Opinie

De gevolgen van True Value voor de agrofoodsector

16 maart 2026 7:00

Door de druk op de milieugebruiksruimte krimpt naar verwachting de veestapel en zal het bouwplan in de akkerbouw en de vollegrondstuinbouw extensiever worden. Dat hoeft echter niet te leiden tot een verslechtering van het verdienvermogen in de sector.

Appels plukken in de boomgaard

In het kort

    De productie daalt door ruimtedruk en strengere milieuregels. Boeren kunnen meer verdienen via verhogen van de kwaliteit, lagere kosten en nieuwe verdienmodellen. Nieuwe verdienkansen liggen in CO₂-opslag, korte ketens en verbrede landbouw. Eiwittransitie en gezondere voeding bieden perspectief. Rabobank ondersteunt de transitie, onder andere via diverse vormen van financiering.

Volume daalt

De kans is groot dat het totale productievolume in de primaire land- en tuinbouw in Nederland de komende jaren afneemt. De ruimte in Nederland is schaars. De milieugebruiksruimte is beperkt en krimpt zelfs nog verder. De totale veestapel in Nederland zal richting 2040 naar verwachting met 20 tot 30 procent afnemen ten opzichte van 2023. Die daling is al begonnen. Ook in de akkerbouw zal het productievolume waarschijnlijk dalen. Dat komt onder andere door:

    wetgeving die stuurt op een lagere gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en minder nutriëntenverliezen naar grond- en oppervlaktewater; schaarste aan grond, energie en arbeidskrachten; andere ruimtelijke behoeften zoals woningbouw, natuur en energieprojecten.

Zoeken naar een nieuwe balans

Het is belangrijk dat Nederland een gezonde en weerbare agrofoodsector behoudt. Deze hoort namelijk tot één van de meest efficiënte ter wereld. Gemiddeld kent de sector een hoge productie per hectare en per dier, en ook een relatief lage emissie per kilo eindproduct. Daar staat overigens wel een relatief hoge emissie per hectare tegenover. Bovendien levert krimp soms ook nieuwe dilemma’s op. Een kleinere melkveeveestapel betekent bijvoorbeeld dat grasland wordt omgezet in akkerbouw, wat gevolgen kan hebben voor de waterkwaliteit en uitstoot van broeikasgassen.

We moeten dus gezamenlijk op zoek naar een nieuwe balans tussen omvang en waarde/impact – inclusief voor landschap en natuur. Daarbij zal de locatie steeds vaker bepalend zijn voor de aard en omvang van de mogelijke productie. Alleen met een stevig verdienmodel voor duurzame land- en tuinbouwpraktijken kan deze nieuwe balans gevonden worden. Dat vraagt om een andere manier van werken in de ketens (produceren, verwerken, meten, informeren, rapporteren, waarderen, belonen) waarbij True Value centraal moet staan.

Verdienmodellen veranderen

Daling van het productievolume hoeft niet automatisch te leiden tot verslechtering van inkomsten voor een individuele boer of teler. Er zijn al veel voorbeelden waar met een lager productievolume hetzelfde of meer wordt verdiend (biologisch, Beter Leven keurmerk). Vaak doordat afnemers en consumenten bereid zijn een hogere prijs te betalen voor producten uit een extensiever concept. Soms kan het rendement stijgen wanneer het productievolume licht daalt. Dit komt door lagere inputkosten, zoals voer, kunstmest en gewasbescherming, maar ook door betere technische resultaten. Belangrijk is dat er structurele beloningen komen vanuit de hele keten voor duurzame productiemethoden.

Er ontstaan nieuwe verdienmodellen en structurele beloningen uit de keten voor duurzame productiemethoden.

Zo ontstaan er nieuwe verdienmodellen vanuit de toegevoegde waarde. Denk aan koolstofopslag, biodiversiteitsdiensten en korte ketens, maar ook nieuwe beloningen uit de keten. Ook neveninkomsten uit verbrede bedrijfsvoering zullen een steeds belangrijker aspect vormen binnen het verdienvermogen van Nederlandse boeren. In 2020 ging het om €1,2 miljard omzet, dat zou kunnen doorgroeien naar €5 miljard in 2030, oftewel 10 tot 15 procent van de totale omzet in de primaire sector.

Vooruitzichten voor de agrofoodsector in 2040

Wat is er nodig voor het behoud van een internationaal toonaangevend en concurrerende agrofoodsector, die produceert binnen de grenzen van klimaat en natuur. Vanuit relevante actuele inzichten kijken we vooruit naar 2040. Er komen veel ontwikkelingen op de agrofoodsector af, maar wat betekent dat op lange termijn? Om daar meer inzicht in te krijgen schetsen we per sector een wensbeeld voor 2040. Wat moet je als ondernemer weten? Lees het in de sectorvisies.

Verdienmodellen van de toekomst

Uiteindelijk is elke ondernemer verantwoordelijk voor zijn eigen verdienmodel. Maar omdat er veel overeenkomsten zijn binnen deelsectoren, is het van belang dat er ook collectief – op (deel)sectorniveau – wordt nagedacht over de verdienmodellen van de toekomst. Nu is het juiste moment om gezamenlijk plannen te maken over een duurzaam verdienvermogen. Door dergelijke plannen te maken en de bijbehorende investeringen te doen, versterkt de sector het eigen toekomstperspectief.

Keten samenwerking in de eiwittransitie

Rabobank ondersteunt en initieert diverse initiatieven die gericht zijn op ketensamenwerking binnen de eiwittransitie. Voorbeelden hiervan zijn de Bean Deal en de producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland.

Het mede door Rabobank opgestarte Plant Protein Forward heeft in 2025 laten zien dat het succesvol nationale ketens kan bouwen voor plantaardig eiwit van Nederlandse bodem. Daarmee leveren we een directe bijdrage aan de nationale eiwitstrategie. Centraal staan hierbij het vraaggestuurd telen, het werken met transparante kostprijscalculaties en het aangaan van langdurige partnerships tussen telers en afnemers (zoals retailers en B2B-partijen).

De groei in hectares met eiwitgewassen levert voordelen op voor de boer, de bodemgezondheid, het klimaat, de biodiversiteit én onze volksgezondheid.

Eiwittransitie als kans

Met de eiwittransitie wordt de verschuiving bedoeld naar een meer plantaardig voedselpatroon. Eiwit is één van de macronutriënten die mens en dier dagelijks nodig hebben. We krijgen eiwitten binnen via onze voeding, waarbij het grootste momenteel van dierlijke oorsprong is, zoals vlees en zuivel. In Nederland ligt de verhouding nu op ongeveer 60 procent dierlijk en 40 procent plantaardig.

Om een gezonder en duurzamer voedingspatroon te bereiken, is een andere balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten nodig. Dit is in lijn met de adviezen van het Voedingscentrum, dat streeft naar een verschuiving naar 40 procent dierlijk en 60 procent plantaardig. Onze verwachting is dat deze ontwikkeling richting 2040 verder doorzet, aangejaagd door technologische innovaties, toenemende duurzaamheidseisen en veranderende consumentvoorkeuren.

De stijgende vraag naar plantaardige eiwitten biedt kansen voor Nederlandse telers, vooral in de teelt van peulvruchten.

Nieuwe innovaties richten zich onder meer op fermentatie, hybride producten (een combinatie van dierlijke en plantaardige eiwitten) en de teelt van lokale eiwitgewassen. Ook genetische optimalisatie van micro-organismen en schimmels voor duurzame eiwitproductie wint terrein. De stijgende vraag naar plantaardige eiwitten biedt kansen voor Nederlandse telers, vooral in de teelt van peulvruchten. De consumptie daarvan steeg de afgelopen drie jaar met 10 tot 15 procent, mede door een breder aanbod en de groei van gemaksproducten als kant-en-klaarmaaltijden en snacks.

Toch blijft de Nederlandse teelt van peulvruchten beperkt; import domineert nog altijd, zeker bij exotische varianten als kikkererwten en edamame. Verdere opschaling in Nederland vraagt om ketensamenwerking, meerjarige afzetgaranties en een eerlijker verdienmodel.

Tot slot

Bij de start van de nieuwe regering in 2026 spreekt Rabobank de verwachting uit dat de transitie – die in veel delen van de sector al in gang is gezet – kan worden voortgezet en verder kan worden versterkt langs de hierboven beschreven lijnen. Rabobank blijft zich inzetten om klanten te ondersteunen in deze ontwikkeling en om de bijbehorende systeemverandering mogelijk te maken. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige sector die van blijvende waarde is voor de Nederlandse samenleving.

Onze bijdrage

Wat doet Rabobank om de transitie te ondersteunen?

    Voortzetten van onze transitieproposities. Van de € 3 miljard voor transitieproposities is nog € 2 miljard over, waarmee we ondernemers willen helpen investeren in hun toekomst. Financieren van innovatie. Rabobank staat klaar om producenten en ketenpartijen te ondersteunen met concrete financiële oplossingen, kennis en relevante netwerken. Naast het financieren van innovaties van individuele klanten, investeert Rabo Ventures actief in innovatieve en duurzame bedrijven in de agrofoodsector. Duurzaamheid als criterium voor beloning bij kredietverstrekking. Voor toekomstgerichte agrarische ondernemers met voldoende potentie om te verduurzamen, zet Rabobank gerichte financiële instrumenten in. Zoals rentekortingen, aflossingsvrije perioden en ruimere financieringsmogelijkheden. Daarnaast ontwikkelt Rabobank nieuwe instrumenten en fondsen en dragen we bij aan de systeemverandering via kennis en netwerken. Uitbreiden en toepassen van de True Value Language. Zodat wij en ketenpartijen klanten op basis hiervan kunnen waarderen en belonen. Inzetten van het coöperatief dividend. Via de winst die de Rabobank via coöperatieve initiatieven teruggeeft aan de samenleving willen we kansrijke initiatieven op weg naar True Value ondersteunen, zowel lokaal als nationaal. Zo hebben Rabobank en dochter BPD de handen ineengeslagen om samen meer nieuwbouwwoningen te bouwen met natuurlijke materialen en drinkwaterbesparende systemen. Lees meer. Rabo Impact Foundation. Met deze nieuwe ANBI-stichting geeft Rabobank een krachtige impuls aan projecten en initiatieven die maatschappelijke transities versnellen. Dat doen we met giften, leningen en risicokapitaal - onder andere voor een toekomstbestendig voedselsysteem. Met de Rabo MKB Duurzaamheidsbijdrage kunnen ondernemers met duurzame plannen een eenmalige bijdrage aanvragen voor een duurzame investering. MKB-ondernemers kunnen hiermee 12,5 procent van hun investering terugvragen, tot wel € 10.000.