Update

Margeverwachting Europese akkerbouw in 2026: minder over onderaan de streep

17 juni 2026 10:00

De Europese akkerbouw gaat een uitdagend jaar tegemoet. Marges staan onder druk doordat sterk stijgende kosten voor onder andere kunstmest en brandstof onvoldoende gecompenseerd worden door licht stijgende en soms zelfs dalende gewasprijzen. Daarbij gaan hectare-opbrengsten van gewassen richting het meerjarige gemiddelde, na een bovengemiddeld goede oogst in 2025. In deze update schetsen we de belangrijkste ontwikkelingen en verwachtingen, en wat deze betekenen voor akkerbouwers in Nederland en de rest van Europa.

Akkerbouwer Van Woerden

In het kort

    De markt voor consumptieaardappelen staat onder druk. Contractprijzen voor 2026 liggen duidelijk lager dan in 2025. De momenteel bijzonder lage spotmarktprijzen kunnen wellicht later dit jaar weer verbeteren door een krimpend areaal en terugkeer naar gemiddelde hectare-opbrengsten. In de suikerbietensector zet de Europese suikerindustrie in op minder gecontracteerd areaal. In combinatie met normaliserende opbrengsten kan dit in potentie leiden tot enig prijsherstel. Voor tarwe wordt in 2026 wereldwijd een lagere productie verwacht. Dit biedt ruimte voor een prijsstijging. Tegelijkertijd lopen de kosten voor landbouwhulpstoffen (kunstmest, gewasbescherming, brandstof en uitgangsmaterialen) sterk op. Geopolitieke onrust, met name in het Midden-Oosten, speelt hierbij een belangrijke rol. Per saldo komen de marges van Europese akkerbouwers in 2026 onder druk te staan. Ook in Nederlandse akkerbouw dalen de inkomens naar verwachting en blijven deze onder het vijf- en tienjaarsgemiddelde.

Rondje langs de Europese velden

De meeste gewassen zitten inmiddels in de grond en afgezien van enige zorgen over droogte in april, verloopt het Nederlandse groeiseizoen tot dusver gunstig. Echter, wat de markt betreft zijn de signalen minder positief. Het lijkt erop dat 2026 een uitdagend jaar wordt voor akkerbouwers in Europa, met oplopende kosten en opbrengstprijzen die dat niet altijd compenseren. In deze akkerbouwupdate maken we de balans op en kijken we vooruit. Daarbij geldt dat factoren zoals het weer en geopolitieke onrust - bijvoorbeeld in het Midden-Oosten - het beeld nog kunnen veranderen.

Enkele gewassen onder de loep

Hieronder schetsen we de verwachtingen voor opbrengsten, kosten en marges in de Europese en Nederlandse landbouw. We baseren dit op een beknopte analyse van de vooruitzichten voor inkomsten uit enkele belangrijke akkerbouwgewassen en de kosten van hulpstoffen (kunstmest, gewasbescherming, uitgangsmaterialen en brandstof).

Aardappelen: prijspiek duidelijk voorbij, 2026 in teken van krimp en lagere contractprijzen

Na enkele jaren met hoge prijzen en goede resultaten is de markt voor consumptieaardappelen duidelijk afgekoeld. In 2025 daalden de prijzen van vrije aardappelen fors door een ruim aanbod: hoge hectare-opbrengsten vielen samen met een groot teeltareaal en tegenvallende export van verwerkte aardappelproducten.

Figuur 1: Ontwikkeling van het areaal consumptieaardappelen in Noordwest-Europa

Figuur 1: Ontwikkeling van het areaal consumptieaardappelen in Noordwest-Europa
Bron: NEPG, RaboResearch 2026

Voor 2026 ontstaat een ander beeld ten aanzien van productievolumes. Volgens het Joint Research Centre van de Europese Commissie bewegen de hectare-opbrengsten weer richting het langjarig gemiddelde. Tegelijkertijd zijn er signalen dat de arealen in de belangrijkste productielanden zullen krimpen. Duitsland (-7%) en Frankrijk (-5%) verwachten een krimp in hun areaal en voor België wijst een enquête van Viaverda zelfs op een krimp van -15% bij grote bedrijven. Ook in Nederland verwachten we een kleiner teeltareaal, mede doordat nieuwe telers van niet-gecontracteerde aardappelen in 2025 te maken kregen met zeer lage prijzen.

Door deze combinatie van minder areaal en lagere opbrengsten per hectare kunnen de momenteel bijzonder lage spotmarktprijzen later in het seizoen stijgen. Tegelijkertijd liggen contractprijzen volgens media en sectorbronnen circa 20-25% lager dan in 2025. Aangezien circa 80% van de Nederlandse consumptie-aardappelen onder contract worden geteeld, is het waarschijnlijk dat financiele opbrengsten uit aardappelen dit jaar lager liggen dan vorig jaar.

Suikerbieten: minder areaal moet prijsherstel ondersteunen

De hoge suikerbietenprijzen van 2022 en 2023 liggen inmiddels achter ons. Lage suikerprijzen leiden ertoe dat verwerkers ingrijpen door het gecontracteerde areaal te verkleinen om de prijzen te stutten. In 2025 leidde dit tot een daling van het areaal in de 27 EU-landen en het Verenigd Koninkrijk met meer dan 10%. Door goede opbrengsten per hectare bleef de totale productie echter vrijwel op peil en daalde slechts licht (-2%).

Voor 2026 zet deze ontwikkeling verder door. Verwerkers contracteren opnieuw minder areaal, waardoor het totale teeltoppervlak verder afneemt. Tegelijkertijd verwacht het Joint Research Centre dat de hectareopbrengsten in landen als Nederland, Frankrijk en Polen terugkeren naar meer gemiddelde niveaus, na de bovengemiddeld hoge opbrengsten in 2025.

Figuur 2: Ontwikkeling van het suikerbietenareaal in Europa

Figuur 2: Ontwikkeling van het suikerbietenareaal in Europa
Bron: European Commission, RaboResearch 2026

De combinatie van een kleiner areaal en normaliserende hectare-opbrengsten zorgt voor een krapper aanbod. Dit biedt in potentie ruimte voor herstel van de suikerprijzen. Dit is ook mede-afhankelijk van ontwikkelingen op de wereldmarkt, onder andere de omvang van de productie en export door suikergigant Brazilië.

Tarwe: lagere wereldwijde productie geeft prijzen steun

Voor tarwe wijzen de vooruitzichten op een lichte daling van de Europese productie in 2026. In de EU komen de hectare-opbrengsten naar verwachting lager uit dan in 2025, maar liggen ze rond of net boven het meerjarig gemiddelde. In combinatie met een relatief stabiel areaal resulteert dit in een iets kleinere totale tarweoogst vergeleken met 2025. Ook in Rusland wordt een lagere productie verwacht, terwijl Oekraïne dankzij bovengemiddelde opbrensten een stabiel volume weet vast te houden.

Figuur 3: Ontwikkeling tarweproductie in Europese landen

Figuur 3: Ontwikkeling tarweproductie in Europese landen
Bronnen: USDA, Strategie Grains, RaboResearch 2026

Op mondiaal niveau zet deze trend door. De wereldwijde tarweproductie zal naar verwachting afnemen ten opzichte van 2025. Naast de lagere productie in Europa en Rusland, spelen ook droogte in de Verenigde Staten en minder areaal in delen van het zuidelijk halfrond - zoals Australië en Argentinië - een rol, mede door hoge kosten voor meststoffen.

Het krappere wereldwijde aanbod biedt ruimte voor hogere prijzen. We verwachten daarom dat tarweprijzen in de loop van het jaar een opwaartse beweging laten zien.

Kosten voor landbouwhulpstoffen lopen verder op

Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 schoten de prijzen voor kunstmest sterk omhoog. Daarna stabiliseerden ze op een hoger niveau dan voor de oorlog. Sinds februari dit jaar is deze rust echter voorbij. Door de onrust in het Midden-Oosten zijn kunstmestprijzen opnieuw sterk gestegen, met ongeveer 25 tot 30% ten opzichte van 2025. Ook brandstofprijzen, waaronder de dieselprijs, zijn flink opgelopen. Op termijn zullen ook gewasbeschermingsmiddelen in prijs stijgen. Zaden en uitgangsmaterialen blijven vooralsnog grotendeels buiten schot.

Veel agrariërs hebben een deel van hun benodigde middelen al eerder ingekocht, vóór de recente prijsstijgingen.

De impact van deze kostenstijgingen verschilt per bedrijf. Veel agrariërs hebben een deel van hun benodigde middelen al eerder ingekocht, vóór de recente prijsstijgingen. Daarnaast zijn er mogelijkheden om kosten te beheersen, bijvoorbeeld door minder middelen te gebruiken of door te kiezen voor goedkopere alternatieven. Toch zorgt de stijging van inputkosten in brede zin voor extra druk op het financieel resultaat.

Resultaat: margedruk voor Europese akkerbouwers

Wanneer we de ontwikkelingen in opbrengsten en kosten samen bekijken, ontstaat een duidelijk beeld: de marges voor Europese akkerbouwers komen in 2026 verder onder druk. Dit belangrijkste oorzaak is dat de kosten voor landbouwhulpstoffen sterk stijgen, terwijl de opbrengsten dit onvoldoende compenseren.

In verschillende landen leidt dit tot een duidelijke terugval. In Nederland, Frankrijk en Polen dalen de marges naar het laagste niveau in vijf jaar. In Duitsland komen marges uit rond het niveau van 2021, eveneens een zwak jaar. In landen als Spanje en Roemenië dalen de marges ook, al zijn daar in de laatste vijf jaar nog diepere dalen geweest, bijvoorbeeld door de grote droogte in Spanje (2023) en een tegenvallende oogst in Roemenië (2024).

Figuur 4: Verwachte ontwikkeling van bruto marges in de akkerbouw

Figuur 4: Verwachte ontwikkeling van bruto marges in de akkerbouw
Bron: FSDN, RaboResearch 2026

De weergegeven marges zijn berekend op bruto basis, dat wil zeggen opbrengsten (exclusief subsidies) minus variabele toegerekende kosten voor kunstmest, gewasbescherming, zaden en uitgangsmaterialen en brandstoffen. Vaste kosten, zoals afschrijvingen, lonen, pacht en huur zijn buiten beschouwing gelaten vanwege de sterke bedrijfs- en landspecifieke verschillen. De berekeningen zijn gebaseerd op referentiebouwplannen per land, zodat verschillen in teeltstructuur - zoals het relatief grote aandeel aardappelen in Nederland en granen in Frankrijk – goed worden meegenomen.

2026 opnieuw onder tienjaarsgemiddelde voor Nederlandse akkerbouwinkomens

De inkomensontwikkeling in de Nederlandse akkerbouw laat zien dat 2025 een jaar was met beneden gemiddelde resultaten. Dit volgde op een periode van goede jaren tussen 2021 en 2024, waarin vooral aardappelen, suikerbieten (2022 en 2023) en uien (2022 en 2023) goede prijzen realiseerden.

De bruto margevooruitzichten voor 2026 wijzen op een verdere verslechtering. Op basis van de verwachte lagere bruto marges ligt het voor de hand dat de inkomens opnieuw onder druk komen te staan en onder het niveau van 2025 uitvallen. Daarmee zou 2026 het tweede jaar op rij worden met inkomens onder het tienjaarsgemiddelde.

Figuur 5: Ontwikkeling van het inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid in de Nederlandse akkerbouw

Figuur 5: Ontwikkeling van het inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid in de Nederlandse akkerbouw
Bron: Wageningen University & Research/Agrimatie

Het inkomen wordt gemeten als het bedrijfsinkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje), een maatstaf die bedrijven en sectoren onderling vergelijkbaar maakt. Ondanks de verwachte terugval verwachten we dat veel akkerbouwers dit tegenvallende jaar kunnen opvangen met buffers die in de goede jaren zijn opgebouwd. Voouitkijkend neemt het belang van financiële reserves toe, onder andere omdat weersextremen naar verwachting vaker zullen voorkomen.

Wat betekent dit voor jouw bedrijf?

2026 vraagt om scherp ondernemerschap

Gea Bakker-Smit, sectormanager Akkerbouw duidt de ontwikkelingen voor akkerbouwers: "De vooruitzichten laten zien dat rendementen in 2026 onder druk staan. Als ondernemer heb je niet overal invloed op, denk aan algemene prijsvorming en het weer. Toch zijn er wel degelijk knoppen om aan te draaien. Het begint met grip op de financiële positie van je bedrijf. Zorg voor een goed inzicht in je liquiditeit en kasstromen. Daarnaast helpen buffers om schommelingen op te vangen. Ook risicomanagement speelt een belangrijke rol bij het beperken van de impact van mindere jaren. Denk bijvoorbeeld aan het spreiden van afzetmomenten, een goede balans tussen contractteelt en vrije teelt en bewuste keuzes in gewassen en rassen. Bedrijven die actief sturen op kosten, opbrengsten, risico’s én liquiditeit maken in 2026 het verschil."

Wil je sparren over investeringen of je liquiditeitsplanning? Neem dan contact op met een gespecialiseerde Food & Agri accountmanager bij jou in de buurt.

Margeverwachting Europese akkerbouw in 2026: minder over onderaan de streep - Rabobank