Update

Oorlog in het Midden-Oosten raakt de economie van alle Nederlandse regio’s

18 maart 2026 6:00 RaboResearch

De Nederlandse regio's zijn in verschillende mate gevoelig voor de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Regio's waarin energie-intensieve sectoren groot zijn, worden het sterkst geraakt. Groot-Amsterdam en Zuidoost-Noord-Brabant (omgeving Eindhoven) groeien in 2026 in alle scenario’s een stuk harder dan het landelijk gemiddelde.

vrachtschip

In het kort

    De oorlog in het Midden-Oosten raakt alle Nederlandse regio’s, maar zorgt ook voor flinke onzekerheid in onze regionaal-economische voorspellingen. We hebben gekeken naar de gevoeligheid van regionale economieën voor de economische gevolgen in verschillende scenario’s van het conflict. In energie-intensieve regio’s als Delfzijl en omgeving en Zeeuwsch-Vlaanderen is deze gevoeligheid het grootst. Maar de gevoeligheid wordt niet alleen bepaald door energieprijzen in energie-intensieve sectoren in regio’s. Ook hogere inflatie en meer onzekerheid hebben daar effect op. In alle scenario’s die we hebben doorgerekend, is de groei in 2026 naar verwachting het hoogst in de regio’s Groot-Amsterdam en Zuidoost-Noord-Brabant.

Economische verwachtingen in verschillende scenario’s

De Nederlandse economie is in 2025 met 1,9% gegroeid. Voor 2026 verwachten we een groei van 1,4%. Deze verwachting is omgeven door flinke onzekerheid vanwege het onvoorspelbare verloop van de oorlog in het Midden-Oosten. Die zorgt voor een stijging van de olie-en gasprijzen en belemmert een deel van de internationale goederenstromen.

Omdat we het verloop van de oorlog niet kunnen voorspellen, hebben we verschillende scenario’s ontwikkeld: een basisscenario en twee risicoscenario’s. Aan de hand van deze scenario’s hebben we eerder gekeken naar de invloed van de oorlog in Iran op de economische groei, olie- en gasprijzen, inflatie en ook op de benzineprijzen en energierekening. Deze scenario’s lichten we uitgebreid toe in deze publicatie, en beknopt in de bijlage onder dit stuk. Op het moment van schrijven gaan we uit van ons basisscenario: een oorlog die enkele weken duurt en die zorgt voor een tijdelijke verhoging van de olie- en gasprijzen en daarmee van de inflatie.

Industrie, handel, vervoer, bouw en reisbranche zijn het meest gevoelig voor de huidige geopolitieke ontwikkelingen

In eerste instantie zijn de industrie, bouw, vervoer, groothandel en de reisbranche het meest gevoelig voor de economische gevolgen van het conflict. De sectoren worden niet alleen geraakt door hogere energieprijzen. Meer onzekerheid kan er bijvoorbeeld ook toe leiden dat bedrijven investeringen[1] uitstellen, en de oplopende inflatie kan consumentenbestedingen drukken, wat effect kan hebben op onder andere de horeca.

De industrie groeit in 2026 naar verwachting met 1,6%. Dat is duidelijk lager dan de 3,3% groei in 2025 en past bij het beeld van afnemende groei dat zich in de loop van 2025 al aftekende. In het zwaarste escalatiescenario (zie bijlage) groeit de industrie met slechts 0,6%.

Voor de transportsector komen we in het basisscenario uit op een groei van 0,9% in 2026. Door onder andere de hogere brandstofprijzen ligt deze groei al enkele tienden lager dan in een situatie zonder het conflict in Iran. In het zwaarste scenario slaat dit zelfs om in een lichte krimp van 0,1%.

De stijgende brandstofkosten en oplopende inflatie drukken ook de vooruitzichten voor de handelssector. In het huidige basisscenario voorzien we voor de sector een groei van 1,6% in 2026. In het zwaarste escalatiescenario halveert deze groei tot 0,8%.

Uiteindelijk worden alle sectoren geraakt als het conflict in het Midden-Oosten lang aanhoudt, ook dienstensectoren. Dit komt onder andere door oplopende inflatie en grotere onzekerheid die investeringen drukt.

[1] Dit kunnen investeringen in kapitaalgoederen zijn, maar bijvoorbeeld ook adviestrajecten of digitaliseringsprojecten.

Gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor de Nederlandse regio’s

Groot-Amsterdam en Zuidoost-Noord-Brabant (omgeving Eindhoven) blijven ook in 2026 in alle scenario’s een stuk harder groeien dan het landelijk gemiddelde (zie figuur 1). Groot-Amsterdam (+3,0%) dankt de verwachte groei aan de relatief gunstige verwachtingen voor de ICT-sector en de specialistische zakelijke dienstverlening, waar veel bedrijven in deze regio onder vallen. Beide sectoren groeien naar verwachting met 1,9% in 2026. Zuidoost-Noord-Brabant (+2,9%) is sterk afhankelijk van de hoogtechnologische maakindustrie in de regio, gedreven door chipmachinefabrikant ASML die in 2025 een recordjaar beleefde.

In de Kop van Noord-Holland, waar onder andere Den Helder onder valt, zijn de verwachtingen minder positief. Dit komt grotendeels door de verwachte forse krimp van de landbouwsector in 2026 (-3,3%). De landbouw is een belangrijke pijler van de economie in deze regio, met een groot aandeel bloembollen- en overige sierteeltbedrijven. Deze bedrijven hadden al te maken met uitdagingen rond de transitie van aardgas naar elektriciteit, de normen van de Kaderrichtlijn Water, het wegvallen van chemische gewasbeschermingsmiddelen en personeelstekorten. In het huidige basisscenario gaan we nog uit van een gematigde groei van 0,4%. In scenario 3 verwachten we een krimp van 0,4% voor dit gebied.

We verwachten in het basisscenario dat ook de economie van IJmond, die voor een groot deel afhankelijk is van de staalindustrie, dit jaar krimpt met 0,4%. Als we opschuiven naar scenario 3 – met een langere duur van de oorlog in Iran – komt de krimp in deze regio naar verwachting uit op 1,2%.

Figuur 1a: Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: voor conflict

Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: voor conflict
Bron: RaboResearch 2026

Figuur 1b: Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: basisscenario

Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: basisscenario
Bron: RaboResearch 2026

Figuur 1c: Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: scenario 2

 Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: scenario 2
Bron: RaboResearch 2026

Figuur 1d: Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: scenario 3

Groeiverwachtingen voor de Nederlandse regio’s in vier scenario’s: scenario 3
Bron: RaboResearch 2026

Box 1: De regioprognoses zijn gebaseerd op een mix van historische data en voorspellingen

Economische groei verschilt per regio, en dat is deels te verklaren door de sectorstructuur: het geheel aan sectoren dat de regionale economie vormt. Regio’s met een relatief groot aandeel in snelgroeiende sectoren, zoals de informatie- en communicatietechnologie, profiteren van de groei in deze sectoren. Omgekeerd blijft de verwachte groei juist achter in regio’s met een sterke vertegenwoordiging van sectoren waar de groei onder druk staat.

De sectorstructuur is echter niet de enige bepalende factor. Ook het regionale ondernemerschapsklimaat speelt een belangrijke rol. Regio’s waar bedrijven kunnen floreren dankzij een sterke kennisinfrastructuur, goede fysieke bereikbaarheid, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de aanwezigheid van bedrijvencentra waar kennisuitwisseling plaatsvindt, hebben een groter groeipotentieel. Deze omstandigheden versterken het aanpassingsvermogen van de regio’s en vergroten hun groeipotentieel, ook in economisch uitdagende tijden.

Energie-intensieve regio’s ondervinden directe impact

De oorlog in het Midden-Oosten zorgt ervoor dat de olie- en gasprijzen stijgen en belemmert een deel van de internationale goederenstromen. Stijgende energieprijzen raken alle Nederlandse sectoren, en ook alle Nederlandse regio’s. De stijgende energieprijzen hebben direct impact op de meest energie-intensieve sectoren, zoals de (chemische) industrie, logistiek en bouw. We kijken hier naar de het energieverbruik per sector per baan in de Nederlandse regio’s, omdat de economische schokken als gevolg van de huidige geopolitieke situatie de energie-intensieve sectoren raakt. Dat maakt de regionaal-economische groei voor gebieden waarvan de economie voor een groot deel op energie-intensieve sectoren draait, extra onzeker.

De meest energie-intensieve regio’s zijn Delfzijl en omgeving en Zeeuws-Vlaanderen (zie figuur 2). Hun energie-intensiteit is bijna vijf keer zo hoog als het Nederlandse gemiddelde. Daarnaast is de regio IJmond sterk energie-intensief. Andere regio’s met een bovengemiddelde energie-intensiteit zijn: Groot-Rijnmond, Overig Zeeland (Middelburg), Zuidoost-Zuid-Holland (Dordrecht), West-Noord-Brabant (Roosendaal), Zuid-Limburg, Zuidoost-Drenthe (Emmen) en Oost-Groningen.

De minst energie-intensieve regio’s in Nederland zijn de regio’s Den Haag, Haarlem, Utrecht en Groot-Amsterdam. In deze regio’s zijn de dienstensectoren relatief groot, sectoren waar de energie-intensiteit lager is. Ook Brainport Eindhoven (Zuidoost-Noord-Brabant) is relatief weinig energie-intensief, net als delen van Friesland en Drenthe.

Figuur 2: Energie-intensiteit Nederlandse regio’s

Energie-intensiteit Nederlandse regio’s
Noot: Om per regio de energie-intensiteit te bepalen, hebben we gebruik gemaakt van de CBS-statistieken over totaal energiegebruik per sector en het aantal banen in deze sectoren. Het energiegebruik per sector per baan is op basis van het werkgelegenheidsregister LISA, waarin banen per sector per COROP-regio zijn opgenomen. Bron: RaboResearch 2026

Relatief sterke correlatie tussen energie-intensiteit en gevoeligheid voor escalatie

De correlatie tussen de mate waarin regio’s gevoelig zijn voor de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten en hun energie-intensiteit is met 0,6 relatief sterk; hoe hoger de energie-intensiteit van een regio, hoe groter het negatieve effect is van het conflict in het Midden-Oosten op de economische groei in de regio (en andersom). Deze relatie tussen de energie-intensiteit van een economie en de gevoeligheid voor de economische gevolgen van de oorlog is heel duidelijk te zien in bijvoorbeeld Delfzijl en omgeving en Zeeuwsch-Vlaanderen.

Toch zijn ook enkele minder energie-intensieve regio’s gevoelig voor de huidige geopolitieke situatie. Regio’s die het meest gevoelig zijn voor de escalatie van de oorlog (verschil tussen het basisscenario en scenario 3) zijn naast de genoemde energie-intensieve regio’s ook de regio’s in Noord-Brabant en de regio’s die daaraan grenzen: Zuidwest-Gelderland (Betuwe) en Noord-Limburg. Het minst gevoelig zijn de regio’s met de grote steden Den Haag en Utrecht.

Figuur 3: Gevoeligheid regio’s voor de economische gevolgen van het conflict in Iran

Gevoeligheid regio’s voor de economische gevolgen van het conflict in Iran
Noot: In deze figuur laten we z-scores zien van de verschillen per regio tussen het zwaarste escalatiescenario en het huidige basisscenario. Bron: RaboResearch 2026

Bijlage

Tabel 1: economische gevolgen van de drie escalatiescenario’s

economische gevolgen van de drie escalatiescenario’s
Bron: RaboResearch 2026

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder