Belasting en box 3

De belastingaangifte; soms best een lastige klus. Belasting over onder andere je spaargeld, beleggingen en een tweede (vakantie) woning betaal je in box 3. Wat moet je precies opgeven in box 3? We helpen je op weg.

Belasting over vermogen

In box 3 bepaal je je netto vermogen. Je telt je bezittingen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede (vakantie)woning bij elkaar op. Hiervan trek je schulden, zoals een persoonlijke lening, doorlopend krediet en geld dat je rood staat op je betaalrekeningen af. Dan blijft je netto vermogen over.

In de productinformatie van je spaarrekening of spaarpakket vind je terug of je spaargeld op een bepaalde rekening in box 3 valt. De meeste persoonlijke leningen, doorlopende kredieten en bedragen die je rood staat op betaalrekeningen zijn schulden in box 3.

Met welke datum reken ik?

Je kijkt altijd naar je bezittingen en schulden op 1 januari van het jaar waarover je belastingaangifte doet. Dit heet ook wel de peildatum.

Heffingsvrij vermogen

Over de eerste € 30.360 van je netto vermogen hoef je in 2019  geen belasting te betalen. Dit heet het heffingvrij vermogen. Heb je meer vermogen dan € 30.360? Dan betaal je over het meerdere belasting. De Belastingdienst rekent hiervoor met een fictief rendement.

Lees meer over het heffingsvrij vermogen op Belastingdienst.nl

Fictief rendement 2019

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een fictief rendement behaalt over je vermogen. Fictief rendement wil zeggen dat de Belastingdienst niet de werkelijke opbrengst over je vermogen belast, maar een vooraf vastgesteld percentage. Dit percentage is voor iedereen hetzelfde. 

De Belastingdienst gaat uit van een vast rendement aan het begin van het kalenderjaar (1 januari), over het bedrag dat overblijft nadat je het heffingsvrij vermogen hebt afgetrokken.

Deze fictieve rendementen worden ieder jaar opnieuw vastgesteld. Het kan dus ieder jaar een ander percentage zijn. Afhankelijk van hoe groot je vermogen is, wordt voor de belastingheffing in box 3 een deel toegerekend aan een deel sparen en aan een deel beleggen.

Hieronder zie je hoe het fictief rendement is opgebouwd in 2019. Om het voordeel uit sparen en beleggen  te bepalen, geldt in 2019 een rendement op sparen van 0,13% en op beleggen van 5,6%.

Voor 2019 ziet dit er als volgt uit:

Box 3
Vermogen
Heffingsvrij
vermogen
Rendement
sparen
0,13%
Rendement
beleggen
5,6%
Rendement
per schijf
(afgerond)
€ 0 -
€ 102.010
-/-
€ 30.360
67%33%1,94%
> € 102.010 -
€ 1.020.096
21%79%4,45%
> € 1.020.0960%100%5,60%

Rekenvoorbeeld fictief rendement 2019

Stel, je hebt een netto vermogen van € 120.000. In 2019 is het heffingvrij vermogen € 30.360 dus betaal je tot € 30.360 geen belasting. Je betaalt wél belasting over alles boven de € 30.360. Dit is in dit voorbeeld € 89.640 (€ 120.000 - € 30.360).

De belasting over dit bedrag wordt als volgt berekend:

SpaardeelBeleggingsdeel
167% x (€ 102.010 -
€ 30.360)=
€ 48.006
33% x (€ 102.010 - €
30.0360)=
€ 23.645
221% x € 17.990 =
€ 3.778
79% x € 17.990=
€ 14.212
30% x2100% x 0
Grondslag€ 51.783€ 37.857

Het voordeel (berekend volgens het fictieve rendement) sparen en beleggen is dan in 2019:

  • 0,13% x totaal spaardeel € 51.783 (€ 48.006 + € 3.778) + 5,6% x totaal beleggingsdeel € 37.857 (€ 23.645 + € 14.212) = € 2.187.

De belasting die je moet betalen is dan: 30% x € 2.187 = € 656.

Lees meer over vermogen en belasting betalen op Belastingdienst.nl

Het vermogen en/of de schulden van je minderjarig kind opgeven

Heb je ouderlijk gezag over een of meer minderjarige kinderen? Neem dan de waarde van hun bezittingen en schulden mee in de belastingaangifte.

Hoe je dit berekent lees je op Belastingdienst.nl

Veelgestelde vragen

Welke overzichten heb ik allemaal nodig bij mijn belastingaangifte?

Service en Contact