Kwartaalbericht Zuivel - 1e kwartaal 2016

Nog geen licht aan het eind van de tunnel

Het herstel van de melkprijzen in 2016 laat langer op zich wachten dan we hadden voorspeld. De oorzaak: wereldwijd gunstige productieomstandigheden in combinatie met tegenvallende koopkracht van landen die Nederlandse  zuivel importeren. Zo was de verwachting dat de zuivelproductie in Oceanië sterker zou dalen, maar door voldoende regenval blijft de productie met een vrij lage kostprijs daar goed mogelijk. Ondertussen groeit in het Middenwesten van de VS de melkproductie dankzij de hogere melkprijzen voor klasse III-melk.

Het wegvallen van het melkquotum heeft in Europa weliswaar een productiestijging veroorzaakt van 3,4%, maar de lage olieprijzen en tegenvallende economische omstandigheden hebben hun weerslag op zuivel-importerende landen. De hoop is daarom vooral gevestigd op China en Zuidoost-Azië. Maar de vraag in die gebieden is onvoldoende om veel van de extra geproduceerde zuivel te absorberen. 

Dit jaar sluiten de melkprijzen steeds meer aan op het lage niveau van 2009. Doordat de kostprijs in de afgelopen jaren is gestegen, komt de liquiditeit van melkveehouders in Nederland in 2016 echter verder onder druk te staan. Het licht aan het eind van de ‘zuiveltunnel’ is dus nog niet zichtbaar, de melkveehouderij bevindt zich nog vóór de bocht. Hoe lang de weg na die bocht is, is afhankelijk van het moment waarin vraag en aanbod weer in evenwicht zijn. Op basis van de huidige inzichten is herstel aan het einde van 2016 mogelijk.

Terugblik: lage prijzen, melksurplus en toenemende voorraden

In het eerste kwartaal van 2016 daalden de prijzen van basiszuivelproducten (grafiek 1). De prijzen blijven voorlopig schommelen rond het niveau van de EU-interventieprijs. De prijs van boter lag gemiddeld 6% lager dan vorig kwartaal, de prijs van kaas nam 8% af en mager melkpoeder leverde zelfs 11% in.

De totale melkproductiegroei in de belangrijkste exportregio’s bedroeg 1,8% over de maanden november tot en met januari, in vergelijking met dezelfde periode het jaar daarvoor. In het grootste deel van het zuidelijk halfrond daalde de melkproductie iets. In Nieuw-Zeeland en Australië daalde deze met respectievelijk 1,9% en 3,8%. In de VS steeg de melkproductie nog licht met 0,6%. Aan de andere kant zien we in de EU een forse melkproductiegroei van 5,1% over dezelfde periode, met in de maand januari nog een stijging van 4,6%.

Sinds de afschaffing van de melkquotering in april vorig jaar produceerde de EU 3,4% meer melk (4,2 miljoen ton). De productie in Ierland steeg met 16,3%, die in Nederland met 10,5%. In Duitsland en Frankrijk, samen goed voor 39% van de EU-melkproductie, nam de productie respectievelijk toe met slechts 1,3 en 1,2%. Nederland produceerde in januari 15,5% meer melk ten opzichte van een jaar eerder, in december lag dat percentage nog op 16,6%. Maar februari liet weer een stijging van 17,5% zien (gecorrigeerd voor het schrikkeljaar). De gemiddelde melkprijs in de EU daalde in januari naar € 29,56 per 100 kilogram, een daling van 3% ten opzichte van december en een afname van 6,8% ten opzichte van januari 2015.

Het overaanbod op de wereldmarkt veroorzaakt toenemende voorraden. EU-interventievoorraden bereikten in februari dit jaar al het niveau van heel 2015 en ook in de VS stegen de voorraden (februari: boter + 32%, kaas + 11%). Aanhoudend lage olieprijzen, de situatie op de valutamarkt, de economische onrust in Latijns-Amerika en ineffectieve marktondersteuning in Europa hebben allemaal geleid tot verminderde koopkracht, met lagere aankoopvolumes als resultaat.

China heeft in januari 50% meer volle melkpoeder geïmporteerd dan in dezelfde maand vorig jaar. Het land profiteerde daarbij vooral van de daling van 10 naar 2,5% voor importtarieven uit Nieuw-Zeeland en lage prijzen op de wereldmarkt. In februari liepen de importen weer 18% terug ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Grafiek 1: Prijsontwikkeling basiszuivelproducten in USD/ton (FOB Oceanië) t/m maart 2016

Grafiek 1: Prijsontwikkeling basiszuivelproducten in USD/ton (FOB Oceanië) t/m maart 2016

Ontwikkeling: Nederlandse melkprijzen verder gedaald

In het eerste kwartaal van 2016 zijn de melkprijzen licht gedaald. De verwachting was dat ze stabiel zouden blijven, maar de wereldwijde melkproductie steeg verder en marktherstel liet op zich wachten. Hierdoor konden verwerkers het melkprijsniveau niet verder in stand houden.

In Nederland is de melkproductie fors gestegen in vergelijking met 2015. Enerzijds kwam dit door de rem op de melkproductie in het eerste kwartaal van 2015, vanwege de dreigende superheffing. Die rem verdween in april, maar naar verwachting vlakt de productiestijging vanaf april dit jaar weer af. Het huidige productieniveau zet zich vervolgens voort, waarbij de curve in productie weer vergelijkbaar wordt met voorgaande jaren. Maar die curve komt wel op een veel hoger niveau te liggen. De jaarlijkse melkproductie zal daarom gaan schommelen tussen de 13 en 14 miljard kilogram.

