Onderzoek
Brede welvaart hoger dan ooit maar grote verschillen tussen regio’s
De brede welvaart in Nederland is hersteld van de daling tijdens de coronajaren en staat inmiddels op het hoogste niveau sinds de start van onze meting in 2003. Na een terugval in de periode 2020–2022 wordt de groei sindsdien vooral gedreven door stijgende inkomens en een toename van tevredenheid en geluk. De brede welvaart verschilt tussen regio's en is het hoogst in Oost-Zuid-Holland, Zuidwest-Friesland en de Achterhoek.

Samenvatting
Coauteurs (allen verbonden aan de Universiteit Utrecht): Prof. dr. Bas van Bavel, dr. Bram van Besouw, prof. dr. ir. Tanja van der Lippe, dr. Auke Rijpma, dr. Bas Spliet, prof. dr. Erik Stam, Chris Vlam Msc
Brede welvaart gaat over de mate waarin mensen het leven kunnen leiden dat zij met reden waarderen. Dat gaat verder dan financiële welvaart, zoals we die doorgaans meten met het inkomen van huishoudens of de relatieve omvang van de economie (het bbp per inwoner). Ook aspecten als gezondheid, veiligheid, sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling zijn hiervoor belangrijk. De brede welvaartsindicator (BWI), in 2016 ontwikkeld door Universiteit Utrecht en RaboResearch, integreert elf dimensies in één maatstaf van brede welvaart (zie figuur 1). Dit jaar is de BWI opnieuw samengesteld voor Nederland als geheel en veertig regio’s binnen Nederland.
Figuur 1: De elf dimensies van brede welvaart

De ontwikkeling van de BWI verschilt van die van het bbp per inwoner.[1] Over langere perioden zien we wel een gelijke richting van beide indicatoren, maar over het algemeen reageert de BWI trager op grote schokken, zoals de Grote Recessie in 2009 en de coronapandemie in 2020, dan het bbp. Ook valt op dat het bbp vaak sneller en sterker herstelt van zo’n schok, vooral in 2021 en 2022.
De brede welvaart in Nederland is licht gestegen (zie figuur 2). Daarmee is het niveau van brede welvaart hoger dan voor het uitbreken van de coronacrisis. De brede welvaart vertoont vanaf 2013, met uitzondering van de jaren rondom de coronacrisis, een stijgende trend. Nu staat zij op het hoogste niveau sinds de eerste meting van 2003.
[1] De BWI en het bbp per inwoner zijn verschillende soorten indicatoren. Het bbp per inwoner kan oneindig groeien, terwijl de BWI beweegt tussen een bandbreedte van 0 tot 1. We vergelijken ze in de figuur vooral om te laten zien dat ze in bepaalde perioden dezelfde of juist een tegengestelde richting hebben.
Figuur 2: De brede welvaart is op het hoogste niveau sinds de meting in 2003

De coronacrisis, de inflatiegolf en het herstel daarvan beïnvloeden de brede welvaart
De ontwikkeling van de brede-welvaartindicator (BWI)[2] kent perioden van stijging en daling in verschillende tijden. Om te zien hoe de bijdragen van individuele dimensies variëren in tijden van crisis en herstel, lichten we deze verschillende perioden uit (zie figuur 2). In de periode 2003–2008 groeit de brede welvaart, met dank aan vrijwel alle dimensies. Alleen baanzekerheid levert in deze periode een negatieve bijdrage aan de totale brede welvaart.
Tussen 2008 en 2013 daalt de brede welvaart. Naast baanzekerheid daalt nu ook het gemiddelde inkomen, maar de gevolgen van de financiële crisis laten zich evenzeer voelen in de sociale dimensies. Waar veel dimensies zich na 2013 herstellen, blijft huisvesting een uitzondering. Deze dimensie draagt sindsdien in alle geanalyseerde periodes negatief bij aan de ontwikkeling van de brede welvaart (zie figuur 3).
Tussen 2020 en 2022 neemt de brede welvaart opnieuw af. Vooral sociale contacten en subjectief welzijn verslechteren, wat de impact van de coronapandemie op het dagelijks leven weerspiegelt. Deze crisis is ook zichtbaar in de dimensie gezondheid. Economische dimensies blijven daarentegen relatief stabiel.
In de periode 2022–2025 volgt een duidelijk herstel van de brede welvaart tot boven het niveau van 2020. Waar de daling in brede welvaart tijdens de coronapandemie vooral samenhing met sociale aspecten, zien we dat het herstel relatief sterk wordt gedreven door economische dimensies zoals inkomen en, in mindere mate, baanzekerheid. Tegelijkertijd herstellen sommige sociale indicatoren trager of blijven zij achter. Vooral de dimensies subjectief welzijn en huisvesting staan er nog steeds slechter voor dan in 2020. Figuur 10 in de bijlage geeft een gedetailleerd overzicht van de ontwikkeling per dimensie vanaf 2003.
[2] Zie de bijlage in deze publicatie voor een overzicht van de methode van de BWI.
Figuur 3: De meeste dimensies droegen bij aan de groei van de afgelopen jaren

Recente ontwikkeling van welvaartsdimensies: maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten staan onder druk; inkomen blijft stijgen
Uiterst rechts in de figuur staat de ontwikkeling van enkel het laatste jaar. Van 2024 tot 2025 groeiden vooral de dimensies inkomen en werk-privébalans (zie figuur 3). Maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten staan daarentegen in de meest recente periode onder druk. De maatschappelijke betrokkenheid, die we meten met de indicatoren ‘vrijwilligerswerk’ en ‘vertrouwen in anderen’, is vergeleken met 2024 gedaald. Het aantal vrijwilligers is nu ongeveer gelijk aan het al relatief lage aantal van net voor de coronapandemie.
Het aantal sociale contacten met familie, vrienden en buren is niet alleen verminderd tussen 2024 en 2025, maar laat ook de afgelopen twintig jaar een dalende trend zien (zie figuur 10 in de bijlage). Ook de concentratie fijnstof is toegenomen vergeleken met 2024. Dit zorgt ervoor dat ook milieu de groei van de BWI tegenhoudt.
Grote regionale verschillen in brede welvaart
De brede welvaart verschilt aanzienlijk tussen Nederlandse regio’s. Om deze verschillen inzichtelijk te maken, hebben we gekeken naar de brede welvaart op het niveau van de veertig COROP-regio’s (zie figuur 4). In de regio Oost-Zuid-Holland – het westelijke deel van het Groene Hart rond Alphen aan den Rijn en Gouda - is de brede welvaart het hoogst. Deze regio behoort op uiteenlopende dimensies tot de hoogst scorende regio’s van het land: subjectief welzijn, veiligheid, persoonlijke ontwikkeling, gezondheid, inkomen en baanzekerheid. Ook Zuidwest-Friesland (het gebied rondom Sneek en de Friese Meren), kent een relatief hoge brede welvaart. Hier vallen vooral hoge scores op de dimensies subjectief welzijn, veiligheid, huisvesting en maatschappelijke betrokkenheid op. De Achterhoek maakt de regionale top drie compleet, met hoge scores op de dimensies huisvesting, baanzekerheid en maatschappelijke betrokkenheid.
De brede welvaart is ruim beneden het gemiddelde in Groot-Amsterdam. Op de dimensies huisvesting, werk-privébalans en veiligheid blijft deze regio (ver) achter bij de rest van Nederland. Ook Groot-Rijnmond, met daarin Rotterdam, heeft te maken met een relatief lage brede welvaart. Huisvesting blijft in deze regio ver achter bij de (ook al verslechterende) score op deze dimensie voor heel Nederland. Ook maatschappelijke betrokkenheid, veiligheid en milieu scoren in Groot-Rijnmond relatief laag.
Figuur 4: De brede welvaart is in 2024 het hoogst in Oost-Zuid-Holland

Naast het niveau van brede welvaart, is ook de ontwikkeling in de tijd relevant. In welke regio’s neemt de brede welvaart relatief snel toe, en waar blijft de groei achter of zien we zelfs een daling? Figuur 5 laat zien dat de brede welvaart sinds 2019 in de meeste regio’s is toegenomen. De sterkste groei zien we in de regio’s Oost-Groningen en in de Zaanstreek. In Oost-Groningen zorgen de dimensies inkomen en werk-privébalans voor groei in deze periode. In de Zaanstreek hangt de groei samen met flinke verbeteringen in de dimensies huisvesting, inkomen en baanzekerheid.
Tegelijkertijd zijn er regio’s waar de brede welvaart onder druk staat. In de regio Het Gooi en Vechtstreek is sprake van een opvallende daling. Dit heeft met name te maken met een verslechtering van de dimensies subjectief welzijn, veiligheid en vooral huisvesting: de woontevredenheid onder inwoners van deze regio is de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen. De stijging van de dimensies inkomen en baanzekerheid kan dit niet compenseren. Ondanks de daling is de brede welvaart in Het Gooi en Vechtstreek nog steeds bovengemiddeld.
Figuur 5: De brede welvaart is sinds 2019 in de meeste regio’s toegenomen

Er zijn regio’s die consolideren en regio’s die een inhaalslag maken
Het voorgaande stuk gaat over het niveau en de ontwikkeling van brede welvaart. Interessant is hoe deze zich tot elkaar verhouden. Worden de verschillen groter of bewegen regio’s juist naar elkaar toe?
Figuur 6 laat beide patronen zien, met het brede-welvaartsniveau in 2019 op de horizontale as en de ontwikkeling sindsdien op de verticale as. De assen in de figuur geven de waarde voor Nederland aan. Er zijn regio’s waar de brede welvaart in 2019 relatief laag was, maar die sindsdien een duidelijke inhaalslag maakten. Voorbeelden hiervan zijn Oost-Groningen en de Zaanstreek. Omgekeerd zien we regio’s waar de brede welvaart in 2019 relatief hoog was, maar waar de groei gematigder is of de brede welvaart zelfs daalde, zoals in Het Gooi en Vechtstreek. Dit wijst op kleinere verschillen tussen regio’s, zoals de trendlijn in de figuur ook suggereert.
Er zijn ook regio’s die verder uitlopen en regio’s die achterblijven
Figuur 6 laat echter ook zien dat sommige regio’s ondanks deze algemene trend achterblijven. In Overig Groningen (de stad Groningen en het omliggende gebied) en de grootstedelijke regio’s Groot-Amsterdam en Groot-Rijnmond was de brede welvaart in 2019 relatief laag en blijft de groei sindsdien achter bij de landelijke ontwikkeling. In alle drie de regio’s speelt huisvesting hierin de grootste rol. De achterstand op de rest van Nederland groeit daardoor. Divergentie ontstaat ook aan de top van de regio-ranglijst: sommige combineren een al hoog niveau van brede welvaart met bovengemiddelde groei: Oost-Zuid-Holland, Zuidwest-Friesland en de Agglomeratie Haarlem zijn hier voorbeelden van.
De groei van de brede welvaart in Groot-Amsterdam blijft achter bij die van andere grootstedelijke regio’s. De ontwikkeling sinds 2019 ligt onder die van zowel de regio Den Haag als Groot-Rijnmond. De dimensie huisvesting speelt een grote rol bij de achterblijvende groei in Groot-Amsterdam. Deze dimensie is in heel Nederland verslechterd tussen 2019 en 2024, maar in Groot-Amsterdam is deze achteruitgang een stuk groter dan elders. En waar de werk-privébalans in Nederland iets is verbeterd in deze periode, is deze in Groot-Amsterdam verslechterd.
Dat we voor inkomen kijken naar de mediaan van het huishoudinkomen, en niet naar het gemiddelde huishoudinkomen (zie bijlagen), drukt de BWI in Groot-Amsterdam. Groot-Amsterdam huisvest namelijk relatief veel grootverdieners, wat het gemiddelde inkomen sterk omhoog trekt, terwijl de mediaan hiervoor minder gevoelig is.
Figuur 6: De brede welvaart is sinds 2019 in de meeste regio’s toegenomen

Grootste regionale verschillen in huisvesting en inkomen
De regionale verschillen zijn het grootst op de dimensies huisvesting en inkomen (zie figuur 7). Dit geldt in mindere mate voor maatschappelijke betrokkenheid, werk-privébalans en veiligheid en nog iets minder voor persoonlijke ontwikkeling, sociale contacten, subjectief welzijn en gezondheid. De regionale spreiding van de dimensies milieu en baanzekerheid is beperkt en is daarom slechts in geringe mate een bron van regionale brede-welvaartsverschillen.
Figuur 7: Meeste regionale spreiding in huisvesting en inkomen in 2024

Figuur 8 laat ook zien dat de Nederlandse regio’s heel goed scoren op veiligheid en werk-privébalans, maar zeer matig scoren op maatschappelijke betrokkenheid, sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling. Ook zijn er enkele Nederlandse regio’s die heel slecht scoren op huisvesting.
De dimensie huisvesting wordt gemeten met de woontevredenheid van de bevolking. Deze is het laagst in de grootstedelijke regio’s van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, maar ook in de gebieden rondom Groot-Amsterdam zijn mensen minder tevreden met hun woning. Woontevredenheid hangt samen met eigendom (meer huurders in de steden en huurders zijn gemiddeld minder tevreden), woninggrootte (kleinere huizen in de stad) en betaalbaarheid (hogere prijzen in de steden). Ook in Noord-Friesland, Overig Groningen en Delfzijl en omgeving, de drie meest noordelijke gebieden van Nederland, is de woontevredenheid lager, alsook in Arnhem/Nijmegen en delen van Limburg. In de meeste kustregio’s, delen van Brabant en vooral het noordoosten van het land, behalve dus het uiterste noorden, zijn mensen gemiddeld een stuk tevredener met hun woning.
Figuur 8: Woontevredenheid het laagst in grootstedelijke gebieden

Op het gebied van inkomen, de tweede dimensie met een grote spreiding, zien we andere regionale patronen. De gebieden met de hoogste mediane huishoudensinkomens liggen allemaal rondom Groot-Amsterdam: Het Gooi en Vechtstreek, Agglomeratie Haarlem en Oost-Zuid-Holland (het westelijke deel van het Groene Hart), maar ook in Utrecht, IJmond en Alkmaar en omgeving genieten veel huishoudens een hoog inkomen. In Groot-Amsterdam zelf liggen de mediane inkomens juist lager, net als in de zuidelijke helft van de Randstad. In Noord-Nederland, Noord-Drenthe (Assen) uitgezonderd, en Zuid-Limburg zijn de mediane inkomens een stuk lager, maar daar staat tegenover dat de kosten voor levensonderhoud, denk met name aan huisvesting, er over het algemeen ook lager zijn.
Figuur 9: Hoogste inkomens tussen en rondom de grootstedelijke gebieden

Bijlagen
Methodewijziging dimensie inkomen
Voor de dimensie inkomen gebruiken we het gemiddelde gestandaardiseerde huishoudensinkomen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarin zagen we dat de eerder gepubliceerde cijfers over 2023 flink naar boven zijn bijgesteld. Dit heeft vooral te maken met hoge winstuitkeringen als reactie op hogere belastingtarieven in box 2, die ingingen op 1 januari 2024. Cijfers over 2024 zijn nog voorlopige cijfers, die vanwege een gebrek aan gegevens deels zijn gebaseerd op 2023. Deze gegevens kunnen dus nog worden bijgesteld.
In plaats van het gemiddelde inkomen gebruiken we vanaf nu het mediane inkomen. Hierdoor is de meting minder gevoelig voor grote uitschieters zoals de bovengenoemde winstuitkeringen, wat beter past bij het begrip brede welvaart. Het hoge gemiddelde inkomen en de groei daarvan wordt voor een groot deel gedreven door zeer hoge inkomens van een beperkte groep huishoudens en zegt daarom minder over de inkomens van alle huishoudens dan het mediane inkomen. Een aantal regio’s met relatief veel grootverdieners, zoals Agglomeratie Haarlem, Het Gooi en Vechtstreek en Groot-Amsterdam, zijn gevoeliger voor deze wijziging.
Ontwikkelingen per dimensie
Figuur 10 laat met behulp van kleurcodering zien hoe de verschillende dimensies van brede welvaart zich sinds 2003 hebben ontwikkeld. Groen duidt op een relatief hoge score en rood op een relatief lage score ten opzichte van de andere dimensies over de gehele onderzoeksperiode. Zo scoren veiligheid en werk-privébalans gedurende vrijwel de hele periode relatief hoog, wat terug te zien is in de overwegend groene kleuren. Tegelijkertijd maakt de figuur duidelijk hoe afzonderlijke dimensies zich ontwikkelen door de tijd. Zo verschuift huisvesting geleidelijk van groen naar oranje, terwijl sociale contacten van geel naar bijna rood kleuren. Dit wijst op een verslechtering van deze dimensies ten opzichte van hun eerdere niveau.
Figuur 10: De ontwikkeling per dimensie vanaf 2003




