Update

Effecten van de oorlog in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie: update eind maart 2026

27 maart 2026 14:19 RaboResearch

Verdere escalatie van de oorlog in het Midden-Oosten heeft ertoe geleid dat we ons basispad hebben geactualiseerd. Door hogere energieprijzen en keteneffecten stijgt de CPI-inflatie naar 3,3–3,4% in 2026–2027. De bbp‑groei valt terug naar 1,2% in 2026 en 1,0% in 2027. Energie- en benzineprijzen lopen op, maar blijven in het basispad onder de crisisniveaus van 2022; in het zware scenario blijven ze langdurig hoog.

Intro

In het kort

    De situatie in het Midden-Oosten is sinds onze vorige analyse geëscaleerd: de Straat van Hormuz is vrijwel gesloten voor scheepvaartverkeer en ook de energie-infrastructuur in Qatar, Saudi‑Arabië en Iran heeft schade opgelopen. In ons nieuwe basispad gaan we ervan uit dat de oorlog nog enkele weken aanhoudt (tweede helft april), waarna een geleidelijke heropening van de Straat van Hormuz volgt. Door de structurele schade aan energie-infrastructuur en verstoringen in de logistieke ketens blijft de energiemarkt krap, met hoge energieprijzen tot ver in dit jaar. De olieprijzen blijven in het basispad de komende maanden rond de 100 dollar per vat schommelen; de gasprijzen rond de 60–65 euro per megawattuur (MWh), met vervolgens een daling tegen de zomer. De inflatieverwachting is naar boven bijgesteld door hogere energieprijzen en keteneffecten in goederen- en dienstenprijzen: in het basispad gaan we uit van een inflatie (CPI) van gemiddeld 3,3% in 2026 en 3,4% in 2027. De energierekening loopt in alle scenario’s op, maar blijft in het basispad – ondanks een korte gasprijspiek van ruim 1,70 euro per m³ – ver onder de niveaus van de energiecrisis in 2022. In het zware scenario blijven de energieprijzen langdurig verhoogd, met heel 2026 niveaus van ruim 2 euro per m³ voor gas en meer dan 0,45 euro per kWh voor elektriciteit. Benzineprijzen reageren snel op geopolitieke ontwikkelingen; in het basispad daalt de pompprijs na het voorjaar weer in de richting van de 2,25 euro per liter, terwijl zij in het zware scenario oploopt tot bijna 3 euro. De voedselprijsinflatie komt in het basispad uit op 7,1% in 2027 en stijgt in het zware scenario zelfs tot ruim boven de 10%. Dit is niet alleen het gevolg van hogere energieprijzen, maar ook van de verhoging van het minimum jeugdloon in dat jaar. De bbp‑groei blijft in het basispad overeind: 1,2% in 2026 en 1,0% in 2027, al weegt de prijsschok zwaar op de consumptie en de investeringen. In het milde scenario valt de groei hoger uit: het bbp groeit met 1,5% in 2026 en met 1,2% in 2027, gedragen door een sneller herstel van de consumptie (1,3%) en de handel, terwijl de energieprijzen sneller dalen dan in het basispad. In het zware scenario halveert de groei in 2026 tot 0,6%, vooral door hogere energieprijzen, zwakke consumptie en krimpende investeringen; het herstel in 2027 blijft beperkt door aanhoudende prijsdruk. De verslechterde macro-economische omstandigheden en iets hogere kapitaalmarktrentes drukken de stijging van de huizenprijzen en het aantal transacties. In het nieuwe basispad stijgen de huizenprijzen dit jaar met 2,9% en volgend jaar met 3,1%. Er zijn respectievelijk 222.000 en 202.000 transacties.

Situatie Midden-Oosten sterk veranderd

Sinds onze vorige analyse is de situatie in het Midden-Oosten sterk veranderd. Waar we destijds scenario 2 – volledige sluiting van de Straat van Hormuz – nog aanduidden als een mogelijk escalatiepad, is dit inmiddels realiteit geworden. De scheepvaart door de Straat van Hormuz is, met uitzondering van Chinese en Indiase tankers, nagenoeg stilgevallen als gevolg van toenemende dreiging in de regio. Deze verstoring raakt de aanvoer van olie en vloeibaar gas (LNG) naar Europa en Azië direct. De recente prijsbewegingen op de olie‑ en gasmarkten laten dit ook duidelijk zien (zie figuren 1 en 2).

