Onderzoek

Economische krimp in zes regio’s door aanhoudend conflict in het Midden-Oosten

16 juni 2026 6:00 RaboResearch

De crisis in het Midden-Oosten remt de economie, waardoor de groeiverwachtingen voor alle regio’s zijn verlaagd en de economie van zes regio’s naar verwachting krimpt in 2026. Vooral regio’s met energie-intensieve industrie, zoals Overig Groningen en Delfzijl, worden getroffen door het voortdurende conflict. Tegelijk blijven Utrecht, Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven relatief sterk presteren dankzij sectoren als ICT en de chipindustrie. De gewenste groei van 1,5% – volgens het Rapport Wennink nodig voor behoud van welvaart – wordt in de meeste regio’s niet gehaald.

Intro

In het kort

    De aanhoudende crisis in het Midden-Oosten heeft een negatieve impact op de Nederlandse economie, waardoor we onze groeiverwachting voor 2026 voor alle regio's naar beneden hebben bijgesteld. Door deze bijstelling krimpen de economieën van zes regio’s naar verwachting: IJmond, De Kop van Noord-Holland, Oost-Zuid-Holland, Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe en Zuid-Limburg. Regio’s met veel energie-intensieve industrie, zoals Overig Groningen, Delfzijl en omgeving en Oost-Groningen, worden het hardst getroffen door het aanhoudende conflict. Utrecht en vooral Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven blijven relatief sterk presteren dankzij ICT, zakelijke dienstverlening en de groeiende chipindustrie. Door de bijstelling naar beneden ligt de verwachte groei in het grootste deel van de regio’s lager dan 1,5% - de ambitie uit het Rapport Wennink voor het behoud van welvaart.

Conflict in het Midden-Oosten zeer bepalend voor onze economische verwachtingen

De ontwikkelingen in het Midden-Oosten domineren onze verwachtingen voor de Nederlandse economie nog steeds. De oorlog verloopt zeer onvoorspelbaar en verschillende scenario’s leiden tot verschillende groeiverwachtingen. In ons basisscenario groeit de economie van Nederland in 2026 met 1%. De belangrijkste uitgangspunten daarvoor zijn dat, na een deal tussen Iran en de VS op hoofdlijnen in juni, het conflict in de zomer opnieuw oplaait en de Straat van Hormuz pas in september structureel wordt heropend. Het duurt daarna nog maanden voordat de productie en handel van energieproducten uit de regio volledig zijn hersteld.

De energie-intensieve sectoren zijn het gevoeligst voor de gevolgen van het conflict. Dit zijn de industrie, de bouw, de vervoerssector en de reisbranche. Het zijn dan ook vooral die sectoren waarvoor we onze verwachtingen naar beneden hebben bijgesteld nu het conflict langer duurt dan aanvankelijk gedacht.

We zouden bijna vergeten dat andere belemmeringen, zoals geopolitieke spanningen, de krappe arbeidsmarkt, de stikstofaanpak en netcongestie, de groei van verschillende sectoren beperken. Deze ontwikkelingen werken allemaal door in onze verwachtingen voor de sectoren. De grootste bijstellingen van die verwachtingen sinds maart van dit jaar zijn echter wel het gevolg van het voortdurende conflict in het Midden-Oosten.

De verlenging van het conflict raakt vooral energie-intensieve regio’s

Onze groeiverwachting voor de Nederlandse economie in 2026 als geheel is sinds onze publicatie van maart met 0,4 procentpunt naar beneden bijgesteld. Sommige regio’s hebben echter meer hinder van de verlenging van het conflict in het Midden-Oosten dan andere. Over het algemeen zijn dit regio’s die relatief sterk leunen op energie-intensieve sectoren. In figuur 1 laten we zien welke regio’s nog verder naar beneden zijn bijgesteld (dan die 0,4 procentpunt), en voor welke regio’s de impact juist relatief meevalt.

De regio Overig Groningen heeft het meest te duchten van de verlenging van het conflict: door het grote aandeel van de energiesector is de groei daar met 0,5 procentpunt extra naar beneden bijgesteld. In plaats van een groei van 1,4% verwachten we daar nu een groei van 0,5%. Ook in Delfzijl en omgeving, Oost-Groningen en Overig Zeeland is de groeiverwachting sinds maart met meer dan 0,3 procentpunt extra naar beneden bijgesteld. Dit komt vooral door het relatief hoge aandeel van de energie-intensieve industrie in die regio’s. De energie-intensiteit van regio’s lieten we zien in de prognose van maart en die hangt sterk samen met de bijstelling van de groeiverwachtingen.

De hogere energieprijzen werken niet alleen door in de energie-intensieve industrie, maar ook in de luchtvaart, het wegvervoer en de logistiek, en de landbouw. De effecten kunnen direct zijn, wanneer het gaat om brandstofkosten, maar ook indirect, bijvoorbeeld via hogere transportkosten voor de levering van goederen. Daar zal onder andere de bouwsector mee te maken krijgen. Regio’s met veel logistiek of een grote bouwsector, zoals Groot-Rijnmond en Zuidoost-Zuid-Holland, hebben daarom ook relatief veel last van de verlenging van het conflict.

Er zijn ook regio’s waarin de impact meevalt. Hoewel de groeiverwachting voor Groot-Amsterdam, Utrecht en Agglomeratie ’s-Gravenhage ook iets lager ligt dan in maart, is dat verschil slechts één tot twee tienden en dus lager dan de landelijke bijstelling. Waarschijnlijk zou de prognose voor deze regio’s naar boven zijn bijgesteld in een scenario waarin de Straat van Hormuz niet was gesloten. Dat komt onder andere door de ICT-sector, waarvoor we de groeiverwachting hebben verhoogd. Een relatief groot deel van die sector bevindt zich in Groot-Amsterdam en Utrecht. Ook weten we dat Den Haag minder gevoelig is voor conjuncturele ontwikkelingen door het grote aandeel van de overheid, en dat zien we terug in de zeer beperkte verwachte impact.

Figuur 1: Effect van de verlenging van het conflict

Fig_1
Bron: RaboResearch 2026

De verlenging van het conflict duwt zes regio’s naar krimp

De nieuwe groeiverwachtingen voor 2026 zijn weergegeven in figuur 2. De hoogste groei voorzien we in Groot-Amsterdam (+2,8%) en Zuidoost-Noord-Brabant (Brainport Eindhoven) (+2,5%). Dat is een terugkerend beeld. In Groot-Amsterdam komt dit met name door de sterke aanwezigheid van ICT en specialistische zakelijke dienstverlening. De groei rondom Eindhoven wordt al jaren gedreven door de chipindustrie, die een enorme groei doormaakt vanwege mondiale investeringen in artificial intelligence (AI).

Daarnaast zijn er nog vijf regio’s met een groeiverwachting boven het landelijke gemiddelde: Utrecht (+1,5%), Twente (+1,1%) en drie regio’s in het noorden van het land: Zuidoost-Friesland (+1,5%), Noord-Drenthe (+1,1%) en Zuidwest-Drenthe (+1,1%). Die eerste twee regio’s hadden met respectievelijk 4,7% en 3,0% in 2025 ook al een groei die hoger was dan het landelijke gemiddelde. De positieve verwachting voor 2026 in de drie noordelijke regio’s is met name toe te schrijven aan de relatieve omvang van de zorgsector. Die sector groeit dit jaar naar verwachting met 2%.

Naast IJmond – waarvoor we drie maanden geleden ook al krimp voorspelden – verwachten we nu voor nog vijf regio’s dat zij in 2026 géén economische groei laten zien, maar juist krimpen. In Oost-Groningen komt dat met name door de aanwezigheid van veel energie-intensieve industrie, terwijl in Oost-Zuid-Holland veel bouw- en logistieke bedrijven zitten. Daarom verwachten we daar een groter effect. In Zuid-Limburg, de Kop van Noord-Holland en Zuidoost-Drenthe is de bijstelling niet veel groter dan het landelijke gemiddelde, maar daar lag de groeiverwachting in maart al dicht bij nul.

Figuur 2: Groeiverwachting in elke regio gedaald

Fig_2
Bron: RaboResearch 2026

Box 1: De regioprognoses zijn gebaseerd op een mix van historische data en voorspellingen

Economische groei verschilt per regio, en dat is deels te verklaren door de sectorstructuur: het aandeel van sectoren in de regionale economie. Regio’s met een relatief groot aandeel in snelgroeiende sectoren, zoals de informatie- en communicatietechnologie, profiteren van die groei. Omgekeerd blijft de verwachte groei juist achter in regio’s met een sterke vertegenwoordiging van sectoren waar de groei onder druk staat.

De sectorstructuur is echter niet de enige bepalende factor. Ook het regionale ondernemerschapsklimaat speelt een belangrijke rol. Regio’s waar bedrijven kunnen floreren dankzij een sterke kennisinfrastructuur, goede fysieke bereikbaarheid, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de aanwezigheid van bedrijvencentra waar kennisuitwisseling plaatsvindt, hebben een beter uitgangspunt voor economische groei Deze omstandigheden versterken het aanpassingsvermogen van de regio’s en vergroten hun groeipotentieel, ook in economisch uitdagende tijden.

Groeiambitie uit Rapport Wennink raakt voor veel regio’s verder uit zicht

In december presenteerde de Commissie Wennink haar rapport over de route naar toekomstige welvaart, waarin staat dat een gemiddelde groei van minimaal 1,5% nodig is om onze welvaart in de komende decennia te behouden. Eind vorig jaar lieten we zien dat de Nederlandse economie tot 2050 naar verwachting met 1,1% per jaar groeit. Die groeiambitie van 1,5% kan waarschijnlijk alleen worden behaald met een fors investeringspakket van 19 miljard euro per jaar in onderwijs, R&D en kapitaalgoederen. Dat is een opgave voor alle regio’s samen.

Niet alle regio’s groeien even hard. En dat hoeft ook niet om de genoemde groeiambitie te halen: daarbij gaat het namelijk om een landelijk gemiddelde. Eind vorig jaar lieten we zien welke groei de regio’s tussen 1995-2024 gemiddeld hebben doorgemaakt (figuur 2 in die publicatie). Daarbij viel op dat veel regio’s – historisch gezien – boven de grens van 1,5% zaten.

Maar als we naar 2026 kijken, dan zien we een minder rooskleurig beeld. Eerder dit jaar verwachtten we voor slechts negen van de veertig regio’s een groei hoger dan 1,5%. Door de verlenging van het conflict in het Midden-Oosten vallen vijf regio’s daarvan naar verwachting uit die groep. Alleen Zuidoost-Friesland, Utrecht, Zuidoost-Noord-Brabant en Groot-Amsterdam komen dit jaar naar verwachting op of boven de oranje lijn uit, die de opgave vanuit Commissie Wennink laat zien (zie figuur 3). Qua omvang zijn dat natuurlijk niet de minste, maar over het algemeen is het niet voldoende om de landelijke Wennink-norm te halen.

Figuur 3: Dit jaar halen waarschijnlijk slechts vier regio's de Wennink-norm

Bron: RaboResearch 2026

Hoe langer het conflict in het Midden-Oosten duurt, hoe meer we de groeiverwachting voor alle regio’s naar beneden moeten bijstellen. Ook voor de grote, economisch belangrijkste regio’s. Voor volgend jaar voorzien we in het nieuwe basisscenario al een verdere daling van de landelijke groei: van 1% in 2026 naar 0,8% in 2027. Als het conflict langer aanhoudt, wordt deze prognose waarschijnlijk verder naar beneden bijgesteld. Daarmee wordt de opgave voor Nederlandse regio’s om bij te dragen aan de groeiambitie groter naarmate het conflict in het Midden-Oosten voortduurt.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Economische krimp in zes regio’s door aanhoudend conflict in het Midden-Oosten - Rabobank