Update

Economisch Kwartaalbericht juni 2026: Midden-Oostencrisis veroorzaakt economische pijn, maar geen recessie

3 juni 2026 6:00 RaboResearch

De aanhoudende crisis in het Midden-Oosten blijft het economische beeld domineren en zorgt wereldwijd voor verstoringen op energiemarkten en in productieketens. Ondanks deze schokken blijft de Nederlandse economie dit en volgend jaar naar verwachting groeien, zij het in een gematigder tempo. Ons bbp neemt in 2026 waarschijnlijk toe met 1,0% en in 2027 met 0,8%.

Haven met olieopslag

Samenvatting

    De Midden-Oostencrisis blijft het economische beeld domineren, met aanhoudende verstoringen op energiemarkten. Iran en de VS hebben op het moment van schrijven nog geen akkoord op hoofdlijnen gesloten. Indien dit akkoord er komt, ligt het voor de hand dat beide landen daarin afspreken om de Straat van Hormuz te heropenen. Wij verwachten echter dat grootschalige verscheping van olie en vloeibaar aardgas (LNG) pas in september op gang zal komen. Verdere onderhandelingen tussen Iran en de VS over het afstaan of vernietigen van verrijkt uranium zullen naar verwachting vastlopen, waardoor een hernieuwde escalatie van het conflict deze zomer waarschijnlijk is. De oplopende economische schade zal China dwingen tot een actievere rol. Richting september resulteert dit naar verwachting alsnog in een structurele oplossing van het conflict We verwachten dat de olieprijs piekt op 135 dollar per vat in augustus en dat de gasprijs stijgt naar 76 euro per megawattuur aan het eind van dit jaar. De energieprijsschok stuwt de Nederlandse inflatie in 2027 naar gemiddeld 3,9%. Dit leidt, samen met lastenverzwaringen, tot een koopkrachtdaling van 0,7% in dat jaar. De Nederlandse economie blijft groeien, maar duidelijk gematigder dan eerder voorzien, met 1,0% groei in 2026 en 0,8% in 2027. Van een recessie is geen sprake, maar de economische schade raakt sectoren als transport, industrie, landbouw en bouw bovengemiddeld. Bedrijfs- en woninginvesteringen nemen af door hogere rentes, toegenomen onzekerheid en bestaande knelpunten zoals de stikstofproblematiek en netcongestie. De overheid blijft een belangrijke steunpilaar onder de groei via hogere consumptieve uitgaven en investeringen. De nettohandel draagt vanaf 2027 weer positief bij aan de economische groei.

De ontwikkelingen in het Midden-Oosten domineren nog altijd onze voorspellingen voor de Nederlandse economie. De Straat van Hormuz is inmiddels al drie maanden nagenoeg volledig gesloten, waardoor de wereldeconomie dagelijks ongeveer 15 miljoen vaten minder ruwe olie en olieproducten ontvangt dan voor het uitbreken van het conflict (zie figuur 1). Dit komt overeen met ongeveer 14% van de wereldwijde vraag naar ruwe olie en olieproducten.

Hoewel een deel van deze schok tijdelijk kan worden opgevangen via voorraadafbouw en een lagere vraag naar brandstoffen, leidt de aanhoudende verstoring tot oplopende energieprijzen en fricties in mondiale productieketens, met gevolgen voor de inflatie, economische groei en internationale handelsstromen. In dit Economisch Kwartaalbericht (EKB) schetsen we ons basisscenario voor het verdere verloop van het Midden-Oostenconflict en analyseren we de implicaties voor de Nederlandse economie.

Figuur 1: 15 miljoen vaten minder olie en olieproducten per dag

15 miljoen vaten minder olie en olieproducten per dag
Bron: BP, JODI, IEA, EIA, RaboResearch 2026

Nieuw basispad Midden-Oosten

In onze raming van eind maart, gingen we ervan uit dat de VS en Iran in mei een akkoord zouden bereiken en dat de Straat van Hormuz weer langzaam open zou gaan voor de verscheping van olie en gas. Een normalisatie van mondiale olieleveringen zou in dat geval richting het einde van september tot de mogelijkheden behoren.

Op het moment van schrijven hebben de VS en Iran nog geen handtekening gezet onder een langverwacht hoofdlijnenakkoord, dat de opmaat zou moeten vormen voor een onderhandelingsperiode van circa 60 dagen om te komen tot duurzame afspraken voor een structurele oplossing van het conflict. We verwachten dat dit akkoord op hoofdlijnen bepalingen bevat over onder meer de heropening van de Straat van Hormuz, de vrijgave van bevroren Iraanse tegoeden en mogelijk een beperkte verlichting van sancties. Tegelijkertijd ontbreken concrete afspraken waarschijnlijk, bijvoorbeeld over een eventueel Iraans tolsysteem in de Straat van Hormuz of over het afstaan van Iraans verrijkt uranium.

In ons nieuwe basispad verwachten we dat de onderhandelingen linksom of rechtsom zullen vastlopen (een toelichting staat in het rapportEN van onze global strategist), wat waarschijnlijk leidt tot een hernieuwde escalatie van de oorlog ergens in de loop van de zomer. De Amerikaanse eis dat Iran de voorraden verrijkt uranium moet afstaan of vernietigen vormt daarbij waarschijnlijk het grootste struikelblok. Iran heeft laten weten dat dit uranium “net zo belangrijk en heilig is als onze grond” en het resultaat van eigen wetenschappelijke inspanningen. Daarnaast bemoeilijkt de interne Iraanse besluitvormingsstructuur een compromis. Formele overeenstemming op het hoogste niveau is niet doorslaggevend, omdat met name de Revolutionaire Garde (IRGC) over vetorecht beschikt en er weinig belang bij heeft om vergaande concessies te steunen. De IRGC ontleent immers een belangrijk deel van zijn politieke en economische positie aan het bestaande systeem van sancties, regionale spanningen en staatscontrole.

Hormuz op papier open ≠ grootschalige verscheping energie via Hormuz

Dit betekent ook dat, zelfs wanneer de Straat van Hormuz op papier wordt heropend, in de praktijk tot september geen sprake zal zijn van grootschalige verscheping van olie, olieproducten en vloeibaar gas (LNG) (zie voor een toelichting dit rapportEN van onze energie-analisten). Ten eerste kost het vier tot zes weken om de door Iran geplaatste zeemijnen in de Straat van Hormuz op te ruimen. Zolang dat niet is gebeurd, zullen verzekeraars en rederijen terughoudend blijven. Ten tweede bevinden veel olietankers zich momenteel op de verkeerde locaties. Rederijen in de Perzische Golf geven aan dat het minimaal twee maanden kost om de logistieke keten weer op orde te brengen. Ten derde zijn raffinaderijen en terminals in de Golfregio door drone-aanvallen en bombardementen beschadigd. Het herstel hiervan kost tijd, mede doordat de benodigde materialen grotendeels via dezelfde route moeten worden aangevoerd. Tot slot is het onzeker hoe snel de olieproductie in de regio kan worden hervat. Door het stilleggen van olievelden neemt de reservoirdruk af en moeten installaties technisch worden hersteld, waardoor productie slechts geleidelijk kan worden opgeschaald. Onze energie-analisten verwachten dat onder gunstige omstandigheden zo’n 70% van de uitgevallen productie binnen drie maanden na heropening terugkeert en ongeveer 88% binnen zes maanden. Ook is het maar de vraag of Iran de meer dan 1500 tankers die momenteel in de Perzische Golf vastliggen snel zal vrijgeven, aangezien dit de onderhandelingspositie van het land flink zou verzwakken. Per saldo blijft er een aanzienlijk verschil bestaan tussen een formele heropening van de Straat van Hormuz en het daadwerkelijke herstel van grootschalige energiestromen.

Economische schade zorgt voor interventie van China

Het uitblijven van grootschalige verscheping van olie, brandstoffen en LNG zal leiden tot toenemende knelpunten in de mondiale olieleveringsketen (zie box 1). De daarmee gepaard gaande economische schade zal landen die tot dusver vooral achter de schermen opereerden, dwingen tot een actievere rol in het conflict. Dit geldt in het bijzonder voor Aziatische economieën, aangezien circa 80% van de ruwe-olie-export via de Straat van Hormuz bestemd is voor deze regio.

Deze betrokkenheid kan zich uiten in een intensivering van diplomatieke inspanningen. Daarbij zal met name China een sleutelrol spelen, onder meer door druk uit te oefenen op Iran om tot een structurele oplossing te komen. Indien dit onvoldoende effect sorteert, ligt ook een bundeling van maritieme capaciteiten door China en NAVO-landen voor de hand om de veiligheid van de Straat van Hormuz te waarborgen.

Tegen de achtergrond van de grote mondiale economische belangen verwachten wij dat uiteindelijk, richting september, een structurele oplossing voor het conflict zal worden bereikt.

Geen eenduidig pad

Gegeven de grote volatiliteit en tegenstrijdige berichtgeving kunnen we geen eenduidig pad naar een permanente oplossing schetsen. Figuur 2 laat daarom slechts één van de mogelijke scenario’s zien. Wel achten we twee elementen in vrijwel alle scenario’s waarschijnlijk:

1. De Straat van Hormuz kan op papier snel worden geopend, maar grootschalige verscheping van olie, brandstoffen en LNG komt pas richting september weer op gang.
2. Oplopende economische schade en bredere internationale betrokkenheid, met een belangrijke rol voor China, vergroot de druk om tot een structurele oplossing van het conflict te komen.

Figuur 2: Een van de mogelijke scenario’s voor het verloop van het conflict in het Midden-Oosten

Figuur 2: Een van de mogelijke scenario’s voor het verloop van het conflict in het Midden-Oosten
Bron: RaboResearch 2026

Ondanks de afnemende voorraden verwachten we in het basispad geen acute fysieke brandstoftekorten in Europa en Nederland. Tekorten ontstaan doorgaans door logistieke knelpunten of door marktinterventies die het prijsmechanisme verstoren. Doordat Nederland als belangrijke hub in de olieleveringsketen goed verbonden is met internationale aanvoerstromen is de kans op het ontstaan van logistieke knelpunten zeer klein. Daarnaast zorgt de vrije prijsvorming op energiemarkten er nog steeds voor dat schaarste zich in eerste instantie vertaalt in hogere mondiale energieprijzen, die de vraag afremmen en het beschikbare aanbod herverdelen naar toepassingen met de hoogste economische waarde.

Alternatieve scenario’s: snelle doorbraak of langdurige patstelling

Naast het basisscenario zijn er diverse andere scenario’s denkbaar. Zo zijn er ‘break-out’-opties waarin het basispad in gunstige zin wordt doorbroken. Dit leidt tot een economisch milder scenario. Eén zo’n optie is dat Iran al in een vroeg stadium van de onderhandelingen bereid is om verrijkt uranium af te staan, waarmee een belangrijke horde richting een duurzame oplossing wordt genomen. Er zijn al signalen dat Iran zijn uranium eventueel in China zou willen onderbrengen. Als de VS hiermee instemt, kan dit een opmaat zijn naar verdere toenadering op andere dossiers, zoals het opheffen van economische sancties en de invoering van een tolsysteem waarmee Iran inkomsten genereert uit de olie-export van andere Golfstaten. In dit scenario biedt een akkoord op hoofdlijnen wél voldoende basis voor een duurzame oplossing.

Ook vanaf Amerikaanse zijde is een ‘break-out’-scenario mogelijk. Zo zou de VS na vastlopende onderhandelingen kunnen besluiten zich (deels) terug te trekken uit de Golfregio, mede met het oog op de naderende ‘mid term’-verkiezingen in november van dit jaar. Hierdoor zou Iran de facto controle krijgen over de Straat van Hormuz. Dit kan op korte termijn de spanningen weliswaar verminderen, maar heeft potentieel vergaande geopolitieke consequenties. Iran zou in dat geval in staat zijn om de mondiale energiestromen selectief te sturen, terwijl de geloofwaardigheid van de VS als ‘hoeder van vrije scheepvaart en regionale veiligheid’ onder druk komt te staan. In combinatie met het uitblijven van afspraken over verrijkt uranium vergroot dit het risico op nucleaire proliferatie en een structurele herschikking van machtsverhoudingen in het Midden-Oosten.

In een ander zwaarder scenario is ook China niet in staat om een doorbraak te forceren, waardoor de wereldeconomie langer dan zes maanden te maken krijgt met een beperkt aanbod van ruwe olie, olieproducten en LNG. Volgens onze partiële berekeningen zou dit leiden tot grootschalige mondiale knelpunten, ook in Europa (zie ook box 1). In zo’n scenario raken olievoorraden uitgeput en neemt de prikkel toe voor machtsblokken om exportrestricties in te voeren, waardoor een fragmentatie van oliemarktenEN niet is uitgesloten.

Voorraden olieproducten lopen terug, maar fysieke tekorten onwaarschijnlijk

De aanhoudende verstoringen op de energiemarkt vertalen zich ook in afnemende olievoorraden. Veel landen maken aanspraak op hun strategische voorraden. Zo hebben 32 landen die lid zijn van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in totaal 400 miljoen vaten ruwe olie vrijgegeven, waarbij Nederland 5,4 miljoen vaten heeft vrijgegeven, zo’n 20% van de Nederlandse strategische voorraad. Ook commerciële partijen bezitten voorraden - zowel ruwe olie als olieproducten - en brengen die nu op de markt. Een belangrijk deel van de Europese opslag hiervan bevindt zich in de havens van Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam (het ARA-cluster). De voorraad van benzine en diesel in dit cluster is sinds het uitbreken van de oorlog met respectievelijk 16% en 18% gedaald. Bij kerosine is het niveau 33% lager, en bij stookolie zelfs 37% (zie figuur 3).

Figuur 3: Olievoorraden ARA (Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen)

Olievoorraden ARA (Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen)
Bron: PJK ARA, RaboResearch (2026)

Ondanks de afnemende voorraden verwachten we in het basispad geen acute fysieke brandstoftekorten in Europa en Nederland. Tekorten ontstaan doorgaans door logistieke knelpunten of door marktinterventies die het prijsmechanisme verstoren. Doordat Nederland als belangrijke hub in de olieleveringsketen goed verbonden is met internationale aanvoerstromen is de kans op het ontstaan van logistieke knelpunten zeer klein. Daarnaast zorgt de vrije prijsvorming op energiemarkten er nog steeds voor dat schaarste zich in eerste instantie vertaalt in hogere mondiale energieprijzen, die de vraag afremmen en het beschikbare aanbod herverdelen naar toepassingen met de hoogste economische waarde.

Box 1: Sluiting Straat van Hormuz tot september kan tot knelpunten leiden bij kerosine

In een eerdere partiële analyse concludeerden we dat bij een sluiting van de Straat van Hormuz tot en met mei geen knelpunten ontstaan bij de Europese voorraden van olieproducten, in een hypothetisch scenario van onveranderde vraag. Bij een scenario van een sluiting van één jaar ontstaan wel knelpunten bij kerosine, stookolie en diesel.

Inmiddels hebben we de analyse herhaald voor een sluiting tot september. In dat geval ontstaan in Europa alleen knelpunten bij kerosine. Dit betekent niet dat er vanaf oktober geen vliegtuigen meer opstijgen in Europa, maar wel dat de vraag zich via hogere kerosineprijzen moet aanpassen aan een beperkter aanbod. Concreet leidt dit tot lagere frequenties, het tijdelijk schrappen van routes en hogere ticketprijzen. Dit raakt de luchtvaartsector, toerisme en zakelijk vervoer wereldwijd.

De effecten beperken zich niet tot passagiersvervoer, maar werken ook door in de luchtvracht. Hoewel dit minder dan 1% van het volume is, vertegenwoordigt het ongeveer een derde van de wereldwijde handelswaarde. Verstoringen in tijdkritische en hoogwaardige ketens – zoals hightech (halfgeleiders), industrie (kritische onderdelen) en farmacie (medicijnen, vaccins) – kunnen grote economische gevolgen hebben. De capaciteit zal echter verschuiven naar partijen met de hoogste betalingsbereidheid, waardoor vooral voor volumineuze, relatief laagwaardige goederen (zoals bloemen) luchttransport bij aanhoudend hoge kerosineprijzen onrendabel wordt.

Algemeen economisch beeld Nederland

We verwachten dat de Nederlandse economie dit jaar met 1,0% groeit ten opzichte van 2025 en volgend jaar met 0,8% (zie figuur 4 en tabel 1). Dat is om twee redenen een verdere neerwaartse bijstelling van 0,2 procentpunt per jaar ten opzichte van onze vorige raming van eind maart. Ten eerste viel de realisatie van het economische groeicijfer in het eerste kwartaal van 2026 (met 0,1% kwartaal-op-kwartaal) twee tienden lager uit dan we hadden verwacht.

Ten tweede speelt de langer dan eerder verwachte sluiting van de Straat van Hormuz in ons nieuwe basispad een belangrijke rol. De sluiting leidt tot hogere olie- en gasprijzen, die met vertraging resulteren in een aanzienlijk hogere inflatie, vooral in 2027 (3,9%). In combinatie met lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord zet dit de koopkracht van huishoudens onder druk, met een lagere groei van de particuliere consumptie tot gevolg. Door de mondiale onzekerheid, oplopende rentes en problemen rond stikstof en het overvolle elektriciteitsnet staan ook de bedrijfs- en woninginvesteringen onder druk. Hogere overheidsconsumptie en -investeringen bieden daarentegen tegenwicht in het economische groeicijfer. Vanwege de vergrijzing lopen de zorgkosten sterk op en daarnaast investeert de overheid de komende tijd fors in defensie. Ook draagt de nettohandel, vooral volgend jaar, weer positief bij aan het economische groeicijfer.

Figuur 4: Nederlandse economie blijft komende jaren gematigd groeien

Nederlandse economie blijft komende jaren gematigd groeien
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Tabel 1: Verwachtingen voor de Nederlandse economie

Verwachtingen voor de Nederlandse economie
Noot: p = prognose. Bron: CBS, RaboResearch 2026

Geen recessie, wél economische schade

Ondanks alle geopolitieke ontwikkelingen en een energiecrisis die het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft bestempeld als de ergste ooit verwachten we niet dat Nederlandse economie in een recessie terecht zal komen.1 Dat komt ook tot uitdrukking in de relatief lage werkloosheid. Deze loopt naar verwachting op naar gemiddeld 4,5% in 2027; dat is lager dan tijdens het eerste coronajaar.

Dat betekent overigens niet dat Nederland geen economische pijn lijdt als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten. Ten eerste wordt het economische groeicijfer voor 2026 vertroebeld door aanzienlijke ‘overloopeffecten’ uit 2025 van meer dan 0,6 procentpunt (zie voor meer uitleg van het overloopeffect: ‘Zo lees je economische cijfers’). Ten tweede hebben we ten opzichte van onze economische groeiraming van vóór de oorlog voor 2026 al 0,5 procentpunt en voor 2027 0,6 procentpunt van de verwachte bbp-groei afgehaald. Tot slot slaan de negatieve effecten van de hogere energieprijzen sterk asymmetrisch neer bij sommige segmenten in de economie, zoals de transportsector, delen van de landbouw en industrie, de handel en de bouw (zie ook de nog te verschijnen sectorprognoses). Voor huishoudens verslechtert de koopkracht.

Hoge olie- en gasprijzen stuwen inflatie op

Door de langere verwachte sluiting van de Straat van Hormuz hebben we onze ramingen voor de olie- en gasprijzen opwaarts bijgesteld. We gaan er momenteel van uit dat door aanhoudende knelpunten in de fysieke mondiale energieleveringsketen de olieprijs zal pieken op 135 dollar per vat in augustus (zie figuur 5) en de gasprijs naar pieken op 76 euro per megawattuur in de winter (zie figuur 6). Op korte termijn is de respons op de gasmarkt relatief beperkt doordat de vraag naar gas seizoensmatig lager ligt en Europa zich nog in het vulseizoen bevindt, waardoor het systeem voorlopig blijft functioneren ondanks hogere marginale kosten. Tegelijkertijd neemt de mondiale concurrentie om LNG toe en wordt het aanbod structureel krapper. Hierbij speelt ook nog mee dat veel energiemaatschappijen momenteel een prikkel hebben om het vullen van gasvoorraden uit te stellen in anticipatie op een structurele oplossing van de Midden-Oostencrisis en mogelijk lagere gasprijzen later dit jaar. Hierdoor worden de risico’s van schaarste en hoge gasprijzen vooral doorgeschoven naar het winterseizoen.

Hierbij gaan we niet uit van de ‘enge’ definitie van een recessie van twee achtereenvolgende kwartalen van bbp-krimp. Een recessie interpreteren we als een significante daling van economische activiteit over langere tijd die breed speelt in de economie. Daarbij is het belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar economische groei, maar ook naar industriële productie, vertrouwen en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Figuur 5: Olieprijs stijgt mogelijk naar 135 dollar per vat in augustus

Olieprijs stijgt mogelijk naar 135 dollar per vat in augustus
Bron: RaboResearch 2026, ICE

Figuur 6: Flinke stijging van de gasprijzen verwacht

Flinke stijging van de gasprijzen verwacht
Bron: RaboResearch 2026, ICE

Hogere energieprijzen vertalen zich in eerste instantie in hogere prijzen aan de pomp en een hogere energierekening. De benzineprijs kan in augustus en september oplopen tot circa 2,82 euro per liter (zie figuur 7). Ook de kosten voor een nieuw energiecontract stijgen in december door de hogere gasprijzen naar bijna 270 euro per maand (zie figuur 8). Dat is aanzienlijk meer dan de ongeveer 200 euro per maand die aan het begin van het jaar werd betaald, maar nog altijd fors lager dan de piek van 525 euro per maand tijdens de energiecrisis in 2022.

Inflatie

Hogere energieprijzen zorgen niet alleen voor energieprijsinflatie, maar via vertraagde keteneffecten ook voor hogere prijzen van voedsel, industriële producten en uiteindelijk later dit jaar en volgend jaar zelfs van diensten. We verwachten dat de consumentenprijsinflatie (HICP) dit jaar rond de 3,0% zal uitkomen en volgend jaar zal doorstijgen naar 3,9% met een piek 4,3% in februari (zie figuur 9). De timing van de bijdrage van de verschillende componenten aan de inflatie verloopt sterk sequentieel. Nadat de directe bijdrage van de hogere energieprijzen aan de totale headline inflatie begint af te zwakken, verwachten we dat de druk op voedselprijzen zal toenemen omdat energiecontracten aflopen en goedkoop ingekochte voorraden opraken. Naast directe hogere kosten van energie worden fabrikanten van voedingsmiddelen bovendien geconfronteerd met hogere transportkosten en kosten voor grondstoffen vanwege knelpunten in de kunstmestleveringsketen. Na de oplopende voedselprijsinflatie verwachten we dat ook de prijzen van industriële goederen stijgen, terwijl door hoge loongroei de diensteninflatie nauwelijks daalt.

Figuur 7: Benzineprijzen stijgen naar 2,82 euro per liter

Benzineprijzen stijgen naar 2,82 euro per liter
Bron: RaboResearch 2026, CBS

Figuur 8: Kosten nieuw energiecontract stijgen naar 270 euro

Kosten nieuw energiecontract stijgen naar 270 euro
Bron: RaboResearch 2026, CBS

Figuur 9: Inflatie loopt naar verwachting op tot boven de 4% begin 2027

RR-20260603
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Lonen en koopkracht

De hogere inflatie zet de koopkracht van huishoudens onder druk. Vakbonden zullen naar verwachting hun looneisen eerder aanpassen op de energieprijsschok dan tijdens de energiecrisis van 2022, waardoor we verwachten dat de nominale loongroei gelijke tred zal houden met het verloop van de consumentenprijzen. Daarom verwachten we niet dat reële lonen sterk zullen dalen (zie figuur 10). Toch verwachten we dat in 2027 de koopkracht met 0,7% zal dalen (figuur 11), omdat naast de hoge inflatie ook lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord de koopkracht aantasten. Onder deze lastenverzwaringen vallen onder meer de hogere tarieven in de eerste en tweede schijf van box 1, het beperkt indexeren van schijfgrenzen, heffingskortingen en aftrekposten, en de verhoging van het eigen risico van de zorgverzekering.

Figuur 10: Reële lonen dalen naar verwachting niet

RR-20260603
Bron: RaboResearch 2026, CBS

Figuur 11: Koopkracht daalt in 2027 met 0,7%

RR-20260603
Bron: RaboResearch 2026, CBS

Bedrijfsinvesteringen

De bedrijfsinvesteringen zullen dit jaar naar verwachting met 0,8% dalen. We verwachten dat de ECB de beleidsrente dit jaar tweemaal met 0,25 procentpunt verhoogt en een hogere rente maakt investeren duurder. Tegelijkertijd kan de onzekerheid over het verloop van de oorlog in het Midden-Oosten bedrijven terughoudender maken, doordat die onzekerheid de verwachte opbrengsten en terugverdientijden onder druk zet.

In de eerste maanden na het uitbreken van de oorlog was die onzekerheid overigens nog niet zichtbaar in het producentenvertrouwen in de industrie: in april lag het vertrouwen nog duidelijk hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder (zie figuur 12). Destijds werd het vertrouwen vooral gedrukt door de op 2 april 2025 (‘Liberation Day’) aangekondigde importheffingen van president Trump. Dat het oordeel over voorraden en orderpositie in april ten opzichte van maart en februari zelfs licht verbeterde kan het gevolg zijn van frontloading, waarbij bedrijven halffabricaten en grondstoffen eerder hebben ingekocht, anticiperend op verdere verstoringen van mondiale ketens.

In mei is dat beeld echter iets gekanteld, al blijft het niveau hoger dan een jaar geleden. Producenten zijn nu met name negatiever over de verwachte bedrijvigheid. Nu de oorlog langer lijkt te duren dan aanvankelijk werd gedacht, verwachten we dat het vertrouwen verder zal afnemen. Daardoor zal de terugval in de bedrijfsinvesteringen naar verwachting vooral in het derde en vierde kwartaal zichtbaar worden, met in beide kwartalen een krimp van 1% kwartaal op kwartaal.

Figuur 12: Producentenvertrouwen industrie daalt in mei, maar blijft nog altijd relatief hoog

Producentenvertrouwen industrie daalt in mei, maar blijft nog altijd relatief hoog
Bron: CBS, RaboResearch 2026

De bedrijfsinvesteringen zullen vanaf begin 2027 naar verwachting weer gaan groeien, maar door de statistische overloop als gevolg van het lagere startpunt zal het jaarcijfer ook dat jaar nog uitkomen op een krimp van 0,4%. Naast de oorlog in het Midden-Oosten blijven ook structurele belemmeringen, zoals de stikstofcrisis en netcongestie, een belangrijke rem op investeringen. Dat verklaart mede waarom het herstel in 2027 naar verwachting beperkt blijft.

Woninginvesteringen

Hoewel er dit jaar veel nieuwbouwwoningen worden opgeleverd, stagneert momenteel de verkoop van nieuwbouwkoopwoningen. In de eerste vier maanden van 2026 daalde de verkoop met maar liefst 12% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Ook de nieuwbouw door woningcorporaties en commerciële verhuurders staat onder druk. De als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten opgelopen hypotheekrente en toegenomen onzekerheid drukken de vraag naar nieuwbouw verder. Dit leidt waarschijnlijk tot uitstel of afstel van sommige bouwprojecten. Door het grote aantal projecten in de pijplijn en het grote aantal knelpunten bij de bouw, gaan we er echter van uit dat een daling van woningverkopen zich niet één op één doorvertaalt in lagere woninginvesteringen. De vrijkomende capaciteit kan namelijk worden ingezet bij andere projecten. Ook aanbodproblemen blijven hardnekkig. Zo komen sommige woningbouwprojecten in de knel door stikstofproblematiek of netcongestie, en verwachten we dat ook de Kaderrichtlijn Water vanaf 2027 van invloed zal zijn op de nieuwbouw. Hoewel de woninginvesteringen in 2025 nog met 3,7% stegen, dalen ze dit jaar naar verwachting met 1,4% en volgend jaar met 2,7%.

Overheidsuitgaven

De overheidsuitgaven blijven een belangrijke motor voor de economische groei dit en volgend jaar. De overheidsconsumptie stijgt dit jaar met 2,2% en in 2027 met 1,7% door hogere zorguitgaven en hogere uitgaven aan veiligheid en defensie. Daarbij blijkt uit de voorjaarsnota wel dat de uitgaven aan zorg iets lager uitvallen dan waar de regering op Prinsjesdag van uitging. Tegelijkertijd zijn de uitgaven aan asiel en schadeherstel in Groningen hoger dan eerder verwacht.

De overheidsinvesteringen groeien met 4,5% in 2026 en met 3,3% in 2027, met name door hogere uitgaven aan defensiematerieel, infrastructuur en klimaat- en energieprojecten. We gaan er daarbij vanuit dat de overheid niet alle gewenste investeringen daadwerkelijk kan uitvoeren, vanwege onder andere een gebrek aan geschikte arbeidskrachten. Dit noemen we onderuitputting. Afkoeling van de economie als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten kan ervoor zorgen dat de onderuitputting uiteindelijk lager uitpakt.

Handel

De export kromp in het eerste kwartaal met 0,6%. Deze krimp was niet heel verrassend tegen de achtergrond van de sterk toegenomen internationale onzekerheid, de hogere Amerikaanse importtarieven van 15% als gevolg van de Amerikaanse-Europese handelsdeal en de al langer spelende verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie. Daarnaast speelde waarschijnlijk ook een correctie op eerdere, relatief sterke uitvoercijfers een rol.

Vooruitkijkend verwachten we dat de Nederlandse export de komende kwartalen weer zal aantrekken, waardoor de groei van de export dit jaar op gemiddeld 1,4% uitkomt en volgend jaar op 1,9%. Ten eerste stabiliseert de wereldhandel waarschijnlijk geleidelijk na een periode van sterke schommelingen, waardoor de Nederlandse export weer meer in lijn komt met de onderliggende groei van de mondiale vraag. Daarnaast zorgen de hogere transportkosten als gevolg van de Midden-Oostencrisis ervoor dat Europese en Nederlandse producenten tijdelijk minder concurrentiedruk ervaren vanuit met name China. Dit kan de export en winstgevendheid op korte termijn ondersteunen.

Het is echter belangrijk te benadrukken dat dit naar verwachting een tijdelijk effect is: zodra de transportkosten normaliseren, zal de structurele concurrentiedruk vanuit China weer toenemen, met name in sectoren als automotive en chemie. Tegelijkertijd begint het beleidsbesef in Europa te groeien dat concurrentie van importen uit China de Europese industriële basis aan het uithollen is. In Brussel wordt, naast de ‘Made in Europe’ clausule rond publieke aanbesteding, ook nagedacht over onorthodoxe maatregelen om de Europese industrie te beschermen tegen (oneigenlijke) concurrentie van importen uit China. Dit kan op termijn een dempend effect hebben op de neerwaartse druk op marktaandelen van Europese exporteurs.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Economisch Kwartaalbericht juni 2026: Midden-Oostencrisis veroorzaakt economische pijn, maar geen recessie - Rabobank