Inhoudsopgave
Dit artikel is onderdeel van:
Agrofoodvisie: samen op weg naar een voedselsysteem met True ValueUpdate
Lupine uit eigen land: André Jurrius bouwt aan een nieuwe voedselketen
In Randwijk runt André Jurrius Ekoboerderij De Lingehof. Op zijn akkers groeien aardappelen, uien en granen, maar ook een opvallende nieuwkomer: de lupineboon. Een eiwitrijk gewas dat kan bijdragen aan de eiwittransitie én tegelijk goed is voor de bodem. Jurrius: “Waarom halen we soja van de andere kant van de wereld, terwijl we hier zelf gezonde eiwitten kunnen telen?”

In het kort
Twintig jaar geleden begon Jurrius met biologische landbouw. Toen hij in 2008 de kans kreeg om lupine te proberen, zag hij het eerst vooral als een bruikbaar rustgewas: een plantensoort die de aarde niet uitput, maar juist goed doet. “Pas later ontdekte ik de andere kwaliteiten van dit bijzondere boontje: rijk aan vezels en aminozuren, vriendelijk voor de biodiversiteit en geschikt voor talloze toepassingen in voeding.”
De stap naar opschaling kwam in 2020, toen hij deelnam aan het programma Rabo Food Forward. Daar ontmoette hij Marieke Lameris. Samen richtten ze Lekker Lupine! op, met drie pijlers: teelt en teeltontwikkeling, productontwikkeling en het bouwen van een community – van zaadleverancier tot consument.
Een keten opbouwen
Vandaag werken zo’n tien telers in Nederland mee. De oogst komt samen op De Lingehof, waar de bonen worden opgeslagen, schoongemaakt en verwerkt. Van daaruit vinden ze hun weg naar bakkerijen en cateraars. Onbekend maakt onbemind, dus Jurrius werkt hard om te zorgen dat het nieuwe product wordt opgepikt. “Op onze boerderij hebben we een speciaal Lupinelokaal ingericht. Hier kunnen bezoekers lunchen of dineren met gerechten waarin de boon de hoofdrol speelt. Zelfs de koffie is van lupine!”
Het succes is er niet vanzelf. De teelt vraagt innovatie: lupine is gevoelig voor ziekten en bevat van nature bitterstoffen. En ook de markt is uitdagend. Terwijl Jurrius en zijn collega’s hard werken om honderd ton lupine te telen, komt er met één schip uit Australië in één keer meer dan tien keer zoveel aan. “Wij concurreren met een wereldmarkt die altijd goedkoper lijkt. Dat maakt het lastig om boeren een eerlijke prijs te geven”, vertelt hij.
De zet om door te groeien
Juist in die zoektocht naar nieuwe verdienmodellen speelt Rabobank een rol. Via Food Forward en later Plant Protein Forward kwamen Jurrius en Lameris in contact met kennis, netwerken en gelijkgestemde ondernemers. Dat gaf Lekker Lupine! een zet om door te groeien. Niet door subsidies of grote cheques, maar door het verbinden van schakels in de keten – van boer tot cateraar. Jurrius ziet dat als onmisbaar: “We hebben partijen nodig die ons helpen de brug te slaan naar de consument. Rabobank was één van de eersten die het gesprek hierover agendeerde.”
Toekomst
Jurrius kijkt optimistisch vooruit. Hij werkt aan verdere opschaling en betere rassen, maar vooral aan een eerlijk verdienmodel voor telers. “Het is nog pionieren, maar het kan gewoon. We kunnen onze eiwitten prima in eigen land telen. Daar wordt niet alleen de boer beter van, maar ook de bodem, de biodiversiteit én uiteindelijk de consument.”
Op de menukaart bij Rabobank
In het bedrijfsrestaurant van Rabobank serveert chef-kok David Romo Ramos de lupinebonen van Lekker Lupine!. ‘We gebruiken de spreads van lupine, als basis voor verschillende broodjes. Heerlijk, mooi gekruid – we hebben Kerrie en Mediterraan – en ook nog supergezond. Echt een verrijking, die je broodje veel meer brengt dan een laagje boter.”
Twee jaar geleden proefde David de spreads van Lekker Lupine! Voor het eerst. “De smaken was nog niet perfect, maar de potentie was er absoluut. Ik bood aan om mee te werken aan de ontwikkeling. Nu zijn het prachtige producten mét een mooi verhaal.”






