Update
Economisch Kwartaalbericht: economische groei verwacht, maar oorlog in Midden-Oosten maakt vooruitzichten onzeker
De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,9%. Voor dit jaar en 2027 verwachten we een verdere economische groei van 1,4% en 1,5%. Daarbij houden we rekening met een korte duur van het conflict in het Midden-Oosten, waardoor er tijdelijk hogere inflatie is die de koopkracht drukt. Bij langere duur of verdere escalatie voorzien we meer inflatie.

In het kort
Figuur 1: Nederlandse economie blijft komende jaren gematigd groeien

Iran
De Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran, en daaropvolgende vergeldingen, hebben ook economische gevolgen. In deze raming gaan we uit van een gewapend conflict van enkele weken, maar vanwege de onzekerheid hebben we ook meerdere escalatiescenario’s uitgewerkt (zie Box 1 en De impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie).
De impact loopt – naast vertrouwenseffecten – vooral via hogere producenten- en consumentenprijzen. De scheepvaart door de Straat van Hormuz, waar normaliter een groot deel van de mondiale olie- en aardgasproductie doorheen vaart, ligt op dit moment voor een groot deel stil. Dat leidt in eerste instantie tot hogere prijzen aan de pomp, maar sijpelt naarmate de sluiting aanhoudt door in de prijzen van steeds meer producten en diensten. Bedrijven zien hun kosten oplopen en huishoudens krijgen te maken met een hogere inflatie.
Daarnaast raakt mogelijk ook het internationale goederenvervoer verstoord. De containervaart door de Straat van Hormuz is ook gestremd, rederijen mijden opnieuw het Suezkanaal, en belangrijke (goederen)luchthavens in onder meer de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar zijn tijdelijk gesloten. Houdt het conflict langer aan, of escaleert het (bijvoorbeeld door vernieling van belangrijke olie- en gasfaciliteiten in Saudi-Arabië en Qatar), dan zullen energieprijzen naar verwachting jarenlang hoger blijven. Met navenant grotere economische gevolgen voor de Europese en Nederlandse economie. In Box 1 beschrijven we de escalatie-scenario’s waar we op dit moment rekening houden.
Figuur 2: Hogere inflatie door conflict Midden-Oosten

Box 1: Escalatie Midden-Oosten in drie scenario’s
In drie escalatie-scenario’s onderzoeken we de invloed van de confrontaties in het Midden-Oosten op de olie- en gasprijzen en de Nederlandse inflatie. Voor een volledige beschrijving, inclusief inschattingen voor benzineprijzen en de energierekening, zie: De impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Nederlandse economie.
In ons huidige basispad gaan we ervan uit dat het gewapende conflict niet langer dan enkele weken duurt. De Straat van Hormuz, waarlangs een belangrijk deel van de mondiale olie- en gasproductie wordt vervoerd, is in dit scenario slechts tijdelijk grotendeels gesloten. De olieprijs stijgt in maart/april naar 86 dollar per vat Brent en de gasprijs (TTF) loopt op tot 52 euro per megawattuur (MWh), maar na een deal dalen allebei vanaf de zomer ook weer relatief snel. De inflatie in Nederland komt in 2026 uit op 2,6%, en in 2027 op 1,9% (vergeleken met 2,2% en 2,0% vóór het conflict). De economische groei komt in dit nieuwe basispad naar verwachting uit op 1,4% in 2026 in plaats van 1,5%.
In het eerste risicoscenario blijft bovenop de tijdelijke/gedeeltelijke blokkade van de Straat van Hormuz de olie- en gasproductie en de logistieke keten eromheen langere tijd verstoord. Zo is het denkbaar dat de productiecapaciteit door het conflict wordt teruggeschroefd en niet snel weer is opgestart. Ook is het mogelijk dat veiligheidsredenen (bijvoorbeeld uit voorzorg van rederijen) of de onmogelijkheid om schepen te verzekeren er langere tijd voor zorgen dat er minder schepen door de zeestraat varen. In dit scenario stijgen de energieprijzen net zo hard als in scenario 1, maar blijven deze zeker een kwartaal langer hoog. De inflatie in Nederland komt in 2026 uit op 2,7%, en in 2027 op 1,8%. De economische groei komt in dit scenario uit op 1,3% in 2026 in plaats van 1,5%.
In het tweede risicoscenario is er in zijn geheel geen scheepvaart meer mogelijk door de Straat van Hormuz, wat tot grote schaarste leidt op de mondiale energiemarkten. De olieprijs loopt in dit scenario op naar 110 dollar per vat, gasprijzen naar 100 euro per MWh. De prijzen zakken vanaf de zomer weer maar blijven nog zeker driekwart jaar tot een jaar hoger dan vóór het conflict. De inflatie in Nederland komt in 2026 uit op 3,1%, en in 2027 op 1,7%. In dit scenario verwachten we voor 2026 een economische groei van 1,2% in plaats van 1,5%.
In het derde risicoscenario worden belangrijke Saudi-Arabische olieproductiefaciliteiten en Qatarese gasproductielocaties vernield, waarna deze enkele jaren buiten werking blijven. In dit scenario is er langere tijd substantieel minder olie- en gasproductie. De schaarste stuwt de olieprijs op naar 150 dollar per vat, en aardgas gaat richting de 125 euro per MWh. De prijzen blijven in dit scenario bovendien zeker enkele jaren hoger dan in het tweede scenario. De inflatie in Nederland komt in dit derde scenario in 2026 uit op 4,4%, en in 2027 op 2,3%. De economische groei valt in dit escalatie-scenario terug tot 0,6% in 2026 in plaats van 1,5%.
Algemeen economisch beeld Nederland
Na in 2025 met 1,9% te zijn gegroeid, neemt de economische activiteit in Nederland dit jaar naar verwachting toe met 1,4%, gevolgd door 1,5% economische groei in 2027 (zie tabel 1). Die toename wordt met name gedreven door hogere bestedingen van huishoudens, die hun koopkracht zien toenemen, ondanks een hogere inflatie door de oorlog in het Midden-Oosten. Ook de overheidsbestedingen dragen sterk bij, gelet op de extra uitgaven voor vergrijzing en aan defensie (zie figuur 1). De bedrijfsinvesteringen daalden afgelopen jaar hard, maar herstellen komende jaren naar verwachting licht. De handel met het buitenland neemt ook toe, maar omdat de import in 2027 iets harder groeit dan de export neemt het handelssaldo dat jaar waarschijnlijk wat af.
De groei valt komende jaren naar verwachting iets lager uit dan de door ons geraamde potentiële groei van de Nederlandse economie. Dat komt onder meer door de confrontaties in Iran en de rest van de Golfregio, door de mondiale handelsbelemmeringen, het stikstofdossier en door het volle elektriciteitsnet. Voor deze laatste knelpunten verwachten we op korte termijn beperkt oplossingen, wat de economische activiteit remt. Mede daardoor neemt het aantal werkzoekenden waarschijnlijk iets sneller toe dan het aantal baankansen, waardoor de werkloosheid iets verder oploopt. Van gemiddeld 3,9% in 2025 tot 4,1% dit jaar en naar verwachting 4,3% in 2027.
Tabel 1: Verwachtingen voor de Nederlandse economie

Minderheid in parlement maakt effect van coalitieplannen ongewis
Het kabinet-Jetten wil structurele problemen aanpakken, zoals de stikstofcrisis en het overvolle elektriciteitsnet, en wil daarnaast de defensie-uitgaven en investeringen in innovatie en onderwijs verhogen. Om de begroting sluitend te houden, wil het kabinet belastingen voor huishoudens en bedrijven verhogen en bezuinigen op zorg en sociale zekerheid. Macro-economisch levert dit een gemengd beeld op: hogere publieke investeringen kunnen de groei stimuleren, terwijl hogere belastingen en bezuinigingen de consumptie kunnen afremmen. Het CPB concludeerde onlangs eveneens dat de kabinetsplannen per saldo nauwelijks invloed hebben op de economische groei.
Figuur 3: Meer economische activiteit voorzien door met name huishoudens en overheid

Of het daadwerkelijk zo uitpakt, hangt sterk af van de timing en uiteindelijke vorm van de plannen. Dat speelt altijd, maar nu extra, omdat het kabinet Jetten in geen van beide Kamers een meerderheid heeft (zie figuur 4). In Denemarken, waar minderheidskabinetten gebruikelijk zijn, zorgt ‘blokpolitiek’ voor voorspelbare steun. Partijen vormen vóór de verkiezingen stabiele blokken (het linkse en rechtse blok), en oppositiepartijen binnen zo’n blok steunen doorgaans de regeringscoalitie als zogeheten støttepartier (‘steunpartijen’). Nederland kent deze traditie niet, waardoor het kabinet Jetten waarschijnlijk per wetsvoorstel op zoek moet naar steun. In de Tweede Kamer, waar de coalitie 44% van de zetels heeft, betekent dat – via links – minstens één oppositiepartij moet worden overtuigd, of – via rechts – twee. In de Eerste Kamer, waar het kabinet slechts 29% van de zetels heeft, zijn altijd minimaal twee oppositiepartijen nodig voor een meerderheid. Concessies liggen dus voor de hand, waardoor het uiteindelijke beleid en de uiteindelijke planning (sterk) kunnen afwijken van het coalitieakkoord. Het volledige economische effect van de recent gepresenteerde coalitieplannen is dus nog niet volledig helder. Hieronder zullen we per bestedingscomponent, zoals de huishoudconsumptie, de richting aangeven (samen met natuurlijk onze algemene verwachting).
Figuur 4: Minderheid in beide Kamers

Huishouduitgaven stijgen naar verwachting door
Consumenten kochten in 2025, gecorrigeerd voor inflatie, 1,5% meer goederen en diensten. Dit jaar zullen ze naar verwachting 1,1% meer uitgeven, en in 2027 1,5%, waarmee huishoudens sterk bijdragen aan de verwachte toename van de economische activiteit. Hoewel de werkloosheid licht oploopt, en het consumentenvertrouwen iets is verslechterd, is de doorslaggevende factor de koopkracht – die naar verwachting toeneemt. We ramen de inflatie dit jaar namelijk op 2,6% en voor 2027 op 1,9%, terwijl cao-lonen dit jaar naar verwachting 4,1% stijgen en in 2027 met 3,4%. Bovendien zien veel gepensioneerden hun koopkracht stijgen doordat veel pensioenfondsen die naar het nieuwe stelsel zijn overgestapt de uitkeringen hebben verhoogd. We rekenen in deze raming wel op minder consumptiegroei dan in onze verwachtingen van drie maanden geleden, vanwege de confrontaties in het Midden-Oosten en vanwege de voorgenomen lastenverzwaringen van het kabinet die de koopkrachtstijging remmen.
Figuur 5: Olie- en gasprijzen schieten omhoog

Beperkt herstel bedrijfsinvesteringen voorzien
Afgelopen jaar daalden de bedrijfsinvesteringen sterk, naar schatting met 3,0%. Veel ondernemers hadden de aanschaf van bestelauto's naar voren gehaald, naar 2024, waarna de verkoop in 2025 volgens cijfers van branchevereniging BOVAG meer dan 80% terugviel (zie figuur 6). Mede hierdoor lagen de bedrijfsinvesteringen eind 2025 naar schatting op het laagste niveau sinds het begin van 2022. We verwachten dat bedrijven de komende kwartalen weer meer investeren, maar door negatieve overloop uit 2025 blijven de totale investeringen dit jaar gemiddeld nog 0,2% lager dan in 2026 (zie ook: ‘Zo lees je economische cijfers’). Voor 2027 voorzien we een groei van 1,4% van de investeringen. Daarmee blijven de bedrijfsinvesteringen de komende jaren wat lager dan in de jaren vóór 2025, en ook lager dan waar we drie maanden geleden van uitgingen. Naast onzekerheid door het conflict in het Midden-Oosten, hogere energieprijzen en mogelijke verstoringen in de goederenhandel, remmen naar verwachting ook het stikstofdossier, files op het elektriciteitsnet en geplande lastenverzwaringen vanaf 2027 een sterker herstel van de bedrijfsinvesteringen.
Figuur 6: Van hoge piek naar diep dal

