Onderzoek

Minder spektakel dan op het veld: de economische impact van het WK

10 juni 2026 13:45 RaboResearch

Het WK voetbal staat op het punt van beginnen. In tijden van internationale spanningen is dat een welkom moment voor een wat luchtigere blik op de Nederlandse economie. Wat doet zo’n eindtoernooi eigenlijk met ons sentiment en onze portemonnee? Niet zo heel veel, blijkt over het algemeen. Hoewel we rond de knock-outwedstrijden van het Nederlands elftal kleine pieken zien in de horecaomzet, zijn die niet statistisch significant. Ook blijkt het bereiken van een kwart- of halve finale geen aantoonbaar statistisch effect te hebben op het consumentenvertrouwen of de consumptie. Maar haalt Oranje de finale, dan wordt het interessant. Mochten we boven verwachting wereldkampioen worden, dan rekenen we niet alleen voor eens en altijd af met het nationale trauma van drie verloren finales, maar geven we in de maanden daarna ook nog eens 860 miljoen euro extra uit, omgerekend 50 euro per Nederlander. Toch goed voor circa 0,1% extra bbp. Verliezen we de finale, dan gebeurt het tegenovergestelde en houden we juist 200 miljoen euro in de knip, ofwel 10 euro per Nederlander.

Intro

In het kort

    In tijden van geopolitieke spanningen en somber economisch sentiment nemen we het WK als aanleiding voor een analyse met een knipoog: wat doet het WK voetbal met onze economie? Pas als Nederland de finale haalt, heeft het WK écht economisch effect: winst zorgt voor 860 miljoen extra aan particuliere consumptie, omgerekend 50 euro per Nederlander. Daarmee is de economie toch 0,1% groter dan zonder overwinning. Verlies van de finale werkt de andere kant op: Nederlanders houden dan 200 miljoen euro op zak, omgerekend 10 euro per Nederlander. Andere resultaten doen niet veel voor onze economie; kwart- en halve finales hebben geen aantoonbaar effect op het vertrouwen of de consumptie. Dit betekent dat – hoe wrang ook – economisch gezien het dus beter is de finale niet te halen dan haar te verliezen. In de weken van belangrijke wedstrijden gedurende eindtoernooien zien we wel kleine pieken in horecaomzet, maar die zijn niet statistisch significant.

Inleiding

Aanhoudende geopolitieke spanningen, hoge olieprijzen en een oplopende inflatie in Nederland hebben geleid tot aanzienlijk pessimisme onder Nederlandse consumenten. Het consumentenvertrouwen bevindt zich momenteel op het op één na laagste niveau sinds het begin van de metingen in de jaren tachtig. Alleen tijdens de energiecrisis van 2022 waren consumenten nóg somberder over de economische vooruitzichten (zie figuur 1).

De vraag is of de ‘belangrijkste bijzaak van het leven’ daar de komende tijd verandering in kan brengen: het wereldkampioenschap (WK) voetbal staat namelijk op het punt te beginnen. In dit rapport presenteren we – als afwisseling op onze gebruikelijke economische analyses – een meer luchtige verkenning van de potentiële impact van het WK voetbal op de Nederlandse economie.

Dit rapport is een update van onze analyse uit 2022 (zie Erken, 2022). De destijds ontwikkelde modellen zijn geactualiseerd en verder verfijnd. Daarnaast brengen we niet alleen in kaart wat winst van het WK voor de Nederlandse economie zou betekenen, maar ook wat de economische gevolgen zijn als het nationale voetbaltrauma – opnieuw verlies in een WK-finale – verder wordt gevoed. Nieuw in dit rapport is bovendien dat we transactiedata gebruiken om de economische effecten beter te duiden.

Figuur 1: Op de coronacrisis na is de Nederlandse consument het meest pessimistisch in veertig jaar tijd

Fig 1
Bron: CBS

Soccernomics’: wat weten we al?

Op 11 juni wordt in de Verenigde Staten afgetrapt voor de 23e editie van het wereldkampioenschap voetbal, waarin ook het Nederlands elftal zijn opwachting zal maken. Een WK staat in Nederland garant voor oranje versierde huizen, aanbiedingen in de supermarkten, heel veel reclame op tv en 18 miljoen bondscoaches die hun mening over de verrichtingen van Ronald Koeman en zijn mannen niet onder stoelen en banken zullen schuiven. Sommige liefhebbers zullen tot diep in de nacht wedstrijden volgen, terwijl voor anderen voetbal gedurende deze periode moeilijk te vermijden is. Omdat voetbal met afstand de populairste sport ter wereld is, zijn er behoorlijk wat wetenschappers die zich bezighouden met de economie van voetbal. Voordat we onze eigen analyses bespreken volgt daarom eerst een overzicht van enkele bestaande studies.

Organisatie van een WK

Veel studies focussen vooral op de economische baten in het organiserende land. De effecten zijn echter niet eenduidig. Zo laten Baade en Mathison (2004) zien dat het WK van 1994 in de VS het land per saldo geld heeft gekost. Ook Mello (2024) en Sterken (2010) laten zien dat het organiseren van een WK onder aan de streep nauwelijks leidt tot economische baten. Op deelaspecten vinden onderzoekers wel bescheiden positieve effecten. De Plessis en Maennig (2011) gebruiken landingsdata voor vliegtuigen om te meten hoeveel extra toeristen Zuid-Afrika bezochten tijdens het WK in 2010. Ze laten zien dat netto tussen de 90.000 en 108.000 extra toeristen het land hebben bezocht, goed voor een tijdelijke stijging van het bruto binnenlands product met zo’n 0,1%. Allmers en Maennig (2009) hebben gekeken naar overnachtingen, toerisme en detailhandelsverkopen tijdens het WK in Duitsland (2006) en Frankrijk (1998). Voor Frankrijk vinden zij geen additionele effecten, terwijl in Duitsland sprake was van circa 700.000 extra hotelovernachtingen en 900 miljoen euro extra omzet in de toerismesector. In een zeer recente studie van Dorn et al. (2026) wordt met lokale transactiedata aangetoond dat de consumptie in Duitse speelsteden tijdens het EK 2024 gemiddeld ongeveer 3% hoger lag, oplopend tot zo’n 5% op wedstrijddagen. Deze extra consumptie kan vrijwel volledig worden toegeschreven aan buitenlandse bezoekers, van wie de bestedingen met circa 6% toenemen en zelfs met meer dan 10% in de groepsfase. Voor ingezetenen verandert de totale consumptie niet significant; hier is vooral sprake van een geografische herverdeling van bestedingen in plaats van additionele consumptie.

Effecten buiten organiserend land: WK-winst

De economische effecten van de organisatie van een WK zijn dus verre van eenduidig. Er zijn bovendien maar weinig studies die kijken naar de economische effecten van een groot voetbaltoernooi buiten het organiserende land. Ook als het WK niet in Nederland wordt georganiseerd, halen Nederlanders immers extra versnaperingen in huis, gaan ze mogelijk vaker in de kroeg kijken, kopen ze een nieuwe tv of schaffen ze Oranje-artikelen aan.

In dat kader is de studie van Mello (2024) interessant. Hij laat op basis van een panel van landen die het WK hebben gewonnen zien dat winst wel degelijk leidt tot een tijdelijk hogere bbp-groei van zo’n 0,25 procentpunt in de twee daaropvolgende kwartalen. Dit effect is echter kortdurend en verdwijnt daarna weer. Opvallend is dat de hogere economische groei in zijn onderzoek vooral voortkomt uit een toename van de exportgroei, mogelijk door een grotere internationale zichtbaarheid van het winnende land. Daarmee lijkt er dus een minder sterke koppeling te bestaan met extra binnenlandse consumptie.

Sentiment en aandelenbeurzen

Er zijn ook studies die laten zien hoe de resultaten van voetbalwedstrijden impact hebben op hoe mensen zich voelen. Zo laten Robinson, Davis en Unsworth (2021) zien dat de tevredenheid van voetbalsupporters sterk wordt bepaald door het verschil tussen hun verwachtingen vooraf en de uiteindelijke prestaties van hun nationale team. Als het team beter presteert dan verwacht, neemt de tevredenheid duidelijk toe, terwijl deze juist afneemt wanneer de prestaties tegenvallen. In een controlegroep zonder deelnemend team blijft de tevredenheid stabiel. Opvallend is dat het gevoel van subjectief welzijn of geluk niet wordt beïnvloed.

Nauw verwant aan studies die naar sentiment kijken, zijn studies die een koppeling maken tussen de prestaties van het nationale voetbalelftal en de ontwikkeling van de aandelenbeurzen. Zo vinden Ashton, Gerrard en Hudson (2010) een significante samenhang tussen de prestaties van het Engelse nationale elftal en de aandelenmarkt (FTSE 100). Deze studie is wel gevoelig voor de gekozen tijdsperiode. Edmans, García en Norli (2007) concluderen dat vooral verliezen van nationale voetbalteams tijdelijk leiden tot negatieve beursreacties, terwijl zij geen positieve impact van overwinningen vinden.

Empirische opzet

Om de potentiële economische effecten van grote voetbaltoernooien (een EK of WK) empirisch te identificeren, hebben we twee afzonderlijke analyses uitgevoerd:

  1. Transactiedata
    In de eerste analyse hebben we transactiedata gebruikt van Rabobank[1] om te onderzoeken of de wekelijkse omzet in de horeca tijdens de weken van het EK 2020 en het WK 2022 hoger was dan in de andere weken van die jaren.
  2. Consumentenvertrouwen en consumptie
    In de tweede analyse volgen we de aanpak van Erken (2022). Daarbij schatten we eerst het effect van een EK of WK op het consumentenvertrouwen. Vervolgens analyseren we in hoeverre veranderingen in het consumentenvertrouwen doorwerken in de particuliere consumptie (zie de technische bijlage voor nadere informatie over de modelspecificatie en gebruikte data).

[1] Voor de berekeningen van de horecaomzet gebruiken we transactiedata van Rabobank. Het gaat om betalingen van consumenten aan bedrijven op geaggregeerd niveau (sectoraal en geografisch), die door de onderzoekers niet herleidbaar zijn tot de klant.

Transactiedata

Met transactiedata schatten we de wekelijkse omzet van de horeca van 2019 tot en met 2022. In tegenstelling tot het consumentenvertrouwen en de consumptie zijn hiervan geen lange datareeksen beschikbaar. Dit betekent dat we de horeca-omzet tijdens slechts twee eindtoernooien kunnen analyseren: het EK 2020 (gespeeld in 2021 vanwege de coronapandemie) en het WK 2022 (gespeeld in de winter van dat jaar vanwege de hitte in de zomermaanden in Qatar).

De aanname is dat de omzet gelijk verdeeld is over het jaar en dus elke week goed is voor iets minder dan 2% (100% / 52 weken) van de jaaromzet. Vanwege meerdere factoren is dit niet het geval. Vooral voor de horeca spelen seizoenseffecten een rol (hogere omzet in de zomer). Maar de ene zomerweek is de andere niet, dus ook het specifieke weer (temperatuur en zonuren) van de week heeft een effect. Daarnaast golden in de eerste helft van 2021 nog coronamaatregelen. De wekelijkse omzet is gecorrigeerd voor al deze effecten en weergegeven in figuur 2. De vraag is vervolgens of de wedstrijden die Nederland speelde tijdens de twee eindtoernooien zo veel mensen naar de horeca trokken dat dit leidde tot significant hogere uitgaven en dus omzet voor de horeca.

Figuur 2: Verdeling van de horeca-omzet over de weken van 2021 en 2022

Fig 2
Bron: RaboResearch 2026

Het EK 2020 werd in 2021 gespeeld in meerdere Europese landen. Nederland won alle drie de groepswedstrijden, maar ging in de achtste finale met 0-2 onderuit tegen Tsjechië. In dat jaar zien we een aantal omzetpieken, maar niet in de week van de wedstrijd tegen Tsjechië. Dit was dan ook ‘maar’ een achtste finale, die bovendien werd verloren. Ook tijdens het WK in 2022 in Qatar kwam Nederland met zeven punten vrij soepel door de poulefase. Na winst in de achtste finale tegen de Verenigde Staten verloor Nederland de kwartfinale - na een prachtige comeback - via strafschoppen alsnog van Argentinië, de latere wereldkampioen. De week van die kwartfinale staat in de top drie van weken met de hoogste weekomzet van dat jaar. Het verschil met het gemiddelde is echter niet statistisch significant.

Hoewel deze uitkomsten wellicht teleurstellen, liggen ze in lijn met de literatuur. Bovendien gaat het hier over landelijke data voor de gehele horeca. Talloze Nederlandse cafés dossen hun zaak tijdens een EK of WK volledig uit met oranje vlaggen en opblaasleeuwen, tot en met oranje cocktails en bitterballen aan toe. En natuurlijk grote schermen. Hier hebben we geen data van, maar het kan haast niet anders dan dat hun omzet in die perioden een flinke boost krijgt. Aan de ander kant is de omzet van restaurants mogelijk juist lager tijdens EK- of WK-wedstrijden van Oranje, zeker wanneer wedstrijden rond etenstijd worden gespeeld. Al geldt dat uiteraard niet voor afhaalrestaurants.

Consumentenvertrouwen en consumptie

In een tweede analyse kijken we naar de effecten op het consumentenvertrouwen en de consumptie. Hiervoor zijn langere maanddata beschikbaar (april 1984 tot en met mei 2026). Onze schattingen (zie technische bijlage) laten zien dat sportieve prestaties van het Nederlands elftal een duidelijk, maar tijdelijk effect hebben op het consumentenvertrouwen en de economie. Met name winst van een groot toernooi – zoals het EK van 1988 – zorgt voor een aanhoudende impuls die zich geleidelijk over meerdere maanden opbouwt. Daar staat tegenover dat een verloren finale – zoals tijdens het WK van 2010 – direct een negatieve impact heeft op het sentiment. Deze asymmetrie is opvallend: de euforie van een titel vertaalt zich in een langdurige vertrouwensboost, terwijl de kater van (wederom) een verloren finale zich meteen manifesteert in een dip. Dit suggereert dat negatieve schokken sneller en directer doorwerken in economische verwachtingen, terwijl positieve schokken zich geleidelijker opbouwen.

Opvallend is bovendien dat ‘bijna-succes’ – een kwart- of halve finale – nauwelijks effect heeft. Alleen de uiterste uitkomsten lijken ertoe te doen. Deze bevinding sluit nauw aan bij de internationale literatuur én bij onze resultaten op basis van transactiedata: grote toernooien leiden niet tot significant extra consumptie op macroniveau, maar vooral tot verschuivingen in uitgaven (zie Dorn et al., 2026). Pas wanneer het echt gaat om de hoofdprijs zie je in de nasleep van het toernooi via het sentiment ook een macro-effect terug in de economie (zie Mello, 2024).

Effecten gekwantificeerd

Met de ontwikkelde modellen kunnen we ook een stap verder gaan en kwantificeren wat winst óf verlies van een WK-finale door Oranje zou betekenen voor het consumentenvertrouwen en – via die route – de particuliere consumptie. We zetten dat af tegen een basispad waarin Oranje de finale niet haalt en er dus geen duidelijke economische effecten van het toernooi optreden.

Consumentenvertrouwen

In het basispad daalt het consumentenvertrouwen verder tot om en nabij de -55, waarna in de tweede helft van 2027 een voorzichtig herstel inzet (zie figuur 3). De dip dit jaar hangt samen met de verwachte situatie in het Midden-Oosten, hogere olie- en gasprijzen en de oplopende inflatie.

Figuur 3: Impact van het winnen of verliezen van de WK-finale op het consumentenvertrouwen

Fig 3
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Als Nederland de finale verliest, duikt het vertrouwen in juli tot rond de -60, om pas richting oktober weer terug te kruipen naar het basispad. De teleurstelling van opnieuw een verloren WK-finale (en het wordt sportief natuurlijk nog zuurder als dat via penalty’s zou gaan) zorgt er dus voor dat we een paar maanden nóg somberder naar de economie kijken. Hoe wrang ook: economisch gezien is het dus beter de finale niet te halen dan haar te verliezen.

Als we de hoofdprijs wél pakken, dan zien we het consumentenvertrouwen deze zomer geleidelijk oplopen tot boven de -40. Belangrijker: dat positievere sentiment houdt ook langer aan dan de dip bij een verloren finale.

Effect op consumptie en bbp

Bij winst van het WK vertaalt het hogere consumentenvertrouwen zich in een tweede stap in een iets hogere particuliere consumptie (zie figuur 4). Cumulatief gaat het dan om zo’n 860 miljoen euro extra aan consumptieve uitgaven van huishoudens ten opzichte van het basispad. Dat komt neer op een bbp-effect van iets meer dan 0,1% op jaarbasis, oftewel zo’n 47 euro per Nederlander.

De effecten van het winnen van het WK op de economie moeten dus zeker niet worden overschat. Bovendien zijn de extra uitgaven waarschijnlijk zeer scheef verdeeld. De één houdt het bij een extra rondje in de kroeg, terwijl anderen in een vlaag van euforie misschien besluiten om een vakantie te boeken of een nieuwe tv te kopen.

Bij een verloren finale zien we het omgekeerde beeld. Huishoudens houden in de drie maanden erna cumulatief 200 miljoen euro extra op zak. Dat vertaalt zich in een bbp-effect van ongeveer -0,03% op jaarbasis, oftewel zo’n 11 euro minder per Nederlander.

Figuur 4: Impact van het winnen of verliezen van de WK-finale op de particuliere consumptie

Fig 4
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Conclusies

De economische effecten van een EK of WK zijn over het algemeen beperkt en moeten niet worden overschat. In onze transactiedata zien we wel lichte piekjes in de horecaomzet tijdens de achtste finale van het EK 2021 en, nog iets duidelijker, bij de kwartfinale van het WK in 2022, maar deze effecten zijn niet statistisch significant. Ook uit macroschattingen blijkt dat het bereiken van een kwart- of halve finale geen aantoonbaar effect heeft op het consumentenvertrouwen of de particuliere consumptie.

Uit dezelfde modelschattingen blijkt echter ook dat er bij het bereiken van de finale wél iets op het spel staat. Het verschil in particuliere uitgaven tussen winst en verlies bedraagt ongeveer 1 miljard euro, oftewel circa 0,15% van het bbp. Meer concreet: worden we wereldkampioen, dan geven Nederlanders in de maanden daarna gemiddeld zo’n 50 euro per persoon extra uit. Bij verlies van opnieuw een finale houden we gemiddeld juist een tientje extra op zak.

Hoewel het dus nog steeds om bescheiden effecten gaat, komt een potentiële WK-finale wel op een moment dat de consument door geopolitieke ontwikkelingen en oplopende inflatie niet al te rooskleurig naar de economische toekomst van Nederland kijkt. We kunnen dus wel een sportief succesje gebruiken, al was het maar om een nationaal trauma van drie verloren WK-finales weg te spoelen. Na het spel van Oranje in de voorbereiding tegen Algerije en Oezbekistan zullen er overigens maar weinig Nederlanders zijn die verwachten dat Oranje het überhaupt tot de finale zal schoppen. Maar wij houden hoop, niet in de laatste plaats omdat de Duitse econoom en WK-voorspeller Joachim Klement, die de afgelopen drie wereldkampioenen correct voorspelde, ervan overtuigd is dat ons kleine kikkerlandje deze keer de titel pakt. En wij zijn de laatsten om de uitkomsten van economische modellen te betwisten.

Literatuur

Ashton, J. K., Gerrard, B., & Hudson, R. (2011). Do national soccer results really impact on the stock market? Applied Economics, 43(26), 3709-3717.

Baade, R. A., & Matheson, V. A. (2004). The quest for the cup: assessing the economic impact of the world cup. Regional Studies, 38(4), 343-354.

Dorn, F., Gasser, M. T., Kloiber, K., Krause, S., & Krolage, C. (2026). Who scores from hosting sports events? Local spending effects of the EURO 2024, CES ifo Working Paper.

Edmans, A., Garcia, D., & Norli, Ø. (2007). Sports sentiment and stock returns. The Journal of Finance, 62(4), 1967-1998.

Erken, H.P.G. (2022). Had Louis van Gaal een economische recessie kunnen voorkomen? MeJudice.

Mello, M. (2024). A kick for the GDP: the effect of winning the FIFA World Cup. Oxford Bulletin of Economics and Statistics, 86(6), 1313-1341.

Robinson, M. A., Davis, M. C., & Unsworth, K. L. (2023). Expectation-achievement gaps and satisfaction in World Cup football supporters: a quasi-experiment. European Sport Management Quarterly, 23(5), 1304-1327.

Sterken, E. (2010), Macro-economische baten WK voetbal zijn verwaarloosbaar, MeJudice.

Technische bijlage

Download de technische bijlage.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Minder spektakel dan op het veld: de economische impact van het WK - Rabobank