Update
Conjunctuurbeeld Nederland juli 2026: lagere energieprijzen brengen rust, maar geopolitieke onzekerheid blijft groot
Nieuwe raming RaboResearch: de Nederlandse economie groeit naar verwachting met 1,3% in 2026 en 1,1% in 2027. Dat is een aanzienlijke opwaartse bijstelling van 0,3 procentpunt in beide jaren ten opzichte van onze raming van juni. Lagere verwachte olie- en gasprijzen drukken de inflatie, ondersteunen de koopkracht en zorgen voor iets sterkere consumptie, handel en investeringen. Tegelijkertijd blijft de geopolitieke onzekerheid rond Iran en de VS groot.

In het kort
Een nieuw geopolitiek basispad
De Verenigde Staten en Iran hebben op 17 juni een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend, waarmee een onderhandelingsperiode van zestig dagen is gestart die moet leiden tot een duurzame oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten. De eerste onderhandelingsronde, die op 22 juni in Zwitserland plaatsvond met onder meer vicepresident J.D. Vance, heeft vooralsnog geen concrete doorbraken opgeleverd. Daarmee vormen de veertien punten uit het MoU voorlopig het belangrijkste referentiekader voor de verdere ontwikkelingen in de regio.
Van de veertien punten zijn er slechts twee concreet uitgewerkt. Ten eerste heeft de VS toegezegd gedurende de onderhandelingen stapsgewijs 25 miljard dollar aan bevroren Iraanse tegoeden vrij te geven. Ten tweede moet een veilige commerciële doorvaart door de Straat van Hormuz binnen dertig dagen worden hersteld. Dit vergt onder meer dat mijnen worden geruimd, de VS de blokkade van Iraanse havens opheft en Iran stopt met aanvallen op tankers. Sinds de ondertekening zouden al twintig tankers met in totaal 35 miljoen vaten olie de Straat van Hormuz zijn gepasseerd. Dat wijst erop dat de export van olie en vloeibaar aardgas (LNG) mogelijk sneller normaliseert dan wij in ons eerdere basispad van juni hadden aangenomen. Diverse databronnen schetsen echter een minder eenduidig beeld en wijzen niet op een duidelijke versnelling van het scheepsverkeer (zie Strait of Hormuz Trade Tracker | Data Lab en Strait of Hormuz | Windward Daily Intelligence). Mogelijk hangt dit samen met het feit dat veel schepen hun transponders uitschakelen tijdens de passage door de Straat, waardoor de geregistreerde verkeersgegevens onvolledig zijn. De signalen dat de Straat weer open zou gaan in combinatie met een sterke daling van de import van ruwe olie door China, hebben bovendien geleid tot een scherpe daling van de olieprijs: van ruim 100 dollar per vat in mei naar tussen de 70 à 75 dollar op het moment van schrijven (zie figuur 1).
Op de meest fundamentele dossiers blijven de afspraken vaag. Iran houdt vast aan de status quo van zijn nucleaire programma en concrete afspraken ontbreken over de vernietiging of overhandiging van verrijkt uranium of het toelaten van inspecties door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Iran heeft wel opnieuw aangegeven geen kernwapens te zullen ontwikkelen, maar dat is al langer de externe communicatielijn.
Ook op andere gevoelige onderwerpen, zoals een mogelijk tolsysteem in de Straat van Hormuz, het afbouwen van sancties, een reconstructiefonds van 300 miljard dollar en de rol van Iraanse proxies in de Golfregio (waaronder Hezbollah), blijven de afspraken vaag en weinig uitgewerkt. Met name het tolvraagstuk illustreert de fundamentele verschillen: Iran ziet ruimte om na zestig dagen heffingen in te voeren, terwijl dit internationaal – en zeker voor de VS – politiek en juridisch zeer controversieel ligt. Instemming van de VS met een dergelijk systeem zou bovendien een risicovol en potentieel kostbaar precedent scheppen voor andere strategische zeeroutes.
Figuur 1: Olieprijs is sterk gedaald na zicht op MoU

Per saldo blijven de verschillen tussen beide partijen groot en zijn er meerdere cruciale punten waarop de posities mogelijk onverenigbaar zijn (zie ook dit rapportENG van onze Global Strategist Michael Every). Zelfs als op onderdelen overeenstemming wordt bereikt, blijft onzeker in hoeverre afspraken daadwerkelijk worden geïmplementeerd en nageleefd, mede gezien de ervaringen met eerdere akkoorden, zoals het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA).
Verloop van conflict
Op twee fronten wijken de geopolitieke ontwikkelingen af van de aannames in het basispad van het Economisch Kwartaalbericht (EKB) van juni:
Vooruitkijkend onderscheiden we drie scenario’s voor het verdere verloop van het conflict tussen Iran en de VS (zie figuur 2).
Iran en de VS komen de komende tijd tot duurzame afspraken, waarbij ook de fundamentele geschilpunten worden geslecht. Dit betekent concreet dat Iran bereid zou zijn om zijn verrijkt uranium te vernietigen of over te dragen aan de VS of, indien de VS hiermee akkoord gaat, aan China. Tevens zou Iran het atoomprogramma ontmantelen en inspecteurs van het IAEA opnieuw moeten toelaten om controles uit te voeren. Het opgeven van het nucleaire programma en uranium zal uiteindelijk bepalen of duurzame afspraken met de Amerikanen mogelijk zijn. Tegelijk sluiten we niet uit dat Iran ook op andere dossiers flink wat water bij de wijn moet doen, zoals het afzien van een tolsysteem in de Straat van Hormuz en het staken van militaire en financiële steun aan groeperingen in de Golfregio. Dit scenario vergt een fundamentele draai van Iran op meerdere fronten en we achten de waarschijnlijkheid daarom beperkt (circa 10%). De energieprijzen zakken in dit scenario zelfs tot ruim onder het niveau van voor de oorlog, mede doordat sancties op Iraanse olieleveringen worden opgeheven.
In optie B blijken de fundamentele verschillen tussen Iran en de VS onoverbrugbaar. Waar we in ons oude basispad ervan uitgingen dat dit aanleiding zou zijn voor nieuwe Amerikaanse bombardementen, denken we nu dat de kans groter is dat de VS zich eenzijdig terugtrekt uit de onderhandelingen en het er verder bij laat zitten. Hoewel in dit scenario sprake blijft van aanhoudende rust op financiële en energiemarkten, zijn de geopolitieke consequenties aanzienlijk. Een Amerikaanse terugtrekking zonder akkoord ondermijnt de geloofwaardigheid van de VS als ‘hoeder’ van de vrije verscheping van mondiale energiestromen, terwijl Iran zijn nucleaire en regionale positie juist kan consolideren. Tegelijk neemt de kans op nucleaire proliferatie toe en ontstaat er meer ruimte voor China en Rusland om hun invloed in de regio uit te breiden. Dit maakt de geopolitieke verhoudingen structureel instabieler. We dichten dit scenario een kans toe van 40%.
Dit is ons meest waarschijnlijk scenario. Na zestig dagen van vruchteloze onderhandelingen zullen deze waarschijnlijk worden verlengd met circa negentig dagen tot na de midterms. De kans is groot dat daarna op enig moment opnieuw escalatie optreedt. De geopolitieke afbreukrisico’s voor de VS zijn te groot om de Golfregio volledig aan haar lot over te laten, terwijl een doorbraak met Iran tegelijkertijd niet kan worden geforceerd.
Figuur 2: Drie nieuwe scenario’s voor het verloop van het conflict in het Midden-Oosten

Energieprijzen
De wijziging van ons geopolitieke basispad heeft ook significante gevolgen voor onze voorspellingen van de olie- en gasprijzen (zie dit rapportENG van onze energie-analisten Joe DeLaura en Florence Schmit). De versnelde heropening van de Straat van Hormuz zorgt voor een duidelijke neerwaartse bijstelling van de prijsverwachtingen, doordat de verstoringsrisico’s afnemen en het aanbod geleidelijk herstelt. We verwachten echter geen snelle normalisatie van de energiemarkten. Scheepvaartstromen komen slechts geleidelijk op gang en operationele en geopolitieke beperkingen blijven bestaan. De volatiliteit is daarmee niet weg uit de markt. Omdat het onmogelijk is om de timing van een nieuwe escalatieronde goed in te schatten, hebben we afgezien van een nieuwe piek in onze verwachtingen.
Olieprijs
We denken dat de olieprijs geleidelijk daalt naar 70 dollar per vat (figuur 3). Het tempo waarmee dat gebeurt, is iets trager dan de markten momenteel aannemen. Verder is de olieprijs nog steeds hoger dan de maanden voor het uitbreken van het conflict. Hierbij speelt mee dat de verscheping van olie nog verre van genormaliseerd is en de olievoorraden eerst weer moeten worden aangevuld.
Figuur 3: Olieprijs daalt geleidelijk naar 70 dollar per vat

