Update
Conjunctuurbeeld Nederland augustus 2026: Huishoudens gaven meer uit in geopolitiek volatiele tijden
Hoewel de ontwikkelingen in het Midden-Oosten nog altijd volatiel zijn, sluiten ze voorlopig nog grotendeels aan bij onze eerdere verwachtingen. Ook de 0,4% groei van de Nederlandse economie in het tweede kwartaal was gelijk aan onze verwachting. Consumenten gaven 0,5% meer uit dan een kwartaal eerder en leverden daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische groei. Onze verwachtingen blijven daarmee ongewijzigd. We rekenen dit jaar op een groei van de Nederlandse economie met 1,3% en volgend jaar met 1,1%.

In het kort
De ontwikkelingen in het Midden-Oosten spelen nog altijd een grote rol bij onze verwachtingen voor de Nederlandse economie. Nog maar kort nadat op 17 juni het Memorandum of Understanding (MoU) was ondertekend, trok president Trump zich er op 8 juli alweer uit terug. Wat volgde was een nieuwe militaire escalatie, met opnieuw een sluiting van de Straat van Hormuz. Tegelijkertijd hebben Houthi-rebellen ook Saoedische tankers aangevallen, waardoor alternatieve routes via Yanbu en de Rode Zee minder veilig zijn geworden. Hoewel de reactie op de oliemarkt minder hevig was dan bij het uitbreken van het conflict in maart, liep de olieprijs alsnog kortstondig op tot boven de 100 dollar per vat. Ook de gas- en dieselprijzen bewogen mee omhoog. Toen de Verenigde Staten en Iran de militaire acties kortstondig pauzeerden, daalden de olieprijzen scherp, maar die rust bleek tijdelijk: op 29 juli laaiden de gevechten opnieuw op. Inmiddels zijn er berichten dat een deal tussen Iran en Oman over vrije doorvaart in de Straat van Hormuz nabij is. Daarmee blijft de geopolitieke situatie volatiel en onzeker, maar nog altijd grotendeels in lijn met ons basis-scenario van eind juni.
Verschillende geopolitieke scenario’s en hun impact
Op dit moment zijn er berichten dat een mogelijke deal tussen Iran en Oman nabij is. Het zou gaan over een beoogde vaarroute door de Straat van Hormuz.
Mocht een dergelijke deal inderdaad worden gesloten, dan geeft dat op korte termijn lucht aan de energiemarkten en verlicht het de inflatiedruk. Tegelijkertijd ontstaat dan een ander risico: de Straat van Hormuz komt dan feitelijk onder Iraanse controle te staan, waardoor de onzekerheid over de mondiale energievoorziening op middellange en langere termijn toeneemt.
Maar er is nog veel onzekerheid. Zo is er nog niks officieel bevestigd en blijft de vraag hoe stabiel een dergelijke overeenkomst is, zoals we al eerder met de MoU hebben gezien. Over President Trumps ‘eis’ dat Iran haar nucleaire ambities opgeeft blijft het stil. Het kan dus zo zijn dat de onderhandelingen toch stuklopen en dat het conflict weer oplaait. In het geval van zo’n patstelling, waarin periodes van escalatie en de-escalatie elkaar blijven afwisselen, blijven de olie- en gasprijzen waarschijnlijk volatiel en houdt ook de opwaartse druk op de inflatie langer aan.
Ook de mogelijkheid van een steviger militaire escalatie door de Verenigde Staten is nog niet uitgesloten. In zo’n scenario stijgen de olie- en gasprijzen snel en fors, al kan een deel van die prijsstijging later weer wegebben zodra de exportcapaciteit wordt hersteld en deze militaire escalatie succesvol is. De inflatie zou in dat geval vooral tijdelijk een extra impuls krijgen. Maar naarmate de tijd verstrijkt neemt de impact hiervan waarschijnlijk af (onder de veronderstelling dat zowel energieproducenten als hun afnemers meer alternatieve distributiekanalen aanboren).
De gebeurtenissen van de afgelopen periode laten vooral zien hoe beweeglijk het geopolitieke beeld is. Toch is er vooralsnog geen reden om onze ramingen voor de olie- en gasprijzen wezenlijk aan te passen (zie ook dit en dit rapport van onze energiestrategen). Op korte termijn houden we nog wel rekening met hogere en volatielere energieprijzen, die gevoelig blijven voor elke nieuwe fase van escalatie of de-escalatie in het Midden-Oosten.
Consumptie stuwt groei in tweede kwartaal
De Nederlandse economie groeide volgens het CBS met 0,4%, precies in lijn met onze raming. Een belangrijke motor achter die groei waren de Nederlandse huishoudens (zie figuur 1). Zij gaven in het tweede kwartaal 0,5% meer uit ten opzichte van het voorgaande kwartaal, net iets meer dan de 0,4% waarop wij hadden gerekend. Vooral aan auto’s en voeding gaven zij meer uit.
Die toename van de consumptie is opvallend tegen de achtergrond van de onrust in het Midden-Oosten. Hogere energieprijzen drukken immers op de energierekening van huishoudens en maken ook tanken duurder. Tegelijkertijd hebben nog veel mensen werk. De werkloosheid in juni lag met 3,8% op het laagste niveau sinds een jaar, en daarnaast noemden bedrijven personeelstekorten nog altijd het vaakst als belemmering voor hun productie(groei). In het tweede kwartaal gaf 30% van de ondernemingen aan hierdoor te worden geraakt. Ook de koopkracht verbeterde. Zo stegen de cao-lonen in juni met 4% j-o-j sneller dan de inflatie, die in dezelfde maand 2,5% bedroeg. We denken dan ook dat de toename in consumptie vooral de sterke arbeidsmarkt en de verbetering van de koopkracht reflecteert.
De inflatie is volatieler geworden door de verslechterde geopolitieke omgeving. De Nederlandse HICP-inflatie kwam in juli uit op 2,9% j-o-j, 0,1 procentpunt hoger dan wij hadden verwacht. Daarmee volgde opnieuw een kleine omslag, na een tijdelijke stijging naar 3,4% in mei en een daling naar 2,5% in juni. De opleving in juli kwam vooral door een scherpe stijging van de brandstofprijzen, al verwachten we dat dit effect tijdelijk blijft. Voor dit jaar ramen we de inflatie op 2,9%; voor 2027 gaan we uit van 3,4%. Meer informatie over onze inflatieverwachting staat in de Inflatiemonitor.
Omdat hogere energieprijzen doorgaans met vertraging doorwerken in de bredere inflatie en in de bestedingsbeslissingen van huishoudens, verwachten we dat de consumptiegroei de komende kwartalen wat afneemt. Per saldo verandert dit onze groeiraming niet: we blijven uitgaan van een groei van het Nederlandse bbp met 1,3% dit jaar en 1,1% volgend jaar.
Figuur 1: Consumptie draagt bij aan bbp

Figuur 2: Positief producentenvertrouwen

Productietoename in de groot- en detailhandel en de industrie
Aan de productiekant sprong vooral de brede sector van groot- en detailhandel, horeca, recreatie en vervoer eruit. De toegevoegde waarde nam daar in het tweede kwartaal met 1,8% k-o-k toe. Het grootste deel van die groei kwam uit de groot- en detailhandel, die vermoedelijk profiteerde van hogere consumentenbestedingen en grotere exportvolumes. De uitvoer nam in het tweede kwartaal namelijk toe met 1,2% k-o-k.
Ook de industrie liet groei zien. De toegevoegde waarde steeg met 1,5% k-o-k. Daarbij is het producentenvertrouwen sinds juni weer positief. Hiermee komt een einde aan een lange periode van negatief vertrouwen, die sinds april 2023 heeft aangehouden, op een korte opleving in januari 2026 na. De indicator liep op van -2,0 in mei naar 1,3 in juni en 2,4 in juli (zie figuur 2).
Een deel van de industriële groei komt waarschijnlijk door tijdelijke factoren, zoals voorraadopbouw tegen de achtergrond van geopolitieke onzekerheid. Daarnaast werd de productiegroei vooral gedragen door de Nederlandse machine-industrie, waartoe onder andere producenten van chipmachines horen. We verwachten dat de industrie de komende periode wat meer tegenwind ondervindt naarmate de impuls van de voorraadopbouw wegebt.
De bouw liet juist een krimp zien. De toegevoegde waarde daalde in het tweede kwartaal met 0,8% k-o-k. Daarbij spelen zowel vraag- als aanbodfactoren een rol. Hogere rentes drukken op de vraag, terwijl aan de aanbodkant netcongestie, stikstofbeperkingen, lange vergunningstrajecten en een tekort aan bouwlocaties de sector blijven remmen.
Tabel 1: Economische verwachtingen

