Beleggen in turbo’s

U kunt bij de Rabobank beleggen in turbo’s. Turbo's hebben een hefboomwerking. In feite belegt u met geleend geld, maar u kunt niet meer verliezen dan uw inleg.

Speculatief beleggingsproduct

Een turbo is een zeer speculatief beleggingsproduct. De kans op verlies is behoorlijk groter dan de kans op winst. Beleggen in turbo’s kan zorgen voor hoge rendementen, maar u kunt ook gemakkelijk uw volledige inleg verliezen.

Hoe werkt beleggen in turbo’s?

Met een turbo belegt u in een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel of goud) die grotendeels wordt gefinancierd door de aanbieder van de turbo. U betaalt de prijs van de turbo en een klein deel van de onderliggende waarde. De rest van de onderliggende waarde wordt gefinancierd door de turbo-aanbieder.

U kunt met een beperkte inleg profiteren van de totale koersbeweging van de onderliggende waarde. Dit noemen wij een hefboomproduct. De verhouding van de koers tot de turboprijs bepaalt de hefboom. De hefboom is hoog als de prijs van de turbo laag is ten opzichte van de aandelenkoers. Andersom geldt hetzelfde: is de prijs van de turbo hoog ten opzichte van de koers, dan is de hefboom laag.

Handelt u voor de eerste keer in turbo’s, dan stellen we u een aantal vragen om te bepalen of u voldoende kennis en ervaring heeft met dit product, en of het bij u past.

In welke turbo’s kunt u beleggen bij de Rabobank?

U kunt bij ons beleggen in turbo’s van BNP Paribas . Het assortiment kan door ontwikkelingen in de markt aangepast worden.

Turbo long en turbo short

Er zijn twee varianten van turbo’s. Turbo long en Turbo Short.
U kunt met een turbo long inzetten op een waardestijging en met een turbo short op een waardedaling. Bij een turbo long worden de opbrengsten (zoals dividend) van het financieringsniveau afgetrokken. Bij een turbo short worden de opbrengsten bij het financieringsniveau opgeteld.

De turboaanbieder blijft deze belegging financieren tot een bepaald koersniveau in zicht komt, het stoploss-niveau. Het stoploss-niveau is een koersniveau dat dicht bij het financieringsniveau ligt en als buffer werkt voor de turbo-aanbieder. Als de onderliggende koers het stoploss-niveau aantikt, wordt de positie gesloten en worden de onderliggende aandelen verkocht (turbo long) of teruggekocht (turbo short). Dit doet de aanbieder om zijn financiering te beschermen. U krijgt het verschil tussen het stoploss-niveau en het financieringsniveau terug, maar in sommige gevallen is er geen restwaarde. De koers van het aandeel is in dat geval het financieringsniveau gepasseerd en u bent uw inleg dan kwijt.

Een voorbeeld

Stel: u koopt een turbo long op een aandeel Royal Dutch Shell, dat op dat moment een koersprijs heeft van € 25. U verwacht in de komende tijd dus een stijging van de koers. De turbo kost € 5. Dat betekent dat de aanbieder € 20 financiert. Het stoploss-niveau ligt bijvoorbeeld op € 21,50. Zolang de koers van Shell (het onderliggende aandeel) dit niveau niet aantikt, wordt de turbo aangehouden. De hefboom is in dit geval 5 (€ 25/ € 5). Als het aandeel op een willekeurige dag met 20% stijgt, bedraagt het rendement 100%. Maar als het aandeel op een willekeurige dag met 14% daalt, wordt het stoploss-niveau geraakt. De turbo wordt verkocht en van uw inleg van € 5 blijft nog maar € 1,50 over. Dat is een verlies van 70%.

Als bovengenoemd aandeel bij opening meer dan 20% zakt, bijvoorbeeld na publicatie van onverwacht slechte bedrijfscijfers, wordt niet alleen het stoploss-niveau geraakt, maar ook het financieringsniveau. In dat geval blijft er niets over van uw inleg en is het verlies 100%.

Kosten van een turbo

Zolang de turbo loopt, bent u over het gefinancierde deel rente verschuldigd. De hoogte hiervan is voor een groot deel afhankelijk van de ontwikkelingen op de geldmarkt en de renteopslag die de bank rekent. Hoe hoger de hefboom, hoe hoger de kosten. Deze kosten kunnen oplopen tot vele tientallen procenten van de inleg op jaarbasis.

De rente wordt dagelijks automatisch voor u verwerkt in het financieringsniveau. Dit ziet u terug in een oplopend stoploss-niveau in het geval van een turbo long en een dalend stoploss-niveau in het geval van een turbo short. De aanbieder houdt namelijk het verschil tussen het financieringsniveau en het stoploss-niveau in stand. De kans dat hierdoor uw belegging met verlies wordt verkocht, neemt toe. Zeker als de koers van het aandeel lange tijd zijwaarts beweegt of een stevige daling laat zien.

Naast de hoge rentekosten dient u verder rekening te houden met een hoge bied-laat spread, het verschil tussen de prijs waartegen u van de aanbieder, of een andere belegger, kunt kopen en meteen weer kunt verkopen. Vergeleken met andere beleggingen zijn de totale kosten bij turbo’s dan ook hoog.