelingen speelt de beheersing van de situatie rond de uitbraken van vogelgriep op diverse plaatsen in Europa een grote rol.

Terugblik: rendement in EU onder druk

Het derde kwartaal verliep teleurstellend voor de Europese vleeskuikenmarkt. De prijzen lagen 5% lager dan in 2015, met name door de toegenomen productie. In vergelijking met vorig jaar nam de productie van pluimveevlees met 3% toe. Binnen Europa verschuift de productie van west naar oost. Belangrijkste productielanden in deze transitie zijn Polen (+4%) en Hongarije (+10%). In Nederland en Duitsland steeg de productie met 2%. Nederlandse slachterijen importeren meer levende dieren om hun productiecapaciteit te benutten.

Broedeimarkt blijft in zwaar weer
De prijs voor broedeieren staat sinds halverwege dit jaar stevig onder druk (zie Figuur 1). Het markherstel van de broedeimarkt verloopt matig, ondanks de maatregelen die de sector heeft genomen om de broedeimarkt aan te wakkeren. Door de relatief trage hersteltijd om tot een lagere opzet te komen, zullen de effecten pas eind 2016 tot begin 2017 voelbaar worden. De verwachting is dat de afzet van broedeieren structureel op een lager niveau zal uitkomen.

Daling saldo in tweede helft 2016 voor Nederlandse vleeskuikenhouderij
In de eerste helft van 2016 lag het saldo van de Nederlandse vleeskuikenhouderij nog duidelijk boven het niveau van 2015 (bron: LEI-monitor). Na de zomer is hier verandering in gekomen. De negatieve effecten van de Brexit zijn voelbaar door de zwakke koers van de pond, waardoor de importprijzen voor de Britten zijn gestegen. De export van filets naar het Verenigd Koninkrijk is belangrijk voor Nederland. De markt ondervindt steeds meer druk van goedkope filets uit Oost-Europa. Deze effecten worden gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere voerprijs en prijs van eendagskuikens vanwege het overaanbod van broedeieren. Ten opzichte van 2015 ligt het saldo in de vleeskuikenhouderij tot en met het derde kwartaal 2016 nog € 26.000 hoger. De belangrijkste oorzaak is de lagere voerprijs (-6%). De lagere kostenpost compenseerde ruimschoots de licht gedaalde opbrengstprijs (-2%) en de daling van de toegerekende kosten (-5%).

Figuur 1: Ontwikkeling van de broedeiprijs

Import en export
Het afgelopen kwartaal nam de import van vleeskuikens met 6% toe. Met name de import uit Thailand groeide, datzelfde gebeurde in mindere mate uit Brazilië en Oekraïne. De Europese export verbeterde vanwege de aanhoudend zwakke euro en een betere focus van handelaren op export. Zo blijft de export naar Zuid Afrika (+34%) erg sterk. Ook Azië is een grote afnemer, met Hong Kong (+42%), Filippijnen (+38%), Vietnam (+27%) en Maleisië (+23%) als grootste importeurs. De export van broedeieren vanuit de EU is tot en met september gedaald met 60.000 ton (-6%) ten opzichte van 2015. De landen met de sterkst dalende export zijn Rusland met 73.000 ton (-15%) en Oekraïne met 58.000 ton (-54%). Daarentegen zijn er ook enkele stijgers, zoals Irak met 36.000 ton (+31%).

Vooruitblik: uitdagende marktsituatie voor EU en Nederland

In de wintermaanden ligt de vraag naar kip traditioneel op een lager niveau dan in de zomer wat resulteert in prijsdalingen. Positief voor de prijsvorming is de sterke export naar Zuid-Afrika en Azië. Het vooruitzicht voor de eerste helft van 2017 is beter voor de Europese pluimveevlees industrie. De belangrijkste uitdaging is het vinden van een betere balans tussen vraag en aanbod.

Ontwikkelingen rondom vogelgriep cruciaal
De ontwikkeling van de vogelgriep in Europa en specifiek Nederland is bepalend voor de marktperspectieven voor komende maanden. Tot op heden is er in Nederland één uitbraak op een commerciële pluimveehouderij (een eendenbedrijf in Biddinghuizen) gemeld, terwijl Duitsland en Hongarije al meerdere gevallen incasseerden. Hopelijk blijft het bij dit ene geval. De Nederlandse sector heeft haar verantwoordelijkheid gepakt en noodzakelijke maatregelen getroffen. De keuze van de overheid voor een ophokplicht is hierbij belangrijk geweest.

Boven langjarig gemiddelde
Ondanks de gematigde resultaten aan het einde van het jaar liggen de resultaten voor 2016 boven het langjarig gemiddelde. Het ziet ernaar uit dat 2017 een uitdagend jaar zal worden. Veel hangt af van de mate waarin de Nederlandse sector weerstand kan bieden aan de toenemende druk van relatief goedkope producten uit Oost-Europa. Naast aanbodbeheersing ziet de Rabobank perspectief voor nieuwe concepten die beter aansluiten op specifieke behoeftes uit de markt. 

Markt broedeieren vraagt om strategische heroverweging
Uit de markt komen geluiden dat er voor 800.000 tot 1.000.000 (ongeveer 15% van de totale markt) moederdieren geen afzetcontract is na de lopende of reeds afgesloten ronde. Bij een gemiddelde bedrijfsomvang van 25.000 tot 30.000 moederdieren betreft dit naar schatting zo’n 35 bedrijven. Dat is bijna 20% van het totaal aantal vermeerderingsbedrijven in Nederland. Deze ondernemers zullen een strategische heroverweging moeten maken. Een groot deel van deze ondernemers zal omschakelen naar een concept binnen de vleeskuikenhouderij, een ander deel zal overwegen het bedrijf te staken. De hoge prijs van de pluimveerechten speelt hierbij ook een rol. Voor de slachterijen in Nederland is deze toestroom van vleeskuikenhouderijen wenselijk, omdat de binnenlandse productie is gedaald door de introductie van nieuwe concepten. Een nieuwe toestroom maakt slachterijen minder afhankelijk van levende import.

Liquiditeit: tekort ligt op de loer

Naar verwachting heeft de markt nog tot in Q2 2017 nodig voor fundamenteel herstel. Deze lange periode beïnvloedt de liquiditeitspositie van individuele bedrijven stevig, met name bedrijven die op een vrije notering leveren. Veel bedrijven hebben de recente gunstige jaren aangegrepen om een liquiditeitsbuffer op te bouwen. Het ziet ernaar uit dat een groep ondernemers deze buffer de komende maanden zal moeten aanspreken. Dit zal vooral spelen bij de opzet van een nieuwe ronde moederdieren. De Rabobank adviseert deze bedrijven tijdig contact met hun financier op te nemen. Een aanvraag met een bedrijfsplan inclusief liquiditeitsbegroting versnelt het aanvraagproces voor een financiering .

Conclusie: 2017 wordt zoektocht naar evenwicht in vraag en aanbod

Door de veranderingen in de vleeskuiken en de broedeimarkt is het belangrijk dat de focus komt te liggen op het herstel van de marktbalans in vraag en aanbod. In de vermeerderingssector zal dit versneld plaatsvinden door het grote verschil tussen kostprijs en opbrengstprijs. Ook de vleeskuikensector heeft hier belang bij vanwege toenemende concurrentiedruk vanuit Oost-Europa. De Rabobank ziet perspectief in meer afstemming binnen de keten om optimaal aan te sluiten op gerichte wensen vanuit de markt. Onderscheidend zijn is de oplossing om in de toekomst weerstand te kunnen bieden aan kostprijsverschillen binnen Europa. Zo kan de sector zijn toekomstperspectief zelf vormgeven.

Contact

Wilt u meer informatie over de laatste stand van zaken in de pluimveehouderij? Neem dan contact op met onze sectormanager.

Contact

Rabobank