Onderzoek
Halverwege 2026 scoort de tuinbouw ruim voldoende
De Rabo-tuinbouwbarometer staat in juli 2026 op een 7,0. Dat is een lichte daling vergeleken met de 7,1 van een kwartaal eerder. Deelsectoren hebben te maken met verschillende ontwikkelingen, zoals de droogte, wisselende energieprijzen en automatiseringsvraagstukken.

In het kort
De droogte van juni en juli beïnvloedt de opbrengst en productkwaliteit van opengrondsbedrijven. Hoewel de uiteindelijke financiële uitkomst van de droogte nog niet vaststaat, weten we dat droogte vaak leidt tot grotere verschillen in financiële resultaten voor bedrijven.
Glastuinbouwbedrijven hebben te maken met sterk wisselende dagprijzen voor energie. De situatie in het Midden-Oosten zorgt voor onzekerheid over de energieprijs op zowel de korte als de lange termijn. Bovendien leiden hogere energieprijzen tot hogere inflatie in het algemeen.
Verder gaan we in deze update nog kort in op drie andere thema’s. Ten eerste beschrijven we de ontwikkeling van het aantal bloemisten in enkele Europese landen, wat belangrijk is voor de afzet van snijbloemen en potplanten. Daarnaast gaan we in op de investeringen in arbeidsbesparing bij (glas)tuinbouwbedrijven die volop in de belangstelling staan. Uit onderzoek blijkt namelijk dat méér nodig is dan alleen voldoende investeringsruimte om automatisering en robotisering te doen slagen. Tot slot gaan we in op enkele recente ontwikkelingen in de chrysantenteelt.
Stand van zaken in de tuinbouw is ruim voldoende
De financiële situatie in de tuinbouw is in het derde kwartaal iets, maar niet veel gedaald. In de derde meting van de Rabo-tuinbouwbarometer van 2026 is het resultaat een 7,0. Dat is nog altijd een ruime voldoende (figuur 1).
Figuur 1: Ontwikkeling Rabo-tuinbouwbarometer 2021-2026

Actuele situatie van sectoren binnen de tuinbouw
In de glastuinbouw leidt het energiemanagement op individueel niveau tot grote kostenverschillen op korte termijn en tot sterke verschillen voor de situatie in de komende jaren. Momenteel is het door de gespannen situatie in het Midden Oosten vooral bij aflopende contracten voor bedrijven lastig om het juiste moment te vinden om over te gaan op energie-inkoop voor de langere termijn.
De interesse voor investeringen in arbeidsbesparing op tuinbouwbedrijven wordt daarnaast steeds groter. Het gaat daarbij inmiddels niet alleen meer over investeringen in de loods bij het sorteren of verpakken, maar ook over investeringen in de kas voor teelt- en oogsthandelingen. Tot slot moet de gehele tuinbouwketen rekening houden met de consequenties van nieuwe verpakkingsregels. Vooral voor de snijbloemenketen zijn de effecten hiervan aanzienlijk.
Prijzen van sommige gewassen liggen onder kostprijsniveau
Bij de glasgroenten zijn de prijzen van tomaten en komkommers meestal wel boven kostprijsniveau. De prijzen van (met name rode en gele) paprika’s daarentegen staan dit seizoen nog steeds onder druk, net als vorig jaar.
De prijzen voor snijbloemen zijn goed. Het valt op dat chrysanten het goede prijsniveau kunnen blijven vasthouden, ook na de recente uitbreidingen (zie ook de paragraaf daarover verderop in deze update). Bij potplanten is de situatie wat gematigder. In een eerdere tuinbouwupdate hebben we de Phalaenopsis benoemd. De telers daarvan kunnen vooral in het standaard- of retailsegment moeilijk de toegenomen kosten betaald krijgen. Ook bij bromelia’s en kalanchoë zijn de prijzen van standaardproducten gedaald tot onder kostprijsniveau.
De vollegrondsgroenten kenden een moeilijke start in 2026. De droogte de van afgelopen maanden maakt dat productie en kwaliteit in het restant van de teelt lastig te handhaven zijn. Deze omstandigheden zorgen voor grote verschillen tussen bedrijven, afhankelijk van de perceelligging, de waterbeschikbaarheid, teeltkeuzes en zeker ook afzetwijze, zoals de keuze tussen contractafspraken of daghandel.
Voor fruit zijn de laatste appelprijzen van het afgelopen oogstseizoen slecht. Hierdoor wordt ook het vooruitzicht voor seizoen 2026-2027 uitdagend vanwege het gezette prijssentiment. Bij peren waren de prijzen acceptabel en is het sentiment voor de komende oogst goed. De hagelschade die dit voorjaar is ontstaan zal in het komende afzetseizoen leiden tot sterke verschillen in opbrengst en prijsvorming tussen ondernemers. Ook in andere Europese landen is de fruitteelt niet ongeschonden door de zomer gekomen. Vorstschade bij appels in Polen, minder perenproductie in Italië en teeltproblemen in Spanje maken de afzet van hardfruit in Europa dit najaar voor zowel kwaliteit als volume moeilijk te voorspellen. Goede partijen ontvangen naar verwachting gewoon een goede prijs.
In de bollenteelt waren er in het voorjaar nadrukkelijk meer teeltproblemen. Daardoor kwamen de producties in aantal of in bolgrootte (ziftomvang) niet tot een hoog niveau. Door de droogte van juni en juli is het ook afwachten of de lelietelers tot acceptabele opbrengsten komen. Bedrijven hebben te maken met beregeningsverboden. In de broeierij waren afgelopen voorjaar hoge uitvalspercentages te zien, bijvoorbeeld door fusarium bij tulp. Het gevolg daarvan was omzetderving bij zowel broeiers in Nederland als het buitenland.
De situatie in de boomkwekerij is goed. Ook hier vraagt de droogte echter veel aandacht in de bedrijfsvoering. Een grotere marktvraag door heraanplant kan dit najaar wel een extra impuls aan de afzet en prijsvorming geven.
Bloemisten in Europa
In 2019 schreven we in deze tuinbouwupdate over de snelle afname van het aantal bloemisten in Europa. De voorbeelden uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk gaven aan dat het aantal gespecialiseerde bloemisten sterk daalde tussen 2010 en 2020. Hoe is dat sindsdien verlopen? Heeft de covid-periode deze ontwikkeling versneld? Of heeft een kentering plaatsgevonden?
Tabel 1: Ontwikkeling van het aantal bloemisten in Nederland, Duitsland en België vanaf 2020

Uit de statistieken blijkt dat de daling nog steeds doorgaat, maar dat het tempo ervan is afgenomen. De afname van 2020 tot 2024 bedroeg 7% in Nederland, 11% in Duitsland en 4% in België.
Vooral tijdens de covid-periode zijn er grote schommelingen te zien in het aantal bloemisten in de diverse landen. Dit heeft te maken met het gevoerde overheidsbeleid gedurende de epidemie. Soms moesten bloemisten door regelgeving tijdelijk sluiten. Sommige bedrijven hebben dit aangegrepen om de bedrijfsvoering definitief te beëindigen. Tegelijkertijd weten we dat de bloemenverkoop in deze periode sterk toenam en dat er ook nieuwe mogelijkheden (zoals online) zijn ontstaan die door sommige bloemisten zijn benut.
Uit diverse economische overzichten blijkt dat de omzet per bedrijf de afgelopen jaren is gestegen. Dit komt vooral door consolidatie, waarbij één bloemist inmiddels vaak meerdere vestigingen heeft. In dit deel van de keten heeft zich dus schaalvergroting voorgedaan, net zoals in de teelt of de bloemenhandel.
Grote verschillen in besluitvorming over arbeidsbesparing in glastuinbouw
Arbeidsbesparing in de glastuinbouw staat volop in de belangstelling. De twee belangrijkste redenen daarvoor zijn het hoge aandeel van arbeidskosten in de kostprijs én de grotere uitdaging in het werven en vasthouden van arbeidskrachten.
Toch investeren bedrijven niet automatisch méér in arbeidsbesparende maatregelen. Vandaar dat Ivy van Dongen, masterstudent aan de Technische Universiteit in Eindhoven, onder begeleiding van Rabobank onderzoek heeft verricht naar het besluitvormingsproces bij investeringen in arbeidsbesparing.
Deze besluitvorming blijkt voor glastuinbouwondernemers zelden om één doorslaggevend criterium te gaan. Verschillende afwegingen spelen een rol. Telers kijken bijvoorbeeld naar:
- de financiële haalbaarheid
- de mate waarin een technologie zich al in de praktijk heeft bewezen
- de noodzaak van verdere ontwikkeling van de techniek
- de uitvoerbaarheid in de dagelijkse operatie
- het juiste moment om te investeren
Tegelijkertijd moet een oplossing passen bij:
Het is dus mogelijk dat een technologische oplossing technisch goed functioneert en toch niet geschikt is voor een specifieke bedrijfssituatie.
Op basis van hun houding ten aanzien van arbeidsbesparende (automatiserings-)technologieën kunnen verschillende typen telers worden onderscheiden.
De introductie en het gebruik van arbeidsbesparende technologie komt daarmee niet alleen dichterbij door de technologie zelf verder te verbeteren. Ook passend bewijs, een werkbare implementatie, een geloofwaardig ontwikkeltraject en een realistische financiële onderbouwing bepalen mede of een bepaalde teler een volgende stap wil zetten. Voor elke teler geldt een andere weging van de genoemde aspecten. Bedrijven die hun innovatie willen introduceren in de glastuinbouw moeten terdege rekening houden met deze ondernemersverschillen.
Chrysantenteelt investeert na goede jaren, maar wat doet de toekomstige prijsvorming?
De laatste paar jaren behaalde de chrysantenteelt uitstekende rendementen. De hoge prijsvorming is het gevolg van voldoende vraag, waarbij vooral de belangstelling uit Oost-Europa is gestegen. In 2025 heeft een aantal ondernemers als reactie op de goede vraag besloten nieuw te gaan bouwen. Dat gebeurde overal in Nederland. Denk daarbij aan de Bommelerwaard, het Westland, Noord-Holland en Noord-Brabant. Bij deze nieuwbouwprojecten zetten bedrijven volop in op nieuwe innovaties, waarbij vooral arbeidsbesparing in het oog springt. Het gaat om automatisering van het planten, het knoppen én het oogsten.
Door deze nieuwbouwprojecten is het Nederlandse chrysantenareaal gegroeid. De aanvoer op Royal Flora Holland in 2026 ligt daarom zo’n 5% à 10% hoger dan in 2025 en het is al bekend dat er in Nederland ook in 2026 nog een kleine 20 hectare chrysanten bij zal komen (ongeveer 4% extra). Inmiddels zien we ook andere productielocaties in de wereld zich ontwikkelen. Het aanbod neemt dus toe en het is de vraag of de marktvraag voldoende blijft om de prijsvorming op dit goede niveau te handhaven. Handhaving van dat niveau is nodig, want de kosten van energie, arbeid, verpakking en gewasbescherming zijn inmiddels gestegen.
