Update

Sectorprognoses juni 2026: vooruitzichten verslechteren door conflict Midden-Oosten

12 juni 2026 6:00 RaboResearch

Nu het conflict in het Midden-Oosten langer aanhoudt en de Straat van Hormuz nog altijd grotendeels gesloten is, verslechteren de vooruitzichten voor verschillende sectoren. Veel sectoren laten dit en komend jaar slechts een beperkte groei zien, met als positieve uitzonderingen de informatie- en communicatiesector, de specialistische zakelijke dienstverlening en de zorg.

Intro

In het kort

    De ontwikkelingen in het Midden-Oosten domineren nog altijd onze voorspellingen en we verwachten deze zomer nog geen grootschalige verscheping van olie en vloeibaar gas (LNG) door de Straat van Hormuz. Hoewel we nadrukkelijk nog géén algehele recessie verwachten, raakt de economische schade sectoren als vervoer, industrie en bouw bovengemiddeld door hogere energiekosten en verstoorde toeleveringsketens. Krimp verwachten we alleen in de landbouw, die daarmee na een tijdelijke opleving in 2025 de dalende trend voortzet Consumenten zien hun koopkracht dalen, wat zich vertaalt in een lage groei in de detailhandel, de reisbranche en de horeca. Dit raakt ook de groothandel; deze sector heeft daarnaast ook te maken met verslechterde vooruitzichten voor de internationale handel. Ook de niet-specialistische zakelijke dienstverlening, waartoe onder andere de uitzendbranche behoort, groeit slechts mondjesmaat. Sectoren die in 2026 en 2027 de meeste groei laten zien zijn de informatie- en communicatiesector - vanwege investeringen door ontwikkelingen in AI en cybersecurity - de specialistische zakelijke dienstverlening en de zorgsector

Onze voorspellingen voor de Nederlandse economie worden nog steeds sterk gedomineerd door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De Straat van Hormuz is inmiddels al drie maanden nagenoeg volledig gesloten, waardoor de wereldeconomie dagelijks circa 15 miljoen vaten minder ruwe olie en olieproducten ontvangt dan voor het uitbreken van het conflict. Dit raakt ook het Nederlandse bedrijfsleven. Hogere energieprijzen zorgen niet alleen voor energieprijsinflatie, maar via vertraagde keteneffecten ook voor hogere prijzen van voedsel, industriële producten en uiteindelijk zelfs diensten later dit jaar en volgend jaar.

De inflatie (HICP) in Nederland komt in 2026 naar verwachting uit op 3,0%, en in 2027 op 3,9% - vergeleken met respectievelijk 2,2% en 2,0% waarvan we vóór het conflict uitgingen. De economische groei komt in onze nieuwste ramingen uit op 1,0% in 2026 en 0,8% in 2027. De werkloosheid stijgt licht, naar gemiddeld 4,2% in 2026 en 4,5% in 2027. Deze en meer macro-economische voorspellingen zijn te lezen in ons Economisch Kwartaalbericht.

Hoewel we nadrukkelijk niet verwachten dat de Nederlandse economie als geheel in een recessie belandt, ondervinden sectoren als vervoer, industrie en de bouw bovengemiddeld economische schade. Deze sectoren groeien in 2026 en 2027 nog maar mondjesmaat, net zoals de horeca en de niet-specialistische zakelijke diensten. Krimp verwachten we alleen voor de landbouwsector. De hoogste groei verwachten we voor de sectoren informatie & communicatie, specialistische zakelijke diensten en de zorg.

Figuur 1: Sectorprognoses juni 2026

Sectorprognoses_20260306_NE_v001
Bron: CBS en RaboResearch 2026

Nieuw basisscenario Midden-Oosten

In onze vorige raming, die dateert van half maart half maart, gingen we ervan uit dat het conflict niet langer dan enkele weken zou duren. Inmiddels gaan we ervan uit dat een duurzaam akkoord tussen Iran en de VS op korte termijn uitblijft en dat de Straat van Hormuz voorlopig gesloten blijft, waarna een geleidelijke heropening volgt. Daarbij benadrukken we dat zelfs wanneer de Straat van Hormuz per direct op papier wordt heropend, in de praktijk tot september geen sprake zal zijn van grootschalige verscheping van olie, olieproducten en vloeibaar gas (LNG). Het opruimen van zeemijnen en het repareren van beschadigde raffinaderijen en terminals kost immers tijd. Ook bevinden veel olietankers zich op verkeerde locaties.

