Onderzoek

Pensioenhervorming: antwoorden op de meest gestelde vragen

17 juli 2026 9:00 RaboResearch

De pensioenhervorming is halverwege. Veel pensioenfondsen zijn al overgestapt op het nieuwe pensioen. Wat verandert er precies? In deze Q&A beantwoorden we de belangrijkste vragen over de pensioenhervorming: van nieuwe keuzemogelijkheden en de verdeling van risico’s tot de gevolgen bij een baanwisseling, overlijden of scheiding.

Intro

Wat is er aan de hand in pensioenland?

Tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2028 worden alle collectieve pensioenregelingen in Nederland aangepast. Het is een grootschalige verbouwing, die is afgesproken in de Wet toekomst pensioenen. Deze wet is na jaren van voorbereiding in 2023 definitief aangenomen door de Eerste Kamer.

Inmiddels is de pensioenhervorming halverwege. Ongeveer de helft van alle pensioendeelnemers is overgestapt naar de nieuwe regeling, de andere helft volgt in de periode tot 1 januari 2028.

In de basis blijft pensioen hetzelfde: je werkgever en jij leggen samen premie in. Die premie wordt belegd en levert een pensioeninkomen op voor jezelf, of eventuele nabestaanden. Toch zijn er ook belangrijke veranderingen. Over de meest impactvolle veranderingen gaat deze Q&A.

Welke vragen beantwoorden we?

1. Waarom is het pensioen eigenlijk hervormd?

2. Krijg ik meer keuzes?

3. Loop ik meer risico?

4. Krijg ik een ‘invaarbonus’ bij de overstap?

5. Zijn veertigers en vijftigers de klos bij baanwissel?

6. Wat verandert er bij overlijden?

7. Wat verandert er bij scheiding?

Figuur 1: (Geplande) transitiedata van de 26 grootste pensioenfondsen, naar aantal deelnemers

Fig_1
Noot: De omvang van de bollen geeft het aantal deelnemers weer. De kleur geeft het type regeling aan: blauw staat voor solidaire premieregeling en oranje voor de flexibele premieregeling. Pensioenfonds PGB biedt beide regelingen aan. Bron: Transitieoverzicht PensioenPro, bewerking RaboResearch 2026

1. Waarom is het pensioen eigenlijk hervormd?

De oude systematiek was complex en ontworpen in de tijd dat je je hele leven bij dezelfde werkgever bleef. Dat past minder goed bij een arbeidsmarkt waarin mensen regelmatig van baan wisselen. Ook maakte een dalende rente het pensioen duurder. Het nieuwe pensioen moet beter aansluiten bij de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en financiële markten. Pensioen wordt misschien niet eenvoudiger, maar pensioenregelingen worden wél makkelijker vergelijkbaar.

Juist als je jong bent, is het belangrijk om te weten hoe karig of royaal jouw regeling is. Dat is bijvoorbeeld relevant om te bepalen of je zelf nog wilt bijsparen, of om mee te wegen als je van werkgever gaat veranderen, of tijdelijk minder uren wilt gaan werken om voor de kinderen te zorgen. De beter betaalde baan biedt namelijk lang niet altijd de hoogste pensioenopbouw.

Samengevat: de pensioenhervorming heeft als doel het pensioenstelsel beter te laten aansluiten op de moderne arbeidsmarkt en een omgeving van langdurig lage en dalende rentes. De nieuwe pensioenregelingen zijn beter onderling vergelijkbaar, waardoor werknemers gemakkelijker kunnen beoordelen hoe royaal hun pensioenopbouw is en dit kunnen meewegen bij loopbaan- en arbeidskeuzes.

2. Krijg ik meer keuzes?

De meeste veranderingen in het pensioen vinden plaats ‘onder de motorkap’. Meestal hoef je zelf niets te doen.

De keuzes die je hebt, maak je nog altijd vooral vlak voor pensionering: eerder of later stoppen, het nabestaandenpensioen voor je partner uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen voor jezelf, een hoger pensioen aan het begin gevolgd door een lager pensioen erna – of andersom. Dat blijft zo. Over deze keuzemogelijkheden schreven wij eerder dit uitgebreide rapport.

Vanaf 1 januari 2029 komt er een nieuwe keuzemogelijkheid bij: je kunt bij pensionering een bedrag ineens opnemen van maximaal 10% van je pensioenpot. Net als voor de andere keuzemogelijkheden geldt dat dit niet voor iedereen interessant is. Het pensioen erna wordt dan 10% lager, en wat er netto overblijft van het opgenomen bedrag hangt af van de belasting die je hierover moet afdragen en het mogelijke verlies van toeslagen.

Bij een klein deel van de pensioenfondsen is nog meer te kiezen. Het gaat dan om de pensioenfondsen die de flexibele premieregeling invoeren. In die regeling kun je in de opbouwfase – dus vóór pensionering – als individuele deelnemer kiezen voor iets minder of meer beleggingsrisico (defensief of offensief) dan het standaardrisicoprofiel voor de leeftijdsgroep. En gepensioneerden kunnen kiezen voor een vast of variabel pensioen. Werknemers maken enkele jaren vóór pensionering al een voorlopige keuze, die zij later nog kunnen herzien. Pas bij pensionering wordt de keuze definitief.

Samengevat: voor de meeste deelnemers verandert er weinig aan de keuzes rond pensioen. Vanaf 1 januari 2029 komt er wel een nieuwe mogelijkheid bij: je kunt bij pensionering maximaal 10% van je pensioenvermogen in één keer opnemen.

Daarnaast krijgen deelnemers bij pensioenfondsen met een flexibele premieregeling meer opties, bijvoorbeeld rond het beleggingsrisico tijdens de opbouw en de keuze tussen een vast of variabel pensioen na pensionering.

3. Loop ik meer risico?

Pensioenfondsen beleggen de ingelegde pensioenpremies. Dat was en blijft zo. Wel beleggen ze meer ‘leeftijdsbewust’. Voorheen nam een pensioenfonds evenveel beleggingsrisico voor jongeren als voor ouderen. Afhankelijk van de financiële resultaten (met als maatstaf de dekkingsgraad) werden de pensioenen voor iedereen met hetzelfde percentage verhoogd (indexatie) of verlaagd (korten).

In de nieuwe systematiek nemen pensioenfondsen voor jongeren meer risico met de beleggingen dan voor ouderen. Hoe dat precies gebeurt, hangt af van het type regeling. Voor de fijnproevers: in de flexibele premieregeling hebben jongeren daadwerkelijk een andere beleggingsmix (met wat meer aandelen en wat minder obligaties), en in de solidaire premieregeling wordt die leeftijdsspecifieke beleggingsmix nagebootst door te schuiven met de toedeling van rendementen (‘beschermingsrendement’ en ‘overrendement’).

Net als vroeger is het pensioen afhankelijk van wat er gebeurt op financiële markten. De markten zijn beweeglijk, maar mee- en tegenvallers worden op twee manieren gedempt. Allereerst worden meevallers stapsgewijs toegekend, uitgesmeerd over een periode van meerdere jaren. Als er dan tegenvallers zijn, kunnen die eerst worden weggestreept tegen de verhoging die nog op de lat stond, in plaats van direct de pensioenen te verlagen. En daarnaast is er als ‘stroppenpot’ nog een buffer om de pensioenuitkeringen te beschermen tegen verlagingen.

Samengevat: jongeren lopen meer beleggingsrisico, en ouderen minder. Om een stabiel pensioen te bereiken beleggen pensioenfondsen leeftijdsbewust, verspreiden ze mee- en tegenvallers over meerdere jaren en hebben ze meestal ook een buffer voor gepensioneerden.

4. Krijg ik een ‘invaarbonus’ bij de overstap?

Als het fonds er op het moment van de overstap naar de nieuwe regeling (het zogeheten ‘invaren’) goed voor staat, wel. Als het pensioenfonds dan meer vermogen heeft dan nodig is voor de opgebouwde pensioenen (oftewel een hoge dekkingsgraad) dan kan het fonds een deel van deze ‘overtollige’ buffer verdelen over de pensioenpotjes. In de nieuwe systematiek worden namelijk minder hoge buffers aangehouden.

Je krijgt dan als het ware een ‘bonus’ op wat je in het verleden hebt opgebouwd. Bij de meeste pensioenfondsen die op 1 januari 2026 zijn overgestapt was de dekkingsgraad hoog, en werden de pensioenen in het voorjaar van 2026 flink verhoogd. Volgens de Pensioenfederatie gaat het daarbij om een verhoging van gemiddeld 13,5%. Iedereen die op dat moment nog geld had staan bij een fonds profiteert daarvan: of je nu werkt, net uit dienst bent, of al jaren met pensioen bent. Heb je geld bij meerdere pensioenfondsen, dan deel je bij ieder fonds mee bij het uitdelen van de overtollige buffer.

Ben je werknemer en moet je huidige pensioenfonds nog invaren? En wil je je pensioen overhevelen van een vorig pensioenfonds (waardeoverdracht)? Dan kan die overdracht even ‘in de wacht’ gezet worden als het oude fonds al is ingevaren en het nieuwe fonds nog niet. Zo wordt voorkomen dat je zowel bij je oude als bij je nieuwe pensioenfonds profiteert van een invaarbonus.

Samengevat: als een pensioenfonds er financieel goed voor staat op het moment van de overstap, dan krijgt iedereen wat extra. Daar hoef je niets voor te doen.

5. Zijn veertigers en vijftigers de klos?

Mensen die halverwege hun loopbaan zijn, kunnen nadeel hebben van de hervorming. In de nieuwe regeling bouwen zij in de tweede helft van hun loopbaan minder pensioen op dan in de oude systematiek. De hoogte van het nadeel hangt af van je leeftijd én van de rentestand, zie voor meer uitleg ons eerdere rapport.

Daarom krijgen bepaalde groepen werknemers een gerichte compensatie voor toekomstige gemiste pensioenopbouw, die doorgaans wordt toegevoegd aan de pensioenpot op het moment dat het pensioenfonds overstapt naar de nieuwe regeling. Het kan hierbij gaan om duizenden euro’s. Dat is aanzienlijk, maar wel lager dan wat er gemiddeld in 2026 als ‘invaarbonus’ is toegekend.

Je krijgt de compensatie bij het fonds waar je op het moment van invaren nog premie afdraagt. Je moet dus in dienst zijn en kunt die compensatie mislopen als je vóór het invaarmoment werkloos raakt, of zelfstandige wordt.

Maar ook als je direct met een nieuwe baan start, is het opletten geblazen. Omdat niet alle pensioenfondsen tegelijk overstappen, is het mogelijk dat je de compensatie misloopt. Dat gebeurt als je vorige fonds nog niet is overgestapt en je volgende fonds al wel. De overheid is niet van plan om hiertegen aparte regeling te treffen, aldus minister Vijlbrief in een recente Kamerbrief. Dubbele compensatie kan trouwens ook voorkomen, als je vorige fonds al is overgestapt en je volgende fonds nog niet.

Overigens geven niet alle fondsen een compensatie op één moment: sommige fondsen spreiden de compensatie over een periode van maximaal 10 jaar. Bij kleine werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar gaat het vaak nog weer anders. Werknemers die al in dienst zijn, behouden in veel gevallen het oude premiesysteem zolang zij in dienst blijven bij dezelfde werkgever. Dit wordt ‘eerbiedigende werking’ genoemd.

Samengevat: sommige leeftijdsgroepen krijgen compensatie, maar let goed op of je compensatie misloopt als je van baan verandert of uit dienst gaat.

6. Wat verandert er bij overlijden?

Bij de meeste pensioenregelingen is er ook een pensioen voor nabestaanden.

De regels veranderen in het geval van overlijden vóór pensionering. Het nabestaandenpensioen (voor de partner en kinderen onder de 25) is in het nieuwe systeem een risicoverzekering. De nabestaanden ontvangen een percentage van het laatstverdiende loon van de overledene. Ga je uit dienst en heb je geen nieuwe werkgever, dan zijn je partner en kinderen niet altijd verzekerd. Standaard blijven ze na uitdiensttreding nog drie tot zes maanden verzekerd, of zolang je een werkloosheids- of ziektewetuitkering ontvangt. Daarna kun je deze verzekering vrijwillig verlengen, ten koste van je ouderdomspensioen. Meer informatie over het nabestaandenpensioen is te vinden op de website Werken aan ons pensioen.

In het oude systeem bestonden er meerdere opties naast elkaar: soms werd het nabestaandenpensioen al als risicoverzekering vormgegeven, soms werd er een apart kapitaal voor opgebouwd. Wie in het oude systeem zo’n nabestaandenpensioen op opbouwbasis had, behoudt het al opgebouwde kapitaal, naast de nieuwe verzekering.

De regels bij overlijden ná pensionering veranderen niet. Het nabestaandenpensioen is dan een percentage van het ouderdomspensioen van de overledene.

Ongehuwde samenwoners hebben onder de nieuwe regels ook recht op nabestaandenpensioen. Dat geldt als zij een samenlevingscontract hebben. Ook kan de achterblijvende partner achteraf aantonen dat er een gezamenlijke huishouding was, bijvoorbeeld omdat de partners samen een kind of woning hadden. In de oude situatie kunnen de regels voor samenwoners per pensioenfonds verschillen.

Samengevat: de hoogte van het nabestaandenpensioen verandert. Ga je uit dienst, dan is er na een aantal maanden mogelijk geen of minder nabestaandenpensioen, tenzij je dit vrijwillig verlengt.

7. Wat verandert er bij scheiding?

De spelregels voor de verdeling veranderen niet. Ook als je pensioenfonds al is overgestapt, gelden op dit moment nog de oude regels. Beide partners hebben standaard recht op de helft van het ouderdomspensioen dat de ander tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opbouwde (‘verevening’). Het pensioenfonds regelt de uitbetaling alleen als je binnen twee jaar na de scheiding laat weten dat je akkoord gaat met de standaardverdeling of andere afspraken hebt gemaakt. Zie voor meer informatie het Juridisch Loket.

Er komt een nieuwe Wet Pensioenverdeling bij scheiding waarbij het pensioenfonds automatisch de standaardverdeling van het ouderdomspensioen regelt. In de toekomst hoef je het alleen te melden als je afwijkt van de standaardverdeling. Deze wet is nog niet ingegaan; dat wordt naar verwachting 1 januari 2028.

Naast de verdeling van het ouderdomspensioen kunnen ex-partners ook recht hebben op een nabestaandenpensioen als de ander overlijdt (‘bijzonder partnerpensioen’), mits dit een nabestaandenpensioen op opbouwbasis was. Die oude opbouw verdwijnt niet (zie vraag 6). Bij een nabestaandenpensioen in de vorm van een risicoverzekering eindigt de verzekering bij scheiding direct.

Samengevat: de verdeelmethode bij scheiding is nog niet veranderd. Dus geef na scheiding op tijd de afgesproken verdeling door aan het pensioenfonds.

Let op: aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. Het regelement van je eigen pensioenregeling is leidend.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Pensioenhervorming: antwoorden op de meest gestelde vragen - Rabobank