Ondanks de relatief lage melkprijs houden de Nederlandse zuivelverwerkers hun melkprijzen wel op een hoger niveau vast dan die in omringende landen. Dit komt doordat de Nederlandse verwerkers meerwaarde aan de zuivel én de export weten toe te voegen.

Grafiek 2: Ontwikkeling melkprijzen in Nederland, met verwachting voor Q2 2016

Grafiek 2: Ontwikkeling melkprijzen in Nederland, met verwachting voor Q2 2016

Vooruitblik: in 2016 nog geen marktevenwicht

De melkproductiegroei in de belangrijkste exporterende regio’s neemt in de eerste zes maanden van dit jaar af. De melkproductie in Nieuw-Zeeland zal dalen, maar valt uiteindelijk hoger uit dan vooraf ingeschat, dankzij ruim voldoende neerslag in de zomer. In de overige landen op het zuidelijk halfrond verwachten we ook een daling van de melkproductie. De VS toont een lichte stijging. Voor de EU geldt: ondanks dat de lage melkprijzen de productiegroei afremmen, zal de melkproductie nog altijd toenemen.

De voor export beschikbare volumes slinken in 2016 door een gestage consumptiegroei in de belangrijkste exportregio’s. Lagere exportvolumes in combinatie met een groeiende vraag uit China en Zuidoost-Azië leiden uiteindelijk tot een aanscherping van de markt. Maar de huidige voorraden moeten eerst worden opgemaakt.

Van prijsherstel zal op korte termijn nog geen sprake zijn. Dit herstel treedt op z’n vroegst eind van het jaar of begin 2017 in.

Verwachting: lichte daling Nederlandse melkprijs in het tweede kwartaal

De melkprijs in Nederland zal in het tweede kwartaal van 2016 nog licht dalen. Het prijsherstel van de basiszuivelproducten laat langer op zich wachten door de ongunstige marktomstandigheden op de zuivelmarkt wereldwijd en de goede klimatologische omstandigheden in de zuivel-exporterende landen. Hierdoor blijft de mismatch op de wereldzuivelmarkt in stand. Door de grote afhankelijkheid van de Nederlandse zuivelindustrie van die markt is het eerder verwachte herstel van melkprijzen nu nog niet mogelijk. Hierdoor is de melkprijs uiteindelijk onder de € 30 per 100 kilogram melk beland, en de bodem is nog niet bereikt.

In het eerste halfjaar van 2016 is de melkprijs dus lager ten opzichte van het eerste halfjaar van 2015. Tekenen van herstel zijn wel zichtbaar, maar het effect hiervan laat langer op zich wachten dan de Rabobank had verwacht. In andere exporterende zuivellanden blijven melkveehouders langer melk produceren dan onder eerdere, vergelijkbare marktomstandigheden. De oorzaak: het gunstige klimaat en de noodzaak om ook dáár voor voldoende liquiditeit te zorgen. Daarom duurt de melkprijs-dip langer dan in voorgaande vergelijkbare periodes.

PrijsverwachtingenTweede kwartaal 2016
Basiszuivelproducten internationale marktStabiele trend
Nederlandse melkprijsDalende trend

Liquiditeit van melkveehouders verder onder druk

Door het langer aanhouden van lagere melkprijzen raken de financiële buffers van melkveehouders steeds meer uitgeput. Van de volle beurs waar melkveehouders in 2015 mee startten, was begin 2016 weinig meer over. De Rabobank voorziet daarom (in vergelijking met vorig jaar) meer liquiditeitsproblemen bij melkveehouders. Ons advies: blijf uw liquiditeit maandelijks monitoren om verrassingen op de lange termijn te voorkomen. Bereken wat het produceren van extra melk nog oplevert. De voerkosten blijven – afhankelijk van het groeiseizoen – op het huidige relatief lage prijsniveau, maar kijk hierbij wel verder dan vandaag. De extra melk die de komende tijd geproduceerd wordt heeft gevolgen voor mestafzet en ruwvoeraankoop in het najaar.

Melkveehouders letten in 2015 veel scherper op hun kostprijs. Dit zal in 2016 redelijk in stand blijven, maar aanscherping is beperkt mogelijk. De ruimte in kostprijsreductie is dus begrensd. Tel daar de fosfaatwetgeving bij op, die bepaalt dat uiterlijk 2018 de melkveestapel aangepast moet worden aan de fosfaatruimte die de sector biedt. Dit betekent dat er in 2017 geïnvesteerd moet worden in fosfaatrechten, of dat er minder koeien gehouden mogen worden. Ook dat effect moet daarom worden meegewogen bij het in beeld brengen van de liquiditeit en de afweging om wel of niet meer melk te produceren dan vorig jaar.

Sectormanagement Food & Agri Rabobank
Rabobank Food & Agribusiness Research and Advisory

Contact

Wilt u meer informatie over de laatste stand van zaken in de zuivelmarkt? Neem dan contact op met uw lokale Rabobank of met (een van) onze sectormanagers.

Contact

Rabobank