Onderzoek
Innovatie genoeg, maar de groeimotor hapert
In vergelijking met andere Europese landen hebben startups in Nederland moeite om op te schalen. Startups zien een gebrek aan groeikapitaal en de afwezigheid van één markt in de EU als de grootste belemmeringen om door te kunnen groeien tot scale-up.
In het kort
Innovatieve bedrijven, waaronder startups, zijn belangrijk voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. De commissie Wennink benadrukt deze boodschap en stelt dat de potentie voor schaalbaarheid van innovatie-ideeën in Nederland nog onvoldoende gerealiseerd wordt. De doorgroei van startup naar scale-up, gemeten met Techleap-conversieratio's, lijkt in Nederland achter te lopen in vergelijking met andere Europese landen. Daarover schreven we eerder al. Een vergelijkbare boodschap staat in een rapport van het CPB, waarin zij het proces van creative destruction in Nederland als verzwakt omschrijven. Met andere woorden: het is lastiger voor innovatieve startups om met gevestigde bedrijven te concurreren. Dit kan het langetermijn-verdienvermogen van de economie schaden, aangezien startups vaak de bedrijven van de toekomst zijn.
In onze eerdere studie, waarin we de doorgroei van startups naar scale-ups in Nederland onderzochten, hebben we laten zien dat deze wordt beïnvloed door een combinatie van succesfactoren. Parco-del-Val, Cerver-Romero en Martinez-Perez et al. (2025) groeperen deze succesfactoren in drie categorieën:
- Bedrijfskenmerken
- Eigenschappen van de uitvinder en het team waarmee die zich heeft omringd
- Kenmerken van het startup-ecosysteem
Het gaat dus feitelijk om externe factoren (elementen in het ondernemersecosysteem zoals markt, middelen en mentaliteit) en interne factoren (bedrijfskenmerken of eigenschappen van de uitvinder en het team), zoals weergegeven in figuur 1. Het samenspel van die succesfactoren kan volgens Europees onderzoek van Skawińska & Zalewski (2020) een schaalsprong van startups mogelijk maken.
Figuur 1: Kritische in- en externe factoren van startupsucces

Eerder analyseerden we deze factoren met behulp van de Techleap startup-to-scale-up conversieratio’s van Europese landen, verschillende openbare data en academische literatuur. In dit onderzoek vullen we deze inzichten aan door te bekijken hoe startups in Nederland deze externe factoren (het ecosysteem en ondernemingsklimaat) én interne factoren (verdienvermogen en bescherming van innovatie) zelf ervaren. Bij welke interne en externe factoren ervaren startups de meeste tegenwind, en welke factoren helpen hen juist om in Nederland succesvol door te groeien? Voor het beantwoorden van deze onderzoeksvraag maken we gebruik van data uit een enquête die is ingevuld door 105 Nederlandse startups met een Rabobank Innovatielening (zie de onderzoeksverantwoording onderaan dit artikel voor meer informatie over deze groep startups).
Hoe ervaren de startups het ondernemingsklimaat in Nederland?
Iets minder dan de helft (45%) van de ondervraagde startups vindt dat Nederland een goed ondernemingsklimaat biedt voor startups (zie figuur 2). Deze groep is wel groter dan de groep die aangeeft het hier niet mee eens te zijn (34%).[1] De afwezigheid van belangrijke randvoorwaarden in het ondernemingsklimaat kan de groei(mogelijkheden) van startups beperken. Een meerderheid van de startups (65%) bevestigt dat hun groei wordt belemmerd door externe factoren. Deze ervaring kan een reden zijn voor startups om te vertrekken: 17% van de startups overweegt een verhuizing naar het buitenland. Dat is beduidend lager dan de 37% uit een peiling van de Dutch Startup Association, maar betekent nog altijd dat ongeveer één op de zes startups een vertrek uit Nederland overweegt.
[1] 21% van de respondenten heeft ‘neutraal’ of ‘weet ik niet’ geantwoord.
Figuur 2: Een meerderheid (65%) ervaart belemmeringen door externe factoren

De meeste startups ervaren dus externe factoren als belemmering van hun groei. Om erachter te komen welke belemmeringen of juist kansen deze startups ervaren, en in welke mate, hebben we een aantal stellingen over mogelijke externe belemmeringen aan hen voorgelegd.
De meeste startups kunnen wel voldoende talent aantrekken, maar niet voldoende kapitaal
Startups opereren niet in een vacuüm. Benutting van sociale contacten met andere ecosysteem-actoren (collega-ondernemers, de overheid en kennisinstellingen) heeft een positief effect op de overlevingskans van een startup. Ze profiteren bijvoorbeeld van kennisuitwisseling, toegang tot financiering en het opbouwen van een netwerk. De meerderheid van de startups (61%) geeft aan tevreden te zijn over de mogelijkheden om met andere bedrijven en organisaties samen te werken. Ook geeft iets meer dan de helft (56%) aan dat ze voldoende talent kunnen aantrekken om hun doelen te bereiken. Voor één op de vijf startups is dat echter niet het geval, wat aangeeft dat talent een groeibeperking blijft voor een deel van de startups.
Startups zijn minder positief over de mate waarin de wetgeving in Nederland startups beschermt. Ongeveer 40% van de startups beschouwt dit als onvoldoende, terwijl slechts 16% dit als voldoende ziet. De rest staat hier neutraal tegenover. Voorbeelden van wet- en regelgeving die in andere onderzoeken als minder passend voor startups worden genoemd, zijn ontslagwetgeving en fiscale regels voor aandelenbezit en dividend. Onderzoek van Techleap laat bijvoorbeeld zien dat de huidige wetgeving voor langdurige loonbetaling bij ziekte en ontslag niet goed aansluit op het hoge tempo waarin startups en scale-ups groeien en veranderen: zij moeten vaak snel kunnen opschalen, maar juist ook kunnen bijsturen als groei achterblijft. Daarnaast hebben startups vaak niet de financiële middelen om werknemers een (internationaal) concurrerend salaris te bieden. Aandelenopties kunnen dan mogelijk een uitkomst bieden, maar die worden in Nederland relatief hoog belast in vergelijking met andere landen.
Figuur 3: Startups ervaren vooral wetgeving en de beschikbaarheid van financieringsmogelijkheden als belemmering

Ook een gebrek aan kapitaal is een veelgenoemde uitdaging in eerdere rapporten en studies, zoals aangehaald in het State of Dutch Tech rapport en door Zwart (2025). Die wordt echter ook betwist, bijvoorbeeld door Van Dijk (2025). Hij verwijst naar de EIB Investment Survey (2025) waarin naar voren komt dat 27% van de bedrijven in Nederland toegang tot financiering als hindernis ziet voor investering. Dat is in Europees perspectief een relatief laag aandeel, aangezien het gemiddelde op 45% ligt.
In ons onderzoek met de focus op startups zien we dat meer dan de helft van alle respondenten (56%) aangeeft het (helemaal) oneens te zijn met de stelling dat er voldoende financieringsmogelijkheden zijn om de beoogde groei te behalen. Dit bevestigt het beeld dat gebrek aan beschikbaar kapitaal als knelpunt wordt gezien.
Financiering van beoogde investeringen is een knelpunt voor startups in elke ontwikkelfase
De beschikbaarheid van kapitaal kan samenhangen met de fase waarin een startup zich bevindt. In de beginfase is het risico het hoogst en zijn startups met name aangewezen op durfkapitaal. Wanneer startups een constante cashflow genereren is het risico op faillissement sterk afgenomen en komt wellicht traditionele bancaire financiering in zicht. Daarnaast kunnen startups mogelijk gebruikmaken van subsidies van landelijke of regionale instanties. De beschikbaarheid en voorwaarden daarvan kunnen verschillen per ontwikkelfase. In deze dynamische financieringswereld is het voorstelbaar dat startups soms een gebrek aan overzicht ervaren. We hebben daarom ook voorgelegd of startups überhaupt een overzicht hebben van alle financieringsopties.
Een uitsplitsing naar (zelf opgegeven) ontwikkelfase van de startups, gebaseerd op het StartupFramework van Gritd, laat zien dat startups in latere ontwikkelfases minder overzicht hebben over hun financieringsmogelijkheden (zie figuur 4). Dit zou ervoor kunnen zorgen dat startups in latere ontwikkelfases meer moeite hebben met het vinden van groeikapitaal. Of wordt het overzicht minder doordat er juist in die fases minder kapitaal beschikbaar is? Financiering die er niet is kun je immers ook niet vinden. Uit figuur 5 blijkt dat dat niet per se het geval is: ongeveer de helft van startups in alle ontwikkelfases vindt de financieringsmogelijkheden onvoldoende, en het aandeel startups met deze ervaring neemt niet toe naarmate ze in een latere ontwikkelfase komen.
Figuur 4: Startups in een latere ontwikkelfase ervaren minder overzicht over beschikbare financiering

Figuur 5: In elke ontwikkelfase is ongeveer de helft van de startups ontevreden over financieringsmogelijkheden voor groeiplannen

De ontwikkeling van een startup kan ook worden beoordeeld aan de hand van de omzet. Een verdiepende analyse op basis van de opgegeven omzet (niet weergegeven in dit artikel) laat opnieuw geen duidelijke verschillen zien. Startups met een hogere omzet lijken niet structureel minder vaak een tekort aan financiering te ervaren dan startups met een lagere omzet. Kortom, de ontwikkelfase van een startup lijkt niet bepalend voor het ervaren gebrek aan financiering: in alle ontwikkelfases noemt een relatief grote groep dit als belemmering.
Daarnaast zien we dat het profiel van de startup ook niet bepalend lijkt (zie figuur 6). In vrijwel alle sectorgroepen geeft de meerderheid van de startups aan een gebrek aan financiering te ervaren. Hetzelfde beeld komt naar voren als we de startups indelen naar technologie of naar transitiethema’s: de verschillen tussen subgroepen zijn beperkt. Dit wijst erop dat het financieringsprobleem niet geconcentreerd is in specifieke sectoren, technologieën of thema’s, maar dat het breed wordt ervaren.
Figuur 6: Startups in vrijwel alle sectoren, technologieën en transities ervaren een gebrek aan financiering

De afwezigheid van één Europese markt vormt een grote belemmering voor de groei van startups
Ondanks het bestaan van de Europese Unie is de markt gefragmenteerd in 27 verschillende nationale markten met elk hun eigen regels, belastingen en administratie. Een onderzoek van de Europese Commissie noemt dit als een van de redenen dat het Europese startup-klimaat achterblijft bij dat van de Verenigde Staten. Voordat een Nederlandse startup klanten in een ander Europees land kan bedienen, moet het bedrijf door de lokale veiligheids- en kwaliteitshoepels springen. Een kleine organisatie, zoals een startup, heeft hiervoor mogelijk niet de capaciteit en beschikbare (juridische) kennis. Dit zien we terug in een diepgaandere analyse van de mogelijke belemmeringen waarvan er één bovenuit springt: 53% van de startups vindt dat hun groei wordt belemmerd doordat er geen ‘single market’ in de EU is (zie figuur 7).
Figuur 7: Helft startups ervaart gebrek aan een Europese ‘single market’ als belemmering

Verder zien we verschillende externe factoren waarbij een grote meerderheid (rond de 70% à 80%) van de ondervraagde startups aangeven deze niet als belemmering te ervaren. Dit is het geval bij hoge energieprijzen, netcongestie, beperkte stikstofruimte, fysieke ruimte en beschikbaarheid van water en grondstoffen. Wel ervaart 37% van de startups ten minste een van deze factoren als belemmering.
Startups over het algemeen optimistisch over hun (toekomstige) verdienvermogen en de bescherming hiervan
Een succesvolle doorgroei naar scale-up begint bij een goede product-market fit en commercialisatie met een schaalbaar businessmodel. Daarom hebben we naast de ecosysteem-elementen ook verdiepende stellingen over interne factoren meegenomen. De resultaten schetsen het beeld dat startups optimistisch zijn over hun (toekomstige) verdienvermogen. Ongeveer 70% van de respondenten is tevreden met de mate waarin ze met hun innovatie (verwachten te) kunnen verdienen. Eenzelfde groep respondenten is positief over de mate waarin het lukt om essentiële onderdelen van een schaalbaar businessmodel op te zetten, zoals efficiënte en schaalbare productieprocessen en het vinden van geschikte leveranciers.
De stap naar commercialisatie komt bij een deel van de startups nog minder goed op gang, zoals te zien is in figuur 8. Een minderheid (45%) geeft aan dat het lukt om op de beoogde afzetmarkt te verkopen, terwijl het slechts ongeveer één op de drie startups lukt om een salesorganisatie van voldoende omvang op te zetten.
Figuur 8: Startups zijn optimistisch over (toekomstig) verdienvermogen

De meeste startups (66%) beschouwen het verdienvermogen van hun innovatie wel als beschermd, zoals te zien is in figuur 9. Een andere partij kan in dat geval niet zomaar hetzelfde product of dienst aanbieden. Meer dan 80% geeft aan dat dit het geval is door een hoge complexiteit van het product of de dienst. Bijna drie op de vier geven aan dat dit (onder andere) komt door intellectuele eigendomsrechten. In iets mindere mate geven startups aan deze bescherming te waarborgen door een efficiënte productiemethode, distributienetwerk of geheimhouding.
Figuur 9: Startups zijn over het algemeen optimistisch over mate waarin hun verdienvermogen is beschermd