Daling verwacht voor woninginvesteringen
Na te zijn gedaald in 2023 en 2024, namen de woninginvesteringen – de optelsom van onder meer de bouw en verbouw van huizen – in 2025 met 3,2% toe. Daarmee liggen ze nog onder het niveau van voorlopig piekjaar 2022. We verwachten bovendien dat de woninginvesteringen de komende jaren weer dalen. Voor 2026 gaan we uit van een kleine krimp van 0,1%, gevolgd door een min van 1,5% in 2027. Daarmee zet de woning(ver)bouw een kleine rem op de economische activiteit. Dat is een neerwaartse bijstelling ten opzichte van drie maanden terug. Het aantal bouwstarts lijkt voorlopig namelijk een plafond te hebben bereikt, terwijl het aantal afgegeven bouwvergunningen licht is gedaald. Daarnaast verwachten we dat de uitdagingen waarvoor waarschijnlijk op korte termijn geen oplossing wordt gevonden, zoals de files op het elektriciteitsnet en de aankomende Kaderrichtlijn Water, een verdere groei van de woningbouw in de weg blijven zitten.
Figuur 7: Woningbouw afgelopen jaren weer teruggezakt

Overheidsuitgaven stijgen naar verwachting verder
Afgelopen jaren stegen de overheidsuitgaven sterk, en we verwachten dat deze de komende jaren verder blijven stijgen door de uitbreidingen bij defensie en doordat de vraag naar zorg steeds verder stijgt door met name de vergrijzing. In figuur 8 is bijvoorbeeld te zien dat de vacaturegraad in de gezondheidszorg onverminderd hoog is. We verwachten dat de overheidsconsumptie, zoals de inzet van ambtenaren en militairen, dit jaar 2,2% toeneemt en in 2027 met 2,0%. Voor de overheidsinvesteringen, zoals in infrastructuur en defensiemateriaal, gaan we uit van een stijging van 3,0% in 2026 en 5,0% in 2027. Zowel dit als volgend jaar dragen de overheidsuitgaven daarmee sterk bij aan de voorziene groei van de economie. We zitten met onze raming bovendien iets hoger dan die van drie maanden geleden, omdat de nieuwe coalitie voornemens is om meer uit te geven aan onder meer onderwijs en defensie.
Figuur 8: Historisch hoge vacaturegraad in de zorg

Handelsoverschot mogelijk naar hoogste niveau sinds 2014
Ondanks de mondiale handelsspanningen exporteerde Nederland afgelopen jaar 2,6% meer goederen en diensten dan in 2024. Dat is meer dan waar we eerder van uitgingen, door een revisie van het derde-kwartaalcijfer door het CBS en doordat de handelsrestricties de export minder hinderden dan we vorig jaar hadden verwacht. De import uit het buitenland nam met 2,5% toe. Per saldo groeide het handelsoverschot daardoor flink in 2025 (zie figuur 9).
Dit jaar neemt het Nederlandse handelsoverschot, al jaren een van de grootste ter wereld, naar verwachting nog iets verder toe. We voorzien een groei van de export van 2,7%, terwijl de import naar verwachting met 2,4% stijgt. Dat zou procentueel het grootste overschot in meer dan tien jaar tijd opleveren. Voor 2027 verwachten we dat import met 3,0% groeit, gedreven door de hogere bestedingen van huishoudens, bedrijven en overheid (die voor een groot deel naar buitenlandse spullen en diensten gaan). De export groeit dat jaar naar verwachting met 2,7%. Per saldo neemt het handelsoverschot daardoor als aandeel van het bruto binnenlands product weer iets af.
Figuur 9: Nederlands handelsoverschot blijft hoog

