Update
Sectorprognoses maart 2026: oorlog in het Midden-Oosten raakt alle sectoren
De industrie, bouw, vervoer, groothandel en reisbranche ondervinden rechtstreeks de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Naarmate het conflict langer duurt, is de impact forser en breder, ook voor andere sectoren. In deze sectorprognoses bespreken we de gevolgen voor de Nederlandse sectoren. Op basis van de huidige stand van zaken presenteren we een basisscenario en twee scenario’s bij verdere escalatie van het conflict.

In het kort
In deze sectorprognoses bespreken we de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten aan de hand van drie scenario's. De industrie, bouw, vervoer, groothandel en reisbranche ondervinden rechtstreeks de gevolgen. Naarmate het conflict langer duurt, is de impact forser en breder, ook voor andere sectoren.
Macro-economische ontwikkelingen
De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,9%. Voor 2026 en 2027 verwachten we een verdere economische groei van respectievelijk 1,4% en 1,5%. De huishoudconsumptie, internationale handel en overheidsuitgaven dragen positief bij aan de groei, terwijl de bedrijfs- en woninginvesteringen licht afnemen, zo schreven we eerder in ons Economisch Kwartaalbericht.
In onze voorspellingen houden we rekening met de impact van de oorlog in het Midden-Oosten, zie ook onze aparte publicatie: De impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie.
Het Economisch Kwartaalbericht bespreekt vooral de bestedingscomponenten van de economische groei: consumptie en investeringen door huishoudens, overheid en bedrijven. In de sectorprognoses richten we ons op de productiezijde van de economie: de waarde die wordt gecreëerd door de ‘productie’ van zowel bedrijven als de publieke sector.
We kijken in deze prognoses naar de ontwikkelingen van de toegevoegde waarde voor de hoofdsectoren. De toegevoegde waarde is de omzet minus de waarde van alle (ingekochte) halffabricaten en diensten die bij de productie zijn verwerkt. Omdat we kijken naar volumeontwikkelingen zijn onze prognoses gecorrigeerd voor prijsveranderingen.
Onze sectorprognoses in een notendop
In 2025 groeiden de sectoren industrie, zorg en vervoer het sterkst, met groeicijfers rond de 3% (zie figuur 1). Daarbij moet worden opgemerkt dat de groei in de industrie en het vervoer in de loop van 2025 al begon terug te lopen, zie ook onze toelichting bij het statistische ‘overloopeffect’ in de vorige sectorprognoses.
Mede daarom voorspellen we voor 2026 voor deze twee sectoren een matige groei van respectievelijk 1,6% en 0,9%, mits de oorlog in Iran van korte duur is. Bij een langduriger conflict kunnen de stijgende energieprijzen zorgen voor dalende volumes. Met name de energie-intensieve sectoren binnen de industrie zullen hier last van krijgen. In deze sectorprognoses ramen we de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in verschillende scenario’s.
In 2026 verwachten we dat de zorg de hoogste groei laat zien. In deze Sectorprognoses houden we nog geen rekening met de maatregelen uit het coalitieakkoord, aangezien de plannen nog niet volledig zijn uitgewerkt en grotendeels ook pas ná 2027 kunnen worden uitgevoerd.
Figuur 1: Sectorprognoses in toegevoegde waarde 2025-2027

Drie scenario's
De oorlog in het Midden-Oosten zorgt voor een stijging van de olie- en gasprijzen en belemmert een deel van de internationale goederenstromen. Omdat wij niet kunnen voorspellen hoe het conflict zich zal ontwikkelen, hebben we begin maart verschillende scenario's opgesteld en voor ieder scenario de economische impact ervan doorgerekend. In het basisscenario gaan we uit van een conflict dat van relatief korte duur is, waarbij de Straat van Hormuz tijdelijk geheel of gedeeltelijk gesloten is. Van een kortdurende oorlog kan sprake zijn wanneer Iran zich in heropende onderhandelingen bereid toont het nucleaire programma te verlaten, of wanneer de VS en Israël besluiten de aanvallen te stoppen. President Trump heeft zelf gehint op een operatie van vier tot vijf weken, maar sluit niet uit dat de aanvallen langer doorgaan. Daarom hebben we ook twee zwaardere scenario’s doorgerekend, waarbij de impact op de inflatie[1] en economische groei groter is. In box 1 hebben we de gehanteerde scenario's samengevat.
Op het moment van schrijven (10 maart 2026) past de actualiteit nog binnen de grenzen van het basisscenario. In dit scenario komt de olieprijs in maart en april gemiddeld uit rond de 86 dollar per vat en de gasprijs rond de 52 euro per MWh voordat beide in de zomer weer dalen. De dagkoersen zijn volatiel, en rond dit gemiddelde kunnen zich nog forse uitslagen omhoog of omlaag voordoen.
[1] Voor onze macro‑analyses – waaronder de sectorprognoses – gebruiken we doorgaans de HICP als inflatiemaatstaf, omdat deze Europees uniform is samengesteld en daarmee beter geschikt is voor internationale vergelijking. De inflatiecijfers in box 1 wijken daarom iets af van de inflatieprognoses in onze scenariostudie over de economische impact van het conflict in het Midden‑Oosten, waar we de effecten op de CPI lieten zien.
Box 1: Escalatie Midden-Oosten in drie scenario’s
In drie scenario’s onderzoeken we de invloed van de confrontaties in het Midden-Oosten op de olie- en gasprijzen en de Nederlandse inflatie. Een volledige beschrijving, inclusief inschattingen voor benzineprijzen en de energierekening staat in onze publicatie ’De impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie’.
In ons basisscenario gaan we ervan uit dat het gewapende conflict niet langer dan enkele weken duurt. De Straat van Hormuz, waarlangs een belangrijk deel van de mondiale olie- en gasproductie wordt vervoerd, is in dit scenario slechts tijdelijk grotendeels gesloten. De olieprijs stijgt in maart/april naar gemiddeld 86 dollar per vat Brent en de gasprijs (TTF) loopt op tot gemiddeld 52 euro per megawattuur (MWh), maar na afloop van het conflict dalen ze allebei vanaf de zomer ook weer relatief snel. De inflatie (HICP) in Nederland komt in 2026 uit op 2,6%, en in 2027 op 1,9% (vergeleken met 2,2% en 2,0% vóór het conflict). De economische groei komt in dit basisscenario in 2026 naar verwachting uit op 1,4% in plaats van 1,5%.
In scenario 2 is er in zijn geheel geen scheepvaart meer mogelijk door de Straat van Hormuz, wat tot grote schaarste leidt op de mondiale energiemarkten. De olieprijs loopt in dit scenario op naar gemiddeld 110 dollar per vat, gasprijzen naar 100 euro per MWh. De prijzen zakken vanaf de zomer weer maar blijven nog zeker driekwart jaar tot een jaar hoger dan vóór de oorlog. De inflatie (HICP) in Nederland komt in 2026 uit op 3,1%, en in 2027 op 1,7%. In dit scenario verwachten we voor 2026 een economische groei van 1,2% in plaats van 1,5%.
In scenario 3 worden belangrijke Saudi-Arabische olieproductiefaciliteiten en Qatarese gasproductielocaties vernietigd, waarna deze enkele jaren buiten werking blijven. In dit scenario is er langere tijd substantieel minder olie- en gasproductie. De schaarste stuwt de olieprijs op naar 150 dollar per vat en aardgas gaat richting de 125 euro per MWh. De prijzen blijven in dit scenario bovendien zeker enkele jaren hoger dan in het tweede scenario. De inflatie (HICP) in Nederland komt in dit scenario in 2026 uit op 4,4%, en in 2027 op 2,3%. De economische groei is in dit escalatie-scenario in 2026 niet 1,5% maar valt terug tot 0,6%.
Voor de commerciële sectoren zien we in 2026 grote verschillen in groeipercentages tussen de scenario’s (zie figuur 2). Vooral in scenario 3 is de impact fors. In 2027 zijn de verschillen in groeipercentages tussen de scenario’s gering. Dit betekent per saldo dat de terugval in 2026 niet wordt goedgemaakt in 2027.
Figuur 2: Conflict in Midden-Oosten raakt alle sectoren in 2026

Oorlog in Midden-Oosten raakt vooral de industrie, bouw, vervoer, groothandel en reisbranche
De industrie, de vervoersector, de bouw, de groothandel en de reisbranche ondervinden rechtstreeks de gevolgen van de stijgende energieprijzen, de beperkingen van de internationale scheep- en luchtvaart en de stijging van de binnenlandse transportprijzen door hogere brandstofprijzen, die het conflict in het Midden-Oosten veroorzaakt.
Hogere gasprijzen zorgen bijvoorbeeld voor druk op de industriële grootgebruikers van gas, zoals de chemische industrie, de basismetaalindustrie en de bouwmaterialenindustrie. Voor de industrie verwachten we dan ook een groei in toegevoegde waarde van 1,6% in 2026, in plaats van de 1,8% die we verwachtten vóór de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran. Mocht de situatie verder escaleren, dat zakt de groei terug naar 1,4% in 2026 in scenario 2. In ons meest negatieve scenario, scenario 3, groeit de sector in 2026 met nog maar 0,6% en loopt de sector in twee jaar tijd opgeteld bijna 2 miljard euro aan toegevoegde waarde mis (zie figuur 3), vergeleken met de beperktere escalatie zoals beschreven in ons basisscenario.
Figuur 3: In het slechtste scenario loopt de industrie bijna 2 miljard euro aan toegevoegde waarde mis

Naast de impact op de industrie voorzien we dat ook de bouwsector averij oploopt door het conflict in het Midden-Oosten vanwege hogere materiaal-, energie- en transportprijzen. Op dit moment gaan we nog uit van een toename in de toegevoegde waarde van 0,9% in 2026. Mocht de situatie verder escaleren dan zakt deze groei terug naar 0,6% in scenario 2 en naar 0,1% in scenario 3 (zie figuur 2).
Druk op de productie bij verschillende industriële sectoren en in de bouw zorgt ervoor dat ook de transportsector wordt geraakt door het conflict in het Midden-Oosten. De deelsector luchtvaart ondervindt hinder, omdat alle belangrijke (goederen)luchthavens in onder meer de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar tijdelijk onbereikbaar zijn of kampen met ernstige verstoringen. Hierdoor verwachten we dat in het ergste geval de groei in toegevoegde waarde van 0,9% voor 2026 kan omslaan in een krimp van -0,1%.
Niet alleen in het binnenland verwachten we hogere transportkosten. De recente escalatie zet de wereldwijde containervaart opnieuw onder druk. Rederijen waren de afgelopen weken juist voorzichtig begonnen met een terugkeer naar de Suezroute, maar die plannen zijn abrupt stilgezet. Nadat verschillende schepen in de regio onder vuur zijn genomen, mijden grote rederijen uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de hoge verzekeringspremies nu ook de Straat van Hormuz (zie figuur 4). De onzekerheid in de regio leidt tot langere vaartijden, verstoringen in vaarschema’s en krapte in capaciteit. Daardoor komen de containerprijzen onder opwaartse druk te staan.
Figuur 4: Aantal doorvaarten Suezkanaal en Straat van Hormuz tot en met 5 maart

Deze hogere transportkosten hebben een negatieve uitwerking op onder andere de sector groothandel. Door de oorlog verwachten we dat de handel opgeteld ruim een half miljard aan toegevoegde waarde misloopt in twee jaar tijd, vergeleken met het scenario zonder escalatie in het Midden-Oosten (zie figuur 5). Ook de ontwikkelingen in de detailhandel (zie verderop in deze sectorprognoses) zijn in deze prognoses meegenomen.
Figuur 5: Groothandel rechtstreeks geraakt door hogere transportprijzen

Tot slot ondervinden ook de reisbureaus, die tot de niet-specialistische zakelijke dienstverlening behoren, negatieve gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten. In het zwaarste scenario, scenario 3, voorzien we dat de toegevoegde waarde voor de niet-specialistische zakelijke dienstverlening in 2026 nauwelijks toeneemt en zelfs heel licht krimpt (zie figuur 2). In ons basisscenario gaan we uit van een toegevoegde waarde groei van 0,9% voor 2026 en 1,9% voor 2027.
Impact forser en breder bij langdurig conflict …
Hogere prijzen voor energie en transport raken niet alleen de industrie en de bouwsector. Al eerder hebben we laten zien hoe hogere gasprijzen via industriële sectoren en kosten voor energie en transport kunnen doorwerken in de rest van de economie.
De impact is groter naarmate het conflict langer duurt, en meer productielocaties van olie en gas worden uitgeschakeld. In het zwaarste door ons berekende scenario gaan we uit van vernietiging van cruciale energie‑infrastructuur in Qatar en Saudi-Arabië. De olie- en gasprijzen lopen in dit scenario fors op en blijven langdurig hoog, met hoge inflatie en beperkte economische groei tot gevolg, zoals aangegeven in box 1. De gemiddelde benzineprijs komt in dit scenario boven de 3 euro per liter, terwijl een nieuw energiecontract voor huishoudens tijdelijk oploopt tot ruim 400 euro per maand.
… en raakt ook detailhandel, horeca, informatie en communicatie en specialistische zakelijke dienstverlening
Huishoudens kunnen in het basisscenario een koopkrachtstijging voor 2026 en 2027 tegemoetzien, ondanks een lastenverzwaring om hogere defensie-investeringen te financieren. De verwachte loongroei ligt immers met circa 4% in 2026 en zo’n 3% in 2027 ruim boven de inflatie in het basisscenario. Daarnaast krijgen gepensioneerden bij pensioenfondsen die begin dit jaar zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel vanaf dit voorjaar een aanzienlijk hogere uitkering.
In het zwaarste risicoscenario loopt de inflatie echter op naar gemiddeld 4,4% in 2026 en 2,3% in 2027. De hogere inflatie zal leiden tot hogere looneisen, maar omdat loongroei doorgaans met enige vertraging reageert, verdwijnt in dit geval in 2026 de koopkrachtstijging voor werkenden als sneeuw voor de zon.
Consumenten die worden geconfronteerd met prijsstijgingen, zullen terughoudender zijn met uitgaven in bijvoorbeeld de detailhandel, bij reisbureaus en in de horeca. Zo groeit de horeca dit jaar in het basisscenario nog met een zeer krappe 0,3%, onder andere vanwege de hogere btw op logies (die per 2026 is gestegen van 9% naar 21%), wat de vooruitzichten al eerder temperde. In scenario 2 is er geen sprake meer van groei (0%) en in scenario 3 is er zelfs een lichte krimp (-0,3%), mede omdat de horeca relatief gevoelig is voor hogere energiekosten.
Binnen de detailhandel stijgen de prijzen in de supermarkten waarschijnlijk als eerste. De prijzen van voedingsmiddelen reageren namelijk doorgaans al binnen enkele maanden op verhoogde energiekosten. Bij de non-food is de vertraging vaak een jaar of langer (zie RaboResearch 2022, zie tabel 1).
Tabel 1: Impact van energieprijsschok op prijzen van voedsel en consumentenproducten

Niet alleen consumenten maar ook bedrijven worden door toenemende kosten en onzekerheid terughoudender met uitgaven en in het bijzonder in het doen van investeringen. Dit raakt onder andere de sectoren informatie en communicatie en de specialistische zakelijke dienstverlening. In het basisscenario groeien deze sectoren in 2026 nog met 1,9%. Dat is slechts een tiende procentpunt lager dan in het oude basispad, zónder het conflict in het Midden-Oosten. In scenario 3 valt de groei van deze sectoren echter terug naar respectievelijk 1,3% en 1,2%. Op deze manier lopen de effecten door alle sectoren van de economie.
Alleen de zorg wordt slechts in zeer beperkte mate beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen. Ieder slechter scenario kost slechts 0,1 procentpunt aan groei van de toegevoegde waarde. Voor deze sector zijn vooral de maatregelen van het coalitieakkoord relevant.
Box 2: Hoe maken we de sectorprognoses?
Voor onze voorspellingen maken we gebruik van een sectormodel. Dit is een model dat zich onder andere baseert op de historische ontwikkelingen van omzet en toegevoegde waarde van verschillende sectoren die beschikbaar zijn bij het CBS. Samen met de sectormanagers bekijken we de modeluitkomsten en sturen we waar nodig bij. Op deze manier verrijken we de modeluitkomsten met de visie van de experts. Helaas zijn niet voor alle sectoren historische omzetdata beschikbaar. Het CBS heeft geen historische omzetdata voor de deelsectoren van de zorg. Hierdoor zijn we voor deze omzetprognoses meer afhankelijk van het oordeel van de experts.
Geen scenario's bij omzetprognoses
Bij de toegevoegde waarde hanteren we constante prijzen, en kijken we dus naar volumes. De omzetontwikkeling omvat zowel volume als prijs. Het conflict in het Midden-Oosten zal in veel sectoren een opwaarts effect hebben op in- en verkoopprijzen en een neerwaarts effect op de volumes. Afhankelijk van welk van deze twee tegengestelde effecten het sterkst is, zal de totale omzet dus hoger of juist lager uitvallen. Dit maakt het voorspellen van de omzet extra complex. Wij publiceren daarom alleen omzetprognoses voor het basisscenario. Voor de sectoren industrie en bouw hebben wij op dit moment geen cijfermatige omzetprognose beschikbaar.
Omzetontwikkeling per deelsector
Foodmarkt in rustiger vaarwater, voor zolang het duurt
Eigenlijk zou 2026 het jaar moeten worden van relatieve rust op de Nederlandse voedingsmiddelenmarkt. Geholpen door een verbeterde koopkracht zou het voorzichtige vraagherstel uit de tweede helft van vorig jaar doorzetten. Met dank aan de reeds gedaalde grondstofprijzen in bijvoorbeeld zuivel en varkensvlees zou de verwachte gemiddelde omzetgroei van producenten iets dalen en zou de voedingsmiddeleninflatie dit jaar tot onder de 2% zakken. Dit scenario is nog steeds mogelijk, maar dan moet het energietransport door de Straat van Hormuz wel weer snel op gang komen.
Als de onrust in de wateren ten zuiden van Iran aanhoudt en de olie- en gasprijzen dientengevolge verder oplopen, dan is de eerste vraag wat dat op korte termijn met het consumentenvertrouwen gaat doen. Meer terughoudendheid bij consumenten en hogere benzineprijzen kunnen de bodem onder het toch al broze vraagherstel wegslaan. Als de hogere energieprijzen daadwerkelijk aanhouden, dan ontkomen voedingsmiddelenproducenten er niet aan om deze hogere directe en indirecte kosten (denk aan kunstmest, verpakkingen et cetera) te zijner tijd door te belasten. Door termijncontracten en de noodzakelijke onderhandelingen met supermarktinkopers kan het drie tot negen maanden duren voor we de impact op consumentenprijzen gaan zien, maar dan kunnen het inflatiecijfer en de omzetgroeiverwachtingen voor de voedingsmiddelenbranche in 2027 weer snel oplopen. Dat hebben we in 2023 na de coronapandemie wel ervaren.
Meer weten?
Aanspreekpunt voor de sector food: Sebastiaan Schreijen.
Industrie in transitie: groei in hightech, structurele druk in energie-intensieve sectoren
Het huidige conflict in het Midden-Oosten zorgt voor een zeer onzekere economische situatie zoals hierboven ook al is beschreven. Grote delen van de industrie worden bovengemiddeld geraakt en zijn afhankelijk van hoe de situatie zich de komende weken verder ontwikkelt. Zeker als de straat van Hormuz dicht blijft of als productiecapaciteit wordt vernietigd, zal de industrie hier flink last van hebben. Daarom publiceren we enkel een prognose voor de toegevoegde waarde voor de industrie, maar geen cijfermatige omzetprognoses voor de diverse deelsectoren.
Ondanks het conflict in het Midden-Oosten verwachten we voor 2026 voor de hele industrie een bescheiden groei. De verschillen tussen deelsectoren blijven echter groot. Als gevolg van stijgende grondstof- en energieprijzen zoals olie en gas zullen de energie-intensieve sectoren zoals de chemie en de basismetaal nog verder onder druk komen te staan. Structurele productieverminderingen en blijvende druk op de marges lijken dan voor deze sectoren onvermijdelijk. Positiever zijn we voor de hightechindustrie. Deze groeit naar verwachting in 2026, vooral door het herstel van de semiconsector. Hiervan profiteren onder andere machinebouwers, de elektronica-industrie en de metaalproductenindustrie. Deze laatste sector heeft momenteel nog te maken met overcapaciteit en prijsdruk, maar wij voorzien herstel later in het jaar.
Het verdere herstel van de industrie hangt af van diverse externe factoren waarop ondernemers zelf beperkte invloed hebben. Niet alleen de uitkomst van het conflict in het Midden-Oosten speelt hier een rol, maar ook andere factoren zoals de onzekerheid over importtarieven, politieke besluitvorming over de stikstofaanpak, netcongestie en de snelheid waarmee de defensie-industrie kan opschalen.
Meer weten?
Aanspreekpunten voor de sector industrie: Yorick Cramer en Kees de Schipper.
Bouw: vallen en opstaan
De productie in de burgerlijke bouw en utiliteitsbouw (B&U) en grond-, water- en wegenbouw (GWW) in 2025 was volgens de eerste ramingen van CBS fors hoger dan wij hadden geschat. Door een sterk vierde kwartaal bedroeg de jaargroei respectievelijk 6,9% en 10,9%. Onze inschatting was lager vanwege beperkingen met stikstof, netcongestie, wateraansluitingen en plan- en bezwaarprocedures. Een toenemend aantal bedrijven ervaart personeelskrapte als belemmerend.
Voor dit jaar zijn de verwachtingen voor B respectievelijk U sterk afwijkend. De woningbouw herstelt sterk doordat er een stuwmeer aanwezig is van te beginnen of recent gestarte projecten. In de utiliteitsbouw daalt de nieuwbouwproductie (net als in 2025). De GWW kan de mooie groei van 2025 niet volledig doorzetten ondanks voldoende noodzaak en budgetten voor herstel/onderhoud aan bruggen/viaducten/sluizen en verwachte defensieopdrachten. Onderhoud, dat sterk wordt bepaald door verduurzaming van woningen en gebouwen, vormt een redelijk sterke basis voor veel bedrijven. Voor installatiebedrijven verwachten wij een continue groei; deze bedrijven dragen bij aan diverse transities zoals energie, verduurzaming en elektrificatie. Het aandeel installatiekosten in de aanneemsom van een gebouw (de installatie-quote) neemt nog jaarlijks toe.
Maatregelen van het zojuist aangetreden kabinet-Jetten kunnen het herstel in 2026 en 2027 beïnvloeden. Worden voorstellen van adviesgroep STOER bijvoorbeeld tot wet gemaakt en wordt een planbatenheffing ingevoerd? Een langer durende oorlog in het Midden-Oosten kan voor leveringsonzekerheid zorgen en leiden tot prijsstijgingen van bouwmaterialen en transport.
Meer weten?
Aanspreekpunten voor de sector bouw: Geert Dirkse en Hans-Hugo Smit.
Handel: gematigde groei in een uitdagende internationale omgeving
De vooruitzichten voor de Nederlandse handelssector zijn in 2026 overwegend positief. Ondanks de huidige oorlog in het Midden-Oosten en de recente verhoging van de Amerikaanse importheffingen blijft de non-food detail- en groothandel als geheel veerkrachtig. Vrijwel alle deelsectoren voorzien groei, gesteund door een combinatie van stabiliteit op de arbeidsmarkt en een verdere (lichte) verbetering van de koopkracht. Dat consumenten ondanks het aanhoudend negatieve consumentenvertrouwen blijven besteden, onderstreept de robuustheid van de binnenlandse vraag. Tegelijkertijd is het voor ondernemers essentieel om alert te blijven op veranderende internationale handelsvoorwaarden en hun bedrijfsvoering daarop tijdig aan te passen.
Detailhandel non-food: stabiele binnenlandse vraag als fundament
Ondanks de verwachte stijging van de inflatie blijven huishoudens in 2026 in ons basisscenario opnieuw profiteren van gestegen koopkracht, wat de bestedingen in de detailhandel ondersteunt. Met name de deelsector meubels en wooninrichting zet de ingezette lijn uit 2025 door. De vraag naar woninggerelateerde producten blijft daarbij solide, geholpen door een toename in woningverkopen en een normale vervangingscyclus in duurzame consumptiegoederen. Al kan een verdere escalatie van de oorlog in het Midden-Oosten ook hier roet in het eten gooien.
In consumentenelektronica verwachten we herstel na het zwakke 2025. Grote sportevenementen zoals de Olympische Winterspelen en het WK Voetbal dragen traditioneel bij aan extra vraag naar televisies, audioapparatuur en andere elektronische producten. Prijsopdrijvende effecten van schaarste in (computer)chips kunnen de omzet positief beïnvloeden, al kan dit ten koste gaan van het volume. In de overige non-foodsectoren zien we een stabiel groeitempo dat aansluit bij het niveau van vorig jaar. De structurele groei van online verkoop blijft in de meeste segmenten een belangrijke stimulans, waarbij retailers hun fysieke en digitale kanalen steeds beter integreren.
Groothandel: groei ondanks internationale onzekerheid
Ook voor de groothandel voorzien we groei in 2026. De internationale handelsomgeving blijft complex, mede door aanvullende importheffingen die de vraag vanuit de Verenigde Staten kunnen temperen. De huidige oorlog in het Midden-Oosten verstoort de handelsketens (tijdelijk) wat mede een prijsopdrijvend effect heeft. Tegelijkertijd blijft de afzet in Europese en binnenlandse markten naar verwachting voldoende sterk om een positieve omzetontwikkeling te ondersteunen. Hierdoor kunnen veel non-foodgroothandelaren hun marktpositie vasthouden en in sommige gevallen verder uitbouwen. De hogere olieprijzen zullen met name in 2026 leiden tot een forse omzetgroei voor de deelsector Overige gespecialiseerde groothandels, gevolgd door een rappe daling in 2027 als het conflict tijdig wordt beëindigd en de olieproductie en het transport weer snel kunnen worden hervat.
Tabel 2: Omzetprognoses handel

Meer weten?
Aanspreekpunt voor de sector handel: Peter van Heerde.
Transport en mobiliteit: veranderende wet- en regelgeving en druk op marges
Transport: stijgende kosten zorgen voor urgentie van doorbelasten aan klant
Voor 2026 verwachten we een omzetgroei van 1,3%. Dit is lager dan de 4,8% van 2025 die zich ook kenmerkte door geopolitieke spanningen en verstoringen in internationale logistieke ketens. Dat zal dit jaar niet anders zijn gezien de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De groei wordt ingegeven door de positieve perspectieven voor de bouw, metaalindustrie, detailhandel en groothandel. Voor de chemische industrie zijn de vooruitzichten minder positief wat alles bij elkaar zorgt voor een gematigde groei in de transportsector.
Een van de ontwikkelingen in 2026 is de invoer van de vrachtwagenheffing, die een flinke verandering meebrengt voor bedrijven met een focus op binnenlands transport. Daarnaast stijgen de loonkosten verder. De combinatie van deze stijgende kosten zorgt voor de noodzaak om deze door te belasten aan de klant, gezien de vaak toch al krappe marges in de sector. Door de oorlog in het Midden-Oosten lopen de brandstofkosten harder op. Dit zal vooral op grootgebruikers van brandstof veel impact hebben als zij de kosten niet (geheel) kunnen doorberekenen aan de opdrachtgever. Los daarvan zien we dat brandstofclausules weliswaar grotendeels ruimte bieden voor doorbelasten, maar wel met vertraging, waardoor de gestegen prijzen zorgen voor een beslag op het werkkapitaal.
Mobiliteit: wet- en regelgeving bepaalt de markt
Per saldo wijkt het aantal verkochte personenauto’s in 2026 naar verwachting niet veel af van dat in 2025. Eind 2026 zal een piek in de aanschaf van hybride en benzinevoertuigen zichtbaar zijn, aangezien in 2027 de pseudo eindheffing wordt ingevoerd. Hierbij betalen werkgevers een extra belasting voor de inzet van brandstofauto’s. Dit geldt ook voor vrachtwagens, waarbij hoogstens een lichte stijging zichtbaar zal zijn. Bedrijfswagens groeien ook, na een enorme daling in 2025 die was ingegeven door de bpm-wetgeving. Van bedrijfswagens en trucks neemt het aandeel elektrisch flink toe. En in 2027 ook van personenauto’s. Voor 2027 verwachten we verder herstel van de verkoop van nieuwe voertuigen en een verdere elektrificatie, wat zorgt voor hogere aanschafprijzen en daarmee hogere omzetten.
Voor aftersales voorzien we vooral stabiliteit, waarbij arbeidskrapte het groeipotentieel drukt en de loonkosten doet stijgen. Op de lange termijn verwachten we bij verdere elektrificatie een afname van de vraag naar onderhouds- en reparatiediensten. Op de korte en middellange termijn heeft de elektrificatie echter nog weinig invloed op de omzet van de aftersales markt, gezien het beperkte tempo waarop dit plaatsvindt.
Tabel 3: Omzetprognoses transport

Meer weten?
Aanspreekpunten voor de sector mobiliteit en transport: Irma Belgraver en Marieke Kuijpers.
Horeca: wisselend beeld door btw-verhoging
De vooruitzichten voor de horeca- en recreatiesector in 2026 en 2027 laten een gematigd en wisselend beeld zien. In ons basisscenario zorgt de toename van het besteedbaar inkomen voor een lichte groei van de consumentbestedingen, wat de sector ondersteunt. Toch blijft het consumentenvertrouwen kwetsbaar, waardoor deze groei beperkt is.
Daarbij zien we in de sector grote verschillen: met name logiesaanbieders gaan een uitdagend jaar tegemoet. De btw-verhoging op logies van 9% naar 21% per 1 januari 2026 heeft een drukkend effect op de omzet. Deze maatregel maakt overnachtingen duurder, waardoor we vraaguitval verwachten. We voorzien ook dat ondernemers de kosten niet altijd kunnen doorberekenen, waardoor hotels en vakantieparken fors worden geraakt. Campings kunnen juist wel profiteren, aangezien zij niet te maken hebben met de btw-verhoging.
De oorlog in het Midden-Oosten heeft op korte termijn een beperkte impact. Afhankelijk van de duur en reikwijdte van het conflict kunnen hogere inkoopprijzen en energieprijzen wel een verdere druk op de marges zetten. Het CBS rekent de sector tot de vier meest energie‑intensieve bedrijfstakken van Nederland, naast chemie, vervoer en landbouw. Daardoor werkt een nieuwe energieprijsschok flink door in de marge wanneer het vaste energiecontract afloopt.
Tegelijkertijd lopen de kosten voor personeel en overige kosten verder op, waardoor ondernemingen hun marges moeilijk op peil kunnen houden.
Voor 2027 verwachten we een lichte stabilisering; met een normaliserende inflatie en een zich herstellende vraag kan de sector voorzichtig groeien, al blijven schulden, arbeidsmarktkrapte en hoge vaste lasten belangrijke aandachtspunten.
Tabel 4: Omzetprognoses horeca

Meer weten?
Aanspreekpunt voor de sector horeca: Jos Klerx.
Informatie en communicatie: groeien onder druk
Telecom: blijven investeren in innovatie
De telecomsector groeit bescheiden. De vraag naar data explodeert door streaming, cloud-toepassingen en AI-toepassingen, maar dit vertaalt zich niet automatisch in hogere marges. Integendeel: prijsdruk, stevige concurrentie en hoge investeringen in infrastructuur (glasvezel, 5/6G en cloud) zetten de winstgevendheid onder druk. Tegelijkertijd wordt telecom steeds meer gezien als kritieke infrastructuur, wat leidt tot strengere regelgeving en hogere eisen aan veiligheid en betrouwbaarheid. De uitdaging: blijven investeren in capaciteit en innovatie, terwijl het verdienmodel in deze verzadigde markt continu onder druk staat. Maar er is licht aan het eind van de tunnel. Het grootste deel van de investeringen lijkt achter de rug, zeker in Nederland.
Media: zoeken naar schaal en vertrouwen
De mediasector bevindt zich midden in een structurele transformatie. Traditionele advertentie-inkomsten staan onder druk door de dominantie van mondiale platforms, terwijl consumenten verwachten dat content altijd, overal en vaak gratis beschikbaar is. Groei zit vooral in digitale abonnementen, niche-content en samenwerkingen, maar schaal is cruciaal om te kunnen concurreren. Tegelijkertijd staat het vertrouwen in de media onder druk en groeit de noodzaak om te investeren in kwaliteit, fact-checking en onderscheidende journalistiek. De uitdaging: een duurzaam verdienmodel vinden in een gefragmenteerd en platformgedreven landschap.
IT: motor van productiviteit — met groeipijn
Als enabler van digitalisering in de andere sectoren blijft de IT-sector de duidelijke groeimotor binnen informatie & communicatie. Organisaties investeren massaal in digitalisering, cybersecurity, data-analyse en kunstmatige intelligentie om hun productiviteit te verhogen en nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. Hierdoor blijft de vraag naar IT-diensten en software sterk. Toch kent ook deze sector knelpunten. Krapte op de arbeidsmarkt en stijgende loonkosten kunnen de groei remmen. Toenemende geopolitieke spanningen, zeker met de huidige oorlog in het Midden-Oosten, zorgen voor meer onzekerheid en dat kan resulteren in afnemende investeringsbereidheid. Digitale autonomie wordt naar de toekomst toe een steeds belangrijker strategisch agendapunt voor organisaties, zeker in kritische sectoren zoals de overheid, zorg, energie of digitale infrastructuur. IT-bedrijven moeten hun advies, producten en dus hun toekomstig verdienmodel hierop aanpassen.
Tabel 5: Omzetprognoses informatie en communicatie

Meer weten?
Aanspreekpunt voor de sector informatie en communicatie: Mark van Kampen.
Zakelijke dienstverlening: vraag en aanbod van diensten meer in balans
Specialistische zakelijke dienstverlening
De omzet van de specialistische zakelijke dienstverlening blijft groeien, al wordt deze stijging vooral gedreven door tariefsverhogingen. Bedrijven vragen hogere tarieven enerzijds om de winstgevend op peil te houden en anderzijds om te investeren in digitalisering. Hoewel de spanning op de arbeidsmarkt iets afneemt, blijft de arbeidsmarkt namelijk krap, met name voor functies waarin gespecialiseerde kennis en vaardigheden nodig zijn.
Uit recente CBS‑cijfers blijkt dat steeds minder ondernemers het personeelstekort zien als grootste groeibelemmering: in januari 2026 antwoordde 45% van de ondernemingen dit, tegenover 63% een jaar eerder. Deze ontwikkeling hangt samen met een stijgende arbeidsproductiviteit, mede dankzij digitalisering. Ook zien we dat het gebruik van AI-toepassingen toeneemt. Hierdoor verandert de behoefte aan personeel, waarbij met name de vraag naar junior functies afneemt doordat technologie meer ondersteunend werk overneemt.
Tegelijkertijd zien we dat de vraag naar zakelijke diensten iets terugloopt. De combinatie van een licht afnemende vraag en een ruimer wordend aanbod zorgt ervoor dat de markt meer in balans komt.
Bovendien kan het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten leiden tot grotere geopolitieke en financiële onzekerheid. Dat kan de investeringsbereidheid van bedrijven verder afremmen en daarmee druk zetten op de toekomstige groei binnen de specialistische zakelijke dienstverlening.
Tabel 6: Omzetprognoses specialistische zakelijke dienstverlening

Overige zakelijke dienstverlening
De overige zakelijke dienstverlening omvat een breed scala aan bedrijven, waarin uitzendbureaus en arbeidsbemiddelaars een aanzienlijk aandeel hebben. Juist in deze sector blijft de omzetgroei achter ten opzichte van andere branches binnen de zakelijke dienstverlening. Dit komt vooral doordat het aantal gewerkte uren is gedaald. Tegelijkertijd stijgt de toegevoegde waarde binnen de uitzendbranche. Dit wijst op een hogere marge per gewerkt uur of op een efficiëntere bedrijfsvoering. Met andere woorden: de branche krimpt in volume, maar niet in waarde. Die toegenomen waarde is bovendien essentieel in het licht van de nieuwe cao‑afspraken en de Wet Toezicht Terbeschikkingstelling Arbeidskrachten (WTTA).
De reisbranche heeft te maken met de impact van de oorlog in het Midden-Oosten. De onzekerheid over deze regio kan immers leiden tot terughoudendheid bij consumenten om verre of duurdere bestemmingen te boeken. Reisbureaus die specifiek aanbod in het Midden-Oosten hebben, of die de regio als hub gebruiken merken de gevolgen direct. Maar duurdere vliegtickets kunnen ook de keuze voor een vakantiebestemming in het algemeen beïnvloeden.
Binnen de overige zakelijke dienstverlening zijn er ook duidelijke groeiers. De sterkste omzetstijging is te zien in de beveiligingsbranche, bij hoveniers en in de schoonmaaksector. In deze sectoren speelt de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt een grote rol: bij hoveniers en schoonmaakbedrijven ervaart 62% personeelskrapte als belangrijkste uitdaging, in de beveiligingssector zelfs 70%. Dit leidt tot hogere tarieven en een selectiever aanbod van diensten.
Daarmee blijft de dynamiek binnen deze brede sector sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van personeel en de mogelijkheid om waarde toe te voegen.
Tabel 7: Omzetprognose overige zakelijke dienstverlening

Meer weten?
Aanspreekpunt voor de sectoren specialistische en overige zakelijke diensten: Reinder Koelewijn.
Zorg en welzijn: benieuwd naar keuzes Kabinet-Jetten
De zorg laat een gestage groei zien. Zo was in 2024 de gemiddelde EBITDAR-marge over de hele zorgsector 8,4%, ten opzichte van 8,0% het jaar ervoor.
De zorg wordt slechts in zeer beperkte mate beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen. Voor deze sector zijn vooral de toekomstige maatregelen van het coalitieakkoord relevant.
Het kabinet-Jetten wil de zorgkosten minder hard laten stijgen door het eigen risico te verhogen en door vanaf 2030 minder te vergoeden in de ouderenzorg. Daarnaast richt het kabinet zich op preventie, wat uiteindelijk moet leiden tot de ‘gezondste generatie ooit’. Op korte termijn worden daarom maatregelen voorgesteld om toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg te verbeteren, terwijl een staatscommissie zorg aanbevelingen zal moeten gaan doen over een financieel houdbaar zorgstelsel voor de langere termijn.
Door het eigen risico te verhogen, verschuiven de lasten van het collectief naar mensen die zorg gebruiken. Het kabinet wil het eigen risico in delen laten betalen, met een maximum van 150 euro per behandeling. Vanaf 2030 wordt er voor bijna 2 miljard euro bezuinigd op de ouderenzorg. In de praktijk betekent dit dat ouderen in een verpleeghuis meer moeten gaan betalen en minder vergoed krijgen. Voor wijkverpleging komt een eigen bijdrage, en in het gemeentelijk domein wordt er gekort op de WMO-huishoudelijke hulp.
Om de betaalbaarheid van ons zorgstelsel te borgen, krijgen zorgverzekeraars een stevigere rol om passende zorg in te kopen. Het Zorginstituut krijgt hierdoor ook een steviger rol. Na 2030 moet dit meer dan een half miljard euro per jaar opleveren. Tot slot streeft het kabinet ernaar om vanaf 2029 de ongecontracteerde zorg af te schaffen. Dit kan impact hebben op het innovatieve vermogen van de zorgsector.
Het nieuwe kabinet wil investeren in preventie en welzijn en hiervoor vanaf 2028 een bedrag van 35 miljoen euro per jaar vrijmaken. Ook is het van plan om het 50 miljoen extra per jaar in sport te investeren. Het kabinet wil bouwen aan de gezondste generatie ooit, met fundamentele verschuivingen van zorg naar gezondheid, van behandelen naar voorkomen, en van individuele oplossingen naar een sterke sociale basis.
Tabel 8: Omzetprognoses zorg

Meer weten?
Aanspreekpunten voor de sectoren zorg en welzijn: Marleen Jansen en Bas Laan.