Conclusie
Een minderheid van de startups is positief over het Nederlandse ondernemingsklimaat. Vooral financiering springt eruit als breed ervaren knelpunt: meer dan de helft van de startups geeft aan dat er te weinig financieringsmogelijkheden zijn om hun beoogde groei te realiseren, en dat beeld komt terug in vrijwel alle ontwikkelfases en sectoren, net als voor alle technologieën en transities.
Extra financiering vertaalt zich niet altijd direct naar grotere groei- en succeskansen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat ook andere (interne) factoren een belangrijk obstakel vormen. Ook hoeft het uitblijven van financiering niet te betekenen dat er onvoldoende groeikapitaal is in Nederland. Het kan ook betekenen dat sommige startups door financiers als onvoldoende kansrijk worden gezien. Juist daarom is het relevant dat deze resultaten naar voren komen bij startups die al schuldfinanciering hebben aangetrokken. Ons onderzoek wijst erop dat het gebrek aan groeikapitaal niet alleen speelt bij startups die geen toegang hebben tot vreemd vermogen, maar ook bij bedrijven die dat wel hebben en een grondige levensvatbaarheidstoets door derden achter de rug hebben, zoals de ontvangers van de innovatielening van Rabobank.
Tegelijkertijd wijzen de resultaten ook op een mogelijke andere oplossingsrichting: een beter werkende Europese interne markt. Eén Europese markt kan de potentiële afzetmarkt vergroten en daarmee de verdienkansen van startups versterken. Indirect kan dit ook hun toegang tot financiering verbeteren, omdat financiers eerder instappen wanneer de verwachte markt groter is. Deze grotere marktkansen vertalen zich echter alleen in groei als startups die markt ook daadwerkelijk kunnen bedienen. Juist daar zit nog een knelpunt, want het lukt slechts één op de drie startups om een salesorganisatie van voldoende omvang op te zetten. Bovendien zal de concurrentie op ‘één Europese markt’ ook toenemen. Hebben de Nederlandse startups dat voldoende in het vizier?
Onderzoeksverantwoording
Representativiteit
Voor dit onderzoek hebben we geaggregeerde en anonieme enquête-data gebruikt van startups met een actieve Rabobank Innovatielening. De enquête is uitgezet door het Rabobank Startup & Scale-up Team onder ongeveer 600 startups in april en mei 2026 en leverde gegevens op van 105 startups.
De groep die de enquête invulde (de steekproef) is niet volledig representatief voor de populatie. Relatief weinig startups in de ICT en zakelijke dienstverlening hebben gereageerd, terwijl zorg en de agrarische sector zijn oververtegenwoordigd.
Figuur 10: Representativiteit op basis van verdeling sectoren

Ook is onze steekproef geen willekeurige selectie uit de hele Nederlandse startup-populatie. Ze bestaat alleen uit startups die in aanmerking kwamen en geselecteerd zijn voor een Rabobank Innovatielening. De mogelijke bias die kan ontstaan in de beantwoording van de vragen vanwege de selectie van door Rabobank gefinancierde startups vormt daarom een limitatie van onze analyses.
Indeling startups in groepen per sector, technologie en transitiethema
Figuur 6 laat zien in hoeverre respondenten in enkele subgroepen het oneens zijn met de stelling dat er voldoende financieringsmogelijkheden zijn om hun beoogde groei te behalen. Daarvoor zijn de startups ingedeeld in een sectorgroep, technologie-groep en per transitiethema. Alle startups zijn ingedeeld in één sectorgroep of technologiegroep. Dat is niet het geval bij de drie thema’s: daar kan een startup twee keer in voorkomen, of juist in geen van de drie.
Tabel 1: Aantal respondenten per categorie

Enquêtevragen
De inzichten in dit artikel zijn gebaseerd op een selectie van vragen uit de enquête onder startups:
- Informatie over de startups
- Aan welke technologie werkt uw startup?
- In welke sector is uw startup (voornamelijk) actief?
- Aan welke thema's of transities levert uw startup een bijdrage?
- Stellingen over het ondernemingsklimaat voor startups: alle voorgelegde stellingen over het ondernemingsklimaat zijn in dit artikel weergegeven (zie figuren 2, 3 en 7).
- Stellingen over commercialisatie: alle voorgelegde stellingen over commercialisatie zijn in dit artikel weergegeven (zie figuur 8).
- Stellingen over de mate van bescherming van het verdienvermogen: alle voorgelegde stellingen zijn in dit artikel weergegeven (zie figuur 9).