Hoewel er inmiddels een akkoord op hoofdlijnen is bereikt, is dit op het moment van schrijven nog niet door de strijdende partijen ondertekend. We verwachten in ons nieuwe basisscenario dat de onderhandelingen linksom of rechtsom zullen vastlopen, wat waarschijnlijk leidt tot hernieuwde escalatie ergens in de loop van de zomer. Uiteindelijk is een internationale interventie, waarbij ook China een rol speelt, van belang om een doorgang te verzekeren en het conflict op te lossen. In figuur 2 schetsen we hoe dit bassiscenario zich kan ontvouwen.

Figuur 2: Potentieel verloop van het conflict in het Midden-Oosten

Fig 2
Bron: RaboResearch 2026

Door de aanhoudende knelpunten in de fysieke mondiale energieleveringsketens stijgen de olie- en gasprijzen. Maar ondanks de afnemende voorraden verwachten we géén acute fysieke brandstoftekorten in Europa en Nederland. In ons basisscenario zien we vooral bij kerosine wel knelpunten. Dit betekent niet dat er vanaf oktober geen vliegtuigen meer opstijgen in Europa, maar wel dat de vraag zich via substantieel hogere kerosineprijzen moet aanpassen aan een beperkter aanbod. Uiteindelijk leidt dit tot hogere ticketprijzen, lagere frequenties en het tijdelijk schrappen van routes. Dit raakt de luchtvaartsector, het toerisme en het zakelijk vervoer wereldwijd. De effecten beperken zich niet tot het passagiersvervoer, maar werken ook door in de luchtvracht. Hoewel dit minder dan 1% van het wereldwijde vrachtvolume is, vertegenwoordigt vervoer door de lucht circa een derde van de wereldwijde handelswaarde. Verstoringen in tijdkritische en hoogwaardige ketens – zoals hightech (halfgeleiders), industrie (kritische onderdelen) en farmacie (medicijnen, vaccins) –kunnen grote economische en maatschappelijke gevolgen hebben. Dergelijke verstoringen doen zich echter niet noodzakelijkerwijs voor. Als de markt zijn werk kan doen, zal de capaciteit namelijk verschuiven naar de partijen met de hoogste betalingsbereidheid, waardoor vooral voor volumineuze en relatief laagwaardige goederen (zoals bloemen) luchttransport bij aanhoudend hoge kerosineprijzen onrendabel wordt.

Ook andere scenario’s zijn mogelijk, zowel milder als zwaarder. Bij een zwaarder scenario van een sluiting van één jaar of langer ontstaan er niet alleen knelpunten bij kerosine, maar ook bij stookolie en diesel. Ook dan hoeven geen fysieke tekorten te ontstaan, maar deze knelpunten zullen gepaard gaan met hogere prijzen en sterkere aanpassingen in het gebruik van deze olieproducten. De prijs en beschikbaarheid van diesel zijn van groot belang voor de landbouw, bouw en vervoerssector.

Sectoren

Landbouw: productiedaling zet door na eenmalige opleving in 2025

Voor 2026 verwachten we een daling van de toegevoegde waarde in de land- en tuinbouw met 2,6%. Dit komt doordat de productie met 1,0% afneemt, terwijl het inputgebruik slechts met 0,2% daalt. De productiedaling zet een langere trend voort, na de tijdelijke opleving in 2025 door gunstige weersomstandigheden.

Vrijwel alle deelsectoren zijn debet aan de lagere productie. In de tuinbouw krimpt vooral de sierteelt (-1,9%) en de groenteproductie (-1,3%), terwijl de fruitproductie stabiliseert. In de akkerbouw neemt de aardappelproductie sterk af (-12,0%) na de piek in 2025; ook de suikerbietenproductie krimpt (-11,3%). Alleen de graanproductie stijgt met 3,0%.

Binnen de veehouderij stabiliseert de melkproductie. De varkenshouderij krimpt verder (-8,0%) door opkoopregelingen, terwijl de pluimveehouderij licht groeit (+1,0%). De rundveehouderij neemt naar verwachting met 6,0% toe.

Voor 2027 voorzien we een vergelijkbaar beeld, met uitzondering van stabilisatie in de aardappel- en kalfsvleesproductie.

Het inputgebruik daalt in 2026 licht, met name door een afname van het gasverbruik (-5,2%), terwijl het elektriciteitsgebruik juist stijgt (+5,0%) als gevolg van de energietransitie, vooral in de tuinbouw.

Box 1: Ontwikkeling van de nominale toegevoegde waarde van de land- en tuinbouw

In de sectorprognoses drukken we de ontwikkeling van de toegevoegde waarde uit in constante prijzen. Hiermee corrigeren we voor prijsontwikkelingen en focussen we op volumeveranderingen. Door de grote volatiliteit van inkoop- en verkoopprijzen kan deze ontwikkeling afwijken van wat ondernemers in de praktijk ervaren. Daarom brengen we voor de land- en tuinbouw ook de ontwikkeling in nominale termen in kaart.

Voor 2026 verwachten we dat de nominale toegevoegde waarde scherp daalt met circa 20%, vooral door ongunstige prijsontwikkelingen. De nominale productiewaarde neemt af met 4,5%, terwijl de inputkosten met 5% stijgen. Met name kunstmest (+26%) en energie (+17%) worden aanzienlijk duurder; andere inputkosten stijgen minder sterk.

De ontwikkeling verschilt per sector. De daling van de nominale productiewaarde vindt vooral plaats in de melkveehouderij en varkenshouderij. De tuinbouw groeit licht, terwijl de akkerbouw – vooral aardappelen en suikerbieten – een daling noteert.

Industrie: in de loop van dit jaar verwachten we meer tegenwind

Geopolitieke spanningen zetten de Nederlandse industrie onder druk, al wijzen de cijfers over de eerste maanden van dit jaar op groei. Bedrijven hielden extra voorraden aan vanwege de verstoringen in de toeleveringsketens door de sluiting van de Straat van Hormuz. Mede hierdoor steeg de inkoopmanagersindex (PMI) in mei naar 55,9, de hoogste waarde in bijna vier jaar tijd. Een waarde boven de 50 duidt doorgaans op groei (zie ook figuur 3). Ook nam de industriële productie in maart toe met 2,8% en in april met 1,4% ten opzichte van de voorgaande maand. Deze groei zat vooral bij de machinebouw: de productie in deze sector steeg in april met 3,9% ten opzichte van de vorige maand.

Daarnaast zijn de hoge energieprijzen geen Europees probleem, maar een mondiaal probleem. Doordat Aziatische concurrenten tot nu toe harder worden geraakt, kon de Europese chemiesector zelfs profiteren, zo berichtte het FD. De aard en reikwijdte van de schok spelen dus een belangrijke rol. Desalniettemin is de energie-intensieve industrie nog altijd kwetsbaar voor hogere energieprijzen en geven chemiebedrijven aan banen te schrappen.

We verwachten dat de sector dit jaar met 1,3% groeit in toegevoegde waarde. In de tweede helft van het jaar ondervindt de industrie waarschijnlijk meer tegenwind, doordat de recente positieve ontwikkeling in de productiecijfers en de PMI naar verwachting tijdelijk is, onder meer door het opbouwen van voorraden. Voor volgend jaar voorzien we een groei van de toegevoegde waarde van 0,4%.

Figuur 3: Vertrouwen industrie duidt op groei met hoogste waarde in bijna vier jaar tijd

Fig_3
Bron: S&P Global, Macrobond

De geopolitieke tegenwind blijft niet beperkt tot het conflict in het Midden-Oosten. Europese staal- en aluminimumproducenten hebben sinds maart 2025 te maken met Amerikaanse importheffingen van 50%, waarmee zij een uitzondering vormen op de algemene Amerikaanse heffing van 15% op Europese goederen.

De gevolgen van deze heffingen op staal en aluminium brachten we al eerder in kaart. Inmiddels zien we dat de productie van basismetaal is teruggelopen sinds de invoering van deze heffingen (zie ook figuur 4). Ook de productie van metaalproducten nam af, al zette die daling al iets eerder in.

Onlangs bereikte de EU een overeenstemming over de implementatie van de eerder gesloten handelsdeal met de VS. In die overeenstemming kondigde de EU aan dat, wanneer de heffingen op staal en aluminium aan het eind van dit jaar nog steeds zo hoog zijn, zij dit als een reden ziet om de overeengekomen handelsdeal ter discussie te stellen.

Figuur 4: Zichtbare afname productie basismetaal na start Amerikaanse importheffingen

Zichtbare afname productie basismetaal na start Amerikaanse importheffingen
Bron: CBS

Het Amerikaanse handelsbeleid raakt ook producenten in Azië. Als gevolg daarvan werd er ook meer Aziatisch staal naar de Europese markt geleid tegen lage prijzen. Eind vorig jaar verscherpte de EU al de importregels op staal om de Europese industrie beter te beschermen. Daarnaast gaf de EU onlangs opnieuw aan dat de industrie beter beschermd moet worden tegen met name Chinese import. China reageerde hierop door te stellen dat het direct zal terugslaan bij nieuwe handelsmaatregelen.

Bouw: minder woninginvesteringen, meer onderhoud infrastructuur

Voor de woninginvesteringen verwachten we dit en volgend jaar een daling, aangezien de verkoop van nieuwbouwkoopwoningen is gedaald en ook de nieuwbouw door woningcorporaties en commerciële verhuurders onder druk staat. Dit komt door zowel vraagfactoren zoals de hogere rente als door hardnekkige aanbodproblemen zoals netcongestie, stikstof, langdurige procedures en het gebrek aan bouwlocaties. Hoewel de woninginvesteringen in 2025 nog met 3,7% stegen, dalen ze dit jaar naar verwachting met 1,4% en volgend jaar met 2,7%, zoals beschreven in ons Kwartaalbericht Woningmarkt.

Vanaf 1 juli 2026 gelden nieuwe prioriteringsregels voor aansluiting op het elektriciteitsnet, waarbij woningbouw weliswaar prioriteit heeft, maar in het geval van netcongestie net als andere aanvragers van elektriciteitsaansluitingen op de wachtlijst moet. Verder verwachten we dat ook de (bestaande) Kaderrichtlijn Water van grote invloed zal zijn op de nieuwbouw. Nieuwbouwprojecten beïnvloeden mogelijk de waterkwaliteit, vooral wanneer tijdens de bouw grondwater moet worden weggepompt. Bouwprojecten die niet voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit kunnen vanaf 2027 worden stilgelegd.

Tegenover de verwachte krimp bij de woningbouw staat een groei van de grond-, weg- en waterbouw (GWW), onder meer voor groot onderhoud van bruggen en wegen. We verwachten daarom voor de bouwsector in zijn totaliteit toch nog een beperkte groei van de toegevoegde waarde, met 0,2% in 2026 en 0,7% in 2027.

Vervoer en opslag: sector onder druk door hoge brandstofprijzen en afkoelende economie

Hogere brandstofprijzen raken de transportsector. In een recente publicatie schrijven we dat onder andere de luchtvaart sterk reageert op stijgende kerosineprijzen, wat leidt tot duurdere tickets en minder vluchten. We zien al dat het aantal vluchten in Nederland sinds begin maart daalt.

De duurdere diesel heeft een flinke impact op het wegtransport en de logistiek, ondanks dat een groot deel van de hogere brandstofkosten kan worden doorberekend aan de klant. Vervoerders moeten deze kosten vaak eerst zelf voorschieten, waardoor hun liquiditeitspositie onder druk komt te staan.

De directe vraagvermindering voor bijvoorbeeld het wegtransport door de hoge prijzen is beperkt, maar we verwachten wel indirecte effecten door een lagere groei in de bouw en de industrie. Zodra deze sectoren minder produceren, zal ook de vraag naar transport afnemen.

Hoewel een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing mogelijk enige verlichting kan bieden, leiden bovenstaande ontwikkelingen ertoe dat onze prognoses iets naar beneden zijn bijgesteld ten opzichte van onze verwachtingen in maart. We voorzien voor de sector vervoer en opslag dit jaar een groei van 0,8% en in 2027 van 0,6%.

Handel en horeca: terughoudende consument en aanhoudende onzekerheid beperken groei

De groeivooruitzichten voor de handel en horeca zijn gematigd. In de horeca zet de stagnatie in de toegevoegde waardegroei uit 2025 (0,1%) naar verwachting door, met 0,3% in 2026 en 2027. Voor de handel verwachten we dat de toegevoegde waardegroei afzwakt van 2,2% vorig jaar naar 1,3% in 2026 en 0,4% in 2027. Binnen deze sector bepaalt de groothandel in belangrijke mate het totaalbeeld en deze is sterk afhankelijk van de internationale handel, terwijl de detailhandel – net als de horeca – vooral wordt gestuwd door de binnenlandse consumptie.

Detailhandel en horeca: consument terughoudend

Voor de detailhandel en horeca is de zwakke ontwikkeling van de consumptie door huishoudens een belangrijke rem op de groei. De volumegroei van de consumptie is afgezwakt van gemiddeld 1,9% per jaar vóór corona naar 0,8% per jaar in de afgelopen drie jaar (zie figuur 5). Deze vertraging wordt weerspiegeld in een aanhoudend laag consumentenvertrouwen, dat recent verder onder druk is gekomen. In april was sprake van de op een na grootste daling ooit, gevolgd door een verdere afname in mei. Geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten zijn voor de Nederlandse consument direct voelbaar, onder meer via hogere prijzen aan de pomp.

Figuur 5: Groei huishoudconsumptie structureel lager dan vóór coronapandemie

Fig 5
Bron: CBS, RaboResearch 2026

Opvallend is dat deze terughoudendheid in bestedingen de afgelopen jaren samenviel met een duidelijke verbetering van de koopkracht, mede dankzij de sterk gestegen cao-lonen in de afgelopen jaren. Vooruitkijkend verandert dit beeld echter: de koopkracht daalt naar verwachting door de oplopende inflatie en hogere lasten. Hierdoor neemt de financiële ruimte voor huishoudens minder snel toe en blijven consumenten voorzichtig in hun bestedingsgedrag. De consumptie groeit dit jaar naar verwachting met 0,3% en krimpt volgend jaar licht met -0,1%. Dit remt de groei van zowel de detailhandel als de horeca.

De recente volumecijfers onderstrepen dit beeld. Hoewel de omzet in zowel de detailhandel als de horeca nog een lichte plus laat zien, blijft de volumegroei duidelijk achter. In de detailhandel groeide het volume in het eerste kwartaal met slechts 0,6% jaar-op-jaar (zie figuur 6). In de horeca was zelfs sprake van krimp (-0,5%), na een eerdere daling eind 2025 (zie figuur 7). Opvallend genoeg zat de krimp in de horeca in het eerste kwartaal van 2026 bij eet- en drinkgelegenheden, in tegenstelling tot het vierde kwartaal van 2025 toen juist logiesverstrekkers – zoals hotels en vakantieparken – de oorzaak waren. Vooraf werd verwacht dat de volumegroei van deze groep begin dit jaar verder onder druk zou komen te staan door de btw-verhoging per 1 januari 2026.

Figuur 6: Volumegroei detailhandel neemt verder af

Fig_6
Noot: kalendergecorrigeerde cijfers. Bron: CBS

Figuur 7: Volume horeca krimpt al twee kwartalen

Fig_7
Noot: kalendergecorrigeerde cijfers. Bron: CBS

Tegen die verwachting in lieten logiesverstrekkers juist een groei van het productievolume zien in het eerste kwartaal. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in de prijsstrategie binnen de sector: in het laagseizoen worden prijsstijgingen vaak (deels) geabsorbeerd om de vraag op peil te houden, terwijl ondernemers deze in het hoogseizoen – wanneer de vraag sterker is – alsnog proberen door te berekenen. Dit suggereert dat de impact van de btw-verhoging mogelijk met enige vertraging zichtbaar wordt, met name in de loop van het jaar.

Groothandel: groei afgeremd door voorzichtige consument en beperkte groei internationale handel

De zwakke consumptie raakt vooral de detailhandel. Het groeicijfer van de totale handel wordt echter voornamelijk bepaald door de groothandel. Ondanks de sterke volumegroei in het eerste kwartaal (zie figuur 6) ondervindt deze sector vooral hinder van de verslechterde vooruitzichten voor de internationale handel. Door geopolitieke spanningen en een afzwakkende groei in de wereldhandel zijn zowel de import- als exportgroeiverwachtingen neerwaarts bijgesteld ten opzichte van vorig kwartaal, toen nog werd uitgegaan van een kortdurend conflict in het Midden-Oosten. Gezien de sterke verwevenheid van de groothandel met internationale goederenstromen drukken deze ontwikkelingen de vooruitzichten voor de toegevoegde waarde.

Daarnaast wordt de groothandel ook indirect geraakt. De zwakke binnenlandse consumptie vertaalt zich bij retailers in lagere verkoopvolumes, waardoor zij minder inkopen en minder frequent bestellen bij de groothandel. Tegelijkertijd spelen ook de kostenontwikkelingen een rol. Hogere transportkosten – onder meer als gevolg van stijgende brandstofprijzen– leiden tot oplopende kosten in de keten. Deze kosten worden vaak via brandstofclausules doorberekend aan verladers en groothandelaren, maar kunnen niet altijd volledig worden doorgegeven in de verkoopprijzen.

De sector komt daarmee in een lastige positie. Als hogere kosten worden doorberekend, reageren afnemers terughoudender en lopen de verkopen terug. Als de kosten niet volledig worden doorberekend, komen juist de marges onder druk te staan. De groothandel zit daarmee klem tussen lagere volumes en lagere marges.

Informatie en communicatie: sector blijft een belangrijke groeimotor

De informatie- en communicatiesector zag de toegevoegde waarde in 2025 slechts beperkt toenemen, met 0,1% vergeleken met het jaar ervoor. Dit is een flinke neerwaartse bijstelling ten opzichte van de eerder gepubliceerde cijfers van het CBS. Tegelijkertijd zien we dat de productie het afgelopen jaar wel met 2,9% toenam (zie figuur 8), maar deze lijkt eind 2025 toch enigszins te stagneren.

Figuur 8: Toename productie informatie en communicatiesector

Fig_8
Bron: CBS

Vooruitkijkend zal de geopolitieke onzekerheid rondom het conflict in het Midden-Oosten de verwachtingen voor deze sector drukken. Een hoge mate van onzekerheid leidt namelijk tot lagere bedrijfsinvesteringen (zie ook het Economisch Kwartaalbericht).

Daar staat tegenover dat arbeidskrapte, ontwikkelingen in AI en cybersecurity de investeringen in informatie en communicatie stimuleren. Hoewel de productiegroei enigszins leek af te zwakken, nam de toegevoegde waarde van de sector in het eerste kwartaal van 2026 toe met 1,4%. We verwachten dan ook dat de informatie- en communicatiesector met 2,6% groeit in 2026 en met 2,7% in 2027 de snelst groeiende sector blijft.

Specialistische zakelijke dienstverlening: van investeren in productiviteit tot afname van vraag

Na de sector informatie en communicatie is de specialistische zakelijke dienstverlening de snelst groeiende commerciële sector met een groei van 1,6% in 2026 en 1,8% in 2027. Dit is aanzienlijk hoger dan de groei van 1,0% in 2025.

Het beeld en de uitdagingen variëren echter sterk per deelsector. In de juridische en administratieve diensten, waartoe ook accountancy en notariaat behoren, is voor de meerderheid van de ondernemers een tekort aan arbeidskrachten nog altijd de grootste belemmering. Wel is deze arbeidskrapte iets afgenomen en is het aandeel ondernemers dat te maken heeft met onvoldoende vraag gestegen; van 4,6% in het voorjaar van 2025 naar 9,2% dit voorjaar. Daarmee lijkt er een betere balans te ontstaan tussen vraag en aanbod van deze diensten. Ook investeren bedrijven in de zakelijke dienstverlening vaker in automatisering en AI om de arbeidskrapte het hoofd te bieden, zo blijkt ook uit recent onderzoek van het CBS.

In de deelsectoren Research, Managementadvies en de creatieve sectoren Reclamewezen en marktonderzoek en Design, fotografie en vertaalbureaus zien we daarentegen dat de arbeidskrapte minder knelt (figuur 9). In de creatieve sectoren is een gebrek aan klandizie steeds vaker een kopzorg: inmiddels noemt meer dan 30% van deze ondernemers onvoldoende vraag als belangrijkste belemmering. AI kan de productiviteit weliswaar verhogen, maar tegelijkertijd de creatieve sector onder druk zetten, zo constateerden onderzoekers van de Vrije Universiteit.

Figuur 9: Tekort aan arbeidskrachten minder vaak belangrijkste belemmering

Fig_9
Bron: CBS

Overige zakelijke dienstverlening: uitdagingen voor de reis- en uitzendbranche

Binnen de niet-specialistische (‘overige’) zakelijke diensten is vooral de deelsector uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling dominant met 40% van de totale toegevoegde waarde. Deze deelsector groeide in 2025 met slechts 0,3%, terwijl de relatief kleine reisbranche, goed voor ongeveer 15% van de toegevoegde waarde van de sector, met maar liefst 12,5% groeide. De recente omzet- en productiecijfers wijzen er echter op dat deze branches in het eerste kwartaal van 2026 slechts beperkt groeiden.

Het conflict in het Midden-Oosten raakt beide deelsectoren. Voor het verdienmodel van de reisbranche is de gekozen bestemming minder belangrijk, zolang er maar wordt gereisd. Dat gaat uiteraard niet op voor reisbureaus die specifiek aanbod in het Midden-Oosten hebben, of die de regio als hub gebruiken – zij merken de gevolgen direct. Maar in algemene zin wordt de reisbranche vooral geraakt als mensen minder vaak reizen of kiezen voor kortere en/of goedkopere vakanties. Vakanties zijn echter belangrijk voor Nederlanders. Van alle vrijetijdsuitgaven spenderen wij het meest aan vakanties van vijf dagen of langer, en deze leveren ook het meeste welzijn op. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, van jongvolwassenen tot ouderen, zo blijkt uit ons onderzoek.

De uitzendbranche krijgt naar verwachting te maken met een teruglopende vraag, omdat we denken dat de werkloosheid dit en volgend jaar licht oploopt. Bij een afnemende arbeidsvraag worden tijdelijke en uitzendcontracten vaak als eerste beëindigd.

Zorg: stabiele groeier

De zorg wordt slechts in zeer beperkte mate beïnvloed door conjuncturele en geopolitieke ontwikkelingen.

De vergrijzing van de bevolking zorgt voor een structurele stijging van de vraag naar zorg, terwijl vanuit de aanbodszijde de groei wordt afgeremd door arbeidskrapte. Ook is het overheidsbeleid erop gericht om de stijging van de zorgkosten te beteugelen. Voor onze groeiverwachtingen zijn dan ook vooral de toekomstige maatregelen van het coalitieakkoord relevant.

Voor 2026 verwachten we per saldo een groei van 2,0% en voor 2027 van 1,6%. Daarmee is de zorgsector een van de snelst groeiende sectoren.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Sectorprognoses juni 2026: vooruitzichten verslechteren door conflict Midden-Oosten - Rabobank