Figuur 4: Gasprijzen gaan tegen einde van het jaar weer stijgen

Gasprijs
Ook onze gasprijsvoorspelling hebben we aanzienlijk naar beneden bijgesteld, omdat LNG-leveringen vanuit Qatar zullen zorgen voor extra aanbod. Tegelijkertijd liggen onze voorspellingen wel aanzienlijk boven de marktverwachtingen en verwachten we dat de spotprijs voor gas (TTF) tegen het einde van het jaar weer boven de 50 euro per megawattuur uitkomt (zie figuur 4). Hierbij speelt mee dat marktpartijen in Europa momenteel nauwelijks een prikkel hebben om de gasvoorraden te vullen. Onder normale omstandigheden ligt de spotprijs in de zomer duidelijk onder de forward-curve, waardoor het aantrekkelijk is om voorraden op te bouwen. Immers, energiebedrijven willen goedkoop inkopen gedurende de warme lente- en zomermaanden om in de koude winterperiode duur te verkopen. Momenteel liggen spot en forward echter dicht bij elkaar (zie figuur 5), waardoor partijen afwachten. Dat zien we ook terug in de data: het vullen van de Europese gasvoorraden verloopt traag (zie figuur 6). Als gevolg hiervan verwachten we dat de vraag naar de winter toe relatief sterk aantrekt, terwijl de voorraden onvoldoende zijn opgebouwd. In combinatie met toenemende concurrentie om LNG vanuit Azië kan dit leiden tot nieuwe schaarste en oplopende gasprijzen later in het jaar.
Figuur 5: Te weinig prikkel voor private partijen om voorraden te vullen

Figuur 6: Vullen van Europese gasvoorraden gaat traag

Ramingen Nederlandse economie
De lagere verwachte olie- en gasprijzen hebben ook gevolgen voor onze ramingen van de Nederlandse economie. In onze meest recente prognose komt de economische groei dit jaar uit op 1,3% en in 2027 op 1,1% (zie tabel 1). Dat is een opwaartse bijstelling van 0,3 procentpunt in beide jaren ten opzichte van het EKB van juni.
De opwaartse bijstelling van de economische groei komt ten eerste omdat de energieprijsschok lager uitpakt dan eerder gedacht, waardoor ook de inflatie in Nederland naar verwachting in 2026 en 2027 minder hard stijgt. Dit zorgt vervolgens weer voor een opwaarts effect op de koopkracht van huishoudens met als resultaat een hogere particuliere consumptie. Ook de bedrijfsinvesteringen en de netto handel pakken hoger uit door de terugkeer van (tijdelijke) rust op het geopolitieke vlak in combinatie met minder opwaartse kostendruk.
Tot slot speelt voor het jaargemiddelde van 2026 mee dat het CBS de economische groei in het eerste kwartaal opwaarts heeft bijgesteld van 0,05% (k-o-k) naar 0,2%.
Tabel 1: Economische verwachtingen (kerngegevens)

Doorkijk naar tweede kwartaal van 2026
Ook voor het tweede kwartaal verwachten we, ondanks de oorlog in het Midden-Oosten, een vrij sterke groei van 0,4% (k-o-k). Zo liet het consumentenvertrouwen in juni een forse stijging zien, waarbij vooral de koopbereidheid sterk verbeterde – de grootste toename sinds het begin van de metingen. De werkloosheid dook in april en mei bovendien onder de 4%. Ook de industriële productie nam stevig toe, met een stijging van 2,8% (m-o-m) in maart en nog eens 1,4% in april (zie figuur 7). Daarnaast liep de inkoopmanagersindex (PMI) voor de industrie in mei op tot 55,9 (waarbij een cijfer boven de 50 duidt op groei).
Deze sterke industriële cijfers hangen deels samen met tijdelijke factoren. Bedrijven hebben voorraden opgebouwd vanwege geopolitieke onzekerheid, terwijl tegelijkertijd de concurrentiedruk vanuit Azië in onder meer de chemische sector tijdelijk is afgenomen. Met name de versnelde opbouw van voorraden (ofwel frontloading) suggereert dat een deel van de groei in het tweede kwartaal naar voren is gehaald. Dit kan later dit jaar tot een gematigder beeld leiden (zie ook onze Sectorprognoses).
Figuur 7: Industrie noteerde sterke cijfers in tweede kwartaal

Inflatie
Als gevolg van de lagere verwachte olie- en gasprijzen hebben we onze inflatieverwachtingen voor Nederland aanzienlijk naar beneden bijgesteld (zie tabel 2). We gaan er nu van uit dat de inflatie (HICP) dit jaar gemiddeld uitkomt op 2,6% (was 3,0%) en volgend jaar op 3,0% (was 3,9%). Daarin is ook de flashraming voor juni meegenomen van 2,5% (wij hadden 2,6% verwacht).
Dat de inflatie in 2027 hoger uitvalt, hangt samen met de vertraagde doorwerking van de energieprijsschok in andere prijscomponenten. Bedrijven putten vaak nog uit voorraden die tegen lagere, pre schok-kosten zijn opgebouwd, hebben lopende energiecontracten en zijn gebonden aan prijsafspraken. Hierdoor kunnen zij hogere kosten niet direct doorberekenen. Als gevolg daarvan blijft de initiële prijsreactie beperkt en wordt de kostendruk pas met vertraging zichtbaar in de prijzen. Tegen deze achtergrond verwachten we dat de piek in de voedselprijsinflatie en de prijsstijgingen van industriële goederen pas in 2027 wordt bereikt (zie figuur 8). De dienstinflatie blijft daarbij een relatief stabiele onderliggende factor in het totale inflatiebeeld.
Tabel 2: Inflatie komt dit jaar naar verwachting uit op 2,6% en volgend jaar op 3,0%

Figuur 8: Pieken in voedselprijsinflatie en prijsstijging van industriële producten volgen pas in 2027

Koopkracht en consumptie
Door de neerwaartse bijstelling van de inflatie komt de koopkrachtstijging dit jaar naar verwachting uit op 1,2% (was 0,9%), terwijl we voor volgend jaar een beperkte daling van -0,2% voorzien (was -0,7%). De verbetering van de koopkracht werkt door in een hogere verwachte groei van de particuliere consumptie. Waar we eerder nog uitgingen van een lichte krimp in 2027, verwachten we nu groei in zowel 2026 als 2027.
Bedrijfsinvesteringen, handel en de overheid
De vooruitzichten voor de bedrijfsinvesteringen zijn iets verbeterd ten opzichte van onze eerdere raming. Lagere energieprijzen en een tijdelijk rustiger geopolitiek beeld ondersteunen het vertrouwen onder bedrijven, waardoor zij minder geneigd zijn om investeringen uit te stellen. Tegelijkertijd blijft de onzekerheid over het verdere verloop van het conflict groot, wat bedrijven terughoudend maakt. Een krachtig herstel ligt daarom niet voor de hand. Per saldo rekenen we op een minder forse krimp van de bedrijfsinvesteringen in 2026 en een heel lichte groei in 2027.
Ook de bijdrage van de export valt naar verwachting iets positiever uit. De verbeterde doorstroming van olie en LNG via de Straat van Hormuz heeft de druk op de mondiale handelsstromen verminderd. Dit is gunstig voor de Nederlandse export. Daarnaast helpt een iets sterkere groei van de wereldhandel mee. Het beeld blijft echter volatiel, met aanhoudende kwetsbaarheid voor nieuwe geopolitieke verstoringen.
De overheid blijft een stevige bijdrage leveren aan de economische groei. Het zittende kabinet heeft veel extra uitgaven in de planning om zijn ambities te realiseren, onder meer op het gebied van defensie. Wel begrenzen de begrotingsregels een nog sterkere groei. De bijdrage van de overheid aan de groei blijft daardoor naar verwachting stabiel.
