Onderzoek

Beeldvorming van Nederlandse particuliere beleggers over AI-aandelen en zeepbellen

25 augustus 2026 10:30 RaboResearch

Nederlandse particuliere beleggers zien AI tegelijkertijd als het meest kansrijke beleggingsthema én als een markt waarop sprake kan zijn van zeepbelvorming.

Intro

Samenvatting

    57% van de Nederlandse particuliere beleggers acht een zeepbel rond AI-aandelen waarschijnlijk, blijkt uit een nieuwe enquête. Tegelijkertijd noemen beleggers AI het vaakst als het meest kansrijke beleggingsthema voor de komende drie jaar. Beleggers zien geopolitieke risico's, zoals oorlogen en internationale spanningen, als grotere bedreiging voor hun portefeuille dan mogelijke zeepbellen op financiële markten. 31% van de Nederlandse particuliere beleggers vindt AI-aandelen te duur, maar verwacht desondanks dat koersen over één jaar net zo hoog of hoger zullen liggen. Deze groep beleggers heeft overtuigingen die volgens de literatuur (Pesaran & Johnsson, 2020) passen bij zeepbelvorming. Kijken beleggers verder vooruit, dan neemt bij AI-aandelen wel de verwachting van een neerwaartse prijscorrectie toe. De resultaten bewijzen niet dat er daadwerkelijk een AI-zeepbel bestaat. Nederlandse particuliere beleggers vormen immers maar een klein deel van de mondiale financiële markten. Bovendien laat dit onderzoek de ideeën zien van Nederlandse particuliere beleggers over de waardering van aandelen, we onderzoeken niet of aandelen daadwerkelijk correct zijn gewaardeerd.

Er wordt veel gezegd en geschreven over een mogelijke zeepbel op de aandelenmarkten rondom kunstmatige intelligentie (AI). Met een zeepbel wordt doorgaans bedoeld dat koersen van aandelen stijgen tot ver boven wat ze werkelijk waard zijn, vooral gedreven door optimisme en speculatie. Slaat het vertrouwen van beleggers om, dan kunnen koersen snel en fors dalen en knapt de zeepbel.

Wij vroegen Nederlandse particuliere beleggers hoe zij tegen de huidige aandelenmarkten aankijken. Hiervoor gebruiken we een enquête onder 2.283 Nederlanders tussen de 18 en 80 jaar, waarvan 747 respondenten zelf beleggingen hebben, of samenwonen met een partner die beleggingen heeft (voor meer toelichting op de enquête, zie Appendix A).

Ook hebben we onderzocht of Nederlandse particuliere beleggers overtuigingen hebben die passen bij zeepbelvorming, zoals de verwachting dat aandelenkoersen verder stijgen ook al vinden beleggers ze nu al overgewaardeerd. We hebben ons daarvoor gebaseerd op Pesaran en Johnsson (2020). Zie Box 1 voor meer uitleg.

In de enquête hebben we beleggers verder gevraagd of zij specifiek in AI-aandelen beleggen, of ze verwachten AI-aandelen (bij) te kopen of juist te verkopen. En in welke mate zij AI als beleggingskans zien ten opzichte van andere ontwikkelingen. Tot slot hebben we gevraagd wat beleggers zien als belangrijkste bedreigingen voor de waarde van hun beleggingen. Alle verschillen die we in deze publicatie noemen, zijn statistisch significant (p > 0,05), tenzij anders vermeld.

Kwart Nederlandse beleggers investeert specifiek in AI

We vroegen Nederlandse particuliere beleggers of zij specifiek in AI beleggen, via individuele aandelen van bedrijven betrokken bij AI, en/of in fondsen of trackers/ETF’s gericht op AI. Bijna 25% van de Nederlandse beleggers investeert inderdaad specifiek in AI. Hierbij zijn fondsen of trackers/ETF’s gericht op AI iets populairder (17%) dan individuele aandelen (11%). Slechts 3% van de beleggers doet allebei.

Ook zonder specifieke AI-strategie is de kans groot dat Nederlandse beleggers AI-aandelen bezitten. Ruim 60% van de particuliere beleggers investeert namelijk in fondsen of trackers/ETF’s van aandelenindices en/of obligatie-indices (zie ook onze studie van vorig jaar). In die mandjes zitten dikwijls effecten van bedrijven die betrokken zijn bij AI.

Meerderheid beleggers denkt dat er een AI-zeepbel is

We vroegen beleggers op een zevenpuntsschaal of ze denken dat er een zeepbel is op de wereldwijde aandelenmarkten en op de aandelenmarkten rondom AI[1]. Ruim de helft, 57%, van de Nederlandse beleggers denkt dat het waarschijnlijk is dat er rondom AI-aandelen een zeepbel is. De kans op een zeepbel op de wereldwijde aandelenmarkten is volgens beleggers iets kleiner: 49% denkt dat dit waarschijnlijk is (zie figuur 1). Dit kan ermee te maken hebben dat AI-aandelen weliswaar onderdeel zijn van de wereldwijde aandelenmarkt, maar de wereldwijde aandelenmarkt omvat veel meer sectoren en bedrijven en is dus beter gespreid.

[1] In de vragenlijst hebben we respondenten geen definitie van een zeepbel meegegeven.

Figuur 1: Zeepbelvermoedens groter bij AI

20260820 - Fig 1
Noot: op een zevenpuntsschaal lopend van 1, helemaal niet waarschijnlijk tot 7, heel waarschijnlijk. Wel waarschijnlijk bevat respondenten die 5, 6, of 7 antwoordden. Weet niet/geen antwoord is niet afgebeeld (12% voor wereldwijde aandelenmarkten; 11% voor AI-aandelen). Bron: RaboResearch 2026.

Beleggers vinden AI-aandelen overgewaardeerd maar verwachten toch verdere stijging

Volgens 33% van de Nederlandse particuliere beleggers zijn wereldwijde aandelen overgewaardeerd. Ze vinden deze te duur voor wat ze in de toekomst naar verwachting opleveren. Een grotere groep, 42%, vindt wereldwijde aandelen redelijk gewaardeerd (zie figuur 2).[2] AI-aandelen zijn in de ogen van beleggers vaker te duur dan wereldwijde aandelen: 42% vindt aandelen van bedrijven betrokken bij AI overgewaardeerd. En 28% vindt deze redelijk gewaardeerd.

Opvallend is dat beleggers die een zeepbel vermoeden, aandelen lang niet allemaal overgewaardeerd vinden. Terwijl overwaardering een kenmerk is van een zeepbel. Van de beleggers die een zeepbel vermoeden op de wereldwijde aandelenmarkten, vindt 42% die aandelen overgewaardeerd; 12% vindt ze zelfs ondergewaardeerd. Bij AI-aandelen is de relatie tussen het vermoeden van een zeepbel en de waardering sterker, maar alsnog vindt niet meer dan 55% van de beleggers die een zeepbel vermoeden op de AI-markten deze aandelen ook overgewaardeerd.

[2] De vragen over de waarderingen van aandelen en koersverwachtingen van beleggers zijn gesteld vóór de vraag of zij een zeepbel vermoeden op de wereldwijde aandelenmarkten of op de aandelenmarkten rondom AI. Zie de methodebeschrijving in Appendix A voor een nadere toelichting.

Figuur 2: Beleggers vinden AI-aandelen vaker overgewaardeerd

20260820 - Fig 2
Noot: weet niet/geen antwoord is niet afgebeeld (15% voor wereldwijde aandelenmarkten; 16% voor AI-aandelen). Bron: RaboResearch 2026.

De koersverwachting van beleggers is voor komend jaar hoger voor AI-aandelen dan voor de wereldwijde aandelenmarkten. Zo verwacht 50% over één jaar hogere koersen dan nu van bedrijven betrokken bij AI; voor de wereldwijde aandelenmarkten voorziet 44% stijgende koersen. Op langere termijn zijn beleggers juist optimistischer over de wereldwijde aandelenmarkten (zie figuur 3).

Figuur 3: Stijgende koersen voorzien

20260820 - Fig 3
Noot: weet niet/geen antwoord is niet afgebeeld (variërend van 12 tot 15%, afhankelijk van periode en aandelenmarkt). Bron: RaboResearch 2026.

Box 1: Double-question survey measure van Pesaran en Johnsson (2020)

In de double-question survey measure van Pesaran en Johnsson (2020) worden mensen gevraagd of aandelen in hun ogen redelijk zijn geprijsd, zijn ondergewaardeerd of overgewaardeerd. Daarna wordt hen gevraagd of ze verwachten dat de prijs van aandelen in de toekomst hoger of lager is dan nu, of hetzelfde. Daarmee wordt gepoogd inzichtelijk te maken of er sprake is van speculatieve dynamiek onder beleggers.

Het idee hierachter is dat beleggers die aandelen overgewaardeerd vinden doorgaans een minder sterke prijsontwikkeling verwachten dan beleggers die aandelen redelijk geprijsd of ondergewaardeerd vinden. De verwachte bedrijfswinst(en) en dividenduitkeringen rechtvaardigen in de ogen van deze beleggers de huidige prijs niet, laat staan een nog hogere prijs. Andersom: beleggers die aandelen ondergewaardeerd vinden ten opzichte van wat ze naar verwachting opleveren, verwachten doorgaans juist een sterkere koersstijging.

Wijken beleggers van zulke patronen af, dan kan dat wijzen op markten waar speculatie belangrijker wordt. Beleggers verwachten dan niet meer dat de over- of onderwaardering wordt gecorrigeerd. Zijn – en blijven – aandelen in de ogen van beleggers overgewaardeerd, dan kan dat een indicatie zijn van zeepbelvorming. Dat kan komen door hype, waardoor een belegger verwacht dat anderen de te hoge prijs alsnog willen betalen, of zelfs meer (dat laatste staat ook wel bekend als de greater fool theory).

Andersom: zijn en blijven aandelen volgens beleggers ondergewaardeerd, dan kan dit er volgens Pesaran en Johnsson (2020) op wijzen dat markten in een crash zitten. Ondanks dat ze een aandeel te goedkoop vinden, verwachten beleggers dat anderen in de toekomst niet meer dan de huidige, te lage prijs willen betalen.

Respondenten beoordeelden in onze enquête op vijfpuntschalen de waardering en verwachtingen van de wereldwijde aandelenmarkt (de MSCI World Index) en van aandelen van bedrijven betrokken bij AI voor de komende één, drie en vijf jaar. We hebben in willekeurige volgorde gevraagd naar de wereldwijde aandelen en naar AI. We delen beleggers vervolgens in de volgende groepen in:

    Zeepbel’: beleggers die aandelen overgewaardeerd vinden en gelijkblijvende of hogere koersen verwachten. Crash’: beleggers die aandelen ondergewaardeerd vinden en lagere of gelijkblijvende koersen verwachten. Neerwaartse correctie’: beleggers die aandelen overgewaardeerd vinden en lagere koersen voorzien. Opwaartse correctie’: beleggers die aandelen ondergewaardeerd vinden en hogere koersen voorzien. Redelijk gewaardeerd’: beleggers die aandelen redelijk gewaardeerd vinden, ongeacht hun koersverwachtingen.

Bij de eerste twee groepen, ‘zeepbel’ en ‘crash’, volgen we de indeling en labels van Pesaran en Johnsson (2020). De drie andere groepen hebben we zelf gelabeld. Zie de methodebeschrijving in Appendix A voor meer toelichting op de precieze vraagstelling.

Omdat wij alleen Nederlandse particuliere beleggers hebben bevraagd, is het lastig om vast te stellen of er werkelijk sprake is van zeepbeldynamiek op de mondiale aandelenmarkten. Ook kunnen we niet bepalen of aandelen werkelijk zijn onder- of overgewaardeerd. Onze resultaten laten enkel zien of overtuigingen die passen bij zeepbelvorming aanwezig zijn onder Nederlandse particuliere beleggers.

31% beleggers heeft overtuigingen die passen bij AI-zeepbelvorming

De waardering en koersverwachting van beleggers hebben we gecombineerd in vijf groepen, waaronder een zeepbel-groep. Die groep bestaat uit de beleggers die aandelen overgewaardeerd vinden, en verwachten dat de markten deze overwaardering niet corrigeren, maar dat deze voortduurt of toeneemt (zie Box 1 voor een verdere uitleg en voor de samenstelling van de vier andere groepen).

Bij de combinatie waardering en de koersverwachting voor wereldwijde aandelen over één jaar heeft 23% van de beleggers overtuigingen die volgens Pesaran en Johnsson (2020) indicatief zijn voor zeepbelvorming. Ondanks de in hun ogen te hoge koersen, verwachten beleggers dat deze koersen over één jaar minstens zo hoog liggen. Bij AI-aandelen is die groep groter: 31% (zie figuur 4). Dit wijst onder deze groep op het bestaan van overtuigingen die volgens de literatuur passen bij zeepbelvorming.

De ‘zeepbel’-groepen zijn bovendien aanzienlijk groter dan de groep beleggers die juist verwacht dat de overwaardering wordt gecorrigeerd. Bij zowel wereldwijde als AI-gerelateerde aandelen verwacht 8% dat de in hun ogen te dure aandelen over een jaar goedkoper zijn dan nu (de ‘neerwaartse correctie’-groepen). In Appendix B is een verdieping te vinden op de relatie tussen waardering en koersverwachting.

Figuur 4: Overtuigingen en verwachtingen van particuliere beleggers

20260820 - Fig__4
Noot: de indeling van deze groepen is gebaseerd op de combinatie van twee enquêtevragen, zie Box 1 voor meer toelichting. Bron: RaboResearch 2026.

Overtuigingen van een neerwaartse AI-correctie nemen toe bij langere horizon

Kijken we naar de verwachtingen van beleggers over drie en vijf jaar, dan zien we bij AI-aandelen een verschuiving: een deel van de ‘zeepbel’-groep schuift op naar de ‘neerwaartse correctie’-groep. Het aandeel dat verwacht dat de in hun ogen te dure AI-aandelen worden afgewaardeerd, en lagere koersen voorziet dan nu, groeit van 8% bij één jaar vooruit naar 14% bij vijf jaar vooruit (zie figuur 6). De ‘zeepbel’-groep wordt dan dus iets kleiner. Dit kan indicatief zijn voor bijvoorbeeld de greater fool theory, of in meer algemene zin het idee dat beleggers denken de markten te slim af kunnen zijn.

Bij wereldwijde aandelen zien we een tegengestelde beweging. De ‘neerwaartse correctie’-groep krimpt naarmate de verwachtingshorizon verder ligt, terwijl de ‘zeepbel’-groep iets groeit (zie figuur 5).

Figuur 5: Verschuiving van overtuigingen wereldwijde aandelen

20260820 - Fig 5
Noot: de indeling van deze groepen is gebaseerd op de combinatie van twee enquêtevragen, zie Box 1 voor meer toelichting. Bron: RaboResearch 2026.

Figuur 6: Verschuiving van overtuigingen AI-aandelen

20260820 - Fig 6
Noot: de indeling van deze groepen is gebaseerd op de combinatie van twee enquêtevragen, zie Box 1 voor meer toelichting. Bron: RaboResearch 2026.

Kwart beleggers verwacht komend jaar meer te beleggen in AI

Bijna 26% van de particuliere beleggers verwacht dat het aantal beleggingen dat zij hebben in AI het komende jaar toeneemt. Zo’n 5% denkt het aantal beleggingen dat ze in AI hebben, afneemt. En 30% van de beleggers verwacht een gelijkblijvend aantal AI-beleggingen.

Van de beleggers die een zeepbel rondom AI-aandelen vermoeden, verwacht 24% komend jaar AI-beleggingen (bij) te kopen. Dat is een stuk minder dan onder beleggers die een zeepbel niet waarschijnlijk achten. Daarvan verwacht 39% komend jaar AI-beleggingen op te bouwen of uit te bouwen.

Geopolitiek blijft zorgenkind onder Nederlandse beleggers

Net als vorig jaar vroegen we beleggers ook wat zij als grootste bedreiging zien voor de waarde van hun beleggingen in de komende twaalf maanden. Ze konden een top drie kiezen uit een lijst van dertien in willekeurige volgorde voorgelegde potentiële bedreigingen (zie figuur 7). Oorlogen en conflicten buiten Europa en de rol van de Verenigde Staten op het wereldtoneel zijn het meest genoemd. Dit wordt vermoedelijk gedreven door de verschillende oorlogen in het Midden-Oosten, en de gevolgen daarvan voor de mondiale economie. Ook noemen beleggers conflicten binnen Europa worden nog altijd vaak als bedreiging voor hun portefeuille.

Daarmee vormen geopolitieke ontwikkelingen in de ogen van Nederlandse beleggers een grotere bedreiging voor de waarde van hun portefeuille dan eventuele zeepbellen op de financiële markten.[3] Wel valt op dat de groep beleggers die zeepbellen als top drie-bedreiging ziet, is toegenomen van 14% vorig jaar naar 21% dit jaar. Gemiddeld staat deze bedreiging nu op een zesde plek. Onder beleggers die een zeepbel vermoeden op de wereldwijde aandelenmarkten of rondom AI-aandelen staat deze op een (gedeelde) derde plek.

[3] De vragen over bedreigingen en kansen zijn gesteld vóór de vragen over waarderingen van aandelen en koersverwachtingen, en vóór de vraag of beleggers een zeepbel vermoeden op de wereldwijde aandelenmarkten of op de aandelenmarkten rondom AI. Zie de methodebeschrijving in Appendix A voor nadere toelichting.

Figuur 7: Zorgen rondom conflicten buiten Europa sterk gegroeid

20260820 - Fig 7
Bron: RaboResearch 2026.

AI grootste beleggingskans komende drie jaar, aldus Nederlandse beleggers

Dit jaar vroegen we beleggers ook wat zij voor de komende drie jaar als meest kansrijke thema’s zien, waar zij de grootste beleggingskansen zien. Ze konden een top drie samenstellen uit twaalf gerandomiseerde thema’s. AI zetten zij het vaakst in hun top drie. Ook veiligheid en defensie en schone energie en elektrificatie zijn volgens Nederlandse beleggers kansrijke thema’s in de komende jaren (zie figuur 8).

Figuur 8: Beleggers zien kansen in AI, defensie en schone energie

20260820 - Fig 8
Bron: RaboResearch 2026.

Onder beleggers die een zeepbel vermoeden rondom AI, staat AI als beleggingskans op een gedeelde eerste plek en staat zij niet meer hoger dan veiligheid en defensie en schone energie en elektrificatie. Desalniettemin ziet 33% van de beleggers die een zeepbel rondom AI vermoeden, AI alsnog als een van de drie meest kansrijke beleggingsthema’s in de komende jaren.

Conclusie en discussie

Met ons onderzoek willen we inzichtelijk maken of overtuigingen die passen bij zeepbelvorming aanwezig zijn onder Nederlandse particuliere beleggers. Dat doen we door te onderzoeken of hun koersverwachting afwijkt van wat je zou verwachten op basis van hun waardering van aandelen.

In de resultaten zien we dat een deel van de Nederlandse particuliere beleggers inderdaad overtuigingen heeft die passen bij zeepbelvorming. Bij wereldwijde aandelen vindt 23% van de beleggers aandelen te duur, maar verwachten zij desondanks dat de koersen komend jaar gelijk blijven of verder stijgen. Bij AI-aandelen hebben meer beleggers, 31%, zulke ‘zeepbel-overtuigingen’.

Of dat veel of weinig is, kunnen we met dit eenmalige onderzoek niet zeggen. In Pesaran en Johnsson (2020) zat 22% van de respondenten die zij in 2012 en 2013 ondervroegen in de ‘zeepbel’-groep. Maar het is lastig om onze resultaten daarmee volledig te vergelijken, omdat het in hun paper ging om Amerikaanse aandelen (S&P 500). Bovendien bestond hun steekproef uit huishoudens met en zonder beleggingen. Ook hebben wij de waardering en koersverwachting iets anders uitgevraagd (zie de methodebeschrijving in Appendix A voor een toelichting).

Op basis van ons huidige onderzoek kunnen we niet vaststellen of er daadwerkelijk een zeepbel is. Zo is dit onderzoek niet bedoeld om aan te tonen of er daadwerkelijk sprake is van overwaardering van aandelen, wat een belangrijk kenmerk is van een zeepbel. Daarbij hebben we enkel Nederlandse particuliere beleggers gevraagd, die samen slechts een klein onderdeel vormen van de mondiale financiële markten. De overtuigingen van professionele beleggers en buitenlandse beleggers hebben we niet onderzocht. Een recente enquête onder wereldwijde professionele beleggers door Bank of America laat evenwel zien dat 43% van hen vindt dat AI-aandelen in een zeepbel zitten. Desondanks zijn professionele beleggers gemiddeld genomen optimistisch over de vooruitzichten voor de aandelenmarkten. Hoewel deze vragenlijst anders is opgezet dan de methode die wij gebruiken, lijken hun bevindingen onze resultaten niet direct tegen te spreken.

Literatuur

Pesaran, M. H., & Johnsson, I. (2020). Double-question survey measures for the analysis of financial bubbles and crashes. Journal of Business & Economic Statistics, 38, 428–445. https://doi.org/10.1080/07350015.2018.1513845

Appendix A - Methodebeschrijving

We gebruiken een enquête van 2.283 respondenten die representatief zijn voor de Nederlandse bevolking van 18 tot en met 80 jaar op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en regio. Binnen deze steekproef hebben 747 respondenten zelf beleggingen, of wonen ze samen met een partner die beleggingen heeft. Daarmee bevat onze steekproef een vergelijkbaar aantal beleggers als de Consumentenmonitor van AFM (706 beleggers in Q3 2025). Het veldwerk is uitgevoerd door Motivaction, en beleggers vulden de enquête in tussen 21 mei 2026 en 1 juni 2026.

Alle verschillen die we in deze publicatie benoemen zijn statistisch significant op tenminste 5%, tenzij anders vermeld. Hieronder lichten we andere relevante aspecten van het onderzoek nader toe.

Volgorde vragenblokken

We hebben respondenten eerst gevraagd naar bedreigingen en kansen, gevolgd door de vragenblokken over hun waarderingen van aandelen en koersverwachtingen. Daarna hebben we respondenten gevraagd of zij specifiek in AI beleggen en of zij verwachten daar meer of minder in te investeren. Hierna hebben we ze de zeepbel-vragen gesteld.

Waardering en verwachtingen van koersen

We hebben respondenten naar hun waardering en naar hun verwachtingen gevraagd, voor zowel de wereldwijde aandelenkoersen als voor aandelen betrokken bij AI.

Wereldwijde aandelenkoersen hebben we in de vragenlijst gedefinieerd als de MSCI World Index, met als toelichting dat dit een grote mand met aandelen is van ongeveer 1.300 grote beursgenoteerde bedrijven in de ontwikkelde wereld. Bij aandelenkoersen van bedrijven die betrokken zijn bij kunstmatige intelligentie (AI) hebben we respondenten meegegeven dat ze hierbij moeten denken aan de hele keten, zoals bedrijven die AI ontwikkelen en aanbieden, datacenter-bouwers, chipfabrikanten en hun toeleveranciers. Het vragenblok voor de wereldwijde aandelenmarkten en dat voor AI is in willekeurige volgorde aan respondenten voorgelegd.

Om te meten hoe respondenten aandelenmarkten waarderen, vroegen we hen wat ze vinden van de huidige koersen, waarbij ze op een vijfpuntsschaal konden antwoorden (‘sterk ondergewaardeerd’, ‘beetje ondergewaardeerd’, ‘redelijk gewaardeerd’, ‘beetje overgewaardeerd’, ‘sterk overgewaardeerd’ en ‘weet niet/geen antwoord’). We gaven respondenten daarbij de volgende toelichting:

    Met ondergewaardeerd bedoelen we dat je denkt dat aandelen op dit moment te goedkoop zijn voor wat ze in de toekomst opleveren. Met overgewaardeerd bedoelen we dat je denkt dat aandelen op dit moment te duur zijn voor wat ze in de toekomst opleveren.

Vervolgens vroegen we respondenten naar hun koersverwachtingen over één, drie en vijf jaar. Specifiek vroegen we hen hoeveel hoger of lager dan de huidige waarde ze denken dat de aandelenkoersen op dat moment zijn. Dit was eveneens een vijfpuntsschaal (‘veel lager dan nu’, ‘beetje lager dan nu’, ‘hetzelfde als nu’, ‘beetje hoger dan nu’, ‘veel hoger dan nu’ en ‘weet niet/geen antwoord’).

We wijken daarmee iets af van Pesaran en Johnsson (2020). Zij gebruiken voor de waarderingsvraag een driepuntsschaal (overgewaardeerd, ondergewaardeerd, redelijk gewaardeerd). En bij koersverwachtingen vroegen ze respondenten wat zij verwachten dat een investering van $1.000 in de aandelenmarkten (S&P 500) over één maand, drie maanden en één jaar waard zal zijn, waarbij respondenten een bedrag konden invullen in een open veld.

Zeepbelvermoedens

Voor het peilen van zeepbelvermoedens onder beleggers hebben we respondenten in willekeurige volgorde twee stellingen voorgelegd: ‘Denk jij dat…’

    ‘…er een zeepbel is op de wereldwijde aandelenmarkten?’ ‘…er een zeepbel is op de aandelenmarkten rondom kunstmatige intelligentie (AI)?’

De antwoordschaal liep van ‘1, helemaal niet waarschijnlijk’ tot ‘7, heel waarschijnlijk’, plus een ‘weet niet/geen antwoord’-optie. Respondenten die 5, 6 of 7 antwoordden, hebben we ingedeeld bij de groep die een zeepbel waarschijnlijk acht.

Appendix B: Verdieping op de resultaten van de double-question method

Pesaran en Johnsson (2020) kijken ook naar de correlatie tussen waardering en koersverwachting om te toetsen of hogere waarderingen samengaan met lagere koersverwachtingen. Zij vinden voor aandelen één jaar vooruit inderdaad een negatieve relatie.

Wij vinden ook een statistisch significante negatieve correlatie. Bij de verwachting over één jaar liggen de Spearmans rangcorrelaties tussen de waardering en koersverwachting dicht bij elkaar voor wereldwijde aandelen (-0,19) en AI-aandelen (-0,14). In figuur B1 is ook te zien dat een hogere huidige waardering van aandelen gepaard gaat met lagere koersverwachtingen voor over één jaar. Maar twee dingen vallen op: beleggers die aandelen een beetje overgewaardeerd vinden, verwachten gemiddeld genomen alsnog hogere koersen over één jaar. En beleggers die AI-aandelen sterk overgewaardeerd vinden, voorzien gemiddeld genomen geen koersdaling.

Figuur B1: Gemiddelde koersverwachting over één jaar

20260820 - Fig B1
Noot: boven 0 betekent koersstijging; onder 0 betekent koersdaling. ‘Sterk’ en ‘een beetje’ ondergewaardeerd zijn samengevoegd in ‘ondergewaardeerd’ omdat er niet voldoende respondenten zijn om die twee antwoordopties los te tonen. Bron: RaboResearch 2026.

Wanneer de verwachtingshorizon verder ligt, wordt de correlatie tussen waardering en koersverwachting kleiner voor wereldwijde aandelen, maar groter voor AI-aandelen. Bij de koersverwachting voor over vijf jaar is de correlatie met waardering -0,09 voor wereldwijde aandelen en -0,35 voor AI-aandelen. In figuren B2 en B3 is ook te zien dat met name de groep beleggers die AI-aandelen sterk overgewaardeerd vinden, gemiddeld genomen verwacht dat AI-aandelen over drie en vijf jaar goedkoper zijn dan nu. Dat sluit aan bij de bevindingen in de hoofdtekst dat een klein, maar groeiend aandeel beleggers verwacht dat de overwaardering van AI-aandelen in de verdere toekomst wordt gecorrigeerd.

Figuur B2: Gemiddelde koersverwachting over drie jaar

20260820 - Fig B2
Noot: boven 0 betekent koersstijging; onder 0 betekent koersdaling. ‘Sterk’ en ‘een beetje’ ondergewaardeerd zijn samengevoegd in ‘ondergewaardeerd’ omdat er niet voldoende respondenten zijn om die twee antwoordopties los te tonen. Bron: RaboResearch 2026.

Figuur B3: Gemiddelde koersverwachting over vijf jaar

20260820 - Fig B3
Noot: boven 0 betekent koersstijging; onder 0 betekent koersdaling. ‘Sterk’ en ‘een beetje’ ondergewaardeerd zijn samengevoegd in ‘ondergewaardeerd’ omdat er niet voldoende respondenten zijn om die twee antwoordopties los te tonen. Bron: RaboResearch 2026.

Disclaimer

De informatie en meningen in dit document zijn indicatief en alleen bedoeld voor discussiedoeleinden. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de in dit document beschreven transacties en/of commerciële ideeën. Dit document is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en mag niet worden opgevat als aanbod, uitnodiging of aanbeveling. Lees verder

Beeldvorming van Nederlandse particuliere beleggers over AI-aandelen en zeepbellen - Rabobank