Update
Conjunctuurbeeld Nederland: een bewogen start van 2026
Het jaar 2026 is met de nodige turbulentie gestart. Met zoals verwacht extra vuurwerk tijdens de oudjaarsnacht in Nederland, maar ook onverwacht internationaal geopolitiek vuurwerk met de Amerikaanse inval in Venezuela op 2 januari en de dreiging rond Groenland. Het winterse weer zorgde in januari voor vertraging op de weg, op het spoor en op Schiphol en doet daarnaast de gasrekening oplopen, waarbij de hogere gasbelasting nog een extra duit in het zakje doet.

In het kort
Vertraging was er niet bij de kabinetsformatie - na goedkeuring door de fracties presenteren D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord op vrijdag 30 januari aan de Tweede Kamer. Een belangrijke mijlpaal, want Nederland kent de nodige uitdagingen op het gebied van verdienvermogen, brede welvaart en weerbaarheid: van de zorg en de woningmarkt tot defensie en de energietransitie.
Economie groeide in 2025 met 1,9%
De economie groeide in het vierde kwartaal van 2025 met 0,5%, volgens de eerste berekening van het CBS. De jaargroei voor 2025 komt hiermee uit op 1,9%. Deze cijfers kunnen nog worden aangepast bij een tweede berekening. Voor 2026 en 2027 verwachten we een groei van 1,3%, zie ook ons Economisch Kwartaalbericht.
Huishoudens in de plus
De cao-lonen stegen in 2025 gemiddeld met 5% en de inflatie was in Nederland 3% volgens de internationale definitie (HICP). Volgens de Nederlandse consumentenprijsindex (CPI) lag de inflatie op 3,3%. De lonen stuwden de dienstenprijzen en de tabaksaccijnzen de voedselprijzen, terwijl de energieprijzen licht daalden en goederenprijzen slechts beperkt stegen. Per saldo was er in 2025 een koopkrachtverbetering en deze is terug te zien in de consumptie van huishoudens, die steeg met 1,4%. Kijken we naar de binnenlandse consumptie, dan zien we vooral een stijging in de aanschaf van duurzame consumptiegoederen (figuur 1).
Verder stegen de huizenprijzen fors, met gemiddeld 8,6% in 2025. Voor 2026 en 2027 verwachten we een iets lagere stijging, van respectievelijk 4,8 en 5,5% zo schreven we in ons Kwartaalbericht Woningmarkt van december.
Figuur 1: Consumptie steeg in 2025

Figuur 2: Verdere koopkrachtstijging verwacht

Gemeten vanaf 2021 zijn zowel de cao-lonen als de CPI met 22,5% gestegen en daarmee is het koopkrachtverlies dat ontstond door de inflatiepiek van 2022 in 2025 ingelopen. Mogelijk is daarmee ook het aantal mensen dat in armoede leeft in 2025 iets gedaald. Dat waren in 2024 ruim een half miljoen mensen, waarvan de helft inkomen uit werk heeft.
Voor 2026 en 2027 verwachten we een gematigder ontwikkeling van lonen en inflatie (figuur 2), met een cao-loongroei van 4,2% en 3,3% en een inflatie van gemiddeld 2,4% en 2,0% (HICP). Ook veel gepensioneerden zien dit jaar hun koopkracht toenemen: de pensioenfondsen die op 1 januari 2026 overstapten naar het nieuwe stelsel verhogen vanaf maart of april de pensioenuitkeringen gemiddeld met ruim 13%, volgens schatting van pensioen- en verzekeringsadviseur AON. Het gaat om circa anderhalf miljoen gepensioneerden. Of zij deze extra inkomsten ook zullen omzetten in extra consumptie, of voorzichtigheidshalve opzij zetten, is nog de vraag. In ieder geval is het een meevaller voor de schatkist, doordat de belastinginkomsten toenemen en uitgaven voor toeslagen iets zullen dalen.
Werkloosheid neemt iets toe
De werkloosheid is in de loop van 2025 heel licht toegenomen, van 3,8% aan het begin van het jaar naar 4,0% in de maanden september tot en met december. Dit kwam doordat de uitstroom uit werkloosheid lager was dan de instroom. Ook vonden nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt niet altijd direct een baan. Zo zien we dat de werkgelegenheid iets afneemt voor jongvolwassenen in beroepen waarin artificial intelligence (AI) de aard van het werk ingrijpend kan veranderen, zoals we ook in een nieuwe studie schrijven. In december 2025 waren er 35.000 meer mensen werkloos dan een jaar eerder. Maar ook het aantal werkenden steeg in deze periode, met 28.000 personen. Daarentegen kromp de niet-beroepsbevolking, dat wil zeggen mensen die niet werken en ook niet werkzoekend zijn, met 35.000 personen. Per saldo is de arbeidsmarkt historisch gezien daarom nog altijd zeer krap.
Gemengde signalen voor bedrijfsleven
Interpreteren we de cijfers over het bedrijfsleven, dan zien we dat niet alles goud is wat er blinkt. Weliswaar daalde het aantal faillissementen in 2025: er gingen 3.220 bedrijven en instellingen failliet, tegenover 3.782 in 2024. Maar het aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen ging wel omhoog: in de eerste drie kwartalen van 2025 staakten 12.415 bedrijven met twee of meer werkzame personen hun activiteiten, tegenover 11.185 in de eerste drie kwartalen van 2024. Hetzelfde beeld zien we bij eenmanszaken: een daling van het aantal faillissementen, maar een stijging van de vrijwillige bedrijfsbeëindigingen.
De afgelopen maanden noteerde de productie van de maakindustrie herhaaldelijk positieve groeicijfers: ten opzichte van een jaar eerder lag de productie in september, oktober en november hoger, met respectievelijk 2,1%, 1,9% en 0,7% vergeleken met dezelfde maanden in 2024. Maar sinds augustus 2025 is er maand-op-maand geen sprake meer van groei. Dit is goed zichtbaar in een grafiek met aangepaste y-as (figuur 3).
Figuur 3: Groei maakindustrie vlakt af

Publieke en private investeringen komende jaren in de plus
In november lagen de bruto investeringen in materiële activa 4,1% lager dan een jaar eerder, en de kans is groot dat december eveneens een forse jaar-op-jaar-daling laat zien. In november en (vooral) december 2024 was er namelijk een kleine piek in de investeringen (figuur 4). Dit kwam grotendeels door naar voren gehaalde investeringen in bedrijfsauto’s vanwege fiscale redenen. Met als gevolg een krimp van de totale bedrijfsinvesteringen in 2025. We verwachten voor 2026 en 2027 een herstel daarvan, met respectievelijk 1,5% en 1,9%. Tegelijkertijd denken we dat de voorgenomen uitbreiding van defensie ook voor flinke plussen in de overheidsinvesteringen zorgt, van 3,0% dit jaar en 4,5% het jaar erna.
Figuur 4: Krimp bij investeringen in materiële activa