Figuur 1: Olieprijs op hoogste niveau in vier jaar

Fig 1
Bron: ICE, Macrobond

Figuur 2: Gas beduidend duurder, maar nog ver van de prijspieken uit 2022

Fig 2
Bron: ICE, Macrobond

Elementen van meest zware scenario…

We zien ook een aantal kenmerken van het zwaarste risico­scenario uit onze vorige analyse terug in de huidige situatie (zoals de vernietiging van kritieke energie-infrastructuur). Energie‑infrastructuur in Saudi-Arabië, Qatar en Iran is gericht aangevallen en deels beschadigd. Zo is bij de aanvallen op de Qatarese LNG‑hub bij Ras Laffan circa 17% van de Qatarese exportcapaciteit voor meerdere jaren weggevallen door zware schade en daaropvolgende branden. De reparatie‑ en uitvalperiode wordt geschat op drie tot vijf jaar, met wereldwijde gevolgen voor het aanbod van LNG. Hoewel deze schade beperkt is en niet de brede vernietiging omvat die we in het zwaarste scenario veronderstelden, gaan de huidige ontwikkelingen daarmee duidelijk verder dan ons vorige basisscenario.

Door het wegvallen van een belangrijk deel van de olie‑ en gastransporten én het structurele verlies aan LNG‑capaciteit is er minder aanbod beschikbaar. Tegelijkertijd zijn de gasvoorraden in Europa laag (zie figuur 3 en 4) en blijft de geopolitieke situatie gespannen. Dat maakt landen in zowel Europa als Azië voorzichtiger, waardoor zij eerder en tegen hogere prijzen inkopen. Zij moeten immers concurreren om een beperkt aanbod aan beschikbare LNG‑ladingen. Deze mix van minder aanbod, grotere onzekerheid en toenemende concurrentie zorgt voor aanhoudende prijsdruk en sterke volatiliteit op de gas- en oliemarkten.

Figuur 3: Nederland heeft nog maar 6% gas in voorraad

Fig_3
Bron: RaboResearch 2026 op basis van Gas Infrastructure Europe, Macrobond

Figuur 4: Gasvoorraad Europese Unie op laagste punt sinds maart 2022

Fig_4
Bron: RaboResearch 2026 op basis van Gas Infrastructure Europe, Macrobond

Verder zou de VS overwegen om 3.000 militairen van de 82nd Airborne Division in te zetten om het Iraanse Kharg‑eiland in te nemen. Dit eiland vormt een cruciale levensader voor de Iraanse economie, omdat ongeveer 90% van de Iraanse olie‑export via de terminals op Kharg wordt vervoerd. Een dergelijke operatie zou echter aanzienlijke risico’s op verdere escalatie met zich meebrengen. Iran zou hierdoor kunnen worden aangezet tot grootschalige vergeldingsaanvallen op kritieke energie‑infrastructuur in nabijgelegen Golfstaten. Dit zou de regionale spanningen en de mondiale energiemarkt verder destabiliseren.

…maar tegelijk zijn er ook signalen van het mildste scenario

Tegenover deze escalatiedreiging staat dat de VS bereid is om via de diplomatieke route een einde te maken aan de oorlog, getuige het vijftienpuntenplan dat deze week aan Iran is voorgelegd. De VS zou naar verluidt eisen dat Iran zijn raketarsenaal sterk terugbrengt, het nucleaire programma volledig ontmantelt en al het verrijkt uranium vernietigt. Iran heeft het plan inmiddels verworpen en eigen voorwaarden neergelegd, zoals herstelbetalingen en volledige controle over de Straat van Hormuz, om de oorlog te stoppen. Deze voorwaarden zullen vrijwel zeker ook door de VS worden verworpen. Ondanks dat onderhandelingen niet soepel verlopen, is het wel mogelijk dat het conflict toch sneller eindigt dan waar we nu vanuit gaan.

Belangrijke redenen waarom de Amerikaanse regering zou willen aansturen op een snel einde van de oorlog zijn onder meer de exorbitant hoge kosten. Alleen de eerste zes dagen van de oorlog zouden de Amerikaanse schatkist al 11,3 miljard dollar hebben gekost en het Pentagon zou bij het Congres aansturen op extra financiering van 200 miljard dollar. Ook de hoge benzineprijzen in de VS en de aankomende midtermverkiezingen vergroten de politieke druk op president Trump voor een versnelde exit-strategie.

Energieprijzen blijven hoog, ook bij snelle de-escalatie

Een belangrijk verschil met onze eerdere voorspellingen is dat we nu verwachten dat de olie- en gasprijzen in elk geval de komende kwartalen nog hoog blijven, zelfs als morgen de oorlog zou stoppen en de Straat van Hormuz volledig open zou gaan voor verscheping van olie en gas. De combinatie van de langdurige blokkade van de Straat van Hormuz en de zware schade aan de Qatarese LNG‑faciliteiten hebben de energiemarkt duidelijk uit balans gebracht. Alleen al het feit dat olietankers momenteel op de verkeerde plekken liggen en er aanzienlijke reparatiewerkzaamheden moeten worden verricht, betekent dat de productiecapaciteit van vóór de oorlog de komende tijd niet kan worden bereikt.

Wel opvallend is dat de Europese groothandelsmarkt voor gas milder heeft gereageerd dan verwacht. De markt kent op dit moment niet de extreme prijspieken die we zagen bij de energiecrisis van 2022, toen ook sprake was van een forse verstoring van de energietoeleveringsketen. Hier speelt mogelijk mee dat de schade en duur van de verstoring nog onzeker zijn en alternatieve LNG‑stromen (met name uit de VS) de ergste aanbodschokken hebben gedempt. Ook kan het zijn dat energiebedrijven aankopen uitstellen in anticipatie op verdere daling van de gasprijzen later dit jaar.

Aanpassen basispad en aanvullende scenario’s

Omdat de huidige situatie elementen bevat van zowel het zwaarste als mildste scenario, kiezen we voor een herziening van ons basispad, dat zich ergens bevindt tussen het oude scenario 2 en 3. We schakelen dus niet over naar een van deze eerder gecommuniceerde scenario’s, maar kiezen voor een actualisatie van ons basispad. Hierin sluiten we aan bij de feitelijke marktdynamiek zoals die zich sinds de escalatie heeft ontwikkeld en nemen we ook nieuwe informatie mee. Naast een nieuw basispad hebben we ook aanvullende scenario’s gemaakt (een mild en een zwaar scenario). De nieuwe informatie betreft niet alleen de veranderde dynamiek op de groothandelsmarkten voor olie en gas, maar ook onderzoek naar de doorwerkeffecten van een energieprijsschok op de prijsontwikkeling van andere industriële goederen, voedingsmiddelen en diensten.

We kijken in dit rapport naar de impact van de oorlog op diverse facetten van de Nederlandse economie. Allereerst staan we stil bij de effecten op de inflatie en de onderliggende elementen, zoals de prijzen aan de pomp, de energierekening, de voedselprijzen, en prijzen voor industriële goederen en diensten. Daarnaast kijken we naar de impact op de economische groei en de onderliggende bestedingscomponenten (particuliere consumptie en koopkracht, investeringen en handel) en tot slot naar de implicaties op de rente en de woningmarkt.

Veronderstellingen onder voorspellingen

Nieuw basispad

In ons nieuwe basispad gaan we ervan uit dat de oorlog nog enkele weken aanhoudt (tot tweede helft april), waarna een geleidelijk heropening van Hormuz volgt. Transportstromen keren vervolgens stapsgewijs terug, maar pas tegen eind augustus bereikt de exportstroom weer circa 80% van het eerdere niveau. De structurele schade aan de Qatarese LNG‑faciliteit – met een meerjarige capaciteitsuitval van 17% – houdt de internationale LNG‑markt langdurig krap en de prijsvolatiliteit hoog.

De olieprijs blijft de komende maanden schommelen boven de 100 dollar per vat en de gasprijs komt gemiddeld rond de 60-65 euro per megawattuur uit (zie figuur 5 en 6). Pas rond de zomer verwachten we gemiddelde maandprijzen die onder de 100 euro per vat uitkomen voor olie en 55 euro per megawattuur voor gas.

Figuur 5: Olieprijzen blijven schommelen rond 100 dollar per vat

Fig_5
Bron: RaboResearch 2026

Figuur 6: Gasprijzen schommelen rond 60 euro per megawattuur

Fig_6
Bron: RaboResearch 2026

Mild scenario

In een mild scenario leidt diplomatie tot een gedeeltelijke de-escalatie: de VS schaalt zijn militaire aanwezigheid af, Iran vermindert de intensiteit van aanvallen en verschillende internationale spelers zetten druk op het voorkomen van verdere escalatie. Dit scenario sluit aan recente berichten dat president Trump heeft aangegeven binnen enkele weken een einde aan de oorlog te willen maken.

Bij snelle en succesvolle diplomatieke onderhandelingen kan de Straat van Hormuz eerder en stabieler worden heropend dan waar we in het basispad vanuit gaan. De markt blijft krap door de blijvende Qatarese capaciteitsuitval, maar stabiliseert sneller, met beperktere prijspieken dan in het basispad. We gaan ervan uit dat de olieprijs in april al gemiddeld uitkomt op 85 dollar per vat en in de komende maanden verder daalt naar minder dan 70 dollar in het najaar (zie figuren 5 en 6). De gasprijs gaat naar minder dan 50 euro in de lente en stabiliseert rond de 40 euro bij aanvang van het najaar.

Zwaar scenario

In het zware scenario blijft de Straat van Hormuz een groot deel van het tweede kwartaal gesloten. Aanvallen breiden zich uit naar aanvullende raffinaderijen, olieterminals en LNG‑faciliteiten in Qatar, Saudi‑Arabië en de VAE. Hierdoor groeit zowel de geografische als de operationele omvang van de schade en raakt de LNG‑markt structureel onderbemand, met blijvend hoge risicopremies en instabiele prijzen. De olieprijs stijgt in dit scenario naar 150 dollar per vat en blijft gedurende de zomer op dit niveau (zie figuur 5 en 6). Ook de gasprijs stijgt aanzienlijk en blijft enkele maanden staan op 125 euro per MWh.

Inflatie

Waar we in ons eerdere basispad ervan uitgingen dat de inflatie (CPI) gemiddeld in 2026 zou uitkomen op 2,7% en in 2027 zou terugzakken naar gemiddeld 2,1%, hebben we dat in het nieuwe pad naar boven bijgesteld naar respectievelijk 3,3% en 3,4%. Dit komt niet alleen doordat we onze energieprijspaden hebben bijgesteld, maar ook door aanpassingen in onze inflatiemodellen, waardoor meer recht wordt gedaan aan de keteneffecten in de consumentenprijzen als gevolg van een persistente energieprijsschok. Hogere energieprijzen zorgen immers niet alleen voor hogere prijzen aan de pomp en een hogere energierekening voor huishoudens en bedrijven, maar na verloop van tijd ook voor duurdere industriële goederen, voedingsmiddelen en uiteindelijk diensten. De productie van basismaterialen zoals staal, cement, rubber, plastic, glas en kunstmest vergt immers veel energie. Wanneer energieprijzen stijgen, worden deze materialen duurder, wat na verloop van tijd doorwerkt in de prijzen van eindproducten. Die doorwerking gaat echter niet onmiddellijk: bedrijven hebben vaak nog voorraden die tegen oude, lagere kosten zijn geproduceerd, beschikken over lopende energiecontracten en zitten regelmatig vast aan prijsafspraken waardoor ze extra kosten niet direct kunnen doorberekenen. Dit vertraagt en verzacht de eerste prijsgolf.

Pas later bereiken de hogere kosten ook de dienstensector. Diensten worden duurder doordat werknemers – via jaarlijkse loononderhandelingen – compensatie eisen voor de eerdere inflatie. Hogere lonen, die in arbeidsintensieve sectoren een groot deel van de kosten uitmaken, duwen de dienstenprijzen vervolgens verder omhoog.

Figuur 7: Inflatie blijft ook in 2027 langer hoog

Fig 7
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Uit eigen modelmatige berekeningen blijkt dat een energieprijsschok van 50% kan zorgen voor een stijging van vliegticketprijzen met 37%, hotelprijzen met 22%, de prijzen van voedingsmiddelen met 10% en die van diensten zoals de kapper met 4%. Hierbij moeten we wel aantekenen dat we de impact op de dienstenprijzen mogelijk zelfs nog wat onderschatten, omdat de doorrekening in figuur 8 uitgaat van een vertraging in de prijzen met maximaal 24 maanden, terwijl de effecten via hogere loondruk op de dienstenprijzen zich mogelijk op nog langere termijn manifesteren.

Figuur 8: Impact van 50% hogere energieprijzen op consumentenprijzen andere categorieën

Fig 8
Bron: RaboResearch 2026 op basis van data CBS, Eurostat

Uitsplitsing naar componenten

In tabel 1 zijn onze inflatieverwachtingen in de verschillende scenario’s uitgesplitst naar de onderliggende componenten. De energie‑inflatie is veruit de belangrijkste aanjager van de oplopende inflatie in 2026. In het basispad verwachten we gemiddeld bijna 11% hogere energieprijzen voor consumenten, wat neerkomt op een bijdrage van circa 0,7 procentpunt aan de totale inflatie. In het zware scenario loopt de energie‑inflatie in 2026 zelfs op tot 27%, wat resulteert in een extra bijdrage van ongeveer 1,6 procentpunt aan de headline‑inflatie. Zie de paragraaf hieronder voor een verdere toelichting op de implicaties voor de energierekening en de prijzen aan de pomp.

De voedselprijsinflatie komt in het basispad uit op 7,1% in 2027 en stijgt in het zware scenario zelfs tot ruim boven de 10% (zie de aparte paragraaf verderop).

De kerninflatie blijft in zowel het basispad als het milde scenario net onder de 3% in 2026 en 2027, waarbij diensten de belangrijkste bijdrage leveren via de hogere loongroei. In het zware scenario zien we daarnaast een duidelijke versnelling van de goedereninflatie tot 3,5% in 2027, gedreven door hogere inputkosten en aanhoudende verstoringen in de toeleveringsketens.

Onzekerheden

In het meest zware scenario verwachten we dat de overheid maatregelen neemt om de energieprijsinflatie voor consumenten en bedrijven te mitigeren. We hebben in onze berekeningen echter nog geen correctie op de inflatiecijfers toegepast, omdat zowel de vormgeving als de impact van mogelijke beleidsmaatregelen (zoals een lager btw‑tarief op energie, een prijsplafond of gerichte compensatie voor lage inkomens) sterk uiteenlopen en het op dit moment zeer onzeker is welk pakket de overheid in dat geval zou kiezen.

Tegelijkertijd zijn er ook opwaartse risico’s voor de inflatie die niet in de cijfers van de huidige scenario’s zijn meegenomen. In het zware scenario kan de productiecapaciteit of de verscheping van energie zodanig worden geraakt dat fysieke energietekorten in Europa ontstaan en de overheid een afschakelplan moet inzetten. Het afschakelen van delen van de industriële productie kan, zeker op de korte termijn, leiden tot schaarste aan halffabricaten en andere inputgoederen, met als gevolg een mogelijk sterke stijging van de kosten van goederen en uiteindelijk ook hogere prijzen voor consumenten.

Tabel 1: Inflatieverwachtingen in verschillende scenario’s

Tab 1
Bron: RaboResearch 2026

Hogere energierekening dreigt

De huidige spanningen in het Midden-Oosten kunnen opnieuw merkbare gevolgen hebben voor de energierekening van Nederlandse huishoudens. De laatste keer dat consumenten met vergelijkbare prijsdruk te maken kregen, was tijdens de energiecrisis van 2022/2023. Toen lagen de marktprijzen voor gas en elektriciteit tijdelijk op historisch hoge niveaus. De pieken vielen daarbij vooral in 2022 (zie figuur 9 en 10).

Figuur 9: Hoge prijspieken voor zowel aardgas …

Fig_9
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Figuur 10: … als elektriciteit, zorgden voor een hoge energierekening in 2022 en 2023

Fig_10
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Energieprijzen in basispad nog ver verwijderd van het crisisniveau

In het nieuwe basispad gaan we ervan uit dat de verstoringen op de energiemarkt nog enkele weken aanhouden, maar dat de situatie daarna geleidelijk stabiliseert. De groothandelsprijs voor gas blijft in het tweede kwartaal tijdelijk verhoogd, rond 60–65 euro per MWh, en beweegt vanaf de zomermaanden weer in de richting van de 50 euro. Voor elektriciteit verwachten we een vergelijkbaar patroon: een opleving in april en mei, gevolgd door een duidelijke daling doordat gascentrales weer tegen lagere kosten kunnen produceren.

Daarmee blijven de gemiddelde prijzen in 2026 wel hoger dan in de rustige perioden van 2024 en 2025, maar aanzienlijk lager dan tijdens de energiecrisis van 2022. De gasprijs komt in het basispad slechts enkele maanden boven 1,50 euro per m³ uit, terwijl de elektriciteitsprijs – afgezien van een tijdelijke piek in mei – duidelijk onder de hoge niveaus van eerdere crises blijft (zie figuren 11 en 12).

Figuur 11: Gemiddelde gasprijs alleen van april tot en met juli boven de 1,50 euro

Fig_11
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Figuur 12: Stijging elektriciteitsprijs is op meipiek na beperkt

Fig_12
Bron: CBS, RaboResearch 2026

In zware scenariolangdurig hoge energieprijzen

In het zware scenario houden de verstoringen op de energiemarkt veel langer aan. De gasprijs blijft hierdoor langdurig boven de 100 euro per MWh, en komt pas tegen het einde van 2027 weer in de buurt van normalisatie. Voor huishoudens betekent dit dat de gemiddelde contracttarieven voor aardgas in een groot deel van 2026 oplopen tot het equivalent van ruim 2 euro per m³.

Ook de elektriciteitsprijs ligt in dit scenario langere tijd boven het niveau dat we historisch als verhoogd beschouwen (zie figuren 13 en 14). Deze langdurige prijsdruk leidt tot aanzienlijk hogere energiekosten voor huishoudens dan in het basispad en beperkt de ruimte voor consumptie en bestedingen elders.

Figuur 13: In het zware scenario blijft de gasprijs lang boven de 2 euro per m³

Fig_13
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Figuur 14: Ook elektriciteit is lange tijd duurder dan 0,45 euro per kWh

Fig_14
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Een belangrijk verschil met de eerdere energiecrisis is dat het energieverbruik van huishoudens inmiddels substantieel is gedaald. Waar het gemiddelde jaarlijkse gasverbruik – gecorrigeerd voor het weer, dus niet beïnvloed door eventuele zachte of strenge winters – in 2021 nog rond de 1.300 m³ lag, bedroeg dit in 2025 naar schatting 950 m³. Een vergelijkbare daling van ongeveer 25% zien we ook bij het elektriciteitsverbruik. Daardoor zijn huishoudens tegenwoordig iets minder blootgesteld aan prijsschokken dan voorheen, simpelweg omdat zij door verduurzaming van hun woning en bewuster energieverbruik minder energie afnemen dan in de periode voorafgaand aan de crisis.

Ook aan de pomp krijgt de consument te maken met hogere prijzen

In onze eerdere analyse lieten we zien dat verstoringen in de Golfregio vrijwel onmiddellijk doorwerken in de benzineprijs. Dat zien we nu ook in de praktijk terug: de gemiddelde literprijs is afgelopen week opgelopen tot 2,35 euro, waarmee de piek van 2,37 euro uit juni 2022 in zicht komt. In het basispad daalt de pompprijs na de initiële stijging in maart en april weer voorzichtig en blijft deze in de rest van 2026 rond de 2,25 euro hangen (zie figuur 15).

In het mildere scenario, waarin de markt sneller stabiliseert, blijft de benzineprijs aanzienlijk beter beheersbaar. De literprijs zakt in april al onder de 2,20 euro en beweegt daarna geleidelijk terug richting 1,90–1,95 euro, vergelijkbaar met de laatste maanden van 2025.

In het zware scenario is het beeld veel onrustiger. De benzineprijs loopt in mei 2026 op naar een recordniveau van bijna 3 euro per liter. De landelijke adviesprijs die organisaties als UnitedConsumers publiceren, komt in dit scenario zelfs naar verwachting ruim bóven de grens van drie euro uit. Ook later in het jaar blijft de prijs hoog, boven 2,60 euro per liter. Dat betekent een grotere lastenverzwaring voor automobilisten als het conflict verder escaleert en de verstoringen in de doorvoer van olie en olieproducten aanhouden.

Figuur 15: Benzineprijs niet snel onder 2 euro per liter

Fig 15
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Voedselprijsinflatie

De voedingsmiddelenindustrie is erg gevoelig voor hogere energieprijzen, zeker als deze langere tijd aanhouden. De productieprocessen (verhitten/koelen) gebruiken op zichzelf al veel energie, vaak gas. Maar ook verpakkingen, het vervoer en de landbouwgrondstoffen zelf zijn energie-intensief.

Over het algemeen duurt het zes tot negen maanden voor hoge energieprijzen zich vertalen in hogere boodschappenprijzen. Hier zijn verschillende redenen voor. Het energiegebruik kan eerder in de keten plaatsvinden, zoals bij kunstmest, veevoer, maalderijen en transport. Dan duurt het even voor deze hogere kosten in het eindproduct terecht komen. Ook voorraden en termijncontracten voor energie en grondstoffen kunnen ervoor zorgen dat hogere energieprijzen pas in een later stadium tot hogere kosten leiden. Tot slot fungeren met name supermarkten als slot op de deur om hogere kosten in de keten ook direct te vertalen naar hogere consumentenprijzen.

Nu onze energie-analisten verwachten dat de hogere energieprijzen aanhouden tot in 2027, zullen deze energieprijzen eind-2026 een groot deel van de dan geplande prijsonderhandelingen tussen voedingsmiddelenproducenten en supermarkt/groothandel-inkopers gaan bepalen. Hoewel de inkopers terughoudend zullen zijn in het accepteren van prijsverhogingen om de consument te ontzien, is de verwachte kosteninflatie zo hoog dat deze niet in de keten kan worden geabsorbeerd.

De daadwerkelijke impact op de boodschappenprijzen zal dus vooral volgend jaar worden gevoeld, met een voedselprijsinflatie die in het basispad in 2027 kan oplopen tot ruim 7%. In deze taxatie gaan we ervan uit dat de verwachte gemiddelde energieprijs over 2027 de basis van de prijsonderhandelingen vormt. In deze inflatieverwachting speelt ook de verhoging van het minimum jeugdloon per 1 januari een rol.

In het zware scenario kunnen de consumentenprijsverhogingen naar voren worden getrokken. Als voedingsmiddelenproducenten en/of food-retailers hun productieprocessen verstoord zien worden door de sterke energieprijsstijgingen en/of fysieke tekorten aan bepaalde grondstoffen, zoals plastic folie of diesel, zijn bestaande leveringsafspraken vaak niet veel meer waard. Dat zagen we ook rondom bijvoorbeeld de zonnebloemolie direct na de Russische inval in Oekraïne in het vroege voorjaar van 2022.

Economische groei en de samenstelling ervan

In het nieuwe basispad volgt de Nederlandse economie ondanks de recente schokken een redelijk stabiel groeipad. De bbp-groei komt in 2026 naar verwachting uit op 1,2% en vertraagt in 2027 licht naar ongeveer 1,0%. Daarmee ligt de groei lager dan in onze raming van enkele weken geleden maar blijft krimp uit. Vanwege de grote prijsschok in maart en april is de groei in het tweede kwartaal van dit jaar het laagste; vrijwel nihil. Vanaf de tweede helft van het jaar – wanneer de energieprijzen geleidelijk dalen – versnelt de groei weer iets.

De binnenlandse consumptie levert in 2026 nog een bescheiden bijdrage van 1,0%, maar blijft duidelijk achter bij eerdere verwachtingen. Hoge energieprijzen drukken in het begin van het jaar nog op de koopkracht, terwijl later in 2026 en in 2027 vooral duurder geworden consumentengoederen en ‑diensten de consumptiegroei remmen. De private investeringen blijven in 2026 zwak, met krimp in zowel bedrijfs‑ als woninginvesteringen, terwijl in 2027 alleen de bedrijfsinvesteringen weer licht herstellen (+0,8%) en de woninginvesteringen juist nog dieper wegzakken met een krimp van 2,1%.

De buitenlandse handel ondersteunt de groei beperkt. In 2026 groeit de export met 2,2%, maar de bijna even sterke importgroei (2,0%) neutraliseert dat voordeel grotendeels. In 2027 trekt de exportgroei wel iets aan, maar omdat de import met 2,5% nog sneller toeneemt, verandert het handelssaldo nauwelijks en levert de buitenlandse handel per saldo vrijwel geen bijdrage aan de economische groei. De overheid blijft in het basispad een stabiele factor: de overheidsconsumptie groeit met 2,2% in 2026 en 2,0% in 2027. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijk aanvullend beleid.

Tabel 2: Economische verwachtingen bij het basispad

Tab 2
Bron: RaboResearch 2026

Mild scenario: hogere groei in 2026 door sneller herstel handel en consumptie

In het mildere scenario, waarin de energie- en grondstoffenmarkten sneller stabiliseren, valt de economische groei in 2026 met 1,4% wat hoger uit. Dit komt vooral doordat de consumptie sneller aantrekt (1,3%) en bedrijven eerder opschalen, wat leidt tot een licht positieve groei van de bedrijfsinvesteringen (0,3%). De export profiteert met een groei van 3,1% sterker van normaliserende energie- en transportmarkten, maar zorgt ook voor een hogere importgroei – net iets lager dan die van de export.

In 2027 ligt de groei op 1,2%, wat hoger is dan in het basispad, maar de handelsbijdrage is negatief doordat de import met 3,9% duidelijk harder groeit dan de export (3,1%). De particuliere consumptie krijgt steun van lagere energieprijsdruk, terwijl aan de investeringskant vooral de bedrijfssector profiteert van lagere financieringskosten en minder onzekerheid aan de aanbodzijde. De woninginvesteringen dalen echter ook in dit scenario.

Figuur 16: Bbp-groei in de drie scenario’s

FIg 16
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Zwaar scenario: jarenlang lagere groei, vooral in 2026

In het zware scenario – gekenmerkt door langdurige verstoringen op de energie- en goederenmarkten – valt de economische dynamiek substantieel terug. De bbp-groei zakt in 2026 naar 0,6%, een halvering ten opzichte van de groei in het basispad. De grootste remmende factoren zijn de fors lagere groei van de huishoudconsumptie (0,6%), veroorzaakt door hogere energie- en brandstofprijzen, en krimpende bedrijfsinvesteringen (-1,6%).

Ook de export komt duidelijk onder druk: de groei blijft steken op 0,6%, terwijl de import nog zwakker presteert (0,5%), wat vooral duidt op afnemende binnenlandse vraag. De investeringen in woningen blijven negatief en versterken de neerwaartse druk op de bouwsector.

In 2027 veert de groei wel iets op naar 0,8%, maar zij blijft duidelijk achter bij de andere scenario’s. De aanhoudende prijsdruk vanuit 2026 verhindert een volledig herstel, vooral doordat de consumptie van huishoudens krimpt. Ook de bedrijfsinvesteringen blijven met 0,7% groei relatief beperkt en de exportgroei van 1,0% levert slechts een bescheiden bijdrage (zie bijlage).

Rente en woningmarkt

Naarmate de oorlog in het Midden-Oosten aanhoudt, neemt ook het inflatierisico toe. Wij denken daarom dat de ECB een signaal zal willen sturen naar de markt, en wij verwachten nu een renteverhoging van 25 bp, mogelijk al in april (figuur 17). Daarmee ligt onze verwachting voor de beleidsrente en geldmarktrentes iets hoger dan voorheen, maar wij denken niet dat de ECB zo hard van stapel loopt als de drie renteverhogingen die de markt momenteel inprijst. Vooralsnog zien wij evenveel renteverhogingen als in ons vorige basispad, met enkel een iets snellere timing. Als de ECB minder verhoogt dan de markt verwacht, vallen de kortere rentes op termijn waarschijnlijk wat terug. Dat heeft echter weinig doorwerking op de langere rentes: hogere inflatierisicopremies zullen de lagere verwachtingen voor de beleidsrente compenseren. Per saldo zien we daarom de 10-jaars rente eind 2027 nagenoeg onveranderd.

Figuur 17: Sneller oplopende kapitaalmarktrentes dan eerder verwacht

Fig 17
Bron: Macrobond, RaboResearch 2026

De oplopende werkloosheid en lagere economische groei zorgen in het nieuwe basispad, samen met hogere kapitaalmarktrentes, voor een minder sterke stijging van de huizenprijzen dan waar we eerder van uitgingen. Dit jaar stijgen de prijzen van bestaande koopwoningen naar verwachting met 2,9% en volgend jaar met 3,1%. De verwachte huizenprijsgroei valt daarmee dit jaar 0,2 procentpunt en volgend jaar 1 procentpunt lager uit dan waar we in ons laatste Kwartaalbericht Woningmarkt van uitgingen (figuur 18).

Hoewel er de komende kwartalen naar verwachting méér huizen te koop worden gezet, doordat mensen die al van plan waren om hun woning te verkopen een eventueel afkoelende markt willen voor zijn, verwachten we dat er juist iets minder transacties plaatshebben. Vorig jaar wisselden 239.000 woningen van eigenaar. In ons vorige basispad gingen we uit van 229.000 transacties dit jaar, en in ons nieuwe basispad nog van 222.000 (figuur 19). Ook de raming voor volgend jaar is naar beneden bijgesteld, naar 202.000 (was 210.000). Net als na 2022 verwachten we een grotere impact op de nieuwbouwmarkt dan op de markt voor bestaande koopwoningen. We verwachten dat het aantal verkochte nieuwbouwkoopwoningen dit jaar 15 tot 20% lager uitvalt dan vorig jaar.

Doordat de woningmarkt de macro-economische ontwikkelingen doorgaans met een stevige vertraging volgt, blijft het effect op korte termijn beperkt. Dit is deels een statistisch effect: de CBS-statistieken meten huizenprijzen en transactie-aantallen op het moment dat het eigendom van een woning wordt overgedragen bij de notaris. Dat is gemiddeld zo’n drie maanden nadat het voorlopige koopcontract wordt getekend. Ook in 2027 en verder blijft de impact beperkt vergeleken met de marktcorrectie die na 2022 plaatsvond. Dat komt doordat de omstandigheden in ons basispad nu veel minder sterk veranderen dan destijds. In het vierde kwartaal van 2022 lag de 10-jaars swaprente ruim 270 basispunten hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2021. De verwachting is dat de kapitaalmarktrente in het laatste kwartaal van 2026 maar 35 basispunten hoger ligt dan in het laatste kwartaal van vorig jaar.

Figuur 18: Huizenprijzen groeien minder sterk…

Fig_18
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Figuur 19: … en ook iets minder transacties voorzien

Fig_19
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Onzekerheden

Zoals we in de inflatieparagraaf al schreven, is vooral het zware risicoscenario met grote onzekerheden omgeven. Hoewel we in alle scenario’s rekening houden met beleidsinterventies van de ECB via monetair beleid, houden we in dit rapport geen rekening met mitigerende maatregelen door de overheid om de energie-inflatie te verzachten. In het basispad is dat nog te verdedigen, aangezien het kabinet nu nog geen extra maatregelen wil nemen. Wanneer de consumentenprijzen voor energie conform ons zware scenario in 2026 met meer dan 25% stijgen, verwachten we dat de overheid wel degelijk in actie komt. Beleidsmaatregelen kunnen echter veel verschillende vormen aannemen, zoals een prijsplafond voor brandstoffen of de energierekening, lagere btw, energiebelastingen of benzineaccijnzen, of inkomensondersteuning aan huishoudens met een laag inkomen. De effecten van deze maatregelen op de economie en inflatie pakken echter in alle gevallen anders uit. Omdat de onzekerheid over welk pakket de overheid zou kiezen en de uitwerking ervan groot is, hebben we ervoor gekozen geen verzachtende effecten in onze scenario-analyse mee te nemen.

Tegenover die verzachtende factoren staan immers ook opwaartse risico’s voor de inflatie, en daarmee neerwaartse effecten voor de economische groei. Zo valt niet uit te sluiten dat Europa bij verdere vernietiging van kritische energie-infrastructuur in de Golfregio te maken krijgt met fysieke energietekorten. In dat geval moeten vergaande keuzes worden gemaakt, zoals uiteengezet in het afschakelplan van de overheid. Het afschakelen van delen van de industriële productie leidt, zeker op de korte termijn, tot schaarste aan halffabricaten en andere inputgoederen, met als gevolg een mogelijk sterke stijging van de prijzen en verdere schade aan de economie dan wat we nu hebben doorgerekend.

Bijlage: Economische verwachtingen bij het zware scenario

Tab 3
Bron: RaboResearch 2026

